Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1745: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, vernieuwen en uitbreiden bouwmarkt, tuincentrum, drive-in, ruimte voor doe-het-zelf masterclasses, gehanteerd detailhandelsbeleid, verkeer, parkeren, nieuw besluit, Dienstenrichtlijn, noodzakelijkheid, evenredigheid (Rb Oost-Brabant 19/1151)
# ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1723: Awb, Wro; bpl, Lingelandje, niet aannemelijk schuur onder bouwovergangsrecht, deel van perceel geen woonbestemming, feitelijk ingericht als tuin, bijgebouwen ten behoeve van woning, onvoldoende gemotiveerd, spuitzone fruitboomgaard, volwaardig loonwerkbedrijf, geen nevenactiviteit, bouwvlak, bestaande kassen niet als zodanig bestemd, teeltondersteunende voorzieningen,  afwijkingsbevoegdheid nieuwe boomgaarden, tussenuitspraak
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1744: Awb, Wabo; aanlegvergunningen, dempen en aanleggen van sloten/watergangen en egaliseren draineren percelen, dwingend toetsingskader artikel 2.11, lid 1, Wabo, geen ruimte voor belangenafweging, geen onevenredige aantasting van de te beschermen waarden als bedoeld in de planregels, nieuw besluit (Rb Oost-Brabant 22/352, 22/353 en 22/272)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1679: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, verkeersgeneratie, parkeren, woon- en leefklimaat, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1738: Awb, Wro; bpl, drie recreatiewoningen en beheerderswoning in plaats van volkstuin met druivenkas, kernkwaliteiten UNESCO Werelderfgoederen, omgevingsverordening, structuurvisie, beperking bedrijfsactiviteiten,
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1707: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning afwijken bpl, woonboot met steiger, golfbreker en parkeerplaatsen, uitvoerbaarheid, Didam-arrest, ontbreken omgevingsvergunning bouwen, goede ruimtelijke ordening, alternatieve locaties (Rb Midden-Nederland 22/4155)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1750: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl en kap, 145 appartementen voor minder mobiele senioren, parkeerkelder, (wijk)restaurant, (zorg)voorzieningen, vvgb, wel onder categorieën van gevallen, parkeren, parkeerplan, voorkomen parkeren in openbare ruimte, afdwingbaarheid boetebeding voor huurders met eigen auto, bezonning, ontvankelijkheid, belanghebbende, afstand tot bouwplan, andere woonwijk, parkeerbehoefte juist bepaald, tegenstrijdigheid parkeerplan en omgevingsvergunning, borging aantal parkeerplaatsen, zelf in de zaak voorzien, bepalingen in huurovereenkomsten, parkeervoorschriften (Rb Noord-Nederland 21/2983, 21/3591, 21/3596 en 21/3598)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1692: Awb, Wro; weigering vaststellen bpl, realiseren 3 rijwoningen en 6 appartementen, beleid gemeenteraad, strijd met 10 punten plan, situering bouwplan ten opzichte van erfgrenzen, strijd met goede ruimtelijke ordening
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1733: Awb, Wvg; vestiging voorkeursrecht, woningbouwlocatie, rekening gehouden met overeenkomst verplaatsing bedrijf, belangenafweging (Rb Zeeland-West-Brabant 21/1012 en 21/1068)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1737 : Awb, Wro; wijzigingsplan, paardenbak met lichtmasten, Natuur Netwerk Brabant, effecten lichtmasten, in stand laten rechtsgevolgen
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1735: Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein gespecialiseerde afvalverwerking, reeds vergund mestbewerkingsbedrijf als zodanig bestemd, verbod nieuwe mestbewerkingsbedrijven, goede ruimtelijke ordening, regelgeving en beleid over geur en stikstofuitstoot en -depositie ingrijpend gewijzigd, vooroverleg, duidelijkheid planregels, tussenuitspraak
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1731: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, dakopbouw in afwijking van vergunning, geringe overschrijding perceelsgrens, daadwerkelijk omvang, civiel vonnis, Harderwijk-uitspraak, handhavend optreden onevenredig, overschrijding niet in de weg aan plaatsen dakbouw door appellant (Rb Zeeland-West-Brabant 22/5745)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1693: Awb, Chw, Waterwet; projectplan, toekomstbestendig inrichten beeksysteem, eerder uitspraak Afdeling, oorspronkelijk peil niet perse als uitgangspunt, geen negatieve gevolgen voor drooglegging landbouwpercelen, natuur, beheer en onderhoud
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1696: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, waterpartij in midden van weiland, aantasting cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden, blijvende, onevenredige aantasting, onvoldoende gemotiveerd, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1676: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 23 tijdelijke woningen voor spoedzoekers en statushouders, verkeerssituatie, geluidsbelasting, artikel 8 EVRM (Rb Gelderland 23/4429)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1705: Awb, Wnb; positieve weigering, vergistingsinstallatie met gasopwekking, haalbaarheid emissiewaarde 3,5 mg NOx/Nm3, door rechtbank gebruikte begrip “continu”, technisch haalbaar, onvoldoende zekerheid continu (blijvend) haalbaar, voortoets, niet vereiste zekerheid, metingen bij optimale uitvoering en onderhoud, STAB-rapport (Rb Noord-Nederland 21/1654)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1740: Awb, wabo; handhaving, last onder bestuursdwang, kostenverhaal, verwijderen tot woning verbouwde boogkas, zeecontainer en opgeslagen bedrijfsmaterialen, zelfde gronde als in beroep, kostenverhaalsbeschikking, financiële draagkracht (Rb Den Haag 23/126)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1748: Awb, Wnb; weigering intrekking besluit doden wilde katten, gewijzigde omstandigheden, zelfde gronden als in beroep (Rb Noord-Nederland 22/3862)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1695: Awb, Wro; bpl, exploitatieplan, 270 woningen, bedrijfsactiviteiten wegbestemd, bedrijfswoningen bestemd als gewone woningen, inbrengwaarden exploitatieplan, parkeren, aan huis verbonden beroepen, insluiten bebouwing, belangenafweging, voorwaardelijke verplichting, verkeer, geluid, akoestisch onderzoek, contra-expertise, onvoldoende rekening gehouden met representatieve invulling planologische mogelijkheden, tussenuitspraak
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1677: Awb, Wro; weigering vaststelling ontwerpbpl door gemeenteraad, huisvesting 144 arbeidsmigranten, motivering gemeenteraad onduidelijk, video-opname raadsvergadering, anterieure overeenkomst, niet hersteld in verweerschrift, deugdelijk verkeersonderzoek, provinciaal beleid, ten onrechte getoetst aan nieuw gemeentelijk beleid
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1726: Awb, Wro; bpl, toestaan bedrijfswoning, beperking bedrijfsvoering, gebruik gewasbeschermingsmiddelen, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid termijnoverschrijding, tekst bij bekendmaking, inpassen nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning, geen afweging, provinciaal beleid, gemeentelijk beleid
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1687: Awb, TwG; mijnbouwschade, afwijzing verzoek, actualisatie waardedalingsonderzoek, nieuwe afbakening risicogebied, methode van Atlas, bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Nederland 24/2070)
* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1689: Awb, TwG; mijnbouwschade, afwijzing verzoek, actualisatie waardedalingsonderzoek, nieuwe afbakening risicogebied, methode van Atlas, bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Nederland 24/210)
