Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4639: Awb, Wro; vovo, bpl, sloop drie kantoorgebouwen, één nieuw gebouw, plint met drie torens, woningen, kantoorruimte, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, detailhandel, horeca, parkeervoorzieningen, ontvankelijkheid, afstand, enige mate van (wind)hinder, windvang, provinciale verordening, molenbiotoop, windonderzoek, heersende windrichting, leemten en/of gebreken, molenbiotooprapport
#
ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4649: Awb, Wro; bpl, legalisatie woonsituatie, persoonsgebonden overgangsrecht, geluid, woon- en leefklimaat, STAB-verslag, voorwaardelijke verplichting, dove gevels, Activiteitenbesluit milieubeheer, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximale geluidsniveau, geluidsspectrum, binnenniveau, zienswijzen op verslag, andere motivering, Bouwbesluit 2012, spuiventilatie, andere planregels, verzoek zelf in de zaak voorzien, ander standpunt/niet met de vereiste zorgvuldigheid, niet zelf in de zaak voorzien, nieuwe berekeningen, andere aannames, verdieping/niet meer voor verblijf gebruiken, ruimtes daarvoor wel geschikt, handhaafbaarheid planregeling, gebruik burgerwoning niet toegestaan, niet terugvallen op ontwerpplan, Omgevingswet, proceskosten, deskundigenkosten, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4650: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, bouwstop, dwangsom, bouwen bouwwerk, afwijking omgevingsvergunning, paardenstal en buitenbak, bevoegdheid handhavend optreden, als woning kan worden gebruikt, inrichting en gerealiseerde (woon)voorzieningen, vergunningvrij, duidelijkheid last, bijzondere omstandigheden, invorderingsbesluit, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde bespreking door de rechtbank, verhouding omgevingsvergunning en bouwtekening, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Gelderland 21/1949)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4644: Awb, Wro; bpl, aanleg nieuwe randweg, hoorzitting, indieners zienswijze, procedureverordening, schriftelijke reactie, zienswijzennota, nut en noodzaak, verkeersbewegingen, veiligheid, snelheidscontroles, alternatief, verkeersleefbaarheid, draagvlak, CROW-publicatie, categorisering, geluid, voorkeursgrenswaarden, geluidsonderzoek, metingen, berekeningen, Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012, gevolgen bedrijfsvoering, bedrijfsvoering zal aanmerkelijk veranderen, waardevermindering, toegankelijkheid, slibgevaar, luchtkwaliteitsnormen, gezondheid, uitvoerbaarheid plan, belangenafweging, bedrijfseconomische redenen, stikstofdepositie, Wnb, plan-MER, relativiteitsvereiste, herhalen en inlassen zienswijze
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4651: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitvoeren werken en afwijken bpl, rijhal met paardenstalling en bijbehorende voorzieningen, omvang van het geding, welstand, beeldkwaliteit, welstandsadvies, welstandtoetsing, aanwezigheid landschapsarchitect, betonpanelen met baksteenmotief, natuurlijke materialen, teruggekomen op eerder standpunt, Bouwbesluit 2012, archeologie, relativiteitsvereiste, eerdere uitspraak, wijziging statuten, artikel 8:69a Awb, verlengde besluitvormingsprocedure, in stand laten rechtsgevolgen, beoordelingscriteria, afwegingsruimte, einduitspraak na judiciële lus
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4661: Awb, Wro; bpl, toevoeging woning, Ruimte-voor-ruimteregeling, provinciale verordening, beleidsregel maatwerk, fosfaatrechten, omgevingskwaliteit, fysieke tegenprestatie, herstel gebrek/ook mogelijk zonder nader besluit, artikel 4:84 Awb, afwijken beleidsregel, college, bevoegdheid/bestuursorgaan, instructieregels provinciale verordening, evenredigheid, exceptieve toetsing, sloopmeters, borging kwaliteitswinst, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4653: Awb, Kadasterwet; afwijzing verzoek tot herstel, kadastrale grens, Basisregistratie Kadaster, verkeerd ingemeten, uitnodigingsbrief zitting rechtbank, aangetekende verzending, postvervoerbedrijf, afhaalbericht, vermoeden, ontzenuwen, drogisterij, loopafstand woning, dossierstukken, zittingsaantekeningen, authenticiteit brondocument, toelichting bewaarder, relaas van bevindingen, herstel misslagen, vorming percelen, bijwerking kadastrale registratie, kennisgeving, rechtsgevolg, bezwaar, vaststelling/staat in rechte vast, metingen, kadastrale kaart, kadastrale grenzen, geen maten aan ontlenen, uittreksel, ligging percelen, gevisualiseerde weergave (Rb Midden-Nederland 22/4311)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4652: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitbreiden loods en wijzigen inrichting, pluimveehouderij, houtverbranding, agrarische bestemming, mestverwerking rechtstreeks toegelaten, enige activiteit, monovergister, eigen pluimveehouderij, onderdeel primaire bedrijfsvoering, nieuw product, verbranding biomassa, verbrandingsinstallatie, verwarming eigen stallen, gebiedsaanduiding, geen nevenactiviteit, openheid landschap, overschrijding bouwhoogte, aanwezige bebouwing, bouwen binnen bouwvlak, bestaande bebouwingsbeeld, nader besluit, vergunningaanvraag Wnb, niet aanhaken, doorloopt eigen procedure (Rb Zeeland-West-Brabant 21/3992 en 21/4047)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4665: Awb, Wm, Gmw; handhaving, bestuursdwang, gemeentelijke afvalstoffenverordening, inzameling kleding, overtreding, begrip “afvalstof”, jurisprudentie Hof van Justitie, alle omstandigheden van het geval, gedrag houder, geen nut, last waarvan hij zich wil ontdoen, zonder bewerking, hergebruikt, scheiden in bruikbare en niet bruikbare kleiding, geen hergebruik zonder bewerking, vertrouwensbeginsel, overtreding APV, openbare weg, invorderingsbeschikking gedeeltelijk herroepen, geen uitlatingen of toezeggingen
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4656: Awb, Wabo; weigering legaliserende omgevingsvergunning, plaatsen gaashekwerk, advies bezwaarschriftencommissie, onafhankelijkheid commissie, gemeentelijke verordening, secretaris commissie/werkzaam bij de gemeente, verslag hoorzitting, niet gedaan, passeren gebrek, verslag alsnog opgesteld en verstrekt, heroverweging primaire besluit, gegevens, Mor, aantasting stedenbouwkundig straatbeeld, criteria beleidsregels, voorgevelrooilijn, vertrouwensbeginsel, toezegging, gelijkheidsbeginsel, niet besproken gronden (Rb Oost-Brabant 21/2515)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4662: Awb, Wro, Wabo, Gmw; afwijzing aanvraag tegemoetkoming in planschade, planvergelijking, meest ongunstige invulling, handelen in strijd met bpl/kwestie van handhaving, goede procesorde, beroepsgrond/buiten beschouwing, afwijzing handhavingsverzoek, landschappelijke inpassing, zonnepaneelveld, hoogte zonnepanelen, toegestane bouwhoogte, gemotiveerde bespreking rechtbank, wijze van meten, inrichtingsplan, woord “maaiveld”, breedte groenstrook, Van Dale, begrip “versterken”, planregel op zichzelf niet duidelijk, samenhang met andere planregels, bedoeling planwetgever, proceskosten, op eigen naam ingediend beroepschrift, met hulp van beroepsmatige bijstand, judiciële lus (Rb Noord-Nederland 21/3747 en 22/2187)
# ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4657: Awb, Waterwet, Wabo; projectplan, omgevingsvergunning uitvoeren projectplan, primaire waterkering, wettelijke norm waterveiligheid, versterking dijktraject, veilige weginrichting, geluid, akoestisch onderzoek, AHN, BAG, locatie slaapkamerraam, Reken en meetvoorschrift geluid 2012, Wet geluidhinder, verkeersgegevens, passerende voertuigen, bermstrook, basaltonstroken, verkeersveiligheid, maximumsnelheid, CROW, trillingen, methode plaatsing dam/uitvoeringsaspect, SBR-richtlijn A, SBR-grenswaarde, trillingspredicties, alarm- en signaalwaarden, monitoring, bouwkundige staat woningen, overeenkomst met aannemer, werkwijze/niet vastleggen in projectplan, rechtszekerheid, schadeafhandeling, volledige schadeloosstelling, normaal maatschappelijk risico, hoogwaterveiligheidsnorm, grondoplossing, dijktalud, lichtinval, op- en afrit, parkeerhaven, voldoende parkeerruimte, grondverwerving, schade woning, grondwaterpeil, overgangslengte, buitenkruinlijn, glijvlak, macrostabiliteit, privacy, alternatieven, beroepsgrond omgevingsvergunning/artikel 1.6a Chw
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4654: Awb, Wm, Gmw; aanwijzing locaties ondergrondse (rest-)afvalcontainers, gemeentelijke afvalstoffenverordening, aanbieden huishoudelijk restafval, normale omstandigheden, geluid- en geurhinder, locatiespecifieke of andere bijzondere omstandigheden, plaatsingscriteria uitvoeringsbesluit, harde en zachte criteria, geschiktheid, ligging locatie, recreatieve karakter wijkpark, loopafstand, aantasting groen, verkeersaantrekkende werking, inzamelvoertuig, verkeersoponthoud, toegankelijkheid rolstoelgebruikers, ondergrondse infrastructuur, alternatieven
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4663: Awb, Wm, Gmw; aanwijzing locatie plaatsing afvalcontainers, gemeentelijke afvalstoffenverordening, inzameling huishoudelijk afval, straatbeeld, grotendeels ondergronds, zichtbare gedeelten/beperkte omvang, bouwwerkzaamheden, tijdelijke situatie, looproutes, alternatief
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4646: Awb, Hvw; handhaving, dwangsom, splitsing woning, geen woningvormingsvergunning, gemeentelijke huisvestingsverordening, overtreding, zelfstandige woning/verbouwd tot twee zelfstandige woonruimten, vertrouwensbeginsel, inhoud omgevingsvergunning, professioneel verhuurder, Haagse regelgeving huisvesting, onderzoeksplicht/navraag doen, deskundigheid, uitlating/toerekenbaar aan college, gerechtvaardigd vertrouwen, andere belangen, belangenafweging, schade, aanzienlijke investeringen, judiciële lus (Rb Den Haag 23/985)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4642: Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, woonboot, gemeentelijke verordening op het binnenwater, bevoegd tot wegslepen en in bewaring nemen, beginselplicht tot handhaving, Afdeling volgt oordeel en overwegingen rechtbank, hinder, schaag bij sluiten sluis, wisselende waterstanden en-stromingen, manoeuvreerruimte, brandveiligheid, professionele slepers, inwinnen deskundig advies (Rb Amsterdam 23/6912 en 23/6914)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4664: Awb, Wm, Gmw; aanwijzen locatie plaatsing GF-zuil, inzameling groente- en fruitafval, ondergrondse afvalcontainers, inzameling restafval, textiel, oud papier, en incontinentiemateriaal, gemeentelijke afvalstoffenverordening, beleidsregels, uitgangspunt, individuele bezwaren inwoners, bijzonder geval, zwaarder wegen, participatie, ontwerpbesluit, zienswijzen, communicatie, behoefte, toenemend aantal jonge gezinnen, maatschappelijke ontwikkeling, ouderen wonen langer thuis, alternatieven
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4666: Awb, Wm, Gmw; aanwijzing locatie ondergrondse container, incontinentiemateriaal en luiers, gemeentelijke afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie, verkeersaantrekkende werking, vrachtwagens, normale omstandigheden, legen containers van korte duur, breedte rijbaan, maximaal toegestane snelheid, alternatieven
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4648: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, bijgebouw, strijd bpl, bouwvlak, bebouwingspercentage, omvang van het geding, reikwijdte handhavingsverzoek, primaire besluit, maximale bebouwingspercentage, begrip “bouwperceel”, omvang bouwperceel, actuele situatie, kadastrale percelen, belangenafweging, geen ruimte inhoudelijke beoordeling genoemde belangen (Rb Gelderland 23/5068)
* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4660: Awb, Wm, Gmw; aanwijzen locatie ondergrondse afvalcontainers, één restafvalcontainer, één papiercontainer en één glascontainer, gemeentelijke afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie, in- en uitrit garage appartementencomplex, parkeerdruk, calamiteit, hulpdiensten, mogelijkheid passeren ledigingsvoertuig, ongedierte, veiligheid spelende kinderen, zicht, alternatief
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:531: Awb, Landbouwwet; randvoorwaardenkorting, Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, schapen, gecombineerde opgave, NVWA, toezichthoudend dierenarