Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4200: Awb, Wm; saneringsplan, verlaging geluidproductieplafonds, geen belanghebbende
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4226: Awb, Wm; saneringsplan, verlaging geluidproductieplafonds, geen reden af te zien van wettelijke streefwaarde, geluidreducerende maatregelen voldoende, impulsgeluid
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4227: Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, zonnepanelen bij snelweg, zonneroute, 42 km, omgevingsverordening, geen significante aantasting kernkwaliteiten, hoogteverschil, ondernemingsklimaat melkveebedrijf niet onevenredig aangetast, verkeersveiligheid, lichtschittering, beeldkwaliteitsplan, gebouwen, aantasting groene omgeving, grasgroene panelen, geluidsoverlast, geluidonderzoek, onderhoud, flora en fauna, belangenafweging,
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4212: Awb, Wro; paraplubpl voor parkeren, wonen, retail en waterberging, dierenwinkel, mogelijkheid exploitatie supermarkt, Dienstenrichtlijn, noodzakelijkheid, evenredigheid, geschiktheid
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4201: Awb, Wro; bpl, evenemententerrein, geen zienswijze, niet-ontvankelijk, beperking bedrijfsvoering exploitant vislocaties, nachtvissen toegestaan, gevolgen geluid voor visstand, motivering voldoende
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4211: Awb, Wro; bpl, parkeergarage, uitsluited voor woonfunctie, niet openbaar toegankelijk, einduitspraak na tussenuitspraak
# ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4236: Awb, Wro, Chw; bpl verbrede reikwijdte, dubbelbestemming “Waarde-cultuurhistorie”, rapport, planregel rechtsonzeker, motivering onvoldoende, tussenuitspraak
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4213: Awb, Wabo; melding aanleg tweede uitweg, brief realisatie door college, apv, terecht oordeel rechtbank dat college tweede uitweg had moeten verbieden, geen beslisruimte (Rb Limburg 21/1947)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4216: Awb, Wabo; handhaving, lasten onder dwangsom, erfafscheidingen in strijd met bpl, hoogte schutting, voorgevelrooilijn, geen bepaling in bpl, feitelijke situatie doorslaggevend, geen tweede voorgevelrooilijn, achter voorgevelrooilijn, kostenveroordeling door rechtbank, redelijke termijn (Rb Noord-Holland 22/1535)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4224: Awb, Wro; bpl, niet meewerken aan splitsing perceel en verbouw schuur tot woning, geen bouwvlak, schuur daardoor niet meer als zodanig bestemd, cultuurhistorische waarden, belangenafweging, gelijkheidsbeginsel, tussenuitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4231: Awb, Wnb; natuurvergunning, wijzigen veehouderij, 18 december-uitspraak, aan positieve weigering kan geen referentiesituatie worden ontleend, toetsing één-en-hetzelfde project (Rb Gelderland 20/6237)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4202: Awb, Wro; weigering vaststelling bpl, onbemand verkooppunt voor brandstoffen met laadpalen, aantasting open landschap, omgevingsvisie, verslechtering verkeerssituatie, behoefte onvoldoende aangetoond, belangenafweging, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4225: Awb, Wm; aanwijzing locatie ORAC’s, geschiktheid
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4207: Awb; intrekking standplaatsvergunning, advies Bibob, rapportage NVWA, kazen met sporen van amfetamine, Bibob-formulier niet volledig ingevuld, samenhangcriterium, inspanningen om schoon te maken (Rb Overijssel 22/1244)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4230: Awb, Wm; aanwijzing locatie vier bovengrondse containers, verkeersveiligheid, aanzicht, loopafstanden
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4229: Awb, Wro; niet vaststellen bpl, geen reactie op zienswijze, geen procesbelang
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4228: Awb, Wro; bpl, 16 woonzorgeenheden, participatie, locatiekeuze, belangenafweging
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4203: Awb, Wabo; handhaving, invorderingsbesluit, niet afbreken niet vergund deel van schuur, geen bijzondere omstandigheden (Rb Gelderland 18/6220)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4204: Awb, Wro, Chw; wijzigingsplan, 28 appartementen, sloop kantoorpand, verkeer, privacy, uitzicht, parkeren, vermindering opbrengst zonnepanelen, TNO-norm, wijzigingsvoorwaarden,
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4241: Awb, Wro; bpl, woon-zorghuis met 32 appartementen/studio’s, planregeling rechtsonzeker, afbakening afwijkingsbevoegdheden, feitelijke mogelijkheid bestemming te wijzigen, onderzoek behoefte, besloten woonlocatie, geur, stof, gevaar, geluid, privaatrechtelijke belemmeringen, parkeren, verkeer, afmeting parkeerplaatsen, tussenuitspraak
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4218: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, zonnepark, omgevingsverordening, voorkeursvolgorde zonneladder, toetsingskader judiciële lus, toetsingskader zonneladder, ondergeschikte wijzigingen, elektriciteitsbehoefte, windenergie, potentie zonnepanelen binnen en aansluitend aan stedelijk gebied
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4219: Awb, Wabo, Chw; tijdelijke omgevingsvergunning, zonnepark, toetsingskader judiciële lus, omgevingsverordening, toetsingskader zonneladder, ondergeschikte wijzigingen, elektriciteitsbehoefte, windenergie, potentie zonnepanelen binnen en aansluitend aan stedelijk gebied
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4205: Awb, Wro; bpl, vernattingseffecten, bestaande wateroverlast, waterhuishoudkundig plan, borging waterhuishoudkundige voorzieningen, afwijkingsmogelijkheid van voorwaardelijke verplichting,
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4220: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, lichte handmatige recyclewerkzaamheden in loods, geen onaanvaardbare geluidsoverlast, omschrijving werkzaamheden in vergunning sluit niet volledig aan bij akoestisch onderzoek, zelf in de zaak voorzien (Rb Noord-Holland 24/5885)
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4208: Awb; machtiging binnetreden, onderzoek naar bouwkundige staat woning, tijdelijke maatregel na last onder dwangsom, urgentie, niet gezegd dat volledige medewerking werd geweigerd, schadevergoeding
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4222: Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, afvalstoffenverordening, huisvuilzak, keukenbon met adres, bewijsvermoeden ontkracht
¶ Rechtbank Gelderland 2 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7400: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, ordemaatregel, algemene zorgplicht, hobbymatig houden van paarden, stofvorming bij verontreinigde grond van staalslakken, onderzoeksrapport
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:447: Awb; vaststelling subsidie, vergroeningsbetaling, ecologisch aandachtsgebied, vanggewassen te kort aanwezig, teledetectierapport, redelijke termijn
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:445: Awb; vaststelling subsidie, randvoorwaardenkorting, Gemeenschappelijk landbouwbeleid, mest ook op gras aangewend, opzettelijke niet-naleving
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:446: Awb, Wet dieren; boete, slachterij, slachten schapen en geiten, ernstig vermijdbaar lijden, niet bedwelmd schaap, vakbekwaamheidsniveau, geen twijfel aan bevindingen, verwijtbaarheid, tijdsverloop sinds eerdere waarschuwingen, geen matiging vanwege samenloop, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/432 en 21/3469)
* Rechtbank Midden-Nederland 1 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4753: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, verplaatsing 25 beschermde wooneenheden, goede ruimtelijke ordening, sociale veiligheid, belangenafweging niet inzichtelijk, tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 1 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4752: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, verplaatsing 25 beschermde wooneenheden, geen belanghebbende, wel zienswijze, relativiteit, afstand tot woningen
* Rechtbank Midden-Nederland 1 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4751: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, verplaatsing 25 beschermde wooneenheden, belanghebbende, stichting, feitelijke werkzaamheden, participatie, alternatieven, sociale veiligheid, mogelijkheid voorschriften, tussenuitspraak
* Rechtbank Oost-Brabant 1 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5472: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, zwembad in waterwingebied, strijd met omgevingsverordening, toepassing hardheidclausule, toepassingsvoorwaarden, microbiologisch risico, bewijslast, bijzonder belang, kosten verplaatsing
¶ Rechtbank Amsterdam 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6393: Awb, Ow; omgevingsvergunningen, warmtepompen, binnenplanse beoordelingsregels tijdelijk deel omgevingsplan, overgangsrecht, bruidsschat, ETFAL, geluidsnormen Bbl
* Rechtbank Overijssel 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5340: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 100 verdiept geplaatste zonnepanelen en landschapstuin, beperkt zicht
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5437: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, wadi, participatie, visie buitengebied, landschappelijk inpassingsplan, noodzaak, betekenis gebiedsaanduiding
* Rechtbank Noord-Nederland 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3535: Awb, Wabo; vovo, handhaving. last onder dwangsom, recreatieterrein, ongedaan maken verkoop percelen, huisvesting seizoensarbeiders, plaatsen chalets buiten plaatsingsgebied, geen maatregelen tegen nieuwe eigenaren, geluidsoverlast, alsnog betrekken bij handhavingsprocedure
* Rechtbank Noord-Holland 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9873: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, parkeren, maatvoering parkeervakken, NEN-normen, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7253: Awb, Wabo; omgevingsvergunning kappen, legalisatie kap drie wilgen, bpl, voor twee geen vergunningplicht, besluit herroepen, natuur- en landschapswaarden, herplantplicht, beoordelingsruimte
* Rechtbank Noord-Nederland 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3606; Awb, Wabo; aanvraag buiten toepassing gesteld, gewijzigde aanvraag, nieuwe beoordeling van verstrekte gegevens, gegevens onvoldoende voor beoordelen aanvraag, gelegenheid voor aanvulling, détournement de pouvoir
¶ Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7185: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, huisvesting arbeidsmigranten, permanente bewoning, recreatiepark, evenredigheid, brief minister
¶ Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7174: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning herbouw schuur, omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsactiviteit, niet voldaan aan voorwaarden binnenplans afwijken, alsnog beoordelen BOPA, ETFAL, beleidsregel, alternatief, geen voorziening
* Rechtbank Noord-Holland 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9806: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouw kantoorpand naar 9 appartementen, herroepen in bezwaar, parkeernormennota, berekening onduidelijk, vertrouwen, positief advies
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5749: Awb; vovo en kortsluiten, ontheffing, apv, knalapparaat, voorkomen vraatschade, akoestisch onderzoek, Herziening Circulaire Schietlawaai, geen onaanvaardbare geluidsoverlast, natuurbelang, handhaafbaarheid
* Rechtbank Limburg 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:8307: Awb, Wabo; vovo, vervallen spoedeisend belang, vijf appartementen in hotel en levensloopbestendige woning, intrekking omgevingsvergunning, niet bevoegd tot intrekking, geen rechtsmiddelen, overwegingen ten overvloede, parkeerbehoefte, parkeerbeleid, veilige uitvoering werkzaamheden
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5714: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, herbouw bedrijfsgebouwen, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, geen vrij uitzicht op bouwplan, 480 meter
* Rechtbank Oost-Brabant 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5319: Awb, Meststoffenwet; boete, vervoerder meststoffen, fosfaatkunstmeststof in mestmonster, fingerprintmethode, niet alles gedaan om overtreding te voorkomen
* Rechtbank Den Haag 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15201: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, oprichten gebouw zonder vergunning, bouwovergangsrecht, niet inzichtelijk gemaakt dat schade aan gebouw gevolg is van calamiteit, vertouwensbeginsel
¶ Rechtbank Oost-Brabant 18 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5175: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, zeecontainers, zandwal, oppervlakteverhardingen en overkappingen, overtreding omgevingsplan, beroep op overgangsrecht, gelijkheidsbeginsel
¶ Rechtbank Oost-Brabant 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5403: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, bedrijfsactiviteiten in strijd met omgevingsplan, exploitatie zalencentrum, maximale dwangsom verbeurd, geen spoedeisend belang
¶ Rechtbank Midden-Nederland 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4491: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, dakkapel, geen ‘gelijke woning’, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 14 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15279: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, bootlift, doorvaarbaarheid water, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, dwangsom vanwege niet tijdig beslissen op bezwaar
* Rechtbank Midden-Nederland 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4383: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, airco, gen belanghebbende, geen feitelijke gevolgen van enige betekenis, beperkt zicht
* Rechtbank Midden-Nederland 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4467: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen afwijken bpl, bijgebouw voor tijdelijke bewoning, voorschrift, botenloods met schuur, activiteit bouwen niet vergunningvrij
* Rechtbank Midden-Nederland 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4473: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitrit, tegenadvies, afstand tot kruising, resterende ruimte voor openbare parkeerplaats
* Rechtbank Den Haag 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14879: Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege, verbouw en wijziging indeling drie appartementen, opschorting beslistermijn, bekend maken
* Rechtbank Midden-Nederland 12 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4372: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanbrengen straatwerk bij inrit woning, gelijkheidsbeginsel, openbaar groen, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4371: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitrit en kappen, kappen vergunningvrij, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 3 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4276: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, schaduwwerking voor zonnepalen, gedragslijn afwegen instralingsverlies, bezonningsstudie, geen onaanvaardbare schaduw
*Rechtbank Midden-Nederland 21 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4376 en ECLI:NL:RBMNE:2025:4377: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, zonnepanelen, ‘ondergeschikte bouwdelen’
* Rechtbank Oost-Brabant 6 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:832: Awb; natuurbeheerplan, begrenzing natuurnetwerk, geen verplichting om gronden op te nemen, wijziging natuurbeheertype
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3116: Awb; melding Activiteitenbesluit, geen besluit, inperking inrichting, beschikbaar komen ammoniakrechten voor extern salderen
* Rechtbank Noord-Nederland 9 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1812: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken, legalisatie paardenbak, Handleiding inrichtingsplan, niet voldaan aan criteria, welstandsadvies, voorschriften vergunning onvoldoende duidelijk
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4231: Awb, Wnb; natuurvergunning, wijzigen veehouderij, 18 december-uitspraak, aan positieve weigering kan geen referentiesituatie worden ontleend, toetsing één-en-hetzelfde project (Rb Gelderland 20/6237)
Referentiesituatie
5. In de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (hierna: de 18 december-uitspraak) heeft zij haar rechtspraak over intern salderen gewijzigd. In die uitspraak is aangegeven dat de Afdeling in lopende procedures de hoger beroepsgronden zal behandelen in het licht van deze gewijzigde rechtspraak. Uit de 18 december-uitspraak blijkt dat de vraag wat de referentiesituatie is bij het verlenen van een natuurvergunning op twee momenten van belang is. Dat is ten eerste in de voortoets, bij de beantwoording van de vraag of de aanvraag betrekking heeft op de voortzetting van één-en-hetzelfde project waarvoor eerder toestemming is verleend of betrekking heeft op een gewijzigd of nieuw project. Dat is ten tweede bij de beantwoording van de vraag of de gevolgen van activiteiten die eerder al zijn toegestaan, als mitigerende maatregel in een passende beoordeling mogen worden betrokken. De Afdeling vat het hoger beroep van [appellant], in het licht van de 18 december-uitspraak, zo op dat hij betoogt dat het besluit van 11 oktober 2010 als een positieve weigering van een aanvraag om een natuurvergunning bij de beantwoording van zowel de eerste als de tweede vraag als referentiesituatie mag worden betrokken.
6. De eerste vraag is besproken in overweging 17 en 17.5 van de 18 december-uitspraak. Daarin staat dat sprake is van een gewijzigd en daarmee een nieuw project wanneer een project niet langer wordt voortgezet als één-en-hetzelfde project ten opzichte van een natuurtoestemming of een milieutoestemming van voor de referentiedatum die nadien is gecontinueerd. Aan het besluit van 11 oktober 2010 ligt een aanvraag om een natuurtoestemming ten grondslag. De vraag is in deze zaak dus of in het besluit van 11 oktober 2010 een natuurtoestemming wordt gegeven.
6.1. Een toestemming op grond van de Wnb leidt ertoe dat de vergunde situatie rechtmatig mag worden uitgevoerd. Een natuurtoestemming stelt bindend het bestaan van bepaalde rechten vast. Daarmee wijzigt een natuurtoestemming de rechtspositie van de vergunninghouder in die zin dat hij op grond van de Wnb rechtmatig een activiteit mag uitvoeren, waar hij dat eerst niet mocht.
Een positieve weigering is een besluit van het college dat een bepaalde aangevraagde activiteit naar de stand van het dan geldende recht -in dit geval de Natuurbeschermingswet 1998 – op dat moment niet vergunningplichtig is. Dit besluit wijzigt de rechtspositie van de aanvrager niet. De aanvrager mocht, ook voordat de positieve weigering werd gegeven, de activiteit uitvoeren. Daarvoor was geen natuurvergunning nodig. Dit betekent dat met een positieve weigering niet een toestemming wordt verleend voor een activiteit. Bij een niet-vergunningplichtige activiteit is op grond van de Wnb of het in 2010 geldende artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, ook niet vereist dat eerst een mededeling wordt gedaan voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. De activiteiten mogen rechtstreeks op grond van de Wnb, zonder voorafgaande toestemming, worden uitgevoerd. Het enkele feit dat een natuurvergunning is aangevraagd en de (positieve) weigering daarvan appellabel is, doet hier niet aan af. Zo’n weigering is namelijk niet appellabel omdat deze rechtsgevolgen heeft of omdat daarin toestemming wordt verleend voor de activiteiten op grond van de Wnb, maar omdat de afwijzing van een aanvraag om zo’n vergunning op grond van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht als een besluit wordt gekwalificeerd dat vatbaar is voor bezwaar en beroep.
6.2. Het bovenstaande betekent dat aan een positieve weigering en de onderliggende aanvraag om een natuurvergunning niet een referentiesituatie kan worden ontleend ten opzichte waarvan kan worden bezien of sprake is van voortzetting van één-en-hetzelfde project. Dit kan ook worden afgeleid uit wat is overwogen onder 24.6 van de 18 december-uitspraak. Daarin staat dat initiatiefnemers die een aanvraag om een natuurvergunning hebben gedaan voor of na 1 januari 2020 en waarop het bevoegd gezag na 1 januari 2020 maar voor 18 december 2024 heeft beslist dat geen natuurvergunning nodig is, alsnog vergunningplichtig zijn als de activiteit na 18 december 2024 nog in uitvoering is of nog wordt geëxploiteerd en significante gevolgen daarvan niet op grond van objectieve gegevens zijn uitgesloten.
(…)
Conclusie
10. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de gronden waarop deze rust.
11. Dit betekent dat het college een nieuw besluit op de aanvraag zal moeten nemen. Zoals ook door het college is aangegeven in de brief van 5 juni 2025, moet het bij dat nieuwe besluit deze uitspraak en het beoordelingskader uit de uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923, in acht nemen. Daarbij zal het college in de voortoets moeten bezien of ten opzichte van de natuurvergunning van 17 december 2007 nog sprake is van één-en-hetzelfde project. Indien sprake is van een wijziging van het project, zal het college in de voortoets moeten bezien of het gehele project na wijziging (inclusief de ongewijzigde onderdelen die worden gecontinueerd) significante gevolgen kan hebben. Indien dit niet op voorhand op basis van objectieve gegevens kan worden uitgesloten, is het project vergunningplichtig. In het kader van de op te stellen passende beoordeling kan worden bezien of de gevolgen die zijn toe te rekenen aan de natuurvergunning van 17 december 2007 als mitigerende maatregel in die passende beoordeling kunnen worden betrokken. Hierbij moet het college de voorwaarden zoals uiteengezet onder 19.2 in de 18 december-uitspraak, in acht nemen.
¶ Rechtbank Gelderland 2 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7400: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, ordemaatregel, algemene zorgplicht, hobbymatig houden van paarden, stofvorming bij verontreinigde grond van staalslakken, onderzoeksrapport
5.4. Uit oude rechtspraak over (algemene) zorgplichten volgt dat in beginsel slechts handhavend kon worden optreden in gevallen waarin ernstige nadelige gevolgen optraden of acuut dreigden op te treden, terwijl de bijzondere wet er niet op andere wijze in voorzag om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. De voorzieningenrechter neemt, gelet op de memorie van toelichting (zie onder 5.3), aan dat voor handhavend optreden op grond van de artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet eveneens slechts ruimte is als ernstige nadelige gevolgen optreden of dreigen op te treden voor de fysieke leefomgeving en de Omgevingswet geen concretere normen bevat ter voorkoming of beperking van deze gevolgen. Dit sluit ook aan bij de in de memorie van toelichting uitgesproken verwachting dat de zorgplicht in de praktijk maar een beperkte functie zal vervullen bij het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en er slechts ruimte is om handhavend op te treden als sprake is van onmiskenbare strijd met de zorgplicht.
(…)
8.3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat voldoende vaststaat dat er op meerdere momenten in het afgelopen jaar, bijvoorbeeld in de middag van 3 juli 2025, (flinke) verstuiving van stof plaatsvond bij de werkzaamheden op de percelen van verzoekster. De toezichthouder heeft dit (meermaals) zelf waargenomen en de stofwolken zijn ook door de voorzieningenrechter waar te nemen op de filmpjes die in het dossier zijn gevoegd. Op zichzelf betwist verzoekster ook niet dat er op enige momenten stofvorming plaats heeft gevonden. Zij erkent bijvoorbeeld dat op 3 juli 2025, door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, onvoldoende adequate maatregelen waren genomen om stofvorming tegen te gaan. De voorzieningenrechter is echter, anders dan het college meent, van oordeel dat het uitsluitend veroorzaken van inhaleerbaar stof (zonder schadelijke bestanddelen) onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van schending van de algemene zorgplicht. Zoals het college terecht stelt kan het veroorzaken van inhaleerbaar stof, ook als daar geen verontreinigde stoffen in zitten, gezondheidsrisico’s met zich brengen, maar het college heeft niet aannemelijk gemaakt en de voorzieningenrechter is ook anderszins niet gebleken dat stofvorming zoals die zich op de percelen van verzoekster heeft voorgedaan op zichzelf ernstige nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld voor de gezondheid van omwonenden) oplevert.
8.4. De vraag die de voorzieningenrechter vervolgens moet beantwoorden is of de stof die verstuift vanaf de percelen van verzoekster, vanwege de aanwezigheid van geringe hoeveelheden verontreinigde stoffen, een ernstig gevaar voor de fysieke leefomgeving heeft opgeleverd of dreigt op te leveren.
8.5. Uit het dossier is niet af te leiden of de stofwolken de omwonenden ook daadwerkelijk hebben bereikt. Daar is namelijk geen onderzoek naar gedaan. Daarom is ook niet vast te stellen of zich reeds een ernstig gevaar voor de fysieke leefomgeving, meer concreet de gezondheid van omwonenden, heeft verwezenlijkt. Dat maakt nog niet dat het college niet handhavend kon optreden. Handhavend optreden is immers ook mogelijk als er ernstige nadelige gevolgen dreigen op te treden voor de fysieke leefomgeving.
8.6. Ook daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken. Uit het RPS-rapport blijkt namelijk dat geen sprake is van een verhoogd risico op nadelige gezondheidseffecten als gevolg van blootstelling aan de onderzochte componenten. De voorzieningenrechter begrijpt deze conclusie zo dat, ondanks een geringe hoeveelheid verontreinigde stoffen, blootstelling hieraan geen gezondheidsrisico’s met zich brengt. De derden-partijen en het college wijzen er (weliswaar terecht) op dat ten tijde van de metingen door RPS door verzoekster gesproeid werd en zachtjes werd gereden, maar het rapport biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat als er niet gesproeid zou worden en er hard werd gereden (en er dus meer stofvorming zou plaatsvinden), dat er dan wel een verhoogd gezondheidsrisico zou zijn. Dat is simpelweg niet onderzocht. In het RPS-rapport staat ook expliciet vermeld dat de onderzoeksresultaten geen direct inzicht geven in de mogelijke concentraties stof en metalen buiten het terrein, ter hoogte van de woningen op de aangrenzende percelen. Dat had wel onderzocht moeten worden, omdat anders niet is vast te stellen of er ernstige nadelige gevolgen dreigen als gevolg van deze stofvorming voor de fysieke leefomgeving.
8.7. Het is voor de voorzieningenrechter op dit moment op basis van het verrichte onderzoek dan ook niet vast te stellen of er ernstige nadelige gevolgen dreigen op te treden. Het college heeft daarom ten onrechte handhavend opgetreden wegens schending van de algemene zorgplicht. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de bij ordemaatregel getroffen voorlopige voorziening te wijzigen en de schorsing te verlengen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
* Rechtbank Oost-Brabant 1 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5472: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, zwembad in waterwingebied, strijd met omgevingsverordening, toepassing hardheidclausule, toepassingsvoorwaarden, microbiologisch risico, bewijslast, bijzonder belang, kosten verplaatsing
6.5. De rechtbank is van oordeel dat, om aan de tweede toepassingsvoorwaarde te voldoen, ieder risico moet zijn uitgesloten. De risicobeoordeling van het college in bestreden besluit 2 beperkt zich ten onrechte tot alleen de microbiologische risico’s. Daarnaast is de risicobeoordeling slechts gebaseerd op een theoretische berekening, maar heeft het college niet gevraagd aan eiseres of de theorie (een evenwichtige verdeling van de vergunningscapaciteit over alle beschikbare pompputten) strookt met de praktijk. De rechtbank is er, door andere zaken die spelen in de directe omgeving van de locatie, van op de hoogte dat de bodemgesteldheid en de grondwaterstromen in dit gebied ingewikkeld zijn. Daarom acht de rechtbank een onderzoek naar de bodemgesteldheid en de stroomrichting en snelheid van het grondwater noodzakelijk. De theoretische berekening is onvoldoende. Daarmee heeft het college onvoldoende onderbouwd dat aan de tweede toepassingsvoorwaarde is voldaan. Het is aan het college om dit aan te tonen en het is niet aan eiseres om aannemelijk te maken dat er risico’s zijn. De hardheidsclausule is namelijk een uitzondering op het stringente beschermingsregime voor waterwingebieden. Het college heeft het beschermingsregime ingesteld (alsmede de begrenzing van het waterwingebied vastgesteld) en zal dan ook moeten aantonen dat het maken van een uitzondering op dit beschermingsregime gerechtvaardigd is en er geen risico’s zijn. Bij het toetsen van het beroep op de hardheidsclausule zal het college moet uitgaan van de begrenzing van het gebied ten tijde van het nemen van het besluit. Als het college denkt dat de begrenzing onjuist is, zal het college dit moeten aanpassen in een apart besluit, al dan niet op verzoek van belanghebbenden. Het is de rechtbank niet gebleken dat stappen zijn ondernomen om de begrenzing van het waterwingebied aan te passen. Bestreden besluit 2 is op dit onderdeel onvoldoende onderbouwd, zeker gelet op de kritiek van de HAC op dit onderdeel. Wat partijen hebben aangevoerd over de begrenzing van het gebied of de flexibiliteit in de aan eiseres verleende vergunning voor drinkwaterwinning behoeft geen bespreking.
¶ Rechtbank Amsterdam 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6393: Awb, Ow; omgevingsvergunningen, warmtepompen, binnenplanse beoordelingsregels tijdelijk deel omgevingsplan, overgangsrecht, bruidsschat, ETFAL, geluidsnormen Bbl
3. Vergunninghouder heeft omgevingsvergunningen aangevraagd voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Onder een omgevingsplanactiviteit wordt onder meer verstaan een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan. Dit wordt de binnenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd.
3.1. Volgens het bestemmingsplan is het verboden om op de bestemming ‘Tuin’ een nieuwe verharding aan te brengen zonder een omgevingsvergunning (artikel 24.3.1 van het bestemmingsplan). In artikel 24.3.2 van het bestemmingsplan is geregeld onder welke voorwaarden het is toegestaan om op de bestemming ‘Tuin’ een verharding aan te brengen. De warmtepomp op het dakterras overschrijdt de maximaal toegestane bouwhoogte. Op grond van artikel 28, onder d, van het bestemmingsplan is het mogelijk om tot ten hoogste 5,0 meter van de maximum bouwhoogte af te wijken ten behoeve van bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie. Gelet op het bepaalde in artikel 22.280 van het omgevingsplan gelden deze bepalingen als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten.
3.2. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat als de activiteit niet in strijd is met de regels in het omgevingsplan over het verlenen van de omgevingsvergunning, het college de omgevingsvergunning moet verlenen.
3.3. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat er voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in de bovengenoemde artikelen 24 en 28 van het bestemmingsplan. Het was daarom gehouden de omgevingsvergunningen voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen, aldus het college.
3.4. De rechtbank kan het college hierin niet volgen. De rechtbank verwijst naar artikel 22.281 van het omgevingsplan. Dat artikel kent in de zogenoemde transitiefase aan het college beleidsvrijheid toe. Met de invoering van dit artikel heeft de wetgever willen ondervangen dat vanwege artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl per 1 januari 2024 geen mogelijkheid meer bestaat om de omgevingsvergunning voor een activiteit die voldoet aan de binnenplanse beoordelingsregels uit het tijdelijk deel van een omgevingsplan, op andere gronden te kunnen weigeren. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, nr. 400, blz. 936) volgt dat de wetgever met de invoering van deze overgangsrechtelijke regeling een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel heeft willen borgen. Waar onder het oude recht als eis gold dat zich geen strijd met een goede ruimtelijke ordening mag voordoen, geldt per 1 januari 2024 als eis dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
3.5. Het voorgaande betekent dat het college een belangenafweging had moeten maken. Het gaat hier om de belangen gediend bij de verlening van de vergunning aan de ene kant en de belangen van eisers bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de andere kant. Nu het college dat niet heeft gedaan, is het bestreden besluit in zoverre niet zorgvuldig voorbereid en evenmin deugdelijk gemotiveerd. Om die reden moet het besluit in zoverre worden vernietigd. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren.
(…)
4.6. Artikel 4.107, tweede lid, van het Bbl en artikel 4.108, derde lid, van het Bbl stellen een maximale geluidsniveau van warmtepompen van 40 decibel (dB). Als er een afzonderlijke instelling is voor de avond- en nachtperiode mag er een correctie van -5 dB worden toegepast op het geluidsniveau in de dagperiode. Het geluidsniveau van ten hoogste 40 dB wordt bepaald volgens het meet- en rekenvoorschrift industrielawaai methode II.8
4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college onder verwijzing naar het advies van de Omgevingsdienst voldoende deugdelijk gemotiveerd dat aannemelijk is dat de warmtepompen voldoen aan de eisen uit het Bbl. Het college heeft de berekening van de Omgevingsdienst ten grondslag mogen leggen aan het bestreden besluit. In die theoretische berekening is voldoende inzichtelijk gemaakt dat de warmtepompen, inclusief verhoging gedurende de dag alsook avond en nacht, voldoen aan de geluidsnormen van het Bbl. De rechtbank tekent hierbij aan dat voldoende is dat aannemelijk is dat de installaties aan de normen voldoen. Hoewel er geen regeling is die een cumulatieve berekening voorschrijft, heeft de Omgevingsdienst ook de cumulatieve aspecten beoordeeld en geconcludeerd dat de warmtepompen voldoen aan het toegestane geluidsniveau. De beroepsgrond van eisers dat geen sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat, slaagt daarom niet.
¶ Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7185: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, huisvesting arbeidsmigranten, permanente bewoning, recreatiepark, evenredigheid, brief minister
8. Eisers wijzen op de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 december 2024, waarin colleges van burgemeester en wethouders wordt gevraagd niet handhavend op te treden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen en zo te handelen in lijn met de aangenomen motie, in afwachting van de instructieregel over dit onderwerp. Die instructieregel zal gemeenten verplichten bestaand gebruik voor permanente bewoning onder voorwaarden toe te staan. Eisers voeren aan dat handhavend optreden onevenredig is in afwachting van de uitwerking van die instructieregel.
8.1. De voorzieningenrechter oordeelt dat handhavend optreden ondanks de brief van de minister niet per definitie onevenredig is, en dat in dit voorliggende geval het college voldoende heeft gemotiveerd waarom hij handhavend optreedt. Het college heeft zich expliciet rekenschap gegeven van de brief. Hij heeft terecht meegewogen dat de instructieregel nog niet is vastgesteld en dat het nog allerminst zeker is of, en zo ja: wanneer, daadwerkelijk een instructieregel in werking zal treden. Ook is het nog onzeker wat de precieze inhoud van de instructieregel zou worden. Daar heeft het college tegenovergesteld dat in de brief ook staat dat er ruimte moet blijven bestaan voor het toepassen van maatwerk, en dat hij belang hecht aan de beginselplicht tot handhaving. Handhaving is daarom ondanks de brief niet onevenredig.
¶ Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7174: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning herbouw schuur, omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsactiviteit, niet voldaan aan voorwaarden binnenplans afwijken, alsnog beoordelen BOPA, ETFAL, beleidsregel, alternatief, geen voorziening
4.3. Met de artikelen 22.26, 22.27 en 22.28 van het omgevingsplan (de bruidsschat) worden bouwactiviteiten die onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vergunningplichtig waren voor het bouwen onder de Omgevingswet vergunningplichtig voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Hiermee wordt geborgd dat deze bouwactiviteiten, net als onder de Wabo, worden getoetst aan de ruimtelijke regels. Voor de meeste bouwwerken is dus een omgevingsvergunning benodigd voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
4.4. Uit artikel 22.280 van het omgevingsplan (de bruidsschat) volgt daarnaast (zakelijk weergegeven) dat als voor een activiteit in een bestemmingsplan dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, deze bepaling geldt als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Voor bouwplannen die in strijd zijn met een dergelijk bestemmingsplan en waarvoor een binnenplanse afwijkmogelijkheid is opgenomen, geldt dus ook een omgevingsvergunningplicht voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit voor het handelen in afwijking van het omgevingsplan. Dit wordt de omgevingsvergunning voor de afwijkactiviteit genoemd en betreft een voortzetting van de binnenplanse afwijkvergunning uit de Wabo.
* Rechtbank Noord-Holland 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9806: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouw kantoorpand naar 9 appartementen, herroepen in bezwaar, parkeernormennota, berekening onduidelijk, vertrouwen, positief advies
9.3.4 In het positieve advies staat: ‘de parkeernorm van de oorspronkelijke situatie is 4,2 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er 3 parkeerplaatsen op het eigen terrein en 1,2 parkeerplaats op straat. Voor de nieuwe situatie zijn 9×0,4 = 3,6 parkeerplaatsen nodig, ook weer 3 op eigen terrein en 0,6 op straat. Vanuit verkeer akkoord waarbij wordt opgemerkt dat voor de omgeving de parkeerdruk dus niet toe neemt.’ Het college geeft dus expliciet aan dat de parkeerdruk in de omgeving met het project niet toeneemt. In het positieve advies staat ook: ‘U mag aan de hand van deze brief niet concluderen dat de omgevingsvergunning zonder meer wordt verleend. Bij de beslissing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten wij nog andere aspecten betrekken en worden alle belangen afgewogen’ Deze opmerking ziet echter op andere, nog niet betrokken aspecten. In de reactie op de adviesaanvraag staat ook dat de positieve reactie maar één jaar geldig is. Zowel het primaire, als het bestreden besluit zijn binnen dat jaar genomen.
9.3.5 Eiseres had er – gezien het voorgaande – op mogen vertrouwen dat de omgevingsvergunning niet zou worden geweigerd vanwege een onevenredige vergroting van de parkeerdruk in de directe omgeving. Er is sprake van gewekt vertrouwen door het college. Dat het college blijkens de tekst in de reactie op de adviesaanvraag is uitgegaan van een verkeerde veronderstelling, namelijk negen grote appartementen maakt het voorgaande niet anders. De parkeerbehoefte zou voor negen grote appartementen immers alleen maar hoger zijn, dan de door eiseres aangevraagde omgevingsvergunning voor zeven grote en twee kleine appartementen.