Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
# ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2942: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, parkeergarage, bouwhoogte, geluidwallen, borging, voorwaardelijke verplichting, akoestisch onderzoek, rechtsonzekerheid planregel, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2977: Awb, Wnb; beheermaatregelen, afschot ree, belanghebbendheid (Rb Noord-Nederland 21/764)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2964: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, kamerverhuur, ontvankelijkheid, woningsplitsing, overlast, aantasting woon- en leefklimaat (Rb Midden-Nederland 21/1184)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2963: Awb, Wnb; natuurvergunning, varkenshouderij, wijziging inrichting, herbouw, ontvankelijkheid, combiluchtwasser, intern salderen, 18 december-uitspraak, gewijzigd beoordelingskader, referentiesituatie (Rb Overijssel 20/723)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2940: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke bedrijfsactiviteiten, belanghebbendheid, geen rechthebbende, geen aanvraag, redelijke termijn (Rb Gelderland 20/4957)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003: Awb, Wro, Chw; bpl, parapluplan, herontwikkeling, voormalig schoolgebouw, appartementencomplex, publicatie, elektronisch vastgestelde versie, kennelijke vergissingen, m.e.r.-beoordelingsbesluit, bouwhoogte, woon- en leefklimaat, bezonning, TNO-norm, windhinder, geluid, cultuurhistorische aspecten, verkeer, parkeeroverlast, parkeernorm bezoekers, maximale invulling, mobiliteitsplan, deelauto’s, mobiliteitscorrectie, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, omgevingsplan, Bruidsschat, eftal, Bkl, overgangsrecht, invoeringsbesluit Ow, fietsparkeerbehoefte, natuurtoets, bestuurlijke lus, tussenuitspraak
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2956: Awb, Wabo; handhaving, bedrijf, verwijderen aanbouw/een serre/ tuinmuur/toegangspoort (Rb Gelderland 20/2825, 20/6668 en 21/2554)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2991: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, overschrijden bouwvlak, legalisering, bouwplan omliggende percelen, bevoegdheid, afwijking, belemmering bouwmogelijkheden (Rb Gelderland 20/6177 en 20/6199)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2943: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, voorschriften, aantal parkeerplekken, erfafscheiding, beheerplan
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2986: Awb, Wabo; handhaving, opheffen parkeerplaatsen, plantenbakken, belemmeringen bedrijven, belanghebbendheid, begrip straatmeubilair, overtreding, vergunningvrij, APV, Wegenwet (Rb Den Haag 22/2193)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2984: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, winkelruimte, appartementen, parkeergarage, ontvankelijkheid, Varkens in nood arrest, parkeren, parkeernorm supermarkt, parkeerbehoefte, CROW-publicatie 317, compensatie, parkeerbalans, parkeerdek, verkeersgeneratie, , bevoorrading, geluid, laad- en losactiviteiten, VNG-brochure, welstand (Rb Den Haag 21/7723, 21/7725, 21/7726 en 21/7802)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2969: Awb, Wnb; natuurvergunning, Natura 2000-gebied, stikstofdepositie, intrekking, ambtshalve bevoegdheid, habitatrichtlijn, uitleg Wnb, MvT, Logtsebaan-uitspraak, passende maatregelen, GOL-uitspraak, ViA15-uitspraak, invulling art. 5.4 tweede lid Wnb, (Rb OostBrabant 22/230)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2973: Awb, Wnb; natuurvergunning, Natura 2000-gebied, stikstofdepositie, verzoek tot intrekking, uitleg Wnb, Logtsebaan-uitspraak, passende maatregelen, invulling art. 5.4 tweede lid Wnb, uitvoerbaarheid project, juistheid gegevens, herstelbesluit, aanvullend onderzoek, betrokken natuurwaarden, andere passende maatregelen (Rb Gelderland 20/4702)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2944: Awb, Wro; wijzigingsplan, woningbouw, wijzigingsvoorwaarde moederplan, reparatieplan, foutief IMRO-bestand, verkeersoverlast, verkeersveiligheid, parkeren, uitvoerbaarheid, parkeerbalans
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3004: Awb, Wro; bpl, grondgebondenheid schapenhouderij, uitleg planregels, geur, geluid, blaten schapen, geblaf waakhonden, goede ruimtelijke ordening, zonnepark, omgevingsverordening, zonneladder, mantelzorg, bestaande situatie, bedrijfswoning, volksgezondheid, Handreiking Veehouderij en gezondheid
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2967: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, herontwikkeling bestaand kantoorgebouw, appartementengebouw, geluidbelasting, piekgeluiden, parkeren autoportieren, akoestisch onderzoek, binnenterrein, Bkl, afvalinzameling, borging
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2966: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, tijdelijke gebruik als woonruimte, strijd beheersverordening, uitleg planvoorschriften, begrip bestaand woonhuis, bouwlagen (Rb Gelderland 21/5575)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2989: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, splitsen woning, uitleg planregels, landschappelijke inpassing, herhaling beroepsgronden, ruimtelijk inpassingsplan (Rb Overijssel 21/1684)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3006: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ophogen landbouwgrond, overgangsrecht, bestaande agrarisch gebruik, intentie vergunninghoudster, toekomstige woningbouw (Rb Oost-Brabant 22/609 en 22/369)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2965: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwwerken in achtertuin, legalisering, omvang geding, aanvraag, maximaal bebouwd oppervlak, bebouwingspercentage, bestemming tuin, Bouwbesluit 2012, draagconstructie, rookgasafvoer, welstand (Rb Gelderland 22/2812)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2971: Awb; afwijzing verzoek schadevergoeding, art. 8:88 eerste lid Awb, handhaving, woningsplitsing, legalisatie, bewijslast
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2994: Awb, Wro, Chw; bpl, herontwikkeling voormalige brandweerkazerne, woonwijk, commerciële ruimte, kantoren, parkeerplaatsen, parkeeronderzoek, vraagsturend beleid, deelauto’s, deelbakfietsen, bedrijfsbelangen
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2952: Awb, Wro, Wgh; bpl, woningbouw, besluit hogere grenswaarden, relativiteitsvereiste, ontvankelijkheid, goede ruimtelijke ordening, verstening buitengebied, natuuronderzoek, Wnb, beleid volkshuisvesting, inhoud ruimte-voor-ruimtewoningen, zichtlijnen, spuitzonering, parkeren, privaatrechtelijke belemmering, verkeersveiligheid
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2981: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, walstroomkast, varend woonschip, belanghebbendheid (Rb Noord-Holland 23/2782)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2985: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw woning, participatie, situering bouwplan, motivering, parkeren, restcapaciteit, bezonning, lichte TNO-norm, schaduwhinder (Rb Noord-Holland 22/6347)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2945: Awb, Wro, Chw; bpl, woningbouw, beperking gebruiksmogelijkheden, juridische betekenis groenplan
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2951: Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimtewoning, verstening buitengebied, openheid, omgevingsverordening, Wnb, Habitatrichtlijn, quickscan, beleid volkshuisvesting, doeleindenomschrijvingen
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2992: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, kappen bomen, nieuwbouwproject, uitzicht, belanghebbendheid (Rb Den Haag 22/279)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2961: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, terinzagelegging habitattypenkaarten, passeren gebrek, toegankelijkheid kaarten, terinzagelegging achtergronddocumenten, toegevoegde habitattypen, gevolgen bedrijfsvoering, verplichting tot herstel fouten (Rb Zeeland-WestBrabant 23/524)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2938: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, zonnepanelen, vergunning van rechtswege, ontbreken vergunning wijzigen monument, onlosmakelijkheid, aanvraag (Rb Midden-Nederland 23/4017)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2953: Awb, Wgh; handhaving, VvE, appartementencomplexen, grondslag handhaving, verandering verkeerssituatie, toename verkeer, geen bevoegdheid, zorgvuldigheidsbeginsel
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2949: Awb, Wro, Chw; herontwikkeling kantoorgebouw, woonappartementen, ontvankelijkheid, parkeerdruk, alternatieve locaties
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2948: Awb, Wgh; hogere grenswaarden, woonwijk, belanghebbendheid, afstand
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2958: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, sbz, ecologische onderbouwing, habitattypenkaarten, veldonderzoeken, knelpunten- en kansenanalyse, correctie, gevolgen beheerplannen, toevoeging habitattypen, belangenafweging, bepalen instandhoudingsdoelstellingen, agrarische belangen, beschikbaarheid informatie, terugwerkende kracht (Rb Gelderland 23/183, 23/208, 23/414, 23/472, 23/7135)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2975: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, gevolgen voor verleende vergunningen, bestaande rechten, belemmeringen agrarische bedrijfsvoering, verplichting tot herstel (Rb Gelderland 23/196, 23/492, 23/493, 23/495, 23/496, 23/500, 23/501)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2970: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, terinzagelegging achtergronddocumenten, passeren gebreken (Rb Gelderland 23/239, 23/292, 23/297, 23/329, 23/346, 23/350, 23/351, 23/352, enz.)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2974: Awb, Wro, Wabo; bpl, woningbouw, omgevingsvergunning, openbaar maken parkeerterrein, bestemming groen, parkeren, uitvoerbaarheid, privaatrechtelijke belemmering, gewijzigde inrichtingstekening, parkeerbeleid
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2946: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, magazijnstelling, legalisering, begrip wand, brandveiligheid, Bouwbesluit 2012, relativiteitsvereiste (Rb Gelderland 23/2057)
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2968: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, terinzagelegging achtergronddocumenten, beschikbaarheid habitatkaarten, passeren gebrek, EVRM, transparantiebeginsel, procespositie, Verdrag Aarhus, Wob/Woo, toevoeging habitattypen H6230 en H3150, AERIUS monitor, ongecorrigeerde habitattypenkaarten, gevolgen voor bedrijfsvoering, verplichting tot herstel (Rb Oost-Brabant 23/152)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:348, College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:347, College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:346, College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:345, College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:344 en * College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:343: Awb; verlenings- en vaststellingsbesluit, subsidie, gevolgen Brexit, definitief stopzetten visserijactiviteiten, sanering vissersvaartuig, vervallen gedeelte van een vangstquotum, art. 1 EP, schadevergoeding, nadeelcompensatie, exceptieve toetsing aan égalitébeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel, rechtstreekse toetsing evenredigheidsbeginsel, bedrijfseconomische beslissing, geen bijzondere omstandigheden
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:349: Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnormen, vaststelling eindvoorraad rundveemest, extra opslag, bewijs, data luchtfoto’s
* Rechtbank Overijssel 27 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4208: Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnormen, vaststelling mestvoorraad en mestproductie, Uitvoeringsbesluit, tegenbewijs, forfaitaire normen, stikstofvervluchtiging, onnauwkeurigheidsmarge
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3924: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunningen, geluidschermen, 2 padelbanen, belanghebbendheid, geluidsoverlast, bestemming sport, voorzieningen, evenredigheidsbeginsel, woon- en leefklimaat, geluidsnormen
* Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2567: Awb; vovo, handhaving, bedrijfsmatige opvang dieren, strijd met bpl, bestemming wonen, agrarische bestemming, overtreding, hobbymatig gebruik
# Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2579: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omschakeling melkrundveehouderij, grondgebonden geitenhouderij, afstand tot woningen, gevolgen, belanghebbendheid, Wnb, Natura 2000-gebied, relativiteitsvereiste, gefaseerde besluitvorming, begrip grondgebondenheid, bpl, gefaseerde besluitvorming, borging verwerving hectares, geluidhinder, Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening 1998, akoestisch onderzoek, gezondheid
# Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2578: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omschakeling melkrundveehouderij, grondgebonden geitenhouderij, m.e.r.-beoordeling, MER, voorzorgbeginsel, gezondheid, stikstof, aanhaakplicht, Wnb, Natura 2000-gebied, geurhinder, Wgv, afstandseisen, NNN-gebied, externe werking
* Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2577: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omschakeling melkrundveehouderij, grondgebonden geitenhouderij, belanghebbendheid, Wnb, Natura 2000-gebied m.e.r.-beoordeling, MER, voorzorgbeginsel, gezondheid, stikstof, ammoniakemissie, stalsysteem, aanhaakverplichting, begrip grondgebondenheid, bpl, gefaseerde besluitvorming, borging verwerving hectares, planregel stikstofdepositie, PAS-uitspraak, motiveringsgebrek, aanvullende voorschriften, luchtwasser, Rav, Wav, geurhinder, Wgv, afstandseisen
* Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2576: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omschakeling melkrundveehouderij, grondgebonden geitenhouderij, belanghebbendheid, relativiteitsvereiste, Wnb, Natura 2000-gebied m.e.r.-beoordeling, MER, voorzorgbeginsel, gezondheid, voorbereidingsbesluit, gefaseerde besluitvorming, aanhoudingsplicht, begrip grondgebondenheid, bpl, gefaseerde besluitvorming, borging verwerving hectares, stalsysteem, stikstofdepositie, PAS-uitspraak, motiveringsgebrek, aanvullende voorschriften, luchtwasser, Rav, Wav, geurhinder, Wgv, afstandseisen, geluid, afstandseisen, fijnstof.
* Rechtbank Noord-Holland 26 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7114: Awb; handhaving, overtreding bouwtechnisch voorschrift, vloer museum, draagkracht, bevoegdheid, overtreder, museum, herroeping besluit
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3989: Awb, Wabo; vovo, handhaving, oude zandwinput, verhuur visvijver, vraag om zienswijze, oude recht ipv Ow, IwOw, gebrekkige grondslag, herroeping besluit
* Rechtbank Overijssel 26 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4163: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, woningen, legeskosten, procesbelang,
¶ Rechtbank Overijssel 26 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4186: Awb, Wabo; vovo, handhaving, realiseren opvanglocatie asielzoekers, afwijzing verzoek, eftal, legalisatie, spuitzone, adviesrecht raad, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Nederland 25 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2560: BW; kg, exploitatie supermarkt, selectieprocedure, Didam-arrest, Europese aanbesteding, gelijkheidsbeginsel, Grossmann-jurisprudentie
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3971: BW; aardbevingsschade, bewijsvermoeden, onderzoeksmethoden, causaal verband, wijze van bouwen, spatkrachten, zettingen, temperatuurverschillen
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3889: BW; overheidsaansprakelijkheid, uitbreiding jachthaven, wijziging bpl, anterieure overeenkomst, vertraging besluitvorming, verkeerde verbeelding, causaal verband, kansschade, condicio sine qua non, hypothetische situatie, doorlooptijd procedure, termijnen, bouwtijd, geen toezegging
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2495: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, dakopbouw, belemmering zonnepanelen, rendementsverlies, kenbare belangenafweging, bezonningsdiagram, schaduwpercentage, toegestane planologische mogelijkheden, prioriteit woonfunctie, planschade
* Rechtbank Oost-Brabant 24 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3585: Awb; vovo, handhaving, recreatiepark, huisvesting arbeidsmigranten, overtreding, te korte begunstigingstermijn, ontruimingsplanning, motiveringsgebreken
# Rechtbank Noord-Holland 23 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7078: Awb; handhaving, brandwerendheid, gevel, geluidsisolatie, thermische isolatie, afwijzing verzoek, Bouwbesluit 2012, prestatie-eisen, overtredingen, motiveringsgebrek
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3932: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen opjaagstation drinkwater, natuur, strijd met bpl, vvgb, maatschappelijk belang, stikstof, Aeriusberekening, geluidsoverlast, laagfrequent geluid, trillingen, ventilator, Activiteitenbesluit, akoestisch onderzoek, privacy, alternatieve locaties
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3932: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen/aanleg uitrit, 80 bedrijfsunits, conform bpl, parkeernormen,
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3907: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw 9 woningen, buurtdialoog, goede ruimtelijke ordening, archeologisch onderzoek, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3881: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plaatsen schutting, strijd met bpl, hoogte, peil, meetmethode, Bor, motiveringsgebrek
* Rechtbank Gelderland 23 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4795: Awb; handhaving, wonen in mantelzorgunit, maximumaantal bewoners, overtreding, Bor, art. 8 en 14 EVRM, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel
* Rechtbank Gelderland 23 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4779: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwing pand, kamergewijze bewoning, privaatrechtelijke belemmering, handhaafbaarheid, beleidsregels, woon- en leefklimaat, gebruik tuin, geluidhinder, fietsenstalling, Bouwbesluit, brandveiligheid
¶ Rechtbank Den Haag 20 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10884: Awb; vovo, handhaving, herstel gebreken, rijksmonument, overtreding Bal, instandhoudingsplicht, begunstigingstermijnen, herstelmaatregelen
* Rechtbank Noord-Nederland 20 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2539: Awb; handhaving, gebruik strook grond, verharding, strijd met bpl, overgangsrecht, geen strijd APV, rechtzekerheidsbeginsel, duidelijke last, onduidelijke begunstigingstermijn
* Rechtbank Noord-Nederland 20 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2536: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, overlast houtkachels, Bouwbesluit, relativiteitsvereiste, gebrekkig onderzoek, relevantie buurtonderzoek
* Rechtbank Noord-Nederland 20 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2540: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, 2 woningen in bedrijfspand, strijd bpl, omvang berging, erfgrens, onvoldoende onderzoek, motiveringsgebrek
* Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:695: BW, Rv; vordering derde tot voeging in cassatie, klimaatzaak Milieudefensie c.s./Shell, bescherming belangen, ontvankelijkheidseisen, nadelige gevolgen uitkomst procedure
* Rechtbank Limburg 19 juni 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:5831: Awb, Msw; overschrijding gebruiksruimte, dierlijke meststoffen, gebruiksnorm, pachtovereenkomst, natuurterrein, gebruiksbeperkingen, natuurwaarden, berekening aantal hectaren, berekening boete, boetebeleid, redelijke termijn
¶ Rechtbank Rotterdam 19 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7723: Awb, Ow; vovo, bopa, dakopbouw, huisartsenpraktijk, stedenbouwkundige beoordeling, bouwhoogte, watertoets, geluidhinder, verkeer, eftal, Bkl
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3788: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, realisering bedrijfswoning, criteria bpl, agrarisch bedrijf, noodzaak
* Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6453: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, woongebouw, commerciële ruimtes, parkeernormen, parkeertoets, parkeerdruk
* Rechtbank Midden-Nederland 17 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2886: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding kantoorpand, bestuurlijke lus, herstelbesluit, einduitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 16 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2874: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, Natura 2000-deelgebied, beheersmaatregel, onderhoudspaden, geen natuurvergunning, dimensionering paden, noodzaak, instandhoudingsdoelen
* Rechtbank Den Haag 13 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10818: Awb, Wabo, Wm; handhaving, kampvuren, scoutingverenigingen, geurhinder houtrooklucht, Activiteitenbesluit, Handreiking min. IenW, begrip afvalstoffen, haardblokken, LAP3, verantwoorde benutting, FSC-keurmerk, voldoende hoogwaardig gebruik, vergelijking met andere vuren, gezondheid, onderzoek, toetsingskader handhaving
* Rechtbank Oost-Brabant 12 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3326: Awb, Waterwet; afwijzing verzoek schadevergoeding, projectplan, verlegging B-watergang, waterpeil, akker- en tuinbouwbedrijf, groei biezen, omzetderving, hydrologisch rapport, afvoercapaciteit, causaal verband
* Rechtbank Den Haag 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10024: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, appartementencomplex, schaduwhinder, Haagse bezonningsnorm, bouwmogelijkheden bpl, bouwhoogte, windhinder, woon- en leefklimaat
* Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2840: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw woningen, vvgb, omgevingsverordening, geen verstedelijking, belemmering bedrijfsvoering, geurhinder, bestaande woningen, behoefte
* Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2866: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, carport, kappen bomen, grens achtererfgebied, vergunningvrij, oriëntatie gevel, voorkant, openbaar toegankelijk gebied, begrip voorgevelrooilijn
* Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2839: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, woningen, ruimtelijke onderbouwing, locatie, breedtemaat, vormgeving, alternatieven, afstand tot weg, uitrit, verkeersveiligheid
* Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2838: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, houtskeletwoning, goede ruimtelijke ordening, bouwhoogte, afstand tot weg, privacy
* Rechtbank Rotterdam 5 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7645: BW; kg, aanwezigheid tuinhuis/fietsenschuur in tuin, naleving vaststellingsovereenkomst, handhavingsprocedure, procedeerverbod, procesbevoegdheid, gebondenheid overeenkomst, redelijkheid en billijkheid
* Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 4 juni 2025, ECLI:NL:OGEAA:2025:183: Lar; handhaving, realisering hotelcomplex, afwijken verleende bouwvergunningen, omvang geschil, Bouw- en woningverordening, bouwhoogte
* Rechtbank Den Haag 30 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11113: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, veranderen sportaccommodatie, aanleg padelbanen, verlichtingsmasten, geluid- en lichthinder, bpl, Bor, aanhaakplicht, conceptaanvraag Wnb
* Rechtbank Amsterdam 28 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3646: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, afwijken bpl, gebruik als supermarkt, begrip bedrijventerrein, gemeentelijk en provinciaal beleid, redelijke termijn
* Rechtbank Midden-Nederland 26 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2686: Awb; vovo, handhaving, omzetten onzelfstandige woonruimte, gebruik woning als hotel, internationale buschauffeurs, strijd met bpl, huisvestingsverordening, overtreding
* Rechtbank Oost-Brabant 26 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2952: Awb, WVW 1994; vovo, wegversmalling, plaatsen verkeersborden, vergroten verkeersveiligheid, fysieke maatregel, geen besluit
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 mei 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3882: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, aanbouw woning, bevoegdheid, overtreding, begrip peil, bouwhoogte, Bkl, wateroverlast, schaduwhinder
* Rechtbank Noord-Nederland 14 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2581: Awb; handhaving, bouwen zonder vergunning, erfafscheiding, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Noord-Nederland 14 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2580: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen supermarkt, welstand, conform bpl, bouwmogelijkheden
* Rechtbank Oost-Brabant 9 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2692: Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnormen, fosfaat en stikstof, BEX-berekening, bewijslast, vrij bewijsleer, alternatieve berekening
* Rechtbank Noord-Nederland 7 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2575 en Rechtbank Noord-Nederland 7 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2574: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, gebruiksvoorschriften, detailhandel, voorwaarden, Dienstenrichtlijn, volumineus aanbod, noodzakelijkheid, evenredigheid, onderbouwing beperkingen, kleinschalig assortiment, motiveringsgebrek
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 25 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:819: BW; onrechtmatig besluit, overheidsaansprakelijkheid, ijzergieterij, dwangsom, reductieprogramma, verzoek extra tijd, onjuiste uitleg Oplosmiddelenbesluit, causaal verband, peildatum, hypothetisch situatie, beslissingsmoment
* Rechtbank Midden-Nederland 13 februari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2912: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, zeugenhouderij, wijzigen inrichting, geplande woningbouw, ontwikkelaars, belanghebbendheid, stikstof, natuur, strijd bpl, geur, relativiteitsvereiste
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2977: Awb, Wnb; beheermaatregelen, afschot ree, belanghebbendheid (Rb Noord-Nederland 21/764)
3.2. Voor de vraag of de vereniging belanghebbende is, als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of zij krachtens haar statutaire doelstelling en blijkens haar feitelijke werkzaamheden een algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt, dat rechtstreeks bij het besluit van 17 december 2019 is betrokken. (Vergelijk de uitspraken van 15 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV5108 en ECLI:NL:RVS:2012:BV5109.)
Naar het oordeel van de Afdeling is dat niet het geval.
Het doel van de vereniging is volgens artikel 2.1. van de statuten: “het behartigen van de belangen van de melkveehouders, met name door het scheppen van gunstige voorwaarden voor:
– redelijke inkomens voor melkveehouders;
– sociaal aanvaardbare werkomstandigheden in de melkveehouderij;
– duurzame productiemethoden die voor melkveehouders en consumenten aanvaardbaar zijn.”
Dit doel betreft het sociaal-economisch belang van de melkveehouders in het algemeen. Het besluit van 17 december 2019 strekt tot het uitvoeren van beheermaatregelen, waaronder afschot van reeën ten behoeve van de openbare veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid, en ter voorkoming en bestrijding van onnodig dierenleed. De vereniging heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit besluit negatieve gevolgen heeft voor haar leden en evenmin dat haar collectieve belang door dit besluit rechtstreeks wordt geraakt. Dat de vereniging als gesprekspartner van de provincie dan wel via de Faunabeheereenheid Fryslân invloed tracht uit te oefenen op de besluitvorming van de provincie over faunabeheer, maakt niet dat sprake is van rechtstreekse betrokkenheid bij het besluit, gelet ook op het feit dat dit besluit niet is genomen met het oog op het voorkomen van schade aan gewassen of vee.
De conclusie is dat de vereniging geen belanghebbende is, als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb.
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003: Awb, Wro, Chw; bpl, parapluplan, herontwikkeling, voormalig schoolgebouw, appartementencomplex, publicatie, elektronisch vastgestelde versie, kennelijke vergissingen, m.e.r.-beoordelingsbesluit, bouwhoogte, woon- en leefklimaat, bezonning, TNO-norm, windhinder, geluid, cultuurhistorische aspecten, verkeer, parkeeroverlast, parkeernorm bezoekers, maximale invulling, mobiliteitsplan, deelauto’s, mobiliteitscorrectie, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, omgevingsplan, Bruidsschat, eftal, Bkl, overgangsrecht, invoeringsbesluit Ow, fietsparkeerbehoefte, natuurtoets, bestuurlijke lus, tussenuitspraak
17.3. De raad is verder bij de berekening van de parkeerbehoefte van de voorziene appartementen uitgegaan van de hiervoor onder 17.1 beschreven invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Hoewel niet in geschil is dat artikel 3.4.1 van de planregels niet aan deze invulling van de maximale planologische mogelijkheden in de weg staat, stelt [appellant] terecht dat niet is uitgesloten dat de voorziene appartementen overwegend worden gerealiseerd als en/of later allemaal in gebruik worden genomen als niet-sociale huurwoningen. Gelet hierop stelt [appellant] terecht dat voor die woningen op grond van het gemeentelijke parkeerbeleid, waarvan de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan is uitgegaan, een hogere parkeernorm geldt. In zoverre is de raad ten onrechte niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden waarbij, op 15% na, alle appartementen worden gerealiseerd als en/of na verloop van tien jaar alle appartementen op den duur in gebruik worden genomen als niet-sociale huurwoning. Aldus heeft de raad het plan onzorgvuldig voorbereid en in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb vastgesteld.
19.1. Allereerst geldt dat het college bij een aanvraag om toepassing te geven aan de bevoegdheid als bedoeld in artikel 9.1, onder e, van de planregels beleidsruimte heeft om te beslissen of het gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Dat betekent dat het college de keuze heeft om zijn bevoegdheid tot afwijking van het bestemmingsplan al dan niet te gebruiken. Dat is vanwege artikel 22.281 van het Omgevingsplan gemeente Breda (de zogenoemde Bruidsschat) per 1 januari 2024 niet anders geworden. De rechter toetst of het college bij een afweging van de betrokken belangen redelijkerwijs tot zijn besluit heeft kunnen komen. Het college moet de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beleidsruimte goed motiveren.
19.2. Daarnaast mag het college slechts toepassing geven aan die binnenplanse afwijkingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 9.1, onder e, van de planregels indien de aangevraagde afwijking in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Zoals volgt uit het bepaalde in de aanhef van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2985, en van 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:450, kan de omgevingsvergunning bij toepassing van een binnenplanse afwijkingsregeling als artikel 9.1, onder e, van de planregels alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook dit is met de invoering van artikel 22.281 van het Omgevingsplan gemeente Breda (de Bruidsschat) per 1 januari 2024 naar het oordeel van de Afdeling niet gewijzigd, met dien verstande dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Met de invoering van artikel 22.281 van de Bruidsschat heeft de wetgever willen ondervangen dat vanwege artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2024 geen mogelijkheid meer bestaat om de omgevingsvergunning voor een activiteit die voldoet aan de binnenplanse beoordelingsregels uit het tijdelijk deel van een omgevingsplan, op andere gronden te kunnen weigeren. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, nr. 400, blz. 936) volgt dat de wetgever met de invoering van deze overgangsrechtelijke regeling een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel heeft willen borgen. En zoals hiervoor reeds uiteengezet, geldt onder het oude recht als eis dat zich geen strijd met een goede ruimtelijke ordening mag voordoen. Per 1 januari 2024 geldt als eis dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2969: Awb, Wnb; natuurvergunning, Natura 2000-gebied, stikstofdepositie, intrekking, ambtshalve bevoegdheid, habitatrichtlijn, uitleg Wnb, MvT, Logtsebaan-uitspraak, passende maatregelen, GOL-uitspraak, ViA15-uitspraak, invulling art. 5.4 tweede lid Wnb, (Rb OostBrabant 22/230)
6. Anders dan het college leest de Afdeling noch in de Wnb noch in de memorie van toelichting bij de Wnb dat een intrekking van een natuurvergunning op grond van artikel 5.4, tweede lid, alleen ambtshalve is toegestaan en niet op aanvraag van een derde (zie ook overweging 2.2 van de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2011,ECLI:NL:RVS:2011:BR3244).
6.1. De Afdeling stelt voorop dat zij niet in de tekst van de Wnb leest dat een intrekking alleen in de rede ligt, wanneer sprake is van één veroorzaker van de dreigende verslechtering. De Afdeling acht de tekst van de Wnb voldoende duidelijk en acht het daarom op zich niet noodzakelijk om in te gaan op de memorie van toelichting voor de uitleg van de Wnb. Maar omdat het betoog van het college betrekking heeft op die memorie van toelichting, zal de Afdeling hieronder daarop desondanks ingaan.
De pagina’s 107 en 256-257 van de memorie van toelichting gaan over de aanschrijvingsbevoegdheid in artikel 2.4, en expliciet niet over de gevallen waarvoor een natuurvergunning is verleend voor de activiteiten. Zoals staat op pagina 257, gaat artikel 5.4 van de Wnb over dat soort gevallen. Voor zover het college heeft willen betogen dat wat op pagina 107 staat over het stellen van algemene regels op grond van artikel 2.4, derde lid, van de Wnb, ook relevant is voor toepassing van artikel 5.4 van de Wnb, volgt de Afdeling dit niet. Op pagina 107 staat dat bij toepassing van de aanschrijvingsbevoegdheid moet worden bezien of een specifieke dan wel generieke aanpak het meest doelmatig is. Wanneer de achteruitgang van een gebied duidelijk is toe te schrijven aan de activiteiten van één gebruiker, ligt het voor de hand die activiteit te doen staken of aan te passen door inzet van een individuele aanschrijving. Wanneer een bepaalde categorie van activiteiten op gelijke wijze belastend is voor de natuurwaarden, ligt een generieke werkwijze met algemene regels meer in de rede in het kader van de rechtsgelijkheid. Deze passage op pagina 107 gaat specifiek in op het verschil in het toepassen van artikel 2.4, eerste lid, van de Wnb dan wel het derde lid en is niet vergelijkbaar met het gebruik maken van de intrekkingsbevoegdheid voor gevallen waarin een toestemming is verleend voor de activiteit.
Op pagina 256 waarop de aanschrijvingsbevoegdheid wordt besproken, wordt gesproken over een individueel besluit of algemene regels. Een individueel besluit is goed inzetbaar voor situaties waarin onmiddellijk moet worden ingegrepen om schade voor de te beschermen natuurwaarden te voorkomen, terwijl algemene verbindende voorschriften goed inzetbaar zijn voor categorieën van gevallen. Maar dit betekent niet dat deze uiteenzetting ook betrekking heeft op de intrekking van een individuele natuurvergunning. Deze houdt niet in dat een besluit over het intrekken van een individuele natuurvergunning niet mogelijk of wenselijk is wanneer sprake is van stikstofoverbelasting, veroorzaakt door meerdere activiteiten. Het intrekken van een natuurvergunning kan namelijk onderdeel uitmaken van een pakket aan passende maatregelen die er samen voor zorgen dat een verslechtering wordt voorkomen. Het college kan bij deze afweging ook de mogelijkheid betrekken om andere natuurvergunningen bij wijze van passende maatregel in te trekken, zodat bij een besluit tot intrekking van een natuurvergunning niet doorslaggevend is of dat op verzoek of ambtshalve is gedaan.
6.2. Voor zover het college betoogt dat ook het Hof niet verplicht tot het intrekken van natuurvergunningen, overweegt de Afdeling dat het college dit terecht aangeeft. De nationale wetgever heeft namelijk een beoordelingsmarge bij het implementeren van zijn verplichtingen op grond van artikel 6, tweede lid, van de Hrl. Zoals is aangegeven door het Hof onder punten 133-135 in zijn arrest van 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882 (het PAS-arrest), is met de intrekkingsbevoegdheid in artikel 5.4 van de Wnb en de aanschrijvingsbevoegdheid in artikel 2.4 van de Wnb voldoende invulling gegeven aan artikel 6, tweede lid, van de Wnb. Het enkele feit dat het Hof niet verplicht tot intrekking neemt niet weg dat de nationale wetgever heeft besloten om ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Hrl een intrekkingsbevoegdheid in artikel 5.4 van de Wnb op te nemen.
6.3. Gelet op het bovenstaande ziet de Afdeling in wat het college heeft betoogd, geen grond om te oordelen dat de intrekkingsbevoegdheid uit artikel 5.4 van de Wnb alleen een ambtshalve uit te oefenen bevoegdheid is en niet door een derde verzocht kan worden om van die intrekkingsbevoegheid gebruik te maken. Ook ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat intrekking van een individuele natuurvergunning alleen mogelijk is wanneer alleen de vergunde activiteit de oorzaak is van de dreigende verslechtering of significante verstoring. De uitleg van het wettelijk kader, zoals is uiteengezet in de Logtsebaan-uitspraak, behoeft geen aanpassing.
10.7. Het bovenstaande betekent dat het college niet alleen de te treffen maatregelen in beeld moet brengen, maar ook moet onderbouwen welke daling van stikstofdepositie naar het oordeel van het college noodzakelijk is, en binnen welke termijn deze daling van stikstofdepositie kan worden gerealiseerd. Aangezien deze onderbouwing per Natura 2000-gebied moet worden gegeven, hoeft het college daarbij niet noodzakelijkerwijs aan te sluiten bij de generieke omgevingswaarden die in art. 1.12a van de Wnb zijn opgenomen en het bijbehorende tijdpad, maar kan het college voor het betreffende Natura 2000-gebied een gebiedsspecifieke onderbouwing hanteren. Het college zal vervolgens moeten motiveren waarom de daling van stikstofdepositie door de voorgestelde maatregelen voldoende is om verslechtering tegen te gaan. Daarbij kan helpend zijn dat het college inzichtelijk maakt wat de kenmerken zijn van het gebied en wat op basis daarvan nodig en mogelijk is voor het betreffende Natura 2000-gebied om invulling te geven aan art. 6, tweede lid, van de Hrl. De passende maatregelen moeten vervolgens zijn gericht op het tegengaan van de (dreigende) verslechtering.
11.1. Gelet op het bovenstaande, in samenhang gelezen met wat uiteengezet is onder 9-10.6, volgt de Afdeling niet het betoog van het college, dat ter invulling van de beoordelingsruimte die het college heeft bij de te treffen passende maatregelen, kan worden gekeken naar de GOL-uitspraak en Via15-uitspraak.
Artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb ziet op de vraag of de intrekking nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Hrl. Anders dan door het college is betoogd, gaan de GOL-uitspraak en de Via15-uitspraak niet over de vraag of een maatregel nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Hrl, maar over de vraag of een maatregel nodig is ter uitvoering artikel 6, eerste lid, van de Hrl. Voor de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de motiveringsplicht dat de intrekking niet nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Hrl, moet aangesloten worden bij de Logtsebaan-uitspraak. Dit betekent dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college moet motiveren welke keuzes zijn gemaakt bij de invulling van de beoordelingsruimte door inzichtelijk te maken met welke maatregelen uitvoering wordt of zal worden gegeven aan de noodzakelijke daling van de stikstofdepositie binnen afzienbare termijn (zie ook overwegingen 21-21.3 van de uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (hierna: de 18 december-uitspraak) en de overwegingen 81.4 en 81.5 van de uitspraak van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971).
21. Gelet op wat is overwogen in 20.4-20.6, heeft het college onvoldoende onderbouwd waarom het verzoek tot gedeeltelijke intrekking is afgewezen. Dit is zo, omdat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt welke andere passende maatregelen binnen afzienbare termijn zullen worden getroffen om te komen tot de noodzakelijke daling van stikstofdepositie op de (zwaar overbelaste) natuurwaarden in Kempenland-West, op welke natuurwaarden de realisatie en het gebruik van stal 3 gevolgen zal hebben. Het beroep van BMF is gegrond. Het besluit van 8 november 2023 moet worden vernietigd.
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2973: Awb, Wnb; natuurvergunning, Natura 2000-gebied, stikstofdepositie, verzoek tot intrekking, uitleg Wnb, Logtsebaan-uitspraak, passende maatregelen, invulling art. 5.4 tweede lid Wnb, uitvoerbaarheid project, juistheid gegevens, herstelbesluit, aanvullend onderzoek, betrokken natuurwaarden, andere passende maatregelen (Rb Gelderland 20/4702)
7.1. In dit geval ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan haar bevoegdheid tot het in stand laten van de rechtsgevolgen. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de verwijzing naar de Wsn en de daarop gebaseerde Contourennota over het Psn en de Uitvoeringsagenda GMS onvoldoende is om inzichtelijk te maken dat binnen afzienbare termijn de noodzakelijke daling van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Rijntakken zal worden bewerkstelligd. Hiertoe overweegt de Afdeling dat in geen van de bovengenoemde stukken wordt aangegeven welk effect de maatregelen hebben op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Er wordt in de Psn alleen maar een prognose gegeven van een verwacht generiek effect in 2030. Dat de rechtbank Gelderland in de uitspraak van 22 oktober 2021 en in de uitspraak van 8 december 2021, in twee andere zaken, tot het oordeel is gekomen dat deze verwijzingen wel voldoende waren, doet hier niet aan af. Het is namelijk aan de rechtbank om elke zaak op zijn eigen merites te beoordelen, daarmee rekening houdend met de omstandigheden van het geval en de aangevoerde beroepsgronden.
* ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2958: Awb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, sbz, ecologische onderbouwing, habitattypenkaarten, veldonderzoeken, knelpunten- en kansenanalyse, correctie, gevolgen beheerplannen, toevoeging habitattypen, belangenafweging, bepalen instandhoudingsdoelstellingen, agrarische belangen, beschikbaarheid informatie, terugwerkende kracht (Rb Gelderland 23/183, 23/208, 23/414, 23/472, 23/7135)
6.2. Over de vraag of economische, sociale en culturele belangen een rol kunnen spelen bij de toevoeging van habitattypen, overweegt de Afdeling als volgt. Zoals hiervoor is overwogen onder 3.3 en 3.4, was de minister verplicht om alle in bijlagen I en II van de Habitatrichtlijn genoemde habitattypen en -soorten die ten tijde van de aanwijzing in meer dan verwaarloosbare mate voorkwamen in de Habitatrichtlijngebieden in de aanwijzingsbesluiten op te nemen en daarvoor instandhoudingsdoelstellingen te formuleren. Met het wijzigingsbesluit heeft de minister nader uitvoering gegeven aan die verplichting, door onvolledigheden en eerder gemaakte fouten ten aanzien van de – al aangewezen – Habitatrichtlijngebieden te herstellen. Gelet op die verplichting is er geen ruimte om rekening te houden met economische, sociale of culturele belangen. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
8.1. Uit het wijzigingsbesluit volgt dat de peildatum voor de instandhoudingsdoelstellingen niet de datum van het nemen van het wijzigingsbesluit is, maar van het aanwijzingsbesluit van het betreffende Habitatrichtlijngebied. Dit betekent bijvoorbeeld dat de kwaliteit en omvang van een habitattype waarvoor een behoudsdoelstelling is geformuleerd, gelijk moet blijven aan de kwaliteit en omvang van dat habitattype ten tijde van de aanwijzing van het gebied. Met het wijzigingsbesluit zijn dus instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor habitattypen en -soorten, waarvoor jarenlang – ten onrechte – geen doelstellingen hebben gegolden. Het is daarom voorstelbaar dat de instandhoudingsdoelstelling van een met het wijzigingsbesluit toegevoegd habitattype lastiger te behalen is dan wanneer dat habitattype jaren geleden al was opgenomen in het aanwijzingsbesluit. Dit leidt naar het oordeel van de Afdeling echter niet tot de conclusie dat de minister het wijzigingsbesluit niet heeft kunnen nemen. Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 3.3 en 3.4, was de minister verplicht om de onvolledigheden en fouten in de eerder genomen aanwijzingsbesluiten te herstellen. De staatssecretaris heeft bovendien toegelicht dat voor de meeste met het wijzigingsbesluit toegevoegde habitattypen en -soorten is gekozen voor de minst ingrijpende instandhoudingsdoelstelling, namelijk die van behoud van de omvang en kwaliteit van het habitattype.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3924: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunningen, geluidschermen, 2 padelbanen, belanghebbendheid, geluidsoverlast, bestemming sport, voorzieningen, evenredigheidsbeginsel, woon- en leefklimaat, geluidsnormen
4. [derde-partij] heeft in haar zienswijze naar voren gebracht dat verzoeker niet als belanghebbende beschouwd dient te worden. Volgens [derde-partij] heeft verzoeker vanaf zijn perceel geen zicht heeft op de geluidsschermen en de padelbanen en zijn de vergunningen enkel voor de bouw hiervan verleend. Het college heeft ter zitting aangegeven dit standpunt van [derde-partij] over te nemen.
4.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ziet het primaire besluit II op de technische bouwactiviteit en op de omgevingsplanactiviteit bouwen. Op grond van de aanhef van artikel 22.29, eerste lid, van het omgevingsplan heeft een verleende omgevingsvergunning niet alleen betrekking op de bouw, maar ook op het gebruik conform de bestemming. Aan de ingebruikname is inherent dat aan alle voorwaarden uit het omgevingsplan wordt voldaan, waaronder de geluidsvoorschriften. Verzoeker komt in het bijzonder op tegen de gevreesde geluidsoverlast. Daarom is verzoeker belanghebbende en zal de voorzieningenrechter de verzoeken en de beroepszaken inhoudelijk beoordelen.
6.4 (…) De voorzieningenrechter ziet niet in waarom geluidsschermen niet als bij de bestemming ‘Sport’ behorende voorzieningen gekwalificeerd kunnen worden. Bij een dergelijke voorziening gaat het om de facilitering van de activiteit van de bestemming. Daar voldoen de geluidsschermen aan. Dat betekent dus dat een letterlijke uitleg van de bestemmingsomschrijving ‘Sport’ in beide bestemmingsplannen mogelijk is en dat het college de geluidsschermen terecht onder deze bestemmingsomschrijving heeft vergund. Voor wat betreft de beroepsgrond dat de geluidsschermen niet adequaat zijn om overtreding van de geluidsnormen te voorkomen, overweegt de voorzieningenrechter dat deze grond niet tot weigering van de omgevingsvergunning kan leiden. Het gebruik van geluidsschermen is namelijk geen activiteit die geluid produceert en kan dus ook niet dienen als weigeringsgrond. Het beroep tegen de vergunde geluidsschermen slaagt niet.
* Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2577: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omschakeling melkrundveehouderij, grondgebonden geitenhouderij, belanghebbendheid, Wnb, Natura 2000-gebied m.e.r.-beoordeling, MER, voorzorgbeginsel, gezondheid, stikstof, ammoniakemissie, stalsysteem, aanhaakverplichting, begrip grondgebondenheid, bpl, gefaseerde besluitvorming, borging verwerving hectares, planregel stikstofdepositie, PAS-uitspraak, motiveringsgebrek, aanvullende voorschriften, luchtwasser, Rav, Wav, geurhinder, Wgv, afstandseisen
11.7 Ten aanzien van de gevolgen van de geitenhouderij voor de natuur overweegt de rechtbank verder dat het college ten tijde van het nemen van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing zelf dient te beoordelen in hoeverre er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige effecten voor het milieu. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het college ten tijde van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing niet kan uitgaan van de natuurbeoordeling door het college van gedeputeerde staten (college van GS). Hieruit volgt dat het college, gelet op het peilmoment van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing, de beoordeling voor wat betreft de mogelijke belangrijke nadelige effecten voor het milieu niet kan afwentelen op een procedure over de natuurvergunning in de verwachting dat er op grond van de Wnb sprake is van een strenge toetsing. Met betrekking tot het onderdeel natuur stelt de rechtbank vast dat het college in de m.e.r.-beoordelingsbeslissing weinig aandacht heeft besteed aan het NNN-gebied It Easterskar. Verder stelt de rechtbank vast dat het college in de m.e.r.-beoordelingsbeslissing onvoldoende in kaart heeft gebracht welke belangrijke nadelige gevolgen het onderhavige project kan hebben voor wat betreft de beschermde soorten.
Hieruit volgt dat het m.e.r.-beoordelingsbesluit ontoereikend is gemotiveerd en daarom onrechtmatig was. Het beroep van de MOB, gericht op het m.e.r.-beoordelingsbesluit, is om die reden gegrond. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit komt om die reden voor vernietiging in aanmerking. Als gevolg daarvan komen ook de bestreden besluiten I en II voor vernietiging in aanmerking.
Gelet op de hierna volgende overwegingen ziet de rechtbank echter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit in stand blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college deze gebreken hersteld door de verwijzing naar een deskundigenrapport “Ecologische quickscan Hijlke Bangmaweg 3 te Rotserhaule” (ecologische quick scan) van 6 februari 2023, waaruit volgt dat gezien de voorgenomen ontwikkelingen binnen het projectgebied en de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het NNN uitgesloten zijn. Naar het oordeel van de rechtbank worden de bevindingen van de FUMO in het advies van 18 maart 2022, dat ten grondslag ligt aan het m.e.r.-beoordelingsbeslissing, door de ecologische quickscan bevestigd. In hetgeen de MOB in dit verband naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen concrete aanknopingspunten op grond waarvan getwijfeld zou moeten worden aan de zorgvuldigheid, begrijpelijkheid of conclusies van de ecologische quickscan zodat de rechtsgevolgen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit stand kunnen blijven en de bestreden besluiten I en II niet om die reden behoeven te worden vernietigd.
18.6 De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag wat het gevolg moet zijn van de twijfel die is gewekt over de werking van emissiearme stalsystemen voor de toepassing van de Wav en de Rav zelf. De rechtbank komt tot het oordeel dat de twijfel die is gewekt, niet tot het oordeel leidt dat het college niet van de emissiefactoren in de Rav mocht uitgaan voor de berekening van de ammoniakemissie bij de aangevraagde grondgebonden geitenhouderij. In het milieuspoor staan de emissiefactoren op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wav namelijk verplicht voorgeschreven voor de berekening van de ammoniakemissie van veehouderijen. Het niet toepassen of afwijken van de emissiefactoren, komt neer op het buiten toepassing stellen van een systeem dat op grond van een formele wet is voorgeschreven. Daarvoor ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding.
18.7. Dat de emissiefactoren uit de Rav in het milieurecht wel wettelijk waren voorgeschreven en in het natuurbeschermingsrecht niet en dat dit leidt tot twee verschillende toetsingskaders, vloeit enerzijds voort uit het doel van het natuurbeschermingsrecht, dat anders is dan het doel van het milieurecht. Anderzijds is het een keuze geweest van de (Europese) wetgever die de rechtbank dient te respecteren.
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3989: Awb, Wabo; vovo, handhaving, oude zandwinput, verhuur visvijver, vraag om zienswijze, oude recht ipv Ow, IwOw, gebrekkige grondslag, herroeping besluit
5. Het bestreden besluit is tot stand gekomen op basis van de Ow. Op 1 januari 2024 zijn de Ow en de Invoeringswet Omgevingswet (Iw Ow) in werking getreden. Als voor de inwerkingtreding van de Ow voor een ambtshalve te nemen besluit wordt gevraagd om een zienswijze zoals bedoeld in art. 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dan blijft het oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk wordt op grond van artikel 4.5 van de Iw Ow. Het college heeft in het voornemen van 23 maart 2023 verzocht om een zienswijze. Dit betekent dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing is en dus dat het college een onjuiste grondslag heeft toegepast zodat sprake is van een gebrekkig besluit. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.
¶ Rechtbank Overijssel 26 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4186: Awb, Wabo; vovo, handhaving, realiseren opvanglocatie asielzoekers, afwijzing verzoek, eftal, legalisatie, spuitzone, adviesrecht raad, belangenafweging
3.9 Verzoekers stellen terecht dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Die beoordeling eist echter niet dat andere potentiële locaties worden betrokken. Volgens vaste rechtspraak, die ook met inwerkingtreding van de Omgevingswet nog relevant is, worden de ruimtelijke implicaties beoordeeld van de locatie, waar de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking op heeft. Op grond van vaste rechtspraak geldt dat als een project op zichzelf door verweerder aanvaardbaar wordt geacht, het bestaan van alternatieve locaties alleen dan tot het onthouden van medewerking dwingt, als op voorhand duidelijk is dat door de verwezenlijking van één of meerdere alternatieve locaties een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Daarvan is niet gebleken. Evenmin is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zonder meer vereist dat aan ieder onderdeel van de ‘Visie en aanpak structurele opvang asielzoekers’ moet worden voldaan. Hetgeen verzoekers in dit kader hebben aangevoerd, leidt niet tot de conclusie dat evident geen omgevingsvergunning kan worden verleend.
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2495: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, dakopbouw, belemmering zonnepanelen, rendementsverlies, kenbare belangenafweging, bezonningsdiagram, schaduwpercentage, toegestane planologische mogelijkheden, prioriteit woonfunctie, planschade
5.7. Tegenover de belangen van vergunninghouder bij het vergroten van zijn woonruimte staan de belangen van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de door hem ervaren nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. Eisers belang ligt voornamelijk bij de gevolgen van de dakopbouw voor de opbrengst van zijn zonnepanelen. De rechtbank begrijpt dat eiser het verlies van bezonning vervelend vindt maar er bestaat geen recht op blijvend optimale bezonning van zonnepanelen. De belemmering is bovendien beperkt waardoor niet gezegd kan worden dat eiser onevenredig wordt aangetast in zijn woonmogelijkheden op het perceel.
Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser zijn stelling dat de verminderde opbrengst van de zonnepanelen leidt tot een lager energielabel en een nadeel bij verkoop van de woning onvoldoende heeft onderbouwd. Eiser heeft zijn stelling niet met bijvoorbeeld een energielabel of taxatie gestaafd. Bovendien bestaat voor het afhandelen van eventuele schade als gevolg van een verleende omgevingsvergunning een aparte procedure: de planschadeprocedure. De rechtbank verwacht niet dat er sprake is van een dusdanige waardevermindering dat het college bij de afweging van de belangen hiermee rekening had moeten houden.
¶ Rechtbank Rotterdam 19 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7723: Awb, Ow; vovo, bopa, dakopbouw, huisartsenpraktijk, stedenbouwkundige beoordeling, bouwhoogte, watertoets, geluidhinder, verkeer, eftal, Bkl
9.2. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verzoekers dat de gevolgen van de vestiging van een huisartensenpraktijk ter plaatse niet voldoende zijn onderzocht. Hij is daarnaast van oordeel dat het college met hetgeen in verweerschrift en ter zitting naar voren is gebracht nog altijd onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het aspect geluid. De voorzieningenrechter wijst allereerst op artikel 5.55, eerste lid, sub a, van het Bkl op grond waarvan de regels over geluid door activiteiten uit paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl van toepassing zijn op het toelaten van een activiteit, anders dan het wonen, die geluid kan veroorzaken op geluidsgevoelige gebouwen. Hierbij komt dat het college niet heeft onderkend dat bij de beoordeling of een goed woon- en leefklimaat (ter onderbouwing van het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) is gewaarborgd niet kan worden volstaan met een toets aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ook geluid waarop de grenswaarden geen betrekking hebben, zoals geluid van startende en draaiende motoren en scooters, het geluid van dichtslaande portieren en het stemgeluid van bezoekers, dient immers betrokken te worden bij de vraag of een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Hierbij is van belang dat het parkeerterrein van de huisartsenpraktijk grenst aan de aanliggende tuinen. Het college heeft om deze reden het aspect geluid onvoldoende onderzocht en meegewogen en zal de uitkomst van het nader te verrichten onderzoek mee dienen te wegen in het kader van de beoordeling of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in als bedoeld in artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl. De voorzieningenrechter ziet ook hierin aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en de verleende omgevingsvergunning te schorsen.
* Rechtbank Den Haag 13 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10818: Awb, Wabo, Wm; handhaving, kampvuren, scoutingverenigingen, geurhinder houtrooklucht, Activiteitenbesluit, Handreiking min. IenW, begrip afvalstoffen, haardblokken, LAP3, verantwoorde benutting, FSC-keurmerk, voldoende hoogwaardig gebruik, vergelijking met andere vuren, gezondheid, onderzoek, toetsingskader handhaving
6.7 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, op het standpunt mogen stellen dat de haardblokken niet zijn aan te merken als afvalstoffen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de haardblokken als product worden verkocht in bouwmarkten en welbewust met dit doel zijn geproduceerd. Voor de oorspronkelijke houders was het hout dus geen last waarvan zij zich hebben willen ontdoen, maar had het nog een nut. Zij konden het hout immers onder economisch gunstige omstandigheden verhandelen.
6.8. Voor zover eisers wijzen op de Handreiking overweegt de rechtbank dat verweerder deze Handreiking niet heeft betrokken in de beoordelingen die aan de bestreden besluiten ten grondslag liggen. Verweerder was daartoe ook niet gehouden, nu de Handreiking – zoals daarin ook nadrukkelijk is vermeld – geen juridisch bindende werking heeft. De daarin genoemde toetsingsgronden voor de beoordeling van de product- dan wel afvalstatus van een bepaald materiaal zijn bovendien slechts indicatief. Ze dienen niet als doorslaggevende voorwaarden, maar als richtsnoer voor de beoordeling of sprake is van een materiaal waaraan al dan niet de afvalstatus is verbonden. De beoordeling moet immers steeds per geval plaatsvinden aan de hand van alle feiten en omstandigheden van het individuele geval, conform de hiervoor weergegeven rechtspraak van het Hof.
6.9.2. Het gebruik is ook rechtmatig, omdat de haardblokken het FSC-keurmerk hebben, voldoen aan alle van toepassing zijnde wetgeving en commerciële productnormen en bij normaal stookgedrag bij de juiste meteorologische omstandigheden niet hoeven te leiden tot rook- of geurhinder.
6.9.3. Het gebruik van de haardblokken als brandstof voor kampvuren is ook voldoende hoogwaardig. In de Handreiking wordt weliswaar opgemerkt dat de verbranding van onbehandeld hout in de open lucht wordt beschouwd als een onwenselijke wijze van verwerken, maar uit sectorplan 8 van het LAP3 kan worden afgeleid dat het verbranden van haardblokken ten behoeve van een kampvuur voor een scoutingvereniging voldoet aan de minimumstandaard die voor de verwerking van toepassing zou zijn indien het hout wél als afvalstof zou zijn aan te merken. Daar is immers vermeld dat het incidenteel verbranden van groenafval in de open lucht is toegestaan voor zover dit past binnen het beschreven beleid in hoofdstuk A.8 en paragraaf B.11.5 van het LAP3. Daarin is vermeld dat er gevallen denkbaar zijn waarin verbranding van afvalstoffen (met name houtachtige stromen), om andere redenen dan doelmatige verwerking van afvalstoffen en luchtkwaliteit, bij uitzondering toch aanvaardbaar is. Gedacht kan worden aan evenementen als paasvuren, vreugdevuren en kerstboomverbranding. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het gebruik van de haardblokken door de scoutingverenigingen voldoet aan deze minimumstandaard (die als gezegd alleen zou gelden als de haardblokken wél een afvalstof zouden zijn). De scoutingverenigingen maken voor hun kampvuren immers uitsluitend gebruik van speciaal voor dit doel geproduceerd, schoon en droog haardhout. De omvang van de kampvuren is ook veel kleiner dan die van paasvuren en vreugdevuren. De verbranding van de haardblokken is dus niet minder hoogwaardig dan de (afval)verbranding die plaatsvindt tijdens paasvuren en vreugdevuren die op grond van het LAP3 incidenteel kunnen worden toegestaan.
* Rechtbank Oost-Brabant 26 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2952: Awb, WVW 1994; vovo, wegversmalling, plaatsen verkeersborden, vergroten verkeersveiligheid, fysieke maatregel, geen besluit
7.3 Gelet op deze wetsgeschiedenis van artikel 15, tweede lid, van de WVW heeft de wetgever een weloverwogen en expliciete keuze gemaakt om bestuursrechtelijke rechtsbescherming te bieden tegen een beperkt aantal – en met zoveel woorden in de wet genoemde – verkeersmaatregelen. Zoals de voorzieningenrechter hiervoor onder 6 heeft overwogen, is de wegversmalling aan de Allegrolaan niet zo’n maatregel. Verzoeker kan dus niet over de band van het verkeersbesluit waarbij is besloten tot plaatsing van verkeersborden, de wegversmalling bestuursrechtelijk aanvechten. Dat zou indruisen tegen de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om voor dit soort maatregelen géén bestuursrechtelijke rechtsbescherming open te stellen. Daarom kan verzoekers stelling dat sprake is van een kip-ei-situatie en het om die reden volgens hem niet uitmaakt dat zijn inhoudelijke bezwaren zich richten tegen de wegversmalling en niet tegen de verkeersborden zelf, niet worden gevolgd.
De wegversmalling is een feitelijke handeling zonder rechtsgevolg, zodat niet alleen geen sprake is van een verkeersbesluit, maar ook niet van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb waartegen bestuursrechtelijk kan worden opgekomen. De voorzieningenrechter begrijpt van verzoeker dat hij het pijnlijk vindt dat de gemeente zo’n in zijn ogen ingrijpende maatregel kan nemen zonder dat er een bestuursrechtelijke rechtsingang openstaat, maar dat kan er niet toe leiden dat hij – in weerwil van wat de wetgever heeft bepaald – bestuursrechtelijk kan procederen tegen de wegversmalling. Als verzoeker zijn (op de zitting naar voren gebrachte) stelling dat de gemeente een onrechtmatigde daad jegens hem pleegt door de wegversmalling aan te brengen, zal hij zich tot de civiele rechter moeten wenden.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 28 mei 2025 Natuurvergunning, intern salderen op basis van algemene regels voor bemesten mag niet in de voortoets plaatsvinden
Rb Zeeland-West-Brabant 12 juni 2025 Omgevingsvergunning, Omgevingswet, bevoegd gezag, burgemeester en wethouder hebben in redelijkheid kunnen beslissen dat geen sprake is van een provinciaal belang
ABRvS 11 juni 2025 Bestemmingsplan, planregel in strijd met het Bro en rechtszekerheid