Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4310: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, voormalig kantoorgebouw, sloopmogelijkheid, cultuurhistorische waarden, strijd met bpl, onduidelijke planregeling, geen herstel gebrek, bestuurlijke lus
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4321: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, dagbesteding jongvolwassenen, strijd met bpl, voorgrondgeurbelasting, classificatie achtergrondgeurbelasting, concentratiegebied, gemeentelijk beleid, redelijke termijn schadevergoeding, tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 21/1541)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4322: Awb, Wob; verzoek openbaarmaking, documenten over aanvraag, weigering openbaarmaking namen advocaten, persoonlijke levenssfeer, belang openbaarmaking, bijzondere positie advocaten
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4336: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, splitsen woning, strijd met bpl, parkeerbehoefte, parkeernorm, opoffering groen, ontbreken nader onderzoek (Rb Midden­Nederland 21/5167)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4315: Awb, Wro; bpl, restaurant, gemeentelijke monument, voormalig kantine gebouw, militair ensemble, bouw- en gebruiksmogelijkheden, horeca, verkeersbestemming, bestaand gebruik bijgebouwen, motiveringsgebrek, bestuurlijke lus
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4314: Awb; aanwijzing gemeentelijk monument, militair ensemble, restaurant, welstandsadvies, herhaling beroepsgronden (Rb Rotterdam 20/6466)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4339: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, afwijken bpl, fruitteeltbedrijf, tunnelkassen, uitlegplanregels, definitie kas, plansystematiek, bedrijfsgebouw, Nge-norm, pomphuis, agrarisch grondgebruik (Rb Limburg 21/2999)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4338: Awb, Wro; bpl, functieverandering bedrijfswoning, burgerwoning, bijgebouw, uitleg planregels, voorwaardelijke verplichting, woon- en leefklimaat, uitsluiting bedrijfsmatig gebruik, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4317: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, plaatsen reclameframes op netwerkkasten, procesbelang, uitleg Bor, strijd met gelijkheidsbeginsel (Rb Den Haag 21/3346)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4331: Awb; vaststelling bodembeheernota, Besluit bodemkwaliteit, voormalige vliegbasis, herontwikkeling, grondverzet, bodemverontreiniging, gebiedsbegrenzing, regionaal bodembeleid, historisch kaartmateriaal, niet-gesprongen explosieven, maximale waarden PAK’s, Wbb, zorgplicht
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4325: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervangen hekwerk, legalisering dakterrassen, voorgaande aanvraag, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Den Haag 21/4499)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4316: Awb, Wro; bpl, functieverandering bedrijfswoning, burgerwoning, houden van paarden, agrarisch bestemming, hobbymatig gebruik, ruimtelijke aanvaardbaarheid, VNG-brochure, richtafstand, ontbreken onderzoek, mestopslag, bestuurlijke lus
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4340: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiden woning met tuinhuisje, weigering omgevingsvergunning opslag, bijgebouw, vergunningvrij, Bor (Rb Gelderland 22/92)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4319: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiden woonzorgvoorziening, toevoeging bouwlaag, privacy, evidente privaatrechtelijke belemmering, BW, afstand erfgrens, belangenafweging (Rb Midden­Nederland 22/5402)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4318: Awb, Wnb; natuurvergunning, wijziging melkveehouderij, melkveebezetting, stopzetten varkenstak, Hinderwet, wel of niet vervallen Hinderwetvergunning, bewijs, RVO, aanwezigheid Landbouwtellingen, vergunningplicht intern salderen, referentiesituatie, toepassing 18 december-uitspraak (Rb Gelderland 21/804)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4341: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, fietsenhok, bebouwingsdichtheid, ontvankelijkheid, brief college over rechtsoordeel, geen besluit, bijbehorend bouwwerk, Bor, bepaling achtererfgebied, begrip voorkant, voorgevel hoofdgebouw, ondergeschikte uitbouw, tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 22/999)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4313: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouwen kassahuisje/steiger, strijd met bpl, bestemming water, verplaatsing locatie, afwijkingsbevoegdheid, aantasting rijksbeschermd stadsgezicht, ruimtelijke kwaliteit (Rb Amsterdam 23/1865)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4332: Awb, Wro; bpl, bouw 5 appartementen, erfdienstbaarheid, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, belemmering bedrijfsvoering, VNG-brochure, onderzoeksplicht, bedrijfsmatig vrachtverkeer, bereikbaarheid winkel, geluidnormen, woon- en leefklimaat, ontbreken akoestisch onderzoek, inbreidingsbeleid, weglawaai, Wgh, relativiteitsbeginsel, tussenuitspraak
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4337: Awb, Wro; bpl, voorkomen niet-gebiedsgebonden bedrijvigheid, supermarkt, planregels, begrip bedrijf, detailhandel, bestaande bedrijfsactiviteiten, overgangsrecht, rechtsonzekerheid
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4342: Awb, Wro; bpl, realisering 40 woningen, omgevingsverordening, definitie woonplan, actueel woningmarktonderzoek, latere toestemming gs, passeren gebreken, woon- en leefklimaat
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4326: Awb; handhaving, niet slopen schuur, vergunningvoorschriften, ontvankelijkheid, ontbreken procesbelang (Rb Overijssel 23/74)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4335: Awb, Wro; bpl, drie woontorens, horeca, maatschappelijke functies, participatie, bouwoppervlakte, bouwhoogte, nota hoogbouw, stedenbouwkundige inpassing, verkeerstoename, stikstof, verdeling verkeersaanbod, AERIUS-berekening, lengte lijnbron, flora en fauna, soortenbeschermingsregime, Wnb, verkeersafwikkeling, uitvoegstroken, parkeren, parkeerbehoefte, herstelbesluit, behoud groen, aantasting bestaand park, Didam-arrest,
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4328: Awb, Wro; bpl, participatie, realisering begraafplaats, bebouwing, woon- en leefklimaat, landschappelijke inpassing, voorwaardelijke verplichting, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4327: Awb; aanwijzing, orac, overlast, geluid, verkeersonveiligheid, privacy
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4343: Awb, Wro; bpl, realisering appartementen, verkeerskundige verbinding straten, verkeersdrukte, parkeerdruk, parkeerbehoefte, motiveringsgebrek, bezonningsstudie, uitvoerbaarheid, tussenuitspraak
# ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4320: Awb, TwG; mijnbouwschade, bewijsvermoeden, pluimveebedrijf, stallen, scheurvorming en mechanische schade betonvloeren en aansluiting vloeren/wanden, belastendheid procedure, beoordelingskader bewijsvermoeden, Praktische Uitwerking Tijdelijke wet Groningen voor Deskundigen, SBR Trillingsrichtlijn A, definitieve geschilbeslechting, gelijkwaardigheid civiele- en bestuursrechtelijke rechtsbescherming, andere uitsluitende oorzaak, zorgvuldig en uitgebreid onderzoek, autonome zetting, trillingssnelheid, grenswaarden gewapend beton, type ondergrond, verzakkingen, vloerconstructie, onderzoek STAB (Rb Noord­Nederland 22/999)
* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4334: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, warmtepomp, buitenunit, geluidhinder, norm, Regeling Bouwbesluit 2012, uitzonderingsbepaling, meetpunt, akoestisch onderzoek, overdrachtsrekenmodel
(Rb Zeeland-West­Brabant 24/6070)
Rechtbank Rotterdam 10 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10717: Awb, Ow; vovo, maatwerkbesluit, maatwerkvoorschriften, geur, cannabisteelt in kassencomplex, experiment gesloten coffeeshopketen, aanvaardbaar geurhinderniveau, Bal, specifieke zorgplicht, provinciaal geurhinderbeleid, ontbreken geuronderzoek, ambtshalve stellen voorschriften, belangenafweging, handhavingsbelang, woon- en leefklimaat omgeving, inschakeling STAB
* Rechtbank Overijssel 5 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5453: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, inrichting voor wassen grind, opslag, handel in zand en grind, belanghebbendheid, goede ruimtelijke ordening, ontbreken natuurvergunning, relativiteitsvereiste, afwijken bpl, vvgb, landschappelijke inpassing, omgevingsvisie, gemeentelijk beleid, ladder voor duurzame verstedelijking, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, akoestisch onderzoek, typering omgeving, geluidswal, ontbreken tegenadvies, geluidsnormen Abm, incidentele bedrijfssituatie, luchtkwaliteit, stuifgevoelige goederen, bodem, grondwater,
* Rechtbank Overijssel 5 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5451: Awb, Wabo; afwijzing verzoek intrekking milieuvergunning,  zand- en grindbedrijf, beëindiging activiteiten zandwinning, belangenafweging
* Rechtbank Overijssel 5 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5452: Awb, Wabo; handhaving, bedrijfsactiviteiten, zand- en grindbedrijf,  strijd met bpl, legalisatie, Wnb-vergunning, handhaving onevenredig
* Rechtbank Midden-Nederland 5 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4832: Awb, Wro; planschade, afwijzing verzoek, inpassingsplan, plaatsing 61 windturbines, geluidsbelasting, nmr, uitzicht, schaduw, normstelling, Activiteitenregeling, beperkte hinderduur, geen nadeel door slagschaduw, waardering, woonoppervlak, BAG,
* Rechtbank Den Haag 5 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16441: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, natuurontwikkelingsproject, wijzigingsplan, bpl, , herstelbesluit, ex nunc toetsing, datum aanvraag, kruimelgevallenregeling, motiveringsgebrek, voorwaarden, weidsheid polder, waterberging, waterhuishoudkundige gevolgen, stikstofgevoelige natuur, goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Midden-Nederland 5 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4821: Awb, Arbowet; bestuurlijke boete, Seveso-III richtlijn, Brzo-inrichting, hoeveelheden chroomzuur, vergunning, afsplitsing van groter bedrijf, begrip lagedrempelinrichting, evenredigheid, veiligheidsbeheersysteem, Preventiebeleid Zware Ongevallen, redelijke termijn
* Rechtbank Gelderland 4 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7411: Awb, Wabo; handhaving, verlagen bijgebouw, legalisatie
Rechtbank Noord-Holland 4 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10319: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, binnenplanse omgevingsplanactiviteit, geschakelde schuurwoningen, uitwerkingsregels, woon- en leefklimaat, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Holland 4 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10320: Awb, Ow; vovo, maatwerkbesluit, gebruik geweer in jachtveld, populatiebeheer, Bal, oppervlakte jachtveld, maatwerkvoorschriften, afwijking jachtveldvereiste, Bkl, bestaande ontheffingen en vergunningen, veiligheid
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5946: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsplanactiviteiten, bouwen garage, sloop schuur, beschermd dorpsgezicht, meerdere activiteiten, eftal, beoordelingsregels, motiveringsgebrek,
Rechtbank Noord-Nederland 4 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3638: Awb, Ow; vovo, gedoogplicht, afgraving, verbreding watergang, waterschap, historisch pad, ingrijpendheid, alternatief, ontvankelijkheid
* Rechtbank Den Haag 4 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16439: BW; kg, verzoek openbaarmaking, emissiegegevens agrarische ondernemingen, nakoming openbaarmakingsbesluiten, ontbreken rechtsgang bestuursrecht, verplichting Woo
* ABRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4246: Awb, Wnb; vovo, natuurvergunning, verzoek schorsing usp rb, Luchthaven Schiphol, rechtszekerheid exploitatie (Rb Den Haag  23/7413, 23/8122, 23/8219 en 24/722
* ABRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4243: Awb, Wabo; vovo, handhaving, bouw bedrijfshal, brandwerendheid coating, testmogelijkheden (Rb Overijssel 24/2319)
* ABRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4273: Awb; vovo, handhaving, bedrijfsruimte, huisvesting arbeidsmigranten, bouwwerken, strijdig gebruik, begrip bedrijf, evenredigheid, begunstigingstermijn (Rb Noord­Holland 25/576 en 25/578)
* ABRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4272: Awb, Wro; vovo, bpl, snelweghotel, woon- en leefklimaat, participatie, ladder voor duurzame verstedelijking, kantoren, nieuwe stedelijke ontwikkeling, regionale afstemming, kantoorbehoefte, omgevingsverordening, beschikbaarheid advies, stikstof, relativiteitsvereiste, privacy, bezonning, wateroverlast, verharding, waterberging, verkeersafwikkeling, parkeren
* Rechtbank Overijssel 4 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5441: Awb; terrasvergunning, dichtzetten looppad, terrasmeubilair, woon- en leefklimaat, welstand, beschermd stadsgezicht, APV, bereikbaarheid kernwinkelgebied
# Rechtbank Amsterdam 3 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6385 en Rechtbank Amsterdam 3 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6384: Awb; nadeelcompensatie, schade door werkzaamheden, restaurants, verordening, deskundigheid STAB, referentieperiode, toepassing drempelwaarde,  lijn der verwachtingen, reformatio in peius, concernniveau, betrekken omzet dochteronderneming, korting en drempel, percentage drempelwaarde, normomzet toepassing branche- en/of trendcorrectie, deskundigenkosten, redelijke termijn
* Rechtbank Rotterdam 2 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10639: Awb; vovo, evenementenvergunning, ontbreken gegevens, vastzetten theatertent, klassieke verankering
* Rechtbank Gelderland 2 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7377: Awb; handhaving, afwijzing preventief handhavingsverzoek, bouw recreatiewoning, geen dreigende overtreding, onverbindendheid bpl, geen toetsing
Rechtbank Gelderland 2 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7393: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, 35 tijdelijke flexwoningen, eftal, AERIUS-berekeningen, beleid, omgevingsverordening, coulisselandschap, verkeersafwikkeling
* Rechtbank Noord-Holland 1 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9935: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiden garage tbv mantelzorgwoning, kruimelgevallenregeling, Bor, beleidsregels, maatwerk, extra bebouwing, goede ruimtelijke ordening, woon- en leefklimaat, bezonning, noodzaak, belangenafweging
* Rechtbank Oost-Brabant 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5570: Awb; vovo, evenementenvergunning, festival, belanghebbendheid, geluidsnormen
* Rechtbank Overijssel 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5410: Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnormen, dierlijke meststoffen, stikstof, fosfaat, hoogte boete, geen dubbele bestraffing,
* Rechtbank Overijssel 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5323: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, omgevingsvergunning, schutting, bomen en struiken, hoogte erfafscheiding, wadi, ophogingen, bestemming water
* Rechtbank Gelderland 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7311: BW; kg onrechtmatige daad, vordering tot verbod vergunningverlening, uitstel besluitvorming, aanleg windpark, Elektriciteitswet, projectbesluit, bevoegdheid, bestuursrechtelijke procedure, geen noodzaak aanvullende rechtsbescherming
* Rechtbank Noord-Holland 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9881: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, handhaving, wijziging functie, wonen, gebruik zelfstandige woning, ontvankelijkheid, schadevergoeding redelijke termijn, overtreding, bijbehorend bouwwerk, strijd met bpl, bijzondere omstandigheden, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7126: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, kamer, voormalige schuur, strijd met bpl, beleidsregels, uitsluiting afwijkingsmogelijkheid, strijd met systematiek Wabo/Awb
* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16031: Awb, Wabo; handhaving, verhuur aan meer dan één huishouden, arbeidsmigranten, strijd met bpl, begrip huishouding, samenlevingsovereenkomst, geen continuïteit samenstelling bewoners, controlerapport
* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15533: Awb, Wnb; ontheffingen voor derde=partij, ontvankelijkheid, aanvulling gronden, termijn, geen juiste adressering, gelegenheid voor herstel verzuim
* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15929: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, verkoop vanuit winkel in kas, kleinschaligheid, motiveringsgebrek, rechtszekerheid van vergunninghouder, uitleg voorschriften, geen overtreding
* Rechtbank Den Haag 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15733: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, realiseren 42 appartementen, geldend bpl, omvang geding, bodemverontreiniging, belanghebbendheid, heiwerkzaamheden, Bouwbesluit, voorschriften, privacy, bezonning, welstandsadvies, stikstof, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Den Haag 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15467: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen, verbouwing woning tot 3 appartementen, participatie, welstand, beschermd stadsgezicht, advies, Short stay, dakkapel, parkeren, parkeernormen
* Rechtbank Den Haag 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15462: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, zonnepanelen op woning, historische binnenstad, aantasting cultuurhistorische waarden, beschermd stadsgezicht
* Rechtbank Den Haag 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15443: Awb, Wabo; aanlegvergunning, stadspark, geen inspraak/participatie, belangenafweging, geen strijd met bpl
* Rechtbank Gelderland 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:6978: Awb, Belemmeringenwet Privaatrecht; gedoogplicht, twee ondergrondse middenspanningsverbindingen (20kV), minnelijke weg, redelijkheid voorstel, toekomstschade, commercieel medegebruik
* Rechtbank Rotterdam 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10610: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, verbouwing pand tot 7 woningen, funderingsherstel, Bouwbesluit 2012, bouwkundig advies, veiligheid en hinder tijdens bouwwerkzaamheden
* Rechtbank Den Haag 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15885: Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunningen, bedrijfsruimten, appartementen, eigendom, procesbelang, geen werkzaamheden, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15883: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouwen/gebruik pand, horecafunctie, strijd met bpl, overgangsrecht, beleidsruimte, gelijkheidsbeginsel, welstandseisen, vertrouwensbeginsel
Rechtbank Midden-Nederland 30 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4649: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bouwstop, vervangende nieuwbouw, verschoven bouwvlak, opheffing, ontvankelijkheid, vertrouwensbeginsel, toezegging toezichthouder
* Rechtbank Gelderland 16 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6263: Awb, Wro; planschade, uitbreiding slachterij, schadebeperkende factor, houtsingel, ontbreken voorwaardelijke verplichting, voordeelsverrekening, deskundigenkosten

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
= (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4317: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, plaatsen reclameframes op netwerkkasten, procesbelang, uitleg Bor, strijd met gelijkheidsbeginsel (Rb Den Haag 21/3346)
6.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de netwerkkasten waarop de reclameframes worden bevestigd, moeten worden aangemerkt als een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor. Dit betekent dat de netwerkkasten zonder c-vergunning gerealiseerd kunnen worden. Daaruit volgt naar het oordeel van de Afdeling echter niet zonder meer dat voor de reclameframes ook geen c-vergunning nodig is. Uit artikel 2, aanhef en aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor volgt namelijk dat een c-vergunning niet is vereist voor activiteiten die betrekking hebben op een bouwwerk ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het betreft onder andere een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening. Met de bevestiging van de reclameframes aan de netwerkkasten wordt een functie aan de netwerkkast toegevoegd, namelijk die van reclamebord. Deze functie valt niet onder artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van Bijlage II van het Bor. Dat het primaire doel van de reclameframes het tegengaan van wildplakken en vandalisme is, zoals Centercom stelt, leidt niet tot een ander oordeel. Deze functies vallen immers ook niet onder artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor. De conclusie is dan ook dat voor het bevestigen van de reclameframes, voor zover het bestemmingsplan dat niet toelaat, een c-vergunning vereist is.

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4331: Awb; vaststelling bodembeheernota, Besluit bodemkwaliteit, voormalige vliegbasis, herontwikkeling, grondverzet, bodemverontreiniging, gebiedsbegrenzing, regionaal bodembeleid, historisch kaartmateriaal, niet-gesprongen explosieven, maximale waarden PAK’s, Wbb, zorgplicht
6.4.  De Afdeling begrijpt ten slotte dat SLL het principieel onjuist vindt dat het besluit het onder voorwaarden mogelijk maakt om verontreinigde grond toe te passen op een ontvangende bodem die, naar zij stelt, schoner is. Dit is echter een direct gevolg van de bewuste keuze van de wetgever om het bevoegd gezag de optie te geven om dit mogelijk te maken. De Afdeling wijst in dit verband op het vermelde in paragraaf 6.2.7 op blz. 132 van de Nota van Toelichting bij het Bbk (Stb. 2007, 469). In wat SLL aanvoert ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad met het vaststellen van de Bodembeheernota 2022 misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid die hij op grond van artikel 44 van het Bbk had.
Anders dan SLL meent, is het verder niet zo dat wat betreft de bodemkwaliteit in het geheel geen toetsing aan de functie van de bodem plaatsvindt. Met zijn besluit van 30 januari 2023 heeft de raad een lokale maximale waarde voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) vastgesteld die hoger ligt dan de maximale waarde voor de bodemfunctieklasse industrie zoals die in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen. Op grond van artikel 44, tweede lid, aanhef en onder b en c van het Bbk mocht de raad dit alleen doen als die waarden overeenstemmen met de kwaliteit van de bodem in het bodembeheergebied en niet leiden tot het ontstaan van bodemverontreiniging die met spoed moet worden gesaneerd. Er heeft dus wel degelijk een toetsing plaatsgevonden van de kwaliteit van de bodem en de daarop toe te passen grond. In de Bodembeheernota 2022 is inzichtelijk gemaakt hoe die toetsing heeft plaatsgevonden. SLL heeft de uitgangspunten en uitkomsten van de onderzoeken die daaraan ten grondslag liggen niet bestreden.
7. SLL betoogt dat het besluit van 30 januari 2023 is genomen in strijd met artikel 13 van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb). Zij voert daartoe aan dat het besluit het mogelijk maakt dat vervuilde en minder vervuilde grond vermengd raakt, terwijl dat nu juist moet worden voorkomen op grond van de zorgplicht die geldt op grond van artikel 13 van de Wbb.
7.1. In het Bbk heeft de wetgever geregeld waaraan de raad moet toetsen bij het nemen van zijn besluit om voor een bodembeheergebied lokale maximale waarden vast te stellen. De zorgplicht uit artikel 13 van de Wbb valt daar niet onder. Anders dan SLL betoogt, kon de raad die zorgplicht dan ook niet in zijn beoordeling betrekken.

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4316: Awb, Wro; bpl, functieverandering bedrijfswoning, burgerwoning, houden van paarden, agrarisch bestemming, hobbymatig gebruik, ruimtelijke aanvaardbaarheid, VNG-brochure, richtafstand, ontbreken onderzoek, mestopslag, bestuurlijke lus
5.3. De voor “Agrarisch” aangewezen gronden zijn bestemd voor het houden van maximaal acht paarden. De beantwoording van de vraag of dit gebruik overeenkomt met de bedoeling van de raad om uitsluitend het hobbymatig houden van paarden toe te staan, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval en daarbij is de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft bepalend.
Naar het oordeel van de Afdeling staat het plan het houden van paarden in een omvang als ware het bedrijfsmatig toe. Daarbij acht de Afdeling het aantal te houden paarden in samenhang met de toch flinke omvang van de ten behoeve daarvan toegestane bebouwing en voorzieningen, zoals beschreven onder 5.2, van belang. Ook acht de Afdeling van belang dat uit artikel 1.69 van de planregels volgt dat slechts de binnenrijbak voor niet-commercieel gebruik is. Dit geldt dus niet voor de stallen, buitenrijbak, paardenweides en andere delen van het terrein. De bedoeling van de raad, die op de zitting nog eens is bevestigd, om alleen het hobbymatig houden van paarden toe te staan, is daarmee niet in het plan geregeld. Daarom is het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming “Agrarisch”, vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4318: Awb, Wnb; natuurvergunning, wijziging melkveehouderij, melkveebezetting, stopzetten varkenstak, Hinderwet, wel of niet vervallen Hinderwetvergunning, bewijs, RVO, aanwezigheid Landbouwtellingen, vergunningplicht intern salderen, referentiesituatie, toepassing 18 december-uitspraak (Rb Gelderland 21/804)
8.1. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat met de door MOB en Leefmilieu overgelegde gegevens in dit geval geen begin van bewijs is geleverd dat de Hinderwetvergunning van 12 februari 1980 is vervallen. Uit de brief van de RVO van 29 december 2020, die MOB en Leefmilieu als begin van bewijs over het vervallen van de Hinderwetvergunning bij de rechtbank hebben ingebracht, kan de Afdeling niet afleiden dat de veehouder geen Landbouwtellingen heeft opgegeven. De RVO geeft in die brief alleen maar aan dat de RVO voor de veehouderij van [appellant] alleen over gegevens van de jaren 1989 tot en met heden beschikt. Zoals is aangegeven in de e-mail van de RVO aan het college van 28 februari 2024, voerde de RVO voor 1989 de Landbouwtellingen nog niet uit en werden die gegevens niet bij hen opgeslagen of bewaard. Dat betekent dat uit alleen het feit dat de RVO deze gegevens niet heeft, dus niet kan worden afgeleid dat een veehouder geen opgave heeft gedaan of geen dieren hield. Ook wordt er in die e-mail op gewezen dat door ontsluiting van gegevens door onder andere veranderende automatisering oudere gegevens soms niet beschikbaar zijn. De rechtbank heeft op basis van de omstandigheid dat bij de RVO geen gegevens van voor 1989 aanwezig waren, dus ten onrechte geoordeeld dat MOB en Leefmilieu een begin van bewijs hebben geleverd dat voor 1989 geen dieren in de veehouderij werden gehouden. Deze zaak verschilt dan ook van de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017 waar MOB en Leefmilieu naar verwijzen, omdat uit de in die zaak aangeleverde gegevens de Afdeling in overweging 5.3 wel kon afleiden dat er geen opgave was gedaan van de dieraantallen door het bedrijf. Dat kan de Afdeling uit de hier overgelegde informatie niet.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank ten onrechte op grond van de door MOB en Leefmilieu aangeleverde gegevens tot het oordeel gekomen dat een begin van bewijs is geleverd dat de Hinderwetvergunning van 12 februari 1980 is vervallen en het college daar onderzoek naar moet doen.
10.2.  In de natuurvergunning van 6 januari 2021 staat dat de referentiesituatie wordt ontleend aan de Hinderwetvergunning van 12 februari 1980. Op grond van de AERIUS-verschilberekening van 28 december 2020 is in de voortoets geconcludeerd dat het project niet leidt tot meer of andere gevolgen dan de gevolgen van het vergunde project op grond van de Hinderwetvergunning.
De natuurvergunning van 6 januari 2021 is dus niet beoordeeld op de wijze zoals in de 18 december-uitspraak uiteen is gezet. De gevolgen van de referentiesituatie zijn ten onrechte betrokken bij de beoordeling of een vergunning nodig is. Dat betekent dat de rechtbank het besluit van 6 januari 2021 terecht heeft vernietigd, zij het op andere gronden. De vernietiging van het besluit van 6 januari 2021 blijft dus in stand

# ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4320: Awb, TwG; mijnbouwschade, bewijsvermoeden, pluimveebedrijf, stallen, scheurvorming en mechanische schade betonvloeren en aansluiting vloeren/wanden, belastendheid procedure, beoordelingskader bewijsvermoeden, Praktische Uitwerking Tijdelijke wet Groningen voor Deskundigen, SBR Trillingsrichtlijn A, definitieve geschilbeslechting, gelijkwaardigheid civiele- en bestuursrechtelijke rechtsbescherming, andere uitsluitende oorzaak, zorgvuldig en uitgebreid onderzoek, autonome zetting, trillingssnelheid, grenswaarden gewapend beton, type ondergrond, verzakkingen, vloerconstructie, onderzoek STAB (Rb Noord­Nederland 22/999)
39. De Afdeling heeft in de uitspraak van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1631, onder 92-94, overwogen dat het Instituut mag afgaan op een advies van de door hem ingeschakelde deskundige als het zich van de zorgvuldigheid ervan heeft vergewist en ook is nagegaan of het advies de hoge bewijsmaatstaf haalt en evident een andere oorzaak dan bodembeweging als uitsluitende oorzaak van de schade aanwijst. Als het Instituut het bewijsvermoeden heeft weerlegd, is het vervolgens aan de aanvrager om concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren te brengen. De bestuursrechter beoordeelt vervolgens aan de hand van de aangevoerde gronden of het bewijsvermoeden evident en aantoonbaar is weerlegd en dus of het Instituut aan zijn bewijslast heeft voldaan en zijn besluitvorming op de adviezen mocht baseren. Bij onvoldoende zekerheid of vanwege het verloop van de procedure, kan de bestuursrechter partijen in de gelegenheid stellen nader bewijs te leveren. Ook kan de bestuursrechter een externe deskundige inschakelen om zich te laten voorlichten over de vraag of het Instituut aan zijn bewijslast heeft voldaan.
40. De Afdeling stelt vast dat de rechtbank de wijze waarop een besluit op een verzoek om schadevergoeding getoetst moet worden, zoals uiteengezet in de uitspraak van 8 juni 2022, heeft miskend. De rechtbank heeft de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen en waarnaar het Instituut verwijst in het besluit van 11 maart 2022, zoals herzien door het besluit van 23 april 2024, niet, althans niet kenbaar, betrokken in haar beoordeling. Uit de uitspraak volgt dat de rechtbank louter op grond van de door [wederpartij] ingebrachte tegenadviezen het bewijsvermoeden niet weerlegd heeft geacht. De rechtbank heeft niet gemotiveerd welke concrete aanknopingspunten [wederpartij] heeft aangedragen voor twijfel aan de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen. Vervolgens heeft de rechtbank louter aan de hand van de adviezen van de STAB, en in afwijking daarvan, geoordeeld dat het bewijsvermoeden niet is weerlegd. De rechtbank heeft daarbij het (herziene) besluit van 23 april 2024 niet getoetst.
45. Uit de beschrijving van het beoordelingskader onder 33-37 volgt dat het Instituut voor het weerleggen van het bewijsvermoeden nooit uitsluitend steunt op de SBR Trillingsrichtlijn. De toets aan de SBR Trillingsrichtlijn is uitsluitend een aanvullende beoordeling of aannemelijk is dat trillingen door aardbevingen de schade toch hebben veroorzaakt of hebben verergerd. In alle gevallen moet de deskundige eerst bezien of er evident en aantoonbaar een andere oorzaak is voor de schade dan bodembeweging door mijnbouwactiviteiten. De deskundige kan het bewijsvermoeden alleen weerlegd achten, indien er evident en aantoonbaar een andere oorzaak van de schade is. Als de deskundige daarin niet slaagt, mogen trillingwaarden niet gebruikt worden om alsnog het bewijsvermoeden te weerleggen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, biedt de SBR Trillingsrichtlijn de mogelijkheid om na die beoordeling vast te stellen of de trillingen als gevolg van bevingen zo gering zijn geweest dat daardoor de schade door overbelasting niet toch kan zijn ontstaan of verergerd, waarbij de kans op schade op 1% is gelegd. Dit is een lage kans en bij een hogere kans op schade dan 1% is het bewijsvermoeden nog niet ontzenuwd. Zie de uitspraak van 8 juni 2022 onder 82 en 88.
46. De Afdeling heeft eerder geoordeeld dat het Instituut mag uitgaan van berekende trillingsnelheden en daarvoor de trillingtool mag gebruiken die is gebaseerd op (en een gedigitaliseerde versie is van) het wetenschappelijk onderzoek van Bommer e.a. Het model is gevalideerd en uit een review, het KEM-02 onderzoek, blijkt dat het model betrouwbaar is. Het model is in overeenstemming met de huidige wetenschappelijke inzichten. Het Instituut heeft erop gewezen dat de metingen en spreiding in metingen overeenkomen met de resultaten van de metingen uit het sensornetwerk van TNO. Omdat het een empirisch model is dat gebruik maakt van sensorwaarnemingen op diverse locaties aan het maaiveld in de provincie Groningen, zijn ook de waargenomen spreiding in die sensorwaarnemingen en dus ook lokale amplificaties die samenhangen met ondergrondcondities en topografische factoren, een onderdeel van het model. Het Instituut heeft er daarbij voor gekozen om te werken met een 1% overschrijdingskans, waardoor een berekende trillingsnelheid ongeveer 3,8 keer zo hoog is als in werkelijkheid in de meeste gevallen is opgetreden. Hierdoor houdt het model rekening met een verschil tussen berekende maximale trillingsnelheden en hogere snelheden die op een locatie kunnen optreden. Zie de uitspraak van 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2233 onder 80 en de uitspraak van 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:96 onder 40-41.
47. De conclusie is dat de rechtbank de plaats van de SBR Trillingsrichtlijn in het geactualiseerde beoordelingskader voor de weerlegging van het bewijsvermoeden heeft miskend en ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut hier zonder nadere motivering geen toepassing aan mocht geven.
97. De conclusie is dat het Instituut door toepassing van het geactualiseerde beoordelingskader een aanvullende onderbouwing heeft gegeven voor de weerlegging van het bewijsvermoeden.
103. De Afdeling overweegt dat de verslagen van de STAB de bevindingen van het Instituut bevestigen. De STAB heeft voor de onderzochte scheurvorming in de betonvloeren uitsluitend andere oorzaken dan bodembeweging door mijnbouwactiviteiten aangewezen.
119. De Afdeling heeft hiervoor geoordeeld dat het navolgbaar is dat de zware vloerconstructie in combinatie met de belasting van het gebruik daarvan op de onvoldoende draagkrachtige ondergrond tot de ongelijke zakkingen en scheuren hebben geleid. Ook toepassing van het aanvullende beoordelingskader leidt tot de conclusie dat gelet op de trillingsterkte en de bodemopbouw schade door mijnbouwactiviteiten volledig is uitgesloten.
120. De bestuursrechter mag in beginsel afgaan op de inhoud van het verslag van een benoemde deskundige als bedoeld in artikel 8:47 van de Awb. Dat is slechts anders indien dat verslag onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins zodanige gebreken bevat, dat het niet aan de oordeelsvorming ten grondslag mag worden gelegd. Hetgeen [wederpartij] naar aanleiding van het verslag, inclusief het aanvullende verslag, heeft aangevoerd, rechtvaardigt naar het oordeel van de Afdeling niet dat de conclusie van het verslag van de STAB gebreken bevat. Dit betekent dat de rechtbank ten onrechte niet de conclusies van de STAB heeft gevolgd, die de conclusies van het Instituut bevestigen, dat aan de schades uitsluitend andere oorzaken dan bodembeweging door mijnbouwactiviteiten ten grondslag liggen.

* ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4334: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, warmtepomp, buitenunit, geluidhinder, norm, Regeling Bouwbesluit 2012, uitzonderingsbepaling, meetpunt, akoestisch onderzoek, overdrachtsrekenmodel (Rb Zeeland-West­Brabant 24/6070)
9. Op grond van het wettelijk kader geldt dat wanneer een buitenunit van een warmtepomp is geplaatst op een vloer van een buitenruimte, op een dak of hangt aan een gevel in beginsel moet worden gemeten op 1,5 m boven de onderkant van de installatie (verticale positie) en op de horizontale positie waar het hoogste invallende geluidsniveau optreedt op de perceelsgrens.
Uit de genoemde bijlage VIII volgt dat van de verticale positie kan worden afgeweken. Er mag op 1,5 m boven maaiveld worden gemeten wanneer nergens een invallend geluidniveau optreedt groter dan 40 dB op 1,5 m boven het maaiveld en in het midden van te openen ramen of deuren van verblijfsgebieden van de andere woonfunctie.
10.2.  In het akoestisch onderzoek staat verder dat het invallend geluidsniveau maximaal 32 dB is op 1,5 m boven het maaiveld achter de schutting en op het perceel van de woning. Volgens het college volgt hieruit dat nergens te midden van te openen ramen of deuren van verblijfsgebieden het geluidsniveau meer bedraagt dan 40 dB.
10.3. Gelet op het bovenstaande is de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het college voldoende onderbouwd heeft dat nergens ter plaatse van 1,5 m boven het maaiveld en het midden van te openen ramen of deuren van verblijfsgebieden van een andere woonfunctie een invallend geluidsniveau van meer dan 40 dB optreedt. Hierdoor heeft het college op 1,5 m boven het maaiveld als verticale positie mogen hanteren. Verder is het college terecht tot de conclusie gekomen dat op 1,5 m boven het maaiveld op de horizontale positie op de perceelgrens waar het hoogst invallende geluidsniveau optreedt, dat geluidsniveau minder dan 40 dB is. Daardoor wordt voldaan aan artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Dit heeft de rechtbank niet onderkend.

* Rechtbank Midden-Nederland 5 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4832: Awb, Wro; planschade, afwijzing verzoek, inpassingsplan, plaatsing 61 windturbines, geluidsbelasting, nmr, uitzicht, schaduw, normstelling, Activiteitenregeling, beperkte hinderduur, geen nadeel door slagschaduw, waardering, woonoppervlak, BAG
29.
Eiser voert aan dat de [adviesbureau 1] bij de waardebepaling ten onrechte is afgegaan op de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Het woonoppervlak van 183 m2 dat voor eisers woning in de BAG is opgenomen, is onjuist. Eisers woning is groter. Ter onderbouwing heeft eiser al in bezwaar een taxatierapport van [taxatiebureau] B.V. overgelegd, waaruit blijkt van een woonoppervlak van 216 m2. Volgens eiser had de minister dan ook niet zonder meer mogen uitgaan van de juistheid van de taxatie door de [adviesbureau 1] .
30. De rechtbank volgt eiser niet. Dat er verschillen kunnen zijn tussen de gegevens uit de BAG en de door een taxateur of makelaar gebruikte gegevens, betekent op zichzelf nog niet dat de gegevens uit de BAG niet bruikbaar zijn. Het taxatierapport dat eiser heeft overgelegd is van 8 augustus 2013, bijna zes jaar voor de peildatum waar het in deze zaak om gaat. Eiser heeft zijn betoog niet onderbouwd met bouwtekeningen. Daar komt bij dat de [adviesbureau 1] op de zitting heeft benadrukt dat zij het woonoppervlak van eisers woning niet van doorslaggevende betekenis heeft gevonden voor de waardebepaling. Mocht het woonoppervlak dus al 216 m2 zijn, dan zou dat niet hebben geleid tot een andere conclusie. De rechtbank vindt de taxatie van de [adviesbureau 1] begrijpelijk. In wat eiser naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de [adviesbureau 1] de taxatie niet zorgvuldig zou hebben verricht door af te gaan op gegevens uit de BAG. De beroepsgrond slaagt niet.

* ABRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4246: Awb, Wnb; vovo, natuurvergunning, verzoek schorsing usp rb, Luchthaven Schiphol, rechtszekerheid exploitatie (Rb Den Haag  23/7413, 23/8122, 23/8219 en 24/722
5.1. Op de zitting is gebleken dat de betogen van RSG over het oordeel van de rechtbank en de bezwaren tegen het nemen van een nieuw besluit, ondersteunend zijn aan het kernbetoog over de (rechts)onzekerheid waar RSG zich in bevindt totdat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Het feit dat het nemen van een nieuw besluit lang zal duren betekent volgens RSG dat zij langer in onzekerheid verkeert. Het feit dat volgens RSG het merendeel van de beroepsgronden ongegrond is verklaard, is volgens RSG een reden waarom de rechtsonzekerheid laten voortduren onevenredig zou zijn.
5.2. De voorzieningenrechter neemt als uitgangspunt dat aan uitspraken van de rechtbank gevolg wordt gegeven. Voorts heeft de voorzieningenrechter er begrip voor dat RSG is gebaat bij zoveel mogelijk rechtszekerheid over de wettelijke grondslag van de exploitatie van de luchthaven, maar stelt zij ook vast dat de door RSG geschetste gevolgen voor de exploitatie niet al zijn ontstaan door de uitspraak van de rechtbank. Deze gevolgen zouden zich eventueel pas kunnen voordoen wanneer de staatssecretaris, al dan niet naar aanleiding van een verzoek daartoe, een handhavingsbesluit zou nemen gericht op het terugbrengen van de exploitatie van de luchthaven tot de bestaande rechten zoals die door de rechtbank zijn bepaald. De belangen van RSG die geraakt worden door een besluit tot handhavend optreden waardoor de bedrijfsvoering zou moeten worden aangepast, kunnen naar voren worden gebracht in een procedure tegen zo’n besluit dat zou strekken tot handhavend optreden, al dan niet naar aanleiding van een verzoek om een voorlopige voorziening.
5.3. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter in de vrees voor de door RSG geschetste gevolgen van de uitspraak van de rechtbank en de wens om (handhavings)procedures te voorkomen geen zodanig zwaar belang dat noopt tot het toewijzen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

# Rechtbank Amsterdam 3 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6385 en Rechtbank Amsterdam 3 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6384: Awb; nadeelcompensatie, schade door werkzaamheden, restaurants, verordening, deskundigheid STAB, referentieperiode, toepassing drempelwaarde,  lijn der verwachtingen, reformatio in peius, concernniveau, betrekken omzet dochteronderneming, korting en drempel, percentage drempelwaarde, normomzet toepassing branche- en/of trendcorrectie, deskundigenkosten, redelijke termijn
8.3. Het betoog van eiseres slaagt. De rechtbank overweegt dat het op grond van de AVN mogelijk is om een ander percentage bij de drempelwaarde te hanteren, namelijk indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Met de STAB acht de rechtbank het verdedigbaar dat daarvan sprake is omdat ervoor is gekozen om in afwijking van het bepaalde in artikel 4 van de AVN niet uit te gaan van een omzet van een heel jaar. Door vervolgens alsnog een drempelwaarde van 8% te hanteren, wordt een veel groter deel afgetrokken van de te vergoeden schade dan als de schade in de periode van één (boek)jaar wordt geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze wijze van berekenen juist leidt tot willekeur. Uit de toelichting van de STAB volgt immers dat indien voor elk boekjaar consequent van een drempelwaar van 8% wordt uitgegaan, de hoogte van een vergoeding die uiteindelijk aan een aanvrager om nadeelcompensatie wordt toegekend dus kennelijk afhangt van de omstandigheid in welke maand van een jaar voor die aanvrager de schadeperiode begint en eindigt. Dit heeft tot gevolg dat er verschillende schadebedragen worden berekend voor schadeperioden die voor wat betreft duur niet van elkaar verschillen. De rechtbank volgt daarom de STAB in het standpunt dat de drempelwaarde in dit geval teruggebracht moet worden naar 4%. (…)

* Rechtbank Gelderland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7126: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, kamer, voormalige schuur, strijd met bpl, beleidsregels, uitsluiting afwijkingsmogelijkheid, strijd met systematiek Wabo/Awb
5.5.2 De rechtbank stelt vast dat het in het voorliggende geval niet mogelijk is om van de in de hogere regelgeving gegeven mogelijkheid (de kruimelgevallenregeling) gebruik te maken. De rechtbank is van oordeel dat het college bevoegd is om een restrictief beleid te voeren ten aanzien van de toepassing van kruimelgevallenregeling. In het voorliggende geval kan echter in het geheel geen gebruik worden gemaakt van de kruimelgevallenregeling omdat de beleidsregels dezelfde voorwaarden bevat als de voorschriften van het bestemmingsplan én het college bovendien op voorhand heeft uitgesloten gebruik te maken van de in artikel 4:84 neergelegde bevoegdheid om af te wijken. Dit verdraagt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met de systematiek van de Wabo alsmede met de Awb. Het betoog van eiser slaagt.

* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16031: Awb, Wabo; handhaving, verhuur aan meer dan één huishouden, arbeidsmigranten, strijd met bpl, begrip huishouding, samenlevingsovereenkomst, geen continuïteit samenstelling bewoners, controlerapport
4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. De last onder dwangsom is opgelegd na 1 januari 2024, maar het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom is bekendgemaakt vóór 1 januari 2024. Op grond van artikel 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft daarom het oude recht van toepassing, als op grond van het nieuwe recht nog steeds sprake is van een overtreding. Om die reden is het bestreden besluit ten onrechte gebaseerd op artikel 5.1 van de Omgevingswet. Omdat artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) hetzelfde verbod bevat en in beide gevallen (uiteindelijk) getoetst moet worden aan de regels van het (oude) bestemmingsplan, zijn eisers en andere belanghebbenden door dit gebrek niet benadeeld. Daarom passeert de rechtbank dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

* Rechtbank Gelderland 16 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6263: Awb, Wro; planschade, uitbreiding slachterij, schadebeperkende factor, houtsingel, ontbreken voorwaardelijke verplichting, voordeelsverrekening, deskundigenkosten
6.1. De rechtbank oordeelt dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat in de planvoorschriften niet de verplichting staat om een houtsingel te realiseren en in stand te houden omdat er geen voorwaardelijke verplichting is opgenomen.
Dat betekent dat de nadere aanduiding “houtsingel” binnen de groenbestemming geen verplichting inhoudt om daadwerkelijk een houtsingel aan te leggen. Daarom is er bij de waardebepaling terecht niet vanuit gegaan dat er altijd een houtsingel zal zijn achter perceel [adres] [nr. I] . Het betoog van eiseres tijdens de zitting dat er door het college een last onder dwangsom is opgelegd voor het niet aanleggen van een houtwal maakt het voorgaande niet anders. Het college heeft aangegeven dat deze last onder dwangsom ziet op andere percelen in de buurt waarvoor wel een voorwaardelijke verplichting geldt tot de aanleg van een houtsingel. Het betoog van eiseres dat de waarde van het perceel [adres] [nr. I] te laag is ingeschat kan gelet op het voorgaande niet worden gevolgd. De beroepsgrond slaagt niet.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 20 augustus 2025 Weigering omgevingsvergunning, ‘drive through’ is geen zelfstandige horecavestiging in de zin van de planregels
ABRvS 20 augustus 2025 Bestemmingsplan, realisering bestemming afhankelijk van nadere afweging, rechtszekerheid
Rb Rotterdam 13 juni 2025 Omgevingsvergunning milieu, ook bij ambtshalve actualiseren mag afwijken van de geurnormen uit de Wgv alleen ten behoeve van toepassing van bbt

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder