Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3560: Awb, Wro; afwijzing verzoek wijziging bpl, supermarkt, tijdigheid besluit, procesbelang, geen eigendom in plangebied, niet-ontvankelijk
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3583: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouwstop, bouwen schuur zonder omgevingsvergunning, opslag materialen en werktuigen, onschuldpresumptie, herstelmaatregel, vergunningplichtigheid, bijbehorend bouwwerk, achtererfgebied, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn (Rb Overijssel 22/155)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3594: Awb, Wro; bpl, gewijzigde vaststelling, inzichtelijkheid stikstofberekening, kenbaarheid gegevens, sloopwerkzaamheden, verkeersbewegingen, maximale planologische mogelijkheden, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3549: Awb, Wabo; omgevingsvergunning oprichten premixenfabriek, afwijken bpl, afwijkingsmogelijkheden planregels, hoeveelheid grondstoffen dierlijke herkomst, juistheid berekening, Richtlijn Industriële Emissies (Rb Overijssel 22/2169)
# ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3598: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, herontwikkelen panden, binnenterrein, sloop, nieuwbouw, cafés, culturele club, 6 woningen, verklaring van geen bedenkingen, ondergrondse bebouwing, afzinkkelder, traditionele kelders met damwanden, risico op schade, grondwatereffecten, bezonning, uitzicht, privacy, fietsparkeren, stedenbouwkundige structuur (Rb Amsterdam 22/1244, 22/1251, 22/1261, 22/1282, 22/1319 en 22/1339)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3573: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, intern wijzigen gebouw, dakopbouw, dakterras, maximale bouwhoogte, strijdigheid bpl, vergunning van rechtswege, brief verlenging beslistermijn, niet aannemelijk juist verzonden (Rb Amsterdam 22/5219)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3588: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, binnenterrein als parkeervoorziening, nadere motivering, tuinen, onvolledige belangenafweging, gewekt vertrouwen, schade, gebrek niet hersteld, tussenuitspraak na tussenuitspraak (Rb Den Haag 21/5265 en 21/5281)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3574: Awb, Wabo; niet in behandeling nemen aanvraag omgevingsvergunning bouwen, verbouwen kantoorpand tot appartementen, opschorting beslistermijn, volgorde behandeling gronden, geen vergunning van rechtswege, aanvulling gegevens, ongebruikte hersteltermijnen, onvolledige aanvraag, vertrouwensbeginsel (Rb Amsterdam 23/24)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3528: Awb, Wro; vovo, bpl, 60 appartementen, verkeersveiligheid, rotonde, woondeal, 30-40-30-regeling, woningnood
* ABRvS 29 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3541: Awb, Wabo; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, gebruik wijkpark als fietscrossbaan, vovo hangende hoger beroep, verzoek te verstrekkend, opdracht strekt tot nieuwe beoordeling
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3596: Awb, Wbb; bodemsaneringsplan, PFAS, verzoek om handhaving plan, termijn niet verschoonbaar
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3545: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, relativiteitsvereiste, artikel 6 EVRM, verzoek om schadevergoeding, redelijke termijn (Rb Noord-Nederland 23/4355)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3576: Awb, Wro; bpl, 750 woningen, basisschool, aansluiting op provinciale weg, verkeer, ontsluiting, berekening verkeersgeneratie
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3584: Awb, Wro; planschade, woning, toepasselijke planologische regimes, situeringswaarde woning (Rb Limburg 21/2420)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3552: Awb, Wro; afwijzing tegemoetkoming planschade, herhaling van gronden, geluid, eigen meting, onduidelijkheden meting, steile helling (Rb Limburg 21/1135)
# ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3586: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling winkelcentrum, stadspark, geclusterde bebouwing detailhandel, 450 woningen, hotel, overige centrumvoorzieningen, herstelbesluit, geluid, wegverkeerslawaai, verandering aard stemgeluid, onevenredige hinder onaannemelijk, privacy, toename aantal bouwlagen, bebouwing op kortere afstand, overlast, hangjeugd, daklozen, drugsgebruikers, waardevermindering
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3590: Awb, Wro; bpl, 15-17 sociale huurwoningen, voorziene bouwmassa, cultuurhistorische waarden, Rijksbeschermd stadsgezicht, karakteristieke bebouwing, dijkprofiel, vergroting bouwvlak, verandering rooilijn, bouwhoogte, maximale hellingskap, inhoudelijke voorschriften dubbelbestemming
*ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3554: Awb, Wvw; verkeersbesluit, aanwijzing 2 parkeerplaatsen voor opladen auto’s, verkeersbelangen, representativiteit onderzoek, zorgvuldigheid, evenredigheid, locatiekeuze, verkeersbewegingen
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3556: Awb, Wvw; verkeersbesluit, aanwijzing 2 parkeerplaatsen voor opladen auto’s, verkeersbelangen, representativiteit onderzoek, zorgvuldigheid, evenredigheid, locatiekeuze, parkeerdruk
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3589: Awb, Wro; planschade, noodzakelijkheidsvereiste, deskundigeadvies, milieucategorie, concrete aanknopingspunten twijfel juistheid advies (Rb Oost-Brabant 23/1274)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3591: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 7 eengezinswoningen, bouwhoogte, bouwmassa, parkeerdruk, herhaling van gronden uit eerste aanleg, onderhandelingen alternatief bouwplan (Rb Midden-Nederland 23/2442 en 23/2438)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3558: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, aanbieden overnachtingsplekken, strijd met bpl, begrip cursuscentrum, duidelijkheid last, geen concreet zicht op legalisatie, verbeuren dwangsom (Rb Gelderland 22/1391)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3567: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning legalisering dakterras, kruimelgevallenbeleid, dorpse karakter, privacy, precedentwerking, volledige heroverweging (Rb Den Haag 22/5684)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3579: Awb, Wabo; handhaving, bestuurlijke boete, omzetten zelfstandige woonruimte in onzelfstandig zonder vergunning, functioneel daderschap, Drijfmest-arrest, natuurlijke personen, hoogte boete, boetetabel, evenredigheid (Rb Amsterdam 22/5069)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3581: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwen winkelruimte tot 2 appartementen, ventilatiemotor, visspeciaalzaak, geluiddemper, geen afwijking bpl, verlaging geluidproductie, privacy, geen evidente privaatrechtelijke belemmering (Rb Gelderland 21/5190)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3568: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, teeltondersteunende voorzieningen, kwekerij, asperges, strijdigheid met bpl, bedrijfsgebouw, verbeelding bepalend, overschrijding bouwvlak, geen vergunning van rechtswege (Rb Overijssel 22/1975)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3566: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, in gebruik nemen 3 parkeerplaatsen als terras, 10 jaar, horecagelegenheid, strijd met beheersverordening, buiten hoofdwinkelstructuur, financiële belangen (Rb Den Haag 21/6805)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3548: Awb, Wro; planschade, rijksinpassingsplan, hoogspanningsverbinding, WOZ-waarde, opdracht uit tussenuitspraak, zelf in zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Gelderland 21/3609)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3572: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, paviljoen, aanleggen uitweg, belanghebbendheid, parkeerplaatsen, bufferzone, provinciaal natuurbeleid, natuurwaarden, relativiteitsvereiste (Rb Noord-Holland 22/2161)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3587: Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijfsbebouwing, ontvankelijkheid, rekening houden met bouwplannen, strijdigheid met provinciale verordening, gemengd gebied, geluid, rechtsbescherming, zichtbaarheid toename
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3582: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning bouwen, 25 jaar, zonnepark, afwijken bpl, relativiteitsvereiste, belangenorganisatie, statutaire doelen, niet enige feitelijke werkzaamheden (Rb Gelderland 21/4078)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3593: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouw tuinkamer, fruitteeltbedrijf, last onder dwangsom, bouwstop, geen bijbehorend bouwwerk, niet vergunningvrij (Rb Gelderland 21/4952)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3569: Awb, Gmw; weigering ligplaatsvergunningen, aantal boten, strijd met bpl, gebied reparatieplan, gelijkheidsbeginsel (Rb Noord-Holland 20/986 en 20/4004)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3544: Awb, Wabo, Wro; handhaving, last onder dwangsom, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid termijn, verkeerde adressering, procesbelang, invorderingsbesluit niet naar overtreder (Rb Midden-Nederland 21/1139, 21/1524, 21/1140 en 21/1304)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3580: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen bouwwerken, geen omgevingsvergunning, aanbouw, overkapping, tuinhuis, port, hekwerk, aantal overtredingen, zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheid, geen concreet zicht op legalisatie, onduidelijkheid last, misbruik van bevoegdheid, uitvoerbaarheid last, coronapandemie, hoogte dwangsom (Rb Overijssel 21/1324 en 22/702)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3555: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, staking bouwwerkzaamheden, verbouwing supermarkt, niet vergunde bouwdelen, niet vergunningvrij, functioneel verbonden, hoogte dwangsommen, uitgangspunt gehele project, nieuw besluit op bezwaar, hoorplicht (Rb Zeeland-West-Brabant 20/8197, 20/9598 en 21/2705)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3559: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, slopen tankstation, verwijderen verharding, parkeerplaatsen, geen toestemming ontrekking aan openbaarheid, archeologische waarde (Rb Noord-Nederland 21/2521)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3571: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, aanpassen bedrijfsgebouw, afwijzing handhavingsverzoek, deels geen vergunningen, chalet, gebouw over erfgrens, privaatrechtelijk, strijdigheid met bpl, privaatrechtelijke belemmering (Rb Gelderland 22/4717 en 22/4708)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:399: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, overschrijding gebruiksnormen, akkerbouw- en veeteeltbedrijf, eindvoorraad mest, uitgaan van juistheid controleformulier, onvoldoende betrouwbare gegevens als tegenbewijs, redelijke termijn (Rb Noord-Nederland 22/1680)
* Rechtbank Limburg 25 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:7349: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, 2 levensloopbestendige woningen, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, dialoog, draagvlak, vooringenomenheid, strijdigheid met bpl, welstand, verklaring van geen bedenkingen, watertoets, uitvoerbaarheid, monumentenvergunning, historisch en cultureel erfgoed, stedenbouwkundige toets, verkeer, parkeren, soortenbescherming, uitweg, privaatrechtelijke belemmering, evenredigheid voorschriften
# Rechtbank Gelderland 25 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:6052: Awb, Wnb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, omgevingsvergunning, geitenhouderij, geuroverlast, stikstofdepositie, overgangsrecht Rendac-uitspraak, intern salderen, gebouwinvloed, referentiesituatie, ingekapseld emissiepunt, feitelijke werkzaamheden, aantal inrichtingen, technische uitvoerbare bedrijfsvoering, artikel 8 EVRM, m.e.r.-beoordeling, Bibob-onderzoek
¶ Rechtbank Limburg 25 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:7394: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, hondentrimsalon, ambacht, geen aan huis gebonden beroep, omgevingsplanactiviteit, vergunningplicht, evenredigheid handhaving, verhuizing, automatisch voldoen aan last, verlenging begunstigingstermijn
* Rechtbank Noord-Nederland 25 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3096: Awb, Wabo; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, hekwerken, tegelpad, spoedeisend belang, grote financiële gevolgen, vooringenomenheid, geen openbare weg, Wegenwet, beperkt afgebakend gebruik voetpad, strijd met bpl, evenredigheid, vertrouwensbeginsel, concrete belangen van derden, cumulatie herstelsancties
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 25 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2097: Sr, Wm, Wav; niet direct afvoeren van mest, kippenmest, uitleg ‘direct, emissiewaarden, Nitraatrichtlijn, strekking van de wet, bescherming kwetsbare natuur, geen opzet
* Rechtbank Noord-Nederland 25 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3094: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, lasten onder dwangsom, hekwerken, tegelpad, spoedeisend belang, grote financiële gevolgen, vooringenomenheid, geen openbare weg, Wegenwet, beperkt afgebakend gebruik voetpad, strijd met bpl, evenredigheid, vertrouwensbeginsel, concrete belangen van derden
* Rechtbank Noord-Holland 24 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8382: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning, aanscherping voorwaarden, circuit Zandvoort, vergunning herroepen, stikstofconcentraties, ontbreken procesbelang
* Rechtbank Noord-Holland 24 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8380: Awb, Wnb; herroepen natuurvergunning, positieve weigering, afwijzing vergoeding proceskosten, circuit Zandvoort, stikstofdepositie, intern salderen, gewijzigde rechtspraak, geen sprake van nieuw project, geen strijd met goede proceseconomie
* Rechtbank Noord-Holland 24 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8381: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, preventief, circuit Zandvoort, geen klaarblijkelijk dreigende overtreding, overschrijding redelijke termijn
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2998: Awb, Wabo; niet tijdig beslissen, omgevingsvergunning milieu, veranderen inrichting, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, belanghebbendheid, zicht, geur, geluid, procesbelang, beroep niet onredelijk laat ingesteld, beslistermijn, dwangsom
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3068: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, aanbouw met overkapping, schutting, begunstigingstermijn, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Limburg 24 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:7304: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, restauratie voormalig hotel, afwijken bpl, discotheek, bevoegdheid college, vergroten bouwvolume, trap en lift, terras, toevoeging horeca-functies, parkeren, verkeer, geluid, horecalawaai, 3 vakantieappartementen, cultuurhistorische waarden
* Rechtbank Limburg 23 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:7229: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, twee warehouses inclusief kantoren en inritten, nieuwe feiten of omstandigheden, verkeersrapport, Rendac-uitspreek, geen spoedeisend belang, niet evident onrechtmatig
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4030: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, doden specifieke wolf, natuur, inwerkingtreding omgevingsvergunning, voorlopige rechtmatigheidstoets, deskundigeadviezen, noodzaak, openbare veiligheid, andere bevredigende oplossingen, gunstige staat van instandhouding, identificeerbaarheid, belangenafweging
* Rechtbank Gelderland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5835: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, wijziging toegestane bouwhoogte, plaatsen keerwanden, overige aanlegactiviteiten, woning, belanghebbendheid, dwangsom niet tijdig beslissen, afwijken van beleid, bijzondere omstandigheden, strijdigheid met bpl, warmtepompinstallatie, aangelegde paden
¶ Rechtbank Oost-Brabant 23 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4627: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, aanwezige afvalstoffen niet uitrijden verplaatsen of verwerken, afvoeren naar erkende verwerker, geen omgevingsvergunning, aflopen begunstigingstermijn, deel vermengd met bodem, droneonderzoek, onderzoek samenstelling grond
* Rechtbank Den Haag 23 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13057: BW; vordering voor recht verklaren waarschuwingsplicht, zorgplicht, veiligheidsmaatregelen, veiligheidsinstructies, immateriële schadevergoeding, elektromagnetische straling, 5G-netwerk, volksgezondheid, schadevoorkomingsplicht, kelderluikfactoren, geen plausibel vermoeden van risico, vorderingen afgewezen
# Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3763: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen, artikel 4.486 Bal, gelijkwaardige maatregel, brandwerendheid, behuizing, vloer/draagconstructie, afblazen, plasbrandscenario, nader deskundigenadvies finale geschilbeslechting
¶ Rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8991: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, islamitisch centrum, activiteiten in strijd met voorbereidingsbesluit, onduidelijkheid activiteiten voor of na peildatum, nader onderzoek in bezwaarfase, risico voortbestaan, geen inzicht in overlast
* Rechtbank Overijssel 23 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4893: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwen agrarisch bedrijfsgebouw tot centrumgebouw met logiesfunctie en bijeenkomsten, geluid, nieuwe activiteit, akoestisch onderzoek gebrekkig, contra-expertise, specifieke gebruiksregels en functieaanduiding, strijdigheid met bpl, aantal aanwezigen
* Rechtbank Gelderland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5832: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouwstop, vergroten woning, bijgebouw, geen bouwvergunning, niet vergunningvrij, overschrijding bouwoppervlakte, geen concreet zicht op legalisatie, handhavingsbeleid
* Rechtbank Amsterdam 22 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5349: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, realiseren verbinding op kelderniveau, gebruik fietskelder als wachtruimte, wijzigen rijksmonument, bouwen en gebruik in strijd met bpl, negatieve effecten grondwaterhuishouding, salamitactiek, afname stemgeluid, inpandige wijzigingen rijksmonument
* Rechtbank Gelderland 22 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5820: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, speelfort, onlosmakelijke samenhang, ophoging bodem, wijziging aanvraag, tijdelijk bouwwerk, aanvraag binnen bpl
¶ Rechtbank Noord-Holland 22 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8347: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen afzuiginstallatie, houthandelsbedrijf, strijd met omgevingsplan, welstandsexces, onmisbaar voor productieproces, geen spoedeisend belang, enkel financieel belang
* Gerechtshof Den Haag 22 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1390: BW; kort geding, onrechtmatig handelen Staat, huurovereenkomst grond, e-laadstation, Didam-regels, mededingingsruimte, formele rechtskracht, gelijkheidsbeginsel
# Rechtbank Rotterdam 21 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9102: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieuneutrale wijziging, spoorwegemplacement, ontvankelijkheid beroep, bij toetsing uitgaan van eerdere vergunningen, verzoek exceptieve toetsing, onherroepelijke besluiten, begrenzing inrichting, perrons geen onderdeel emplacement, oppervlakte toegevoegde locaties zeer beperkt, geen andere inrichting ontstaan, geen wijziging van categorie inrichting, representatieve bedrijfssituatie, gebruikte materieel, representatief beeld geluidsituatie, uitgangspunten akoestisch onderzoek, wijze van modelleren overkapping, geluidberekeningen niet bruikbaar bepalen nadelige gevolgen, keuze vergunningsimmissiepunten, ES-lassen, voegengeluid, piekgeluiden, rem- en booggeluid, geluidwerende werking gevels, detailniveau modellering woningen, bodemfactor, geluid doorgaan treinverkeer, tonaal geluid, impulsgeluid, trillingen, indirecte hinder
* Rechtbank Gelderland 21 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5717: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; vovo, certificaat asbestsanering, categorie-III afwijkingen, opschorting certificaat, formele rechtzekerheidsbeginsel, redelijke kans van slagen
¶ Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4619: Awb, Ow; vovo, afwijzing verzoek toepassing geven aan hardheidsclausule, Omgevingsverordening, plaatsen bodemwarmtepomp, grondwaterbeschermingsgebied, geen onbillijkheid van overwegende aard, doel en strekking Omgevingswet
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4700: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, gebruik bedrijfswoning, transportbedrijf, verrichting bedrijfsactiviteiten, voldoende onderzoek, noodzakelijkheid bewoning
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4659: Awb, Wabo; weigering wijzigingsvergunning, bouwen loods, wijziging bouwvlak, strijd met bpl, betrekking zienswijze, binnenplanse afwijkingsmogelijkheden, groenstrook, landschappelijke inpassing, belangenafweging, kosten
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4628: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 2 woningen, ontbreken verklaring van geen bedenkingen, ruimte-voor-ruimte, aantasting landelijke kwaliteit, privacy, uitzicht, schaduwwerking, bebouwing in spuitzone, verkeer, parkeren, omgevingsdialoog, weergave zienswijze, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Oost-Brabant 17 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4703: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning realiseren schuur, opslagruimte, dreigende onomkeerbare situatie, bijgebouw, bedrijfsmatige opslag, oppervlakte, omgevingsdialoog
* Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8137: Awb, Gmw; vovo, evenementenvergunning, geluid, versterkte dancemuziek, afwijken beleid, pride, hoge maatschappelijke waarde, afwijking niet onevenredig, belangenafweging, latere starttijd
* Rechtbank Gelderland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5666: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik in strijd met bpl, kamerverhuur in pand, niet voldaan aan Bouwbesluit, gebruiksovergangsrecht, niet aannemelijk ononderbroken gebruik, gelijkheidsbeginsel, redelijke begunstigingstermijn, geen contact opnemen is eigen risico
* Rechtbank Limburg 16 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6908: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, tijdelijke woning in achtertuin, afwijken bpl, landschappelijk inpassingsplan, groen, relatief klein oppervlakte, herstel gebreken in bezwaar, proceskostenvergoeding in bezwaar
* Rechtbank Limburg 16 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6951: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, bedrijfspand niet conform vergunning, nieuwe omgevingsvergunning, STAB-advies, legalisatie, procesbelang, rechtmatigheid, ex tunc en ex nunc toetsing
* Rechtbank Limburg 15 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6859: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, in-/uitrit, fietspad, bruikbaarheid weg, veilig en doelmatig gebruik weg, evenredigheid, niet afwijken van beleid
* Rechtbank Den Haag 14 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:16304: Awb, Wabo; wijzigen voorschriften omgevingsvergunning inrichting, in de chemische industrie gebruikte reactoren, direct-contact-principe, direct-contact-definitie, emissie stikstofoxiden
* Rechtbank Den Haag 11 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12044: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning bouwen appartementencomplex, kappen bomen, 12 appartementen, privacy, zwemvijver, parkeren, trillingen bij bouw, riolering, houtstook, toename aan woningen
* Rechtbank Den Haag 11 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12623: Awb, Wabo; afwijzing omgevingsvergunning bouwen, verbouw bedrijfsruimte naar 5 short stay appartementen, ruimtelijke aanvaardbaarheid, strijd met hotelbeleid, geen vergroting woningvoorraad, vertrouwensbeginsel, cultuurhistorische waarden, aanvullende gegevens indienen
* Rechtbank Noord-Holland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8591: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, bedrijfsloods, uniforme openbare voorbereidingsprocedure, hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, vertrouwensbeginsel, materiële schade vergoeding, immateriële schadevergoeding, overschrijding redelijke termijn
* Rechtbank Den Haag 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12185: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, voorzieningen voor houden paarden, paardenstal, gebruik strijd met bpl, beginselplicht tot handhaving, bijzondere omstandigheden, evenredigheid
* Rechtbank Den Haag 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12187: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag splitsing woning, twee appartementen, splitsingsverbod bpl, bouwkundige splitsing al plaatsgevonden, bestaande woning, zelfstandige bewoning, geen afzonderlijke buitendeur
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4709: Awb; ten onrechte niet ontvankelijk verklaard, omgevingsvergunning bouwen, 33 bedrijfsunits, zicht, toename verkeersbewegingen, parkeren, bevoorrading, gevolgen van enige betekenis
* Rechtbank Noord-Holland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8600: Awb; vovo, handhaving, aanbouw en dakkapel, geen spoedeisend belang, reeds bestaande bebouwing
* Rechtbank Limburg 4 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6444: Awb, Wabo; handhaving, gedeeltelijke toewijzing handhavingsverzoek, tuinbouwkassen, strijd met vergunningvoorschriften, onbevoegd tot handhaving, strijdig gebruik gronden
* Rechtbank Gelderland 27 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4999: Awb, Chw, Wgv, Wabo, Wm, Wnb; omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie, procesbelang, relativiteitsvereiste, geluid, toepasselijk recht, vergunningvoorschriften, type C-inrichting, maximale geluidniveau, bedrijfswoning, geen overschrijding van norm, onderzoek naar binnenwaarden niet nodig, laden en lossen van vee in nachtperiode, incidentele bedrijfssituatie, bronsterkte, laadtijd, laden en lossen bij andere stallen, rijroutes vrachtwagen, meetpunt, verslechtering geluidssituatie, geur, hygiënisatie-unit, nitrificatietanks, luchtwasser, spuiwater, toetspunt, niet gerekend met V-stacks, geurbeleid, gebiedscategorie, hedonische waarde, percentielwaarde, overschrijding geurnormen, monitoringsvoorschrift, luchtkwaliteit, fijnstof, BBT, afvalwater, MER-plicht, volksgezondheid, verklaring van geen bedenkingen, afwijken kruimelgevallenbeleid, strijd met bpl, milieuzonering, natuur, AERIUS-berekening, intern salderen, Logtsebaan-uitspraak
* Rechtbank Rotterdam 27 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7321: Awb, Huisvestingswet; verkameringsvergunning, overlast, overbewoning, woonmilieu, leefbaarheid, geluid, vragenlijst buurtbewoners, onvoldoende specifiek
* Rechtbank Limburg 25 juni 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6043: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, permanent huisvesten in recreatiewoningen, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, inschrijving BRP, enkel stilzitten bevoegd gezag, handhaving niet onredelijk
* Rechtbank Limburg 25 juni 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6064: Awb, Wabo; niet-ontvankelijk verklaren bezwaar, handhavingsverzoek, strijd met bpl, overlast arbeidsmigranten, parkeren, nauwelijks tot geen zicht, geen persoonlijk belang
* Rechtbank Noord-Holland 6 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8648: Awb, Wabo; niet tijdig nemen besluit, brief melding niet overgaan tot handhaving, geen concreet handhavingsbesluit, toewijzing handhavingsverzoek, bouwen niet conform vergunning, aanbouw en dakterras, evidente onjuistheid
* Rechtbank Noord-Holland 6 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6042: Awb, Visserijwet 1963; afwijzing uitgeven visvergunning, ingetrokken vergunning, maximale norm dioxines, PCB’s, zorgplicht, metingen, representativiteit onderzoek, keuze meetlocaties, goede procesorde
* Rechtbank Noord-Holland 19 mei 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5362: Awb, Wabo; weigering uitritvergunning, heroverweging, belanghebbendheid, van rechtswege verleende vergunning, boomadvies, kastanje, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, redelijke termijn
* Rechtbank Midden-Nederland 20 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3229: Awb; afwijzing handhavingsverzoek, asbestinventarisatierapport, geen persoonlijk belang, afstand, niet-tijdig beslissen, geen gevolgen van enige betekenis, voormalig huurder
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 mei 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4768: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, geluidsoverlast skatebaan, springen en landen door skaters, geluidsmetingen, VNG-brochure, richtafstand, overschrijding grenswaarden Activiteitenbesluit, analoge toepassing in APV, referentieniveau, eiser verhuisd, rechtsgevolgen in stand
* Rechtbank Midden-Nederland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3222: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, ecoduct, niet-ontvankelijk verklaring, geen belanghebbendheid, wildrasters, verkeersveiligheid, overlast, geen direct zicht, grote afstand
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3555: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, staking bouwwerkzaamheden, verbouwing supermarkt, niet vergunde bouwdelen, niet vergunningvrij, functioneel verbonden, hoogte dwangsommen, uitgangspunt gehele project, nieuw besluit op bezwaar, hoorplicht (Rb Zeeland-West-Brabant 20/8197, 20/9598 en 21/2705)
5.1. De rechtbank heeft terecht geconstateerd dat volgens het geldende bestemmingsplan “Partiële herziening vestiging supermarkt Diessen” voor de gronden waar de supermarkt zich bevindt, de bestemming “Detailhandel” met de functieaanduiding “supermarkt” geldt. De rechtbank heeft gelet op deze bestemming voor deze gronden terecht de supermarkt als het hoofdgebouw aangemerkt. De niet vergunde bouwdelen zijn gebouwd op gronden waar volgens het bestemmingsplan “Kern Diessen” de bestemmingen “Wonen” en “Bedrijf” gelden.
5.2. Anders dan [appellante sub 1] betoogt, is de rechtbank terecht tot het oordeel gekomen dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen in artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor. Het betoog dat ten tijde van het opleggen van de bouwstops de betrokken bouwdelen niet werden gebouwd voor de supermarkt, maar ten behoeve van de bestemming “Bedrijf”, volgt de Afdeling niet. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de betreffende bouwdelen werden gebouwd voor de supermarkt. Zij zijn gebouwd tijdens de verbouwing van de supermarkt, zij zijn daar direct tegenaan gebouwd en zij maken ook onderdeel uit van de supermarkt. Op een later moment zijn zij ook feitelijk voor de supermarkt in gebruik genomen. [appellante sub 1] heeft zich in zijn bezwaarschrift van 14 mei 2020 en volgens het advies van de commissie bezwaarschriften van 1 juli 2020 destijds overigens ook zelf op het standpunt gesteld dat deze werden gebouwd ten behoeve van de Plus supermarkt. Dit betekent dat de betreffende bouwdelen functioneel zijn verbonden met de supermarkt zoals bedoeld in de definitie van bijbehorend bouwwerk in artikel 1 van bijlage II van het Bor. Zij zijn dus niet functioneel verbonden met een ander mogelijk (hoofd)gebouw op gronden met de bestemming “Bedrijf”. Dat het gaat om vergunningvrije bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bestemming “Bedrijf” slaagt daarom niet. De rechtbank heeft ook terecht geoordeeld dat het evenmin gaat om vergunningvrije bijbehorende bouwwerken bij de supermarkt. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank hierover in de overwegingen 5.4 en 5.5 van de uitspraak, waarin de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het bestemmingsplan “Kern Diessen” ter plaatse van de niet vergunde bouwdelen op de bestemmingen “Bedrijf” en “Wonen” de inrichting van het erf ten dienste van de supermarkt verbiedt. De rechtbank heeft daarbij wat betreft de bestemming “Wonen” het beroep van [appellante sub 1] op het overgangsrecht met betrekking tot gebruik in artikel 26.2 van de planregels terecht verworpen. Daargelaten of [appellante sub 1] daarop een geslaagd beroep zou toekomen, strekt dit gebruiksovergangsrecht er niet toe een bouwwerk in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk te maken (uitspraak van de Afdeling van 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:283). Ter plaatse van die bouwdelen op de genoemde bestemmingen is dan ook geen sprake van erf en dus ook niet van achtererfgebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor.
10.1. Op grond van artikel 5:32b, derde lid, van de Awb moet het bedrag van een dwangsom in een redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. De rechtbank heeft op juiste gronden geoordeeld dat de hoogte van de dwangsommen in de bestreden besluiten I en II, tot een totaal maximumbedrag van € 680.000,-, deze toets niet kan doorstaan. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het in dit geval niet redelijk is om de totale bouwkosten van het project als geheel als uitgangspunt te nemen voor de bepaling van de hoogte van de dwangsom. De Handreiking verplicht daar niet toe en er is in de besluiten onvoldoende gemotiveerd waarom daartoe in dit geval is overgegaan. Dat [appellante sub 1] heeft doorgebouwd en dat reeds daarom de dwangsommen kennelijk niet te hoog waren, volgt de Afdeling niet. Uiteindelijk is de toets of de hoogte van een dwangsom in een redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom, als bedoeld in artikel 5:32b, derde lid, van de Awb. Dat is niet het geval. Het betoog slaagt niet.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3544: Awb, Wabo, Wro; handhaving, last onder dwangsom, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid termijn, verkeerde adressering, procesbelang, invorderingsbesluit niet naar overtreder (Rb Midden-Nederland 21/1139, 21/1524, 21/1140 en 21/1304)
5.1. De Afdeling volgt niet het standpunt van het college dat HuurSnel West geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van deze beroepsgrond. Dat de dwangsom inmiddels is betaald door een andere rechtspersoon betekent niet dat het procesbelang van HuurSnel West daarmee is vervallen.
5.2. De last onder dwangsom is gericht aan GoodStay Groep B.V./GoodStay/StaySolutions. Dat betekent dat GoodStay Groep B.V. als overtreder is aangemerkt en aan de last moet voldoen. Het invorderingsbesluit is gericht aan HuurSnel West B.V./StaySolutions. De twee rechtspersonen GoodStay Groep B.V. en HuurSnel West B.V. zijn weliswaar onderdeel van hetzelfde concern, maar van elkaar te onderscheiden entiteiten. Er is in dit geval geen reden om deze twee rechtspersonen met elkaar te vereenzelvigen. Dat GoodStay GroepB.V. en HuurSnel West B.V. beide als handelsnaam StaySolutions gebruiken, leidt niet tot een ander oordeel, alleen al omdat heel veel vennootschappen binnen het concern deze handelsnaam gebruiken en deze dus onvoldoende onderscheidend is. Omdat de last niet aan HuurSnel West is opgelegd en zij daarom geen dwangsom heeft verbeurd, heeft het college de verbeurde dwangsom niet bij HuurSnel West kunnen invorderen. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Het betoog slaagt.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3587: Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijfsbebouwing, ontvankelijkheid, rekening houden met bouwplannen, strijdigheid met provinciale verordening, gemengd gebied, geluid, rechtsbescherming, zichtbaarheid toename, begrip buitengebied
7.3. (…) Het derde lid van het artikel verbiedt in beginsel dat het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van bedrijvigheid in het buitengebied die leidt tot bedrijfsbebouwing van meer dan 1.000 m2 en een uitbreiding van bedrijfsbebouwing van meer dan 250 m2. De Omgevingsverordening kent geen definitie van het begrip ‘buitengebied‘. Gelet daarop komt bij de invulling van dat begrip betekenis toe aan het maatschappelijk spraakgebruik. In dat verband is van belang dat het woordenboek van Van Dale (de zogenoemde Dikke Van Dale) ‘buitengebied‘ definieert als ‘deel van een stad of dorp dat buiten de bebouwde kom ligt‘. Het begrip ‘bebouwde kom‘ wordt genoemd op verschillende plaatsen in het Besluit omgevingsrecht en in Bijlage II bij dat Besluit. Volgens de jurisprudentie van de Afdeling over dat begrip is de vraag of een perceel in de bebouwde kom ligt van feitelijke aard, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en in het bijzonder van belang is of zich een concentratie van bebouwing voordoet en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft. De Afdeling wijst hierbij op haar uitspraak van 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4880, onder 5.1. Het voorgaande leidt de Afdeling tot de conclusie dat de huidige bedrijfsbebouwing niet in het buitengebied staat. (…)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3582: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning bouwen, 25 jaar, zonnepark, afwijken bpl, relativiteitsvereiste, belangenorganisatie, statutaire doelen, niet enige feitelijke werkzaamheden (Rb Gelderland 21/4078)
4.2. Bij beantwoording van de vraag of voor het hoger beroep van PETZ geldt dat dit niet kan leiden tot vernietiging van het besluit van 23 juli 2021 omdat artikel 8:69a van de Awb hieraan in de weg staat, is van belang vast te stellen of de door PETZ ingeroepen rechtsregels strekken tot de bescherming van de belangen waarvoor PETZ in rechte kan opkomen. Daarbij wordt vooropgesteld dat bij de toepassing van het relativiteitsvereiste aan de procedurele normen over het recht op inspraak zelfstandige betekenis toekomt. Zie daarvoor ook de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:606, onder 7.8. Dit betekent dat bij een belangenorganisatie die een zienswijze heeft ingediend, het relativiteitsvereiste niet aan vernietiging in de weg staat bij een door haar ingeroepen procedurele norm over het recht op inspraak. Voor zover een beroep wordt gedaan op een procedurele norm of een formeel beginsel van behoorlijk bestuur die geen betrekking heeft op inspraak, of wanneer wordt aangevoerd dat in strijd met een materiële norm is gehandeld, staat de relativiteit wél in de weg aan vernietiging als die norm niet strekt tot bescherming van de behartigde belangen. Het hoger beroep van PETZ heeft geen betrekking op het recht op inspraak. In haar hoger beroep voert zij uitsluitend aan dat volgens haar de omgevingsvergunning in strijd met verschillende materiële normen is verleend. Om die reden moet worden beoordeeld voor welke belangen PETZ in rechte kan opkomen.
4.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1139, geldt in het geval zoals hier aan de orde – waarin het beroep van een belangenorganisatie, die volgens haar statuten één of meer algemene belangen behartigt, ontvankelijk is omdat zij een zienswijze naar voren heeft gebracht – het volgende. In zulke gevallen wordt in het kader van het relativiteitsvereiste naast de statutaire doelstelling mede van belang geacht of zo’n belangenorganisatie enige feitelijke werkzaamheden heeft verricht die invulling geven aan één of meer van de algemene belangen die zij volgens haar statuten behartigt. Dit betekent dat een belangenorganisatie zich niet met succes kan beroepen op de algemene belangen die zij volgens haar statuten behartigt als zij in het geheel geen feitelijke werkzaamheden heeft verricht.
4.6. Uit wat PETZ en het college op de zitting hebben gezegd over de gevoerde gesprekken, leidt de Afdeling af dat er weliswaar gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de gemeente en personen die (ook) actief zijn binnen PETZ, maar dat die personen toen niet namens PETZ zijn opgetreden. Uit het door PETZ overgelegde memo blijkt verder niet dat zij bij de totstandkoming daarvan betrokken is geweest, omdat zij het memo niet mede heeft ondertekend en zij daarin ook niet wordt genoemd. Tot slot heeft PETZ de door haar bedoelde lijst met daken niet overgelegd in deze procedure en heeft het college betwist ooit een dergelijke lijst te hebben ontvangen. De Afdeling concludeert op grond van het voorgaande dat niet is gebleken dat PETZ vanaf haar oprichting op 14 augustus 2020 enige feitelijke werkzaamheden heeft verricht. Dit betekent dat zij zich niet met succes kan beroepen op de algemene belangen zoals in haar statuten staan vermeld.
4.7. De door PETZ in hoger beroep ingeroepen rechtsregels strekken niet tot bescherming van de belangen waarop PETZ zich kan beroepen. Artikel 8:69a van de Awb staat daarom in de weg aan vernietiging van het besluit van 23 juli 2021 op grond van wat PETZ daartegen heeft aangevoerd. De Afdeling zal het hoger beroep van PETZ daarom niet inhoudelijk bespreken.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3593: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouw tuinkamer, fruitteeltbedrijf, last onder dwangsom, bouwstop, geen bijbehorend bouwwerk, niet vergunningvrij (Rb Gelderland 21/4952)
3.2. Op het perceel stonden al twee gebouwen, te weten het bedrijfsgebouw en de bedrijfswoning. Op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied Lingewaard” heeft het perceel de bestemming “Agrarisch met waarden – Dijkzone”. Gelet op deze agrarische bestemming en de hiervoor weergegeven definitie, moet het bedrijfsgebouw worden aangemerkt als het hoofdgebouw. Dat er in het verleden in plaats van het bedrijfsgebouw verschillende kleine schuurtjes op het perceel stonden, maakt geen verschil voor de conclusie dat dat bedrijfsgebouw nu het hoofdgebouw is. In de aanvraag om de omgevingsvergunning heeft [appellant] ingevuld dat hij de tuinkamer gaat gebruiken om uit de wind lekker buiten te zitten. Dat gebruik is in planologisch opzicht gerelateerd aan de bedrijfswoning en niet aan het bedrijfsgebouw. Aangezien het gebruik van de tuinkamer niet in planologisch opzicht gerelateerd is aan het hoofdgebouw, is het geen bijbehorend bouwwerk in de zin van het Bor. Alleen al daarom kan de tuinkamer niet zonder omgevingsvergunning worden gebouwd op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor. De rechtbank heeft niet onderkend dat de tuinkamer geen bijbehorend bouwwerk is en is daarom ten onrechte overgegaan tot een toetsing aan de voor een bijbehorend bouwwerk geldende eisen. De rechtbank is vervolgens echter wel tot de juiste conclusie gekomen dat de tuinkamer niet vergunningvrij is. Het betoog faalt in zoverre.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3560: Awb, Wro; afwijzing verzoek wijziging bpl, supermarkt, tijdigheid besluit, procesbelang, geen eigendom in plangebied, niet-ontvankelijk
4. De Afdeling oordeelt dat RetailPlan geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een middel om ervoor te zorgen dat in dit geval de raad een besluit neemt op het verzoek van RetailPlan. Doordat de raad bij het besluit van 30 juni 2023 (hierna: het nieuwe besluit) op het verzoek van RetailPlan heeft beslist, is dat doel inmiddels bereikt. De Afdeling zal het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarom niet-ontvankelijk verklaren. Vergelijk de uitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:875, onder 3.
6.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2531, onder 6.1, is procesbelang het belang dat een appellant nog heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de appellant voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de appellant die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.
6.3. Uit het hiervoor weergegeven kader over procesbelang volgt dat de vraag of er sprake is van procesbelang ook in de bezwaarfase aan de orde kan zijn. De Afdeling ziet hierin dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het nieuwe besluit vernietigd moet worden. Over het betoog van RetailPlan dat haar procesbelang ten tijde van het nieuwe besluit niet was komen te vervallen, overweegt de Afdeling als volgt. De Afdeling volgt RetailPlan allereerst niet in haar standpunt dat de omstandigheid dat op voorhand niet valt uit te sluiten dat RetailPlan in de toekomst zou kunnen beschikken over een locatie in het plangebied voldoende is om aan te nemen dat RetailPlan belang heeft bij de procedure. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2625, onder 11, heeft overwogen, zou het procesbelang van RetailPlan blijven bestaan als RetailPlan over een andere locatie in het plangebied zou kunnen beschikken. Dat niet valt uit te sluiten dat Retailplan in de toekomst mogelijk over een locatie in het plangebied zou kunnen beschikken, zoals Retailplan stelt, is daarvoor niet voldoende. Daarnaast is de Afdeling van oordeel dat ook de door RetailPlan overgelegde e-mail van 3 maart 2023 onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat RetailPlan belang heeft bij deze procedure. De enkele omstandigheid dat een makelaar een perceel in het plangebied dat te koop staat aan RetailPlan heeft aangeboden, leidt naar het oordeel van de Afdeling niet tot de conclusie dat RetailPlan over een locatie in het plangebied zou kunnen beschikken. Gelet op het voorgaande is wat Retailplan heeft aangevoerd onvoldoende om te kunnen oordelen dat het doel wat Retailplan wil bereiken voor haar nog van feitelijke betekenis is. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het bezwaar van RetailPlan tegen het besluit van 19 november 2020 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het betoog slaagt niet.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3548: Awb, Wro; planschade, rijksinpassingsplan, hoogspanningsverbinding, WOZ-waarde, opdracht uit tussenuitspraak, zelf in zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Gelderland 21/3609)
5. In het advies van 9 december 2020 heeft Gloudemans in het kader van de taxatie eerst uiteengezet dat de WOZ-waarde van de woning door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op peildatum 1 januari 2018 (lees: 1 januari 2017) was vastgesteld op € 400.000,- en dat aangenomen wordt dat deze waarde hoort bij de situatie met hoogspanningsverbinding. Vervolgens heeft zij, zonder nadere motivering of onderbouwing, de waarde van de woning na de planologische wijziging op deze zelfde waarde van € 400.000,- getaxeerd. Gelet hierop en op het feit dat Gloudemans in dat advies ook uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij ter controle aansluiting heeft gezocht bij de door het gerechtshof vastgestelde WOZ-waarde, waarbij rekening is gehouden met de referentieobjecten die zijn genoemd in de procedure bij het gerechtshof, is [appellant] er terecht vanuit gegaan dat Gloudemans voor de waarde van de woning na de planologische wijziging is aangesloten bij de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2017. In het verlengde hiervan had Gloudemans, zoals ook blijkt uit de tussenuitspraak, gelet op het verschil in peildatum ofwel de (WOZ-)waarde van de woning op 1 januari 2017 terug moeten rekenen of anderszins moeten vertalen naar de waarde van de woning op de planschadepeildatum, of inzichtelijk moeten maken waarom dit niet nodig zou zijn. Uit de nadere reactie van Gloudemans maakt de Afdeling op dat zij vindt dat een dergelijke terugrekening of vertaling niet nodig zou zijn, omdat zij geen aansluiting bij die WOZ-waarde zou hebben gezocht. De Afdeling ziet in de toelichting van Goudemans echter geen aanleiding om van dat oordeel terug te komen. Daargelaten dat de juistheid van de nadere reactie van Gloudemans niet uit het advies van 9 december 2020 blijkt, had het dan op haar weg gelegen (alsnog) inzichtelijk te maken hoe zij dan wel tot de waarde van de woning van € 400.000,- na de planologische wijziging is gekomen. Gloudemans heeft dit nagelaten. Dit betekent dat de minister, nu zij zich achter het nadere advies heeft geschaard, niet aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht heeft voldaan. Het betoog slaagt.
6. Zoals hiervoor onder 5 is overwogen, kan uit het advies van Gloudemans van 9 december 2020 worden afgeleid dat zij voor de waarde van de woning na de planologische wijziging aansluiting heeft gezocht bij de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2017, zoals vastgesteld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De minister heeft dit advies overgenomen en [appellant] heeft aangegeven zich hierin te kunnen vinden. Dat betekent dat van deze waarde moet worden uitgegaan. De minister heeft evenwel niet inzichtelijk gemaakt dat en waarom het standpunt van de door [appellant] ingeschakelde deskundige Landraad, inhoudende dat deze waarde per 1 januari 2017 nog teruggerekend had moeten worden naar de waarde op de planschadepeildatum van 20 juni 2015 en dat de waarde van de woning op die planschadepeildatum, uitgaande van indexatiecijfers van het CBS € 381.396,11 bedroeg, onjuist zou zijn. De Afdeling houdt dit standpunt van Landraad daarom als niet voldoende weersproken voor juist. Dit betekent dat de door [appellant] geleden planschade (€ 420.000,- -/- € 381.396,11 =) € 38.603,89 bedraagt. Uitgaande van het door Gloudemans vastgestelde normaal maatschappelijk risico van 2%, bedraagt de planschade die voor vergoeding in aanmerking komt dan € 30.203,89.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3549: Awb, Wabo; omgevingsvergunning oprichten premixenfabriek, afwijken bpl, afwijkingsmogelijkheden planregels, hoeveelheid grondstoffen dierlijke herkomst, juistheid berekening, Richtlijn Industriële Emissies (Rb Overijssel 22/2169)
4. [appellant] betoogt dat de hoeveelheid grondstoffen van dierlijke herkomst, zoals bedoeld in categorie 6.4., onder b, van bijlage I bij de Richtlijn Industriële Emissies (hierna: de RIE), bij de vergunningverlening niet juist is berekend. Volgens [appellant] moet uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) van 22 februari 2024, Moesgaard Meat (ECLI:EU:C:2024:145, hierna: het arrest) worden afgeleid dat niet de in de aanvraag en de vergunning vermelde productie bepalend is, maar de technisch maximale capaciteit van de installatie. Voor zover hierbij volgens het arrest ook rekening moet worden gehouden met juridische beperkingen, gaat het volgens [appellant] louter om generieke wettelijke beperkingen, en niet om beperkingen die voortvloeien uit een verleende vergunning. De conclusie moet volgens [appellant] zijn dat het college voor Solprovit had moeten uitgaan van een overschrijding van de drempelwaarden uit de RIE.
4.3. In het arrest heeft het Hof van Justitie uitleg gegeven aan het begrip “productiecapaciteit” in categorie 6.4, onder a, van bijlage I bij de RIE.
Het Hof heeft hierover overwogen:
“54. Gewoonlijk betekent de “productiecapaciteit” van een slachthuis de hoeveelheid geslachte dieren die het slachthuis kan produceren.
55. Om te bepalen of een slachthuis een vergunning moet hebben, moet de capaciteit van dat slachthuis dus in beginsel vooraf worden beoordeeld in het licht van de capaciteit van de operationele uitrusting waarover het beschikt. Zoals de advocaat-generaal in de punten 28 en 29 van haar conclusie heeft opgemerkt, moet in deze context, onder verwijzing naar de richtsnoeren van de Commissie van 1 april 2007 betreffende de uitlegging en de bepaling van capaciteit op grond van richtlijn 96/61 (Guidance on Interpretation and Determination of Capacity under the IPPC Directive), die weliswaar niet bindend zijn maar kunnen dienen ter verduidelijking van de algemene opzet van deze richtlijn en dus ook van richtlijn 2010/75 [zie naar analogie arrest van 16 december 2021, Apollo Tyres (Hungary), C-575/20, EU:C:2021:1024, punt 38 en aldaar aangehaalde rechtspraak], rekening worden gehouden met de relevante fysieke, technische en juridische beperkingen alsook met de capaciteit van het deel van de installatie of de productiestap die de totale capaciteit van het betrokken slachthuis het meest beperkt. Indien met deze beperkingen geen rekening werd gehouden, zou de aldus bepaalde capaciteit van de installatie namelijk niet overeenstemmen met hetgeen – met inachtneming van de op de betrokken activiteit toepasselijke rechtsregels – in de praktijk haalbaar is.
56. Wanneer evenwel uit de productiegegevens van een slachthuis dat niet over een dergelijke vergunning beschikt blijkt dat dit slachthuis hoeveelheden geslachte dieren produceert die de hoeveelheden als bedoeld in punt 6.4, onder a), van bijlage I bij richtlijn 2010/75 overschrijden, moet dit slachthuis op basis van deze enkele omstandigheid worden geacht een productiecapaciteit te hebben die ten minste gelijk is aan die hoeveelheden en dat de betrokken productie derhalve heeft plaatsgevonden in strijd met de uit artikel 4, lid 1, van deze richtlijn voortvloeiende vergunningsplicht.”
4.4. In de richtsnoeren van de Commissie van 1 april 2007 waarnaar het Hof verwijst, staat onder 4 (Legal limitations on capacity): “Where the technical capacity of an installation exceeds a threshold of an activity as defined in Annex I of the IPPC Directive, is it possible that the capacity is limited by legal means to a capacity below the mentioned threshold in Annex I of the Directive so that the installation does not come under the scope of the Directive? As a result the installation would not need a permit according to the provisions of the IPPC Directive and no other requirement of the Directive would apply.
In some Member States, restrictions upon an installation may be in place through a general or specific legal instrument (for example, development consent or health and safety legislation) with the result that the installation’s effective capacity definitively falls beneath the relevant IPPC threshold. Two types of such legal instruments are:
a) Instruments with general validity, definitely restricting installation capacity and not justifying further monitoring or reporting, as long as compliance with such a legal instrument can be safely assumed and may be checked for its own sake (e.g.: laws restricting working hours, laws requiring times of noise reduction, traffic restriction times, etc.).
b) Instruments created to limit the capacity of a specific installation. In such cases a degree of monitoring and reporting is justified to guarantee that the legal restriction is effective. For instance, the operator should demonstrate that the installation does not exceed the maximum allowed capacity, and should monitor and report this to the competent authority (for example, annually). The competent authority should also check compliance with the restriction.
Where such legal instruments are used, it will be for the Member State concerned to establish the specific mechanism to be applied and to ensure this guarantees that the Directive is fully implemented.
One possible approach in this respect, falling under category (b) of the two types of legal instruments mentioned above, would be to make provision, under the legislation transposing the IPPC Directive, to legally limit the capacity of individual installations. For instance, there could be a possibility for an operator to declare an intention not to operate above the IPPC threshold, leading to the imposition under the legislation of a simple legal limitation to this effect rather than the grant of an IPPC permit. The mechanism establishing such a system would need to address details such as the obligations of the operator (e.g. what information would be needed to support the declaration and to demonstrate ongoing compliance?) and those of the regulator (e.g. how would the declaration be assessed and a legal capacity limit imposed?).
If an operator subject to such a limitation were later to wish to increase its output and exceed the IPPC threshold, an IPPC permit would be required before this could occur.”
4.5. De Afdeling ontleent aan het arrest en de richtsnoeren dat, anders dan [appellant] heeft betoogd, niet alleen generieke wettelijke beperkingen een juridische beperking als bedoeld in dat arrest kunnen opleveren, maar dat ook een beperking van de productie en de te gebruiken grondstoffen in een vergunning(voorschrift) een dergelijke juridische beperking kan opleveren. Dit volgt met name uit wat onder b) van de hiervoor aangehaalde passage uit de richtsnoeren staat, waar het gaat over instrumenten om de capaciteit van een specifieke installatie te beperken.
4.6. De Afdeling stelt vast dat de productiecapaciteit van melkpoeder, en de hoeveelheid grondstoffen van dierlijke herkomst die daarvoor mag worden gebruikt, in vergunningvoorschrift 7.1.3 van de aan Solprovit verleende omgevingsvergunning is beperkt tot onder de drempelwaarden van de RIE, overeenkomstig de gewijzigde toelichting op de vergunningaanvraag. In het voorschrift is verder bepaald dat van de geproduceerde hoeveelheid melkpoeder en de toegepaste grondstoffen van dierlijke herkomst een registratie bijgehouden dient te worden. Dit is een juridische beperking als bedoeld in het arrest van het Hof en de richtsnoeren waarnaar het Hof heeft verwezen. (…)
4.7. De Afdeling concludeert dat het college voor de beoordeling of de drempelwaarden van de RIE worden overschreden terecht niet is uitgegaan van de technisch maximale capaciteit van de installatie, maar van de in de aanvraag en de vergunning beperkte productiecapaciteit. Het betoog slaagt niet.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3583: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouwstop, bouwen schuur zonder omgevingsvergunning, opslag materialen en werktuigen, onschuldpresumptie, herstelmaatregel, vergunningplichtigheid, bijbehorend bouwwerk, achtererfgebied, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn (Rb Overijssel 22/155)
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2632, onder 8.2, is het recht op een eerlijk proces neergelegd in artikel 6 van het EVRM. Een onderdeel van een eerlijk proces is de zogenaamde onschuldpresumptie, die in het tweede lid van artikel 6 van het EVRM is opgenomen. Dit houdt in dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. De reikwijdte van deze bepaling is niet beperkt tot strafrechtelijke procedures, maar kan zich in een voorkomend geval uitstrekken tot een bestuursrechtelijke procedure, indien de geschilpunten in die procedure voortvloeien uit en samenhangen met een strafrechtelijke procedure. Deze situatie kan zich niet alleen voordoen tijdens een strafrechtelijke procedure, maar ook na het staken van de strafrechtelijke procedure of na een vrijspraak. Uit de rechtspraak van het EHRM (bijvoorbeeld: Melo Tadeu tegen Portugal, arrest van 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510) blijkt dat wanneer een dergelijke samenhang tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedure wordt vastgesteld, dat op zichzelf niet voldoende is voor de conclusie dat vrijspraak door de strafrechter er aan in de weg staat dat in een latere bestuursrechtelijke procedure de gedragingen waarvan de betrokkene is vrijgesproken – als gevolg van minder strenge bewijsregels of op grond van aanvullend bewijs – voldoende aannemelijk worden gemaakt, mits de bestuurlijke en rechterlijke autoriteiten door hun optreden, de motivering van hun beslissing of de door hen gebruikte bewoordingen geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van een vrijspraak van hetgeen de verdachte in de strafzaak werd verweten (zie ook: de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1958).
5.2. De Afdeling is net als de rechtbank van oordeel dat er in dit geval samenhang bestaat tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke procedure, omdat het ten laste gelegde waarvan de politierechter [appellant] heeft vrijgesproken gebaseerd is op de feiten die hebben geleid tot het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom. Aan [appellant] is namelijk ten laste gelegd dat hij zonder omgevingsvergunning een (deel van een) schuur heeft gebouwd, wat ook heeft geleid tot het besluit waarbij een last onder dwangsom is opgelegd. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank echter terecht geoordeeld dat geen sprake is van strijd met de onschuldpresumptie zoals neergelegd in artikel 6, tweede lid, van het EVRM. De politierechter heeft namelijk aan zijn oordeel tot vrijspraak van [appellant] ten grondslag gelegd dat er een bestuursrechtelijke procedure loopt, met name over vragen die voor hem ook relevant zijn, waardoor hij onvoldoende beeld en duidelijkheid heeft over de zaak, en de vervolging enigszins prematuur vindt. De politierechter kan op basis van het onderliggende proces-verbaal komen tot wettig bewijs, zo staat in de uitspraak proces-verbaal, maar is er niet van overtuigd dat [appellant] strafbaar heeft gehandeld. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college met het besluit van 13 december 2021 geen twijfels heeft geuit over de juistheid van de vrijspraak door de politierechter. Daarbij betrekt de Afdeling dat bij het opleggen van de last onder dwangsom verwijtbaarheid van [appellant] geen rol speelt; het gaat daarbij enkel om het herstel van het perceel in de rechtmatige toestand. Het betoog slaagt niet.
# ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3598: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, herontwikkelen panden, binnenterrein, sloop, nieuwbouw, cafés, culturele club, 6 woningen, verklaring van geen bedenkingen, ondergrondse bebouwing, afzinkkelder, traditionele kelders met damwanden, risico op schade, grondwatereffecten, bezonning, uitzicht, privacy, fietsparkeren, stedenbouwkundige structuur (Rb Amsterdam 22/1244, 22/1251, 22/1261, 22/1282, 22/1319 en 22/1339)
9.2. Net als de rechtbank ziet de Afdeling in wat appellanten hebben aangevoerd geen reden om te oordelen dat het ontbreken van volledige informatie over de staat van de funderingen van omliggende bebouwing of over andere uitvoeringsaspecten, in het kader van de toets aan het Bouwbesluit aan vergunningverlening in de weg staat. (…) In Hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit zijn bepalingen opgenomen die er op zijn gericht om te voorkomen dat de uitvoering van een bouwplan schade veroorzaakt aan naastgelegen panden. In dit hoofdstuk staan eisen waaraan bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden moet worden voldaan. Uit de Nota van Toelichting bij het Bouwbesluit (Stb. 2011, 416) volgt dat schade in de uitvoeringsfase niet altijd kan worden voorkomen, maar dat wel maatregelen moeten worden getroffen om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Anders dan appellanten betogen, moet het college bij de toets aan het Bouwbesluit dus uitsluitend beoordelen of het aannemelijk is dat tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoende maatregelen zullen worden getroffen om schade door de bouwwerkzaamheden aan de omliggende panden te voorkomen. (…)
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3589: Awb, Wro; planschade, noodzakelijkheidsvereiste, deskundigeadvies, milieucategorie, concrete aanknopingspunten twijfel juistheid advies (Rb Oost-Brabant 23/1274)
7.4. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het advies van de SAOZ naar voren heeft gebracht. Het college heeft het standpunt van [appellant] dat het realiseren van de bestemming bedrijfswoning met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten is niet met enig concreet voorbeeld weerlegd. [appellant] heeft erop gewezen dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (bijvoorbeeld: de uitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4230) volgt dat voor het antwoord op de vraag of bewoning van een bedrijfswoning met een noodzakelijkheidsvereiste zich verdraagt met een bestemmingsplan, van belang is of de bedrijfsprocessen ter plaatse zoveel tijd en aandacht opeisen, dat er een redelijk belang is om op het perceel te wonen. Uit de door de SAOZ genoemde voorbeelden volgt niet zonder meer waarom in die gevallen de bedrijfsprocessen zoveel tijd en aandacht opeisen, dat er een redelijk belang is om op het perceel te wonen. Daarbij betrekt de Afdeling dat alleen bedrijven tot milieucategorie 2 zijn toegelaten. Uit de door de SAOZ gegeven voorbeelden volgt een noodzaak tot het treffen van adequate veiligheidsmaatregelen, maar is er niet zonder meer een verband met in tijd of aandacht intensieve bedrijfsprocessen. Daarom bestaat twijfel of de herbestemming op de juiste wijze in de planologische vergelijking is verdisconteerd. Het betoog slaagt.
* ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3584: Awb, Wro; planschade, woning, toepasselijke planologische regimes, situeringswaarde woning (Rb Limburg 21/2420)
14. In haar advies van juni 2020 heeft de SAOZ drie vergelijkingen gemaakt. Eén vergelijking van het bestemmingsplan “Buitengebied Leudal” met bestemmingsplan “Landgoed Leudal”, één vergelijking van bestemmingsplan “Landgoed Leudal” met “Landgoed Leudal 2016” en één vergelijking van bestemmingsplan “Landgoed Leudal 2016” met “Landgoed Leudal 2018”. Dit is in lijn met de vaste rechtspraak dat indien er gesteld wordt dat verschillende planologische maatregelen schade hebben veroorzaakt, er per planologische maatregel een vergelijking moet worden gemaakt tussen het planologische regime zoals dat gold onmiddellijk vóór en na de planologische maatregel waarvan gesteld wordt dat deze planschade heeft veroorzaakt (zie: de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3126). Het is dus niet juist om bij een cumulatie van schadeoorzaken een vergelijking te maken van het laatste schadeveroorzakende regime met meer voorafgaande planologische mutaties. Dat er óók planologische mutaties zijn die eerst na de uitspraak van de Afdeling over het bestemmingsplan “Landgoed Leudal 2018” onherroepelijk zijn geworden betekent dus, anders dan [appellant] betoogt, niet dat voor de planologische vergelijking alleen naar dat laatste bestemmingsplan moet worden gekeken.