* ABRvS 24 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1652: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, zorgappartementen, afstand tot garagebox, toezegging garageboxen, woon- en leefklimaat, herhaling gronden beroep, overlast en schade tijdens bouw (Rb Den Haag 24/6852 en 24/6853)
* Rechtbank Noord-Holland 24 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2942: Awb, Wabo; ambtshalve actualisatie omgevingsvergunning milieu, bevoegd gezag, ontvankelijkheid vergunninghouder, geen zienswijze, ontvankelijkheid overige eisers
Rechtbank Limburg 24 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2754: Awb, Ow; bekrachtiging onteigeningsbeschikking, ambtshalve basistoets, bedenkingen, inzien logboek, onteigeningsbelang, ambtshalve toetsing, algemeen belang, ontwikkeling mogelijk gemaakt in omgevingsplan, noodzaak onteigening, redelijke poging tot minnelijke verwerving, logboeken, urgentie, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, evenredigheidsbeginsel, beoordeling proceskosten
Rechtbank Gelderland 24 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2322: Awb, Ow; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning BOPA, opvanglocatie voor minderjarige asielzoekers, ETFAL, alternatieve locaties, aantasting agrarisch karakter, licht en geluid, flora en fauna, quickscan, participatie, beperking bedrijfsvoering
* Rechtbank Oost-Brabant 24 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1815: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 24 woningen op sportpark, voorbereidingsprocedure, Regeling uitvoering Chw, wijzigingsbesluit, wijziging van ondergeschikte aard, wijziging aanvangsmoment 15-jaarstermijn, aanvangsmoment bouw, rechtsonzeker, doelgroep, overlast, economische uitvoerbaarheid, participatie, houtwal, onvoldoende geborgd, wadi, gebiedsbescherming, Wnb, relativiteit, soortenbescherming, ecologisch onderzoek, geluid, aanvullend rapport, artikel 7:9 Awb, verkeer, parkeren, parkeernota, alternatieve locaties en nutsvoorzieningen, belangenafweging en bebouwingsbeeld
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2129: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, overtreding Bal en omgevingsplan, kleiduiven schietbaan, niet voldoen aan veiligheidszone, onvolledig akoestisch rapport, ontbreken schotenregistratie, lengte begunstigingstermijn
ABRvS 20 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1615: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning BOPA bouwwerken, plaatsen verdeelstation, voorlopig rechtmatigheidsoordeel, monumentale woning, erfgoedadviseur, zichtbaarheid, tuinmuur (Rb Midden-Nederland 25/4027)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1672: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, wijzigen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, toestemming vangen en doden van brandgans in Natura 2000-gebieden, verzoek, wijziging voorschrift, afstand tot broedvogels bij vangactie, één persoon, grondslag wijzigingsbevoegdheid, geen (aanvullende) passende beoordeling, niet substantiële wijziging
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1838: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, verbouwen schuur, exploitatie bed & breakfast, uitzondering op ex nunc-toetsing, brandveiligheidseisen Bouwbesluit, aannemelijkheidstoets
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1839: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, procesbelang, hoogte dwangsom niet tijdig beslissen
Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2096: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, 59 woningen, vovo tegen bpl, bpl in werking, Tegelenrechtspraak, geen reden af te wijken
* Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2119: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, afgeweken van beleid, welstandsnota, artikel 4:84 Awb, maatvoering dakopbouw, beleidsregels afwijken, Nota omgevingskwaliteit, schaduweffecten
Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2097: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning, vertrouwensbeginsel
Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2171: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, invordering, bewoning recreatiewoning, gebruik in strijd met omgevingsplan, overtreding, onvoldoende onderzoek, diverse verklaringen
Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2100: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, invordering, zonder omgevingsvergunning geplaatste bouwwerken en verharding, unit, presentatietafels advies stichting advisering agrarische bouwplannen, IBC container en hekken, overtreding, vertrouwensbeginsel
Rechtbank Overijssel 17 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1423: Awb, Ow; omgevingsvergunning, kappen 38 bomen, mobiliteitshub, herplantplicht, voorschriften onvoldoende concreet, afwijzing verzoek heropening onderzoek, belangenafweging, beoordelingsformulier, tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2480: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, onderzoeksverplichting NOx-emissie, onderzoek voldoet aan (nadere) eisen
* Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2478: Awb, Waterwet; handhaving, last onder dwangsom, invordering, onvergund lozen van stoffen in oppervlaktewater, overtreding, uitvoerbaar, evenredig en proportioneel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1927: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, kappen 9 bomen, terrein voetbalvereniging, apv, boombeleid, verkeerde keuze locatie zonnepanelen, aanvraag bepalend, algemeen belang verduurzaming
* Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1684: Awb, Wabo; revisievergunning milieu, herstelbesluit, producent glaswol- en glasvliesproducten, geen vaste verhouding tussen soorten bindermateriaal, Wnb aangewezen weg, geen absolute bovengrens nitraat, geen strijd met BBT-conclusies, BREF productie van glas, beoordelingsruimte, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1667: Awb, Wabo; afwijzing verzoek actualisatie omgevingsvergunning milieu, producent glaswol- en glasvliesproducten, emissienorm ammoniak, redelijke termijn
* Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1659: Awb, Wnb; positieve weigering natuurvergunning, producent glaswol- en glasvliesproducten, bedrijfssituatie inmiddels gewijzigd, geen procesbelang, redelijke termijn
* Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1661: Awb, Wnb; verzoek passende maatregelen, herstelbesluit, gedeeltelijke toewijzing, beperking toegestane stikstofemissie, intrekken latente ruimte, producent glaswol- en glasvliesproducten, referentiesituatie, milieutoestemming, niet buiten grondslag verzoek, informatieplicht resterende emissievracht, verdergaande passende maatregelen, natuurdoelanalyses, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
Rechtbank Gelderland 13 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2026: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, last onvoldoende duidelijk, discussie over hoe te voldoen aan voorwaarden vergunningvrij bouwen in omgevingsplan, geen specifieke omschrijving wat te doen of nalaten
Rechtbank Limburg 12 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2374: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, invordering, opslaan, sorteren en verkopen van schroot, strijd met omgevingsplan, duidelijkheid last, niet te verstrekkend, vertrouwensbeginsel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1720: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, plaatsen erfafscheiding zonder vergunning, strijd met omgevingsplan, vergunningplicht, voorkant gebouw, aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, evenredigheid, zicht op legalisatie
* Rechtbank Amsterdam 11 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2673: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, serre op dakterras, welstand, inhoud welstandsadvies te herleiden tot welstandsnota, ruimtelijk wel aanvaardbaar, redelijke termijn
* Rechtbank Amsterdam 11 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2448: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, serre op dakterras, advies welstand, advies ruimte en duurzaamheid, redelijke termijn
* Rechtbank Den Haag 10 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4795: Awb, Wabo; maatwerkvoorschriften, stoken van vuren, scoutingverenigingen, frequentie, weersomstandigheden, Activiteitenbesluit, aanvaardbaar geurhinderniveau, geurrapport, geurhinderbeleid provincie
* Rechtbank Noord-Holland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2502: Awb, Wnb; tegemoetkoming faunaschade, beperking in pachtovereenkomst, schade aanvraad, zelfgekozen contractuele beperking
Rechtbank Den Haag 10 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4765: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, dakopbouw op garage, gebonden beschikking
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1592: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, bandenservicebedrijf, horen in bezwaar, binnenplanse afwijking, nevenactiviteit naast een hoofdactiviteit, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 10 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5213: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning afwijken bpl, realiseren bedrijfswoning, niet noodzakelijk, advies Stichting Agrarische Beoordelingscommissie, deskundige, sociale omstandigheden, veiligheidsrisico’s gering
* Rechtbank Den Haag 10 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5211: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, verbouw bedrijfsruimte, verkeersveiligheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1580: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, tussenuitspraak, verkoop agrarische producten en boerderij- en streekproducten, strijd met bpl, advies Agrarisch beoordelingscommissie, agrarisch vollegrondsteeltbedrijf, verkooppunt nevenfunctie, oppervlakte, niet gekeken naar verkeersaantrekkende werking, stalling winkelwagentjes, opslag/koelcel, uitleg begrip ‘(eigen) agrarische producten’, uitleg begrip ‘boerderij- en streekproducten’, assortiment elders ingekocht, niet gemotiveerd afgeweken van uitleg in advies bezwaarschriftencommissie, preventieve last, geen aanleiding
Rechtbank Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4354: Awb; verzet, beroep kennelijk niet-ontvankelijk, geen besluit, aankondiging terinzagelegging herziening omgevingsbeleid provincie, mogelijkheid zienswijzen, artikel 6 EVRM
* Rechtbank Gelderland 5 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1647: Awb, Wro; planschade, woningbouw, voorzienbaarheid, masterplan, geen doorbreking voorzienbaarheid
Rechtbank Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4543: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, huisvesting arbeidsmigranten, strijd met omgevingsplan, tijdelijk deel, paraplubestemmingsplan, Dienstenrichtlijn, planregeling niet evident in strijd, evenredigheid
* Rechtbank Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4363: Awb, Wabo; intrekken omgevingsvergunning, toepassen zeer spoedeisende bestuursdwang, kostenverhaal, dakopbouw, geen gelegenheid alsnog in overeenstemming brengen met vergunning, rechtsgevolgen in stand, eventuele herstelwerkzaamheden ontoereikend, stabiliteit, gevaar voor veiligheid, mogelijkheid begunstigingstermijn dan wel minder vergaande (stabiliserende) maatregelen niet onderzocht
Rechtbank Rotterdam 4 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3078: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, vellen van bomen, 31 populieren, boom vervanging, herplant iepen, criteria apv, flora en fauna-activiteit, onlosmakelijke samenhang vervallen, natuur- en milieuwaarden, quickscan ecologie, nader onderzoek, ecologisch werkprotocol, essentiële vliegroute gewone dwergvleermuis
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1401: Awb; e-mail, bezwaar niet-ontvankelijk, geen besluit, standpunt over overgangsrecht, bestuurlijk rechtsoordeel
Rechtbank Den Haag 4 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4702: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, herhaalde aanvraag, artikel 4:6 Awb, inwerkingtreding Ow, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
* Rechtbank Den Haag 4 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4701: Awb, Wabo; verzoek handhaving, toegewezen in bezwaar, hangende beroep alsnog afwijzing, beroep van rechtswege, terugbrengen zolderkozijn na situatie voor vervanging, uitspraak Afdeling, alternatieven voor herstel overtreding, gelijkheidsbeginsel
#Rechtbank Amsterdam 3 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2116: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, antenne-installaties, vergunningvrij, einduitspraak na tussenuitspraak, hoogte installaties, geringe overschrijding, handhavend optreden onevenredig
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1367: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, telecommunicatiemast, gezondheidsrisico’s, participatie, adviezen Gezondheidsraad, ICNIRP-blootstellingslimieten, monument, natuurnetwerk relativiteit, alternatieve locatie
* Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:754: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, transformeren garage en bovenwoning naar 8 appartementen, belanghebbende, privaatrechtelijke belemmering, buiten beschouwing laten vergunningvrije delen, parkeergelegenheid, tekort halve parkeerplaats, afwijken van beleidsregels, deelauto
Rechtbank Noord-Holland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2447: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, realiseren drie padelbanen,  participatieverplichting, Omgevingsregeling, geluid, zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, gebonden beschikking, vooringenomen, flora- en fauna, geen aanhaakverplichting
Rechtbank Midden-Nederland 26 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:693: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, verblijf met tent in openbare ruimte, strijd met omgevingsplan en Verordening fysieke leefomgeving
* Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:787: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, bedrijfswoning, noodzaak, behandeling op zitting, nadere stukken, toezegging college, gewijzigd standpunt op tweede zitting, geen ruimte voor afweging belangen, vergunning moet worden verleend, dwangsom college
* Rechtbank Limburg 24 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1845: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, groepsaccommodatie, terreinafscheiding, vergunningvrij, oppervlakteverharding, zicht op legalisatie, aanvraag onvolledig, buitenopslag, overtreding, opslagloods
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1201: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plaatsen 15 tiny/medium houses, strijd met bpl, vvgb, grondslag aanvraag verlaten, stedenbouwkundige inpassing, geluidsbelasting, VNG-publicatie, beoordeling noodzaak hogere waardenbesluit, waterberging en -afvoer
Rechtbank Amsterdam 24 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2003: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken, plaatsen woonwagen, spoedeisend belang, de facto moeilijk onomkeerbaar, belangenafweging
Rechtbank Amsterdam 24 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2002: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, gebruik pand als winkelruimte, strijd met omgevingsplan, concurrent, belangenafweging
Rechtbank Amsterdam 23 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1914: Awb, Ow; omgevingsvergunning wateractiviteit, vervangen damwand, dempen primair oppervlaktewater, waterschapsverordening, verenigbaar met doelstellingen waterbeheer, compensatie, veiligheid damwanden, cultuurhistorische waarden, beoordelingskader
Rechtbank Amsterdam 23 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1950: Awb, Ow; handhaving, lasten onder bestuursdwang en dwangsom, verkoop headshopproducten, strijd met omgevingsplan, overgangsrecht, bijzondere omstandigheden, evenredigheid, reclame, apv, welstand, ontsierend, dichtgezette ramen, andere gevallen
* Rechtbank Noord-Nederland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:906: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, aanleg 10 parkeerplaatsen en uitrit, gevolgen woon- en leefklimaat, verkeersveiligheid, deskundigenonderzoek, geluidsrapport, VNG-brochure, alternatieven, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:885: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, herbouwen en uitbreiden atelier, hobbyruimte, tuinkamer en terras, bezwaar niet-ontvankelijk, geen verschoonbare termijnoverschrijding, participatie, duidelijkheid publicatie, horen in bezwaar
Rechtbank Den Haag 10 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4749: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning BOPA, bouw grotere rundveestal, vervanging bestaande bebouwing, weigering vvgb, doelstelling realisatie natuurgebied, doelstellingen natuurontwikkeling aansluitend gebied Natuurnetwerk Nederland, masterplan, structuurvisie, provinciaal beleid, advies Agrarische beoordelingscommissie niet noodzakelijk
Rechtbank Amsterdam 9 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1670: Awb, Ow; handhaving, invordering dwangsom, nieuwe last onder dwangsom, bewoning door meer dan één huishouden, strijd met omgevingsplan, Bbl, zolder als verblijfsruimte, vlizotrap onvoldoende als vluchtroute, overtreder
Rechtbank Amsterdam 4 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1772: Awb, Ow; gedoogplichtbeschikking, verzoek netbeheerder, geen overeenstemming recht van opstal, aanleg en instandhouding ondergrondse hoogspanningsverbinding, kan worden opgelegd aan overheid, redelijke poging tot schriftelijke overeenstemming, belangenafweging, regierol gemeente, tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 13 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:263: Awb, Wabo; handhaving, lasten onder dwangsom, invordering, overkapping niet in overeenstemming met omgevingsvergunning ter legalisatie, bijzondere omstandigheden, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Midden-Nederland 9 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:816: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, preventieve last, sportinrichting, geluidsoverlast, evenementen, geluidsregels, geluidsmetingen
* Rechtbank Den Haag 21 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:16310: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, transformatie kantoorgebouw naar tijdelijke studentenwoningen, weigering vvgb, stedelijk ontwikkelingsproject, reguliere voorbereidingsprocedure, vergunning van rechtswege

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
!  = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1705: Awb, Wnb; positieve weigering, vergistingsinstallatie met gasopwekking, haalbaarheid emissiewaarde 3,5 mg NOx/Nm3, door rechtbank gebruikte begrip “continu”, technisch haalbaar, onvoldoende zekerheid continu (blijvend) haalbaar, voortoets, niet vereiste zekerheid, metingen bij optimale omstandigheden, optimale uitvoering en onderhoud, STAB-rapport (Rb Noord-Nederland 21/1654)
2.1 HoST heeft in de aanvraag kenbaar gemaakt dat de NOx-emissie van de WKK-installatie kan worden teruggebracht tot 3,5 mg NOx/Nm3 door de inzet van drie emissiereducerende technieken. De emissiereducerende technieken die HoST gaat toepassen zijn: de Selective Non-Catalytic Reduction (SNCR), Selective Catalytic Reduction (SCR) en een rookgascondensator.
(…)
8.8 Het verschil tussen enerzijds de emissiegrenswaarde van 145/100 mg NOx/Nm3 en de door STAB haalbaar geachte waarde van 30 mg NOx/Nm3 en anderzijds de hier toegepaste emissiewaarde van 3,5 mg NOx/Nm3, is erg groot. Weliswaar laten het ELM-rapport en SGS-rapport zien dat zo’n lage emissiewaarde technisch haalbaar is, maar de Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat daarmee onvoldoende is onderbouwd dat met deze emissiewaarde de gevolgen van het project in de voortoets met de vereiste zekerheid in kaart kunnen worden gebracht. Daarvoor is van belang dat MOB, zoals de rechtbank terecht overweegt, concrete aanknopingspunten voor twijfel naar voren heeft gebracht dat deze emissiewaarde continu kan worden gehaald. De Afdeling volgt HoST en het college niet waar zij stellen dat de rechtbank bij dat oordeel ten onrechte heeft betrokken dat aannemelijk is dat de metingen aan de installatie in Andijk onder optimale omstandigheden zijn verricht, dat het consequent halen van een lage waarde alleen mogelijk is als de voorzieningen optimaal worden uitgevoerd en onderhouden en dat bij andere installaties, zoals de installatie in Bemmel, waar dezelfde emissiereducerende technieken worden toegepast, hogere emissies worden gemeten. De Afdeling licht haar oordeel hier onder toe.
(…)
8.10 Dat de metingen aan de installatie in Andijk zijn uitgevoerd op verschillende dagen en onder verschillende meteorologische omstandigheden en zijn verricht door geaccrediteerde instellingen, doet niet af aan het oordeel van de rechtbank dat aannemelijk is dat de metingen aan de installatie in Andijk onder optimale omstandigheden zijn verricht en dat het consequent halen van een lage waarde alleen mogelijk is als de voorzieningen optimaal worden uitgevoerd en onderhouden. De Afdeling betrekt daarbij wat in 5.2.3 van het STAB-rapport staat. De STAB stelt daar over het ELM-rapport dat zij “aannemelijk acht dat alles is gedaan om de NOx-emissie zo ver mogelijk terug te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan gebruiken van stookhout met een zo laag mogelijk stikstofgehalte, optimale beheersing van de verbrandingscondities (zoals voorkomen van temperatuurpieken), optimale ureuminjectie en goed werkende SCR katalysatorbedden (eventueel zelfs een extra nageschakeld bed). De aanwezigheid van een effectieve SCR is een uitdrukkelijke voorwaarde, dit is ook door HoSt in de mondelinge toelichting aangegeven […].”
Verder betrekt de Afdeling daarbij dat in 5.2.3 van het STAB-rapport staat: “STAB merkt verder nog op dat een optimalisatie van het proces op een (zeer) lage emissie NOx altijd leidt tot hogere bedrijfskosten in vergelijking met een installatie die ontworpen is, althans bedreven wordt, om slechts aan het Activiteitenbesluit te voldoen. Dit betreft de (eenmalige) investering in de techniek SCR en maar ook het in optimale conditie houden van de katalysatorbedden. Bij vervuiling of vergiftiging van de katalysatorbedden, hetgeen niet altijd is te voorkomen, neemt het verwijderingsrendement snel af. Deze zullen altijd tijdig moeten worden vervangen, maar bij een heel lage emissie-eis nog vaker. Ook de extra inzet van ureum/ammoniak leiden tot hogere bedrijfskosten en dus hogere prijs van een kWh of geleverde warmte In vergelijking tot concurrenten die slechts aan het Activiteitenbesluit moeten voldoen. […]”.
Dat HoST de lage emissiewaarde wil halen en bereid is daarvoor de nodige financiële inspanningen te doen zijn omstandigheden die niet relevant zijn voor de beantwoording van de vraag die in de voortoets voorligt, namelijk of op voorhand op grond van objectieve gegevens is uitgesloten dat het aangevraagde project significante gevolgen heeft.

* ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1677: Awb, Wro; weigering vaststelling ontwerpbpl door gemeenteraad, huisvesting 144 arbeidsmigranten, motivering gemeenteraad onduidelijk, video-opname raadsvergadering, anterieure overeenkomst, niet hersteld in verweerschrift, deugdelijk verkeersonderzoek, provinciaal beleid, ten onrechte getoetst aan nieuw gemeentelijk beleid
4. [appellante A] en anderen betogen dat het weigeringsbesluit onvoldoende is onderbouwd en dat hierbij onvoldoende inzicht wordt gegeven in de belangenafweging. Hiertoe voeren zij aan dat de video-opname van de raadsvergadering en de samenvatting hiervan in de brief van 19 juli 2024 onvoldoende onderbouwing vormen voor het weigeringsbesluit. Onduidelijk is hoe de belangen zijn afgewogen en de raad had in ieder geval de omstandigheid moeten meenemen dat tussen [appellante C] en de gemeente Noordoospolder een anterieure overeenkomst is gesloten, die strekt tot het verlenen van planologische medewerking.
4.1. De Afdeling is van oordeel dat uit de video-opname van de raadsvergadering en de brief van 19 juli 2024 niet eenduidig kan worden afgeleid op grond van welke argumenten de raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen. In de brief van 19 juli 2024 zijn de standpunten weergeven die de verschillende partijen naar voren hebben gebracht. Hierbij wordt geen nadere toelichting gegeven. [appellante A] en anderen verwijzen terecht naar de uitspraak van de Afdeling op 11 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4229, onder 4.2. Net zoals in die uitspraak, is het in dit geval niet duidelijk hoe de raad de argumenten concreet heeft toegepast, wat de weging van de argumenten is geweest en wat daarbij doorslaggevend was. In de toelichting bij het ontwerp is uitgebreid ingegaan op diverse ruimtelijke aspecten, waaronder verkeer. Op basis daarvan is geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Niet duidelijk is op grond van welke ruimtelijke relevante motivering de raad desondanks heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen.
Ook is onduidelijk hoe de raad de belangen van [appellante A] en anderen heeft afgewogen. In de brief van 19 juli 2024 wordt namelijk niet verwezen naar de anterieure overeenkomst. Hoewel de raad niet gebonden is aan de anterieure overeenkomst, had hij deze wel bij de besluitvorming moeten betrekken. Dit heeft Afdeling eerder overwogen in haar uitspraak van 30 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3046, onder 4.2. Hoewel de raad beleidsruimte toekomt, moet de raad zijn besluit wel deugdelijk motiveren. Dat heeft de raad in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet gedaan. Het betoog slaagt.
Is het gebrek hersteld?
5. De raad heeft in het verweerschrift alsnog een motivering opgesteld om het hiervoor genoemde gebrek te herstellen. Volgens de raad is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening, aangezien de verkeersveiligheid onvoldoende is gewaarborgd, een gezond woon- een leefklimaat voor de arbeidsmigranten niet is geborgd en het ontwerp in strijd is met provinciaal- en gemeentelijk beleid. De Afdeling zal hierna uit het oogpunt van finale geschilbeslechting beoordelen of deze motivering deugdelijk is. De Afdeling zal dat doen in deze volgorde:
– verkeer;
– woon- en leefklimaat;
– provinciaal beleid;
– gemeentelijk beleid.
– verkeer
(…)
Conclusie
De Afdeling is van oordeel dat het weigeringsbesluit onvoldoende is gemotiveerd. Het gebrek in de motivering is in het verweerschrift niet door de raad hersteld.

* Rechtbank Noord-Holland 24 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2942: Awb, Wabo; ambtshalve actualisatie omgevingsvergunning milieu, bevoegd gezag, ontvankelijkheid vergunninghouder, geen zienswijze, ontvankelijkheid overige eisers
4. Het college heeft met het bestreden besluit ambtshalve de revisievergunning zelf in stand gelaten, maar alle voorschriften en begripsbepalingen van alle omgevingsvergunningen milieu van Circuit Zandvoort vanaf 12 september 1997 tot heden ingetrokken en op grond van artikel 2.30 en 2.31 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nieuwe begripsbepalingen en voorschriften aan de vergunning van 12 september 1997 verbonden. Het college heeft het besluit (samengevat) als volgt gemotiveerd. Bij de overdracht van het vergunningendossier van Circuit Zandvoort vanuit gedeputeerde staten aan het college werd het college geconfronteerd met onoverzichtelijke omgevingsvergunningen. Het college achtte zich gehouden om de voorschriften van de verschillende vergunningen bij elkaar te brengen in een overzichtelijke omgevingsvergunning. Dit te meer omdat een aantal in de vergunning genoemde technische documenten achterhaald was. Daarnaast heeft het college ook bezien of er gewijzigde inzichten bestaan ten opzichte van de normstellingen in de voorschriften en om die reden enkele voorschriften gewijzigd.
(…)
11.4 De rechtbank oordeelt als volgt. Artikel 2.4, eerste lid, Wabo bepaalt als hoofdregel dat burgemeester en wethouders van de gemeente waar het betrokken project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, behoudens in gevallen als bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid. Uit het vijfde lid volgt dat het bevoegd gezag met betrekking tot een geldende omgevingsvergunning beslist op elke aanvraag die betrekking heeft op een project dat zal worden of wordt uitgevoerd op de plaats ten aanzien waarvan die vergunning is verleend.
De rechtbank constateert dat beide bepalingen niet van toepassing zijn omdat hier geen sprake is van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, maar van een ambtshalve actualisatie van een reeds verleende omgevingsvergunning milieu.
11.5 Een actualisatie van een verleende omgevingsvergunning milieu op grond van artikel 2.30 en 2.31 Wabo betreft een complementaire (aanvullende) bevoegdheid ten opzichte van de verlening van die vergunning. Oftewel, alleen het bevoegd gezag dat de omgevingsvergunning milieu (de revisievergunning) heeft verleend aan Circuit Zandvoort, kan die vergunning en de daaraan verbonden voorschriften daarna (ambtshalve) aanpassen of intrekken. Dit is vergelijkbaar met bijvoorbeeld een ambtshalve intrekking van een verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 2.33 en 5.19 Wabo. Onder de Omgevingswet is dit niet veranderd.
De rechtbank ziet overigens ook in artikel 2.4, vijfde lid, Wabo een bevestiging van haar standpunt. In het geval geen sprake zou zijn geweest van een ambtshalve actualisatie maar van een aanvraag, beslist immers op grond van het vijfde lid ook het bevoegd gezag dat de geldende omgevingsvergunning heeft verleend op elke aanvraag die betrekking heeft op een project dat zal worden of wordt uitgevoerd op de plaats ten aanzien waarvan die vergunning is verleend. Onder de Omgevingswet wijzigt die systematiek niet, omdat in artikel 4.16, eerste lid, van het Omgevingsbesluit, ter uitvoering van artikel 5.13 van de Omgevingswet een vergelijkbare bepaling als artikel 2.4, vijfde lid, Wabo is opgenomen.
11.6 In het bestreden besluit wijzigt het college ambtshalve de door gedeputeerde staten op 12 september 1997 verleende omgevingsvergunning milieu in zoverre dat de daaraan verbonden voorschriften en begripsbepalingen worden ingetrokken en vervangen door nieuwe voorschriften. Daarnaast worden van de in de periode 2001 tot 2023 genomen besluiten tot aanpassing van die revisievergunning uit 1997 de voorschriften en begripsbepalingen ook ingetrokken of vervangen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zijn daarom uitsluitend gedeputeerde staten hiertoe bevoegd.
11.7 Het feit dat het college in de besluiten van 23 december 2019 en 31 juli 2023 de revisievergunning van 12 september 1997 van Circuit Zandvoort ook heeft aangepast en deze besluiten onherroepelijk zijn, maakt niet dat de bevoegdheid op het college is overgegaan. Ten overvloede merkt de rechtbank daar nog bij op dat met de besluiten van 23 december 2019 en 31 juli 2023 door het college aan de revisievergunning van Circuit Zandvoort van 12 september 1997 verbonden voorschriften met het bestreden besluit niet geactualiseerd worden omdat die voorschriften zijn uitgewerkt.
11.8 Concluderend komt de rechtbank tot het oordeel dat het college niet bevoegd was om ambtshalve tot actualisatie van de door gedeputeerde staten verleende omgevingsvergunning milieu van 12 september 1997 en de nadien genomen wijzigingsbesluiten over te gaan.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1672: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, wijzigen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, toestemming vangen en doden van brandgans in Natura 2000-gebieden, verzoek, wijziging voorschrift, afstand tot broedvogels bij vangactie, één persoon, grondslag wijzigingsbevoegdheid, geen (aanvullende) passende beoordeling, niet substantiële wijziging
2. Gevolg van nieuwe wetgeving
Vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de Omgevingswet (Ow). Voorschriften, verbonden aan vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb die onherroepelijk zijn, gelden als voorschriften als bedoeld in artikel 5.34, eerste lid, van de Ow. Hierna duidt de voorzieningenrechter de natuurvergunning van 7 mei 2024 daarom aan als ‘de omgevingsvergunning’.
(…)
8. Beoordeling
(…)
8.4 GS heeft in het bestreden besluit besloten tot wijziging van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Uit het bestreden besluit blijkt niet op welke wettelijke grondslag GS het bestreden besluit heeft gebaseerd. Meer specifiek blijkt uit het bestreden besluit niet op welke wettelijke bevoegdheid tot wijziging van de omgevingsvergunning GS het bestreden besluit heeft gebaseerd. In het bestreden besluit staat dat alle relevante wet- en regelgeving waar het besluit op is gebaseerd in bijlage 1 staat opgenomen. In die bijlage staat geen bepaling genoemd waarin aan GS de bevoegdheid is toegekend om de omgevingsvergunning te wijzigen. Op zitting heeft GS toegelicht dat hij op basis van het wettelijk kader van de Ow de bevoegdheid heeft om de omgevingsvergunning te wijzigen aan de hand van dezelfde beoordelingsregels als waarvoor de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit verleend kan worden. Gelet daarop gaat de voorzieningenrechter ervanuit dat GS heeft bedoeld om de omgevingsvergunning te wijzigen op grond van artikel 5.40, eerste lid, onder a, van de Ow in samenhang met artikel 8.97, eerste lid, van het Bkl. Uit die bepalingen volgt dat GS de bevoegdheid heeft om een omgevingsvergunning te wijzigen, op de in hoofdstuk 8 van het Bkl opgenomen gronden waarop de omgevingsvergunning moest of had kunnen worden geweigerd.
8.5 De voorzieningenrechter stelt vast dat ten behoeve van de omgevingsvergunning een passende beoordeling is opgesteld door Econsultancy van 16 november 2023. Uit de Ow blijkt dat een omgevingsvergunning namelijk uitsluitend kan worden verleend, wanneer uit een passende beoordeling is gebleken dat een project niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied. Uit die passende beoordeling volgt dat verslechterende of significant verstorende effecten vanwege optische- en mechanische verstoring en verstoring door geluid als gevolg van de ruivangsten niet kunnen worden uitgesloten voor de broedvogelsoorten in de Natura 2000-gebieden. Uit die passende beoordeling blijkt dat die verstoring voorkomen kan worden door verstoringsafstanden aan te houden. In het oorspronkelijke voorschrift 19 was – in lijn met die passende beoordeling – voorgeschreven dat het vangen van ganzen niet binnen die afstanden tot broedvogelsoorten mocht plaatsvinden. Als gevolg van de wijziging van voorschrift 19, wordt het voor één persoon mogelijk om binnen die verstoringsafstanden activiteiten te verrichten ten behoeve van het vangen van ganzen. Dat de verstoringsafstanden in voorschrift 19 ruimer zijn dan de verstoringsafstanden die staan genoemd op pagina 49 en 50 van de passende beoordeling, maakt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. De wijziging van de omgevingsvergunning maakt het namelijk mogelijk dat ook binnen de verstoringsafstanden uit de passende beoordeling kan worden getreden.
8.6 De voorzieningenrechter is van oordeel dat GS in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij op grond van artikel 5.40, eerste lid, onder a, van de Ow in samenhang met artikel 8.97, eerste lid, van het Bkl bevoegd was om de omgevingsvergunning te wijzigen. De voorzieningenrechter licht dit oordeel hierna toe.
8.7 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft GS ten onrechte geen (aanvullende) passende beoordeling aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Op grond van voornoemde bepalingen kan GS de voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit wijzigen, op de in hoofdstuk 8 van het Bkl opgenomen gronden waarop de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit moest of had kunnen worden geweigerd. De voorzieningenrechter leidt uit artikel 5.42, eerste lid, van de Ow af dat dit betekent dat de voorschriften aan een omgevingsvergunning gewijzigd kunnen worden, met hetzelfde oogmerk waarmee beoordelingsregels voor die activiteit zijn gesteld. Uit de beoordelingsregels voor de Natura 2000-activiteit blijkt dat een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit uitsluitend wordt verleend, wanneer uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van dat Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast als gevolg van het project. De natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied worden volgens het Hof van Justitie van de EU niet aangetast, wanneer wetenschappelijk gezien zeker is dat een activiteit geen blijvende schadelijke gevolgen zal hebben voor die kenmerken. Uit het voorgaande leidt de voorzieningenrechter af dat GS uitsluitend bevoegd was om de voorschriften uit de omgevingsvergunning te wijzigen, wanneer uit een passende beoordeling de wetenschappelijke zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
8.8 GS heeft gesteld dat geen (aanvullende) passende beoordeling is vereist voor de wijziging van de omgevingsvergunning, omdat sprake is van een niet substantiële wijziging. De voorzieningenrechter gaat ervanuit dat GS heeft bedoeld om te stellen dat geen passende beoordeling is vereist op grond van artikel 16.53c, tweede lid, onder a, van de Ow. Die bepaling staat wel in bijlage 1 bij het bestreden besluit genoemd. In die bepaling staat dat geen passende beoordeling hoeft te worden gemaakt, als het project een herhaling of voortzetting is van een ander project. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) blijkt dat een (aanvullende) passende beoordeling op grond van die bepaling achterwege kan blijven, als een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van de aldus vergunde projecten. Er moet sprake zijn van een één-op-één-inpassing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat GS in dit geval redelijkerwijs geen beroep kan doen op die bepaling, omdat sprake is van een activiteit die niet of niet volledig bij de eerdere passende beoordeling is betrokken. Zoals de voorzieningenrechter in overweging 6.5 heeft overwogen, is Econsultancy er in de eerdere passende beoordeling vanuit gegaan dat de activiteiten buiten de verstoringsafstanden plaats zouden vinden. Volgens Econsultancy kunnen juist binnen die verstoringsafstanden significante gevolgen plaatsvinden voor de broedvogels. Onder die omstandigheden kan een (aanvullende) passende beoordeling redelijkerwijs wel nieuwe gegevens en inzichten opleveren omtrent de significante gevolgen van de wijziging.
8.9 Gelet op het voorgaande heeft GS in het bestreden besluit onvoldoende met objectieve en verifieerbare bewijsstukken – in dit geval een (aanvullende) passende beoordeling – onderbouwd dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast als gevolg van de gewijzigde voorschriften. Het uitsluitend raadplegen van ecologen en een deskundige is, zeker nu zij hun inschatting niet op schrift hebben gesteld waardoor deze zich moeilijk laat controleren, onvoldoende om te kunnen concluderen dat het wetenschappelijk zeker is dat de wijziging van de omgevingsvergunning geen blijvende schadelijke gevolgen zal hebben voor de broedvogels. Te meer omdat uit de passende beoordeling van Econsultancy van 16 november 2023 blijkt dat verslechterende of significant verstorende effecten vanwege optische- en mechanische verstoring en verstoring door geluid niet kunnen worden uitgesloten voor de broedvogelsoorten in de Natura 2000-gebieden wanneer binnen de verstoringsafstanden wordt getreden. GS heeft ook niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd dat de effecten van de toenemende ganzenpopulatie grotere nadelige gevolgen kent voor de aangewezen broedvogels dan een kortstondige verstoring van de broedlocatie tijdens de ruivangst.

Rechtbank Rotterdam 4 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3078: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, vellen van bomen, 31 populieren, boom vervanging, herplant iepen, criteria apv, flora en fauna-activiteit, onlosmakelijke samenhang vervallen, natuur- en milieuwaarden, quickscan ecologie, nader onderzoek, ecologisch werkprotocol, essentiële vliegroute gewone dwergvleermuis
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het hier gaat om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit ‘het vellen van een boom’ (een kapvergunning). Vergunninghoudster heeft alleen voor deze omgevingsplanactiviteit een vergunning gevraagd en gekregen. Gelet op hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, begrijpt de voorzieningenrechter het zo dat verzoekers menen dat voor het kappen van de populieren óók een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit noodzakelijk is omdat de essentiële vliegroute van de vleermuizen wordt aangetast en uit het ecologisch werkprotocol niet blijkt hoe deze vliegroute wordt gecompenseerd. Onder de Omgevingswet is de zogeheten onlosmakelijke samenhang zoals die gold onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo) komen te vervallen. Onder de Wabo moest kortgezegd in één keer voor alle activiteiten die onlosmakelijk samenhangen een omgevingsvergunning worden aangevraagd en verleend. Het systeem van de Omgevingswet is zo dat de aanvrager zelf bepaalt voor welke activiteiten hij wel en niet gelijktijdig een aanvraag doet. Dit heeft tot gevolg dat voor de voorzieningenrechter in deze procedure alleen de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit (de kapvergunning) zoals die nu is verleend ter beoordeling voor ligt. Voor een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van de voorliggende kapvergunning is dus alleen het stelsel van weigeringsgronden uit artikel 4:11b van de APV relevant en niet of een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, zoals hier de flora- en fauna-activiteit uit artikel 5.1, tweede lid, onder g van de Ow, noodzakelijk is en of zo’n vergunning kan worden verleend.
(…)
6.3. De voorzieningenrechter begrijpt de aangevoerde gronden zo dat verzoekers zich beroepen op de natuur- en milieuwaarden van de populieren (artikel 4:11b, vierde lid, onder a, van de APV). Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college onvoldoende gemotiveerd dat de natuur- en milieuwaarden niet zodanig worden aangetast dat de omgevingsvergunning om die reden niet geweigerd had moeten worden. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat uit het onderzoek van Habitus volgt dat er in het zuidelijke gedeelte van het plangebied een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen en dat er geen alternatieve vliegroutes op vergelijkbare afstand en van voldoende kwaliteit aanwezig zijn. De toelichting van het college dat de kapwerkzaamheden gefaseerd in twee jaar zullen worden uitgevoerd zodat de iepen tot volwaardige bomen kunnen uitgroeien waardoor de essentiële vliegroute wordt behouden, laat zich vooralsnog niet rijmen met het onderzoek van Habitus. In het onderzoek van Habitus worden de iepen niet genoemd. Niet valt af te leiden of de iepen als compensatie voor de populieren kunnen dienen in de essentiële vliegroute. Bovendien heeft de ecoloog ter zitting toegelicht dat de iepen op dit moment nog niet de functie in de vliegroute kunnen vervullen en dat dit pas mogelijk is wanneer de iepen zijn uitgegroeid. De ecoloog heeft toegelicht dat onduidelijk is hoe lang dit zal duren. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college onvoldoende gemotiveerd hoe de essentiële vliegroute van de dwergvleermuis wordt gewaarborgd tijdens de kap.

* Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:754: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, transformeren garage en bovenwoning naar 8 appartementen, belanghebbende, privaatrechtelijke belemmering, buiten beschouwing laten vergunningvrije delen, parkeergelegenheid, tekort halve parkeerplaats, afwijken van beleidsregels, deelauto
9. Eisers 2 en 3 hebben aangevoerd dat de vergunningvrije delen van het bouwplan (de slaapkamers op de begane grond) niet vergunningvrij zijn en ten onrechte niet zijn betrokken in de ruimtelijke afweging en de parkeerberekening.
9.1. Op de zitting heeft vergunninghouder toegelicht – en de rechtbank stelt ook vast – dat de op de bouwtekening als vergunningvrij gewaarmerkte delen (de slaapkamers op de begane grond) vergunningvrij te realiseren zijn. Eisers hebben geen argumenten aangevoerd om hieraan te twijfelen. Deze delen in het bouwplan zijn bouwkundig en functioneel te onderscheiden van de vergunningplichtige bouwdelen. Gezien de bedoeling van de aanvrager om deze bouwdelen buiten de aanvraag te laten, kon het college deze dus buiten beschouwing laten bij het beoordelen van de aanvraag om omgevingsvergunning. Dat betekent dat deze delen ook bij de ruimtelijke afweging en het berekenen van de parkeercapaciteit niet betrokken hoefde te worden. Deze beroepsgrond slaagt niet.
(…)
10.11 Na de heropening van het onderzoek heeft de rechtbank vragen aan het college gesteld over hoe het zich met dit tekort van één parkeerplaats op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Het college heeft op 15 augustus 2025 hierover een aanvullende reactie gegeven en heeft verduidelijkt dat met toepassing van artikel 4:84 van de Awb van de beleidsregels is afgeweken.
10.12. Op grond van artikel 4:84 van de Awb handelt een bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het bestuursorgaan moet aan de hand van alle omstandigheden van het geval nagaan of zich bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat het handelen in overeenstemming met de beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.24
10.13. In zijn aanvullende reactie heeft het college gemotiveerd dat het onevenredig is om voor een klein tekort van een halve parkeerplaats de vergunning voor het bouwplan te weigeren. Het college heeft meegewogen dat bij een grotere parkeerbehoefte een aantal tot maximaal vier parkeerplaatsen vervangen had kunnen worden door één autodeelplaats. Nu in dit geval de parkeereis met drie parkeerplaatsen al laag is, kan slechts het aandeel van 50% en dus anderhalve parkeerplaats vervangen worden een autodeelplek. Het college wijst er op dat een autodeelplek een effectief middel is om regulier autoparkeren te beperken, hetgeen bevestigd is in de rechtspraak. Verder is aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat bewoners van de nieuwe woningen geen recht hebben op een parkeervergunning. Deze bewoners zullen dus geen structureel gebruik maken van parkeerplaatsen in de buurt. Met het verdwijnen van het garagebedrijf komen bovendien negen zakelijke parkeervergunningen in het rayon vrij, hetgeen een positief effect heeft op de parkeerdruk in de buurt.
10.14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich met deze motivering op het standpunt kunnen stellen dat toepassing van de beleidsregels in dit concrete geval tot onevenredige gevolgen leidt, in verhouding tot de met die beleidsregels te dienen doelen. Gelet op de bijzondere omstandigheden zoals toegelicht kon het college zich op het standpunt stellen dat het bouwplan met één autodeelplek en één extra parkeerplaats, voorziet in voldoende parkeergelegenheid.

*
Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:787: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, bedrijfswoning, noodzaak, behandeling op zitting, nadere stukken, toezegging college, gewijzigd standpunt op tweede zitting, geen ruimte voor afweging belangen, vergunning moet worden verleend, dwangsom college
16. Naar aanleiding van de gemaakte afspraken op de eerste zitting heeft eiser op verzoek van het college nadere stukken overgelegd, op grond waarvan het college heeft bezien of er toch een noodzaak voor een bedrijfswoning aanwezig is. Bij brief van 3 juni 2025 heeft het college laten weten dat het op basis van die gegevens tot de conclusie is gekomen dat er wel een noodzaak bestaat voor een bedrijfswoning. Het college heeft daarmee zijn eerder ingenomen standpunt verlaten en erkend dat de weigering van de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven, omdat de aanvraag voldoet aan het bestemmingsplan. De uitlating die namens het college door de juridisch adviseur handhaving van de gemeente in de brief van 3 juni 2025 is gedaan, kwalificeert als een toezegging die aan het college kan worden toegerekend. Dat heeft de gemachtigde van het college op de tweede zitting ook erkend.
17. 17. Het ingenomen standpunt dat een bedrijfswoning noodzakelijk is, maakt dat er nu geen ruimte meer is voor een ander oordeel dan dat de vergunning moet worden verleend. Met het gewijzigd standpunt van het college op de tweede zitting is de gedane toezegging niet ongedaan gemaakt. Anders dan het college tijdens de tweede zitting heeft toegelicht, bestaat er geen ruimte meer voor een afweging van belangen. De toezegging in de brief van 3 juni 2025 steunt immers op het oordeel dat een bedrijfswoning noodzakelijk is en dat op grond van het op de aanvraag van toepassing zijnde bestemmingsplan geen andere uitkomst mogelijk is dan dat de omgevingsvergunning wordt verleend. Dat inmiddels het bestemmingsplan ‘Tweede herziening bestemmingsplan Landelijk gebied’ in werking is getreden, waarin het perceel van eiser de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ heeft, doet niet ter zake in onderhavige procedure. Dat geldt ook voor het door de gemachtigde van het college tijdens de tweede zitting toegelichte, nog door het college vast te stellen, toekomstige beleid over de aanvaardbaarheid van bedrijfswoningen. Nu het bestemmingsplan met het door het college ingenomen standpunt op 3 juni 2025 geen grond voor weigering van de omgevingsvergunning biedt en van andere weigeringsgronden niet is gebleken, maakt dat er maar één uitkomst mogelijk is, namelijk dat de gevraagde omgevingsvergunning wordt verleend.
18.De rechtbank draagt het college op om binnen vier weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat het college aan eiser een dwangsom van € 1.000,- moet betalen voor elke week waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 20.000,-.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

ABRvS 11 maart 2026 vergunningplicht vanwege de Algemene Verordening Kabels en Leidingen voor het plaatsen van een transformatorstation is niet in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet maar doorkruist wel het systeem van vergunningvrij bouwen
Rb Zeeland-West-Brabant 20 februari 2026 Omgevingswet, een op grond van de APV verleende terrasvergunning is geen omgevingsplanactiviteit
ABRvS 18 februari 2026 Waterwet, uitleg van het begrip oppervlaktewater

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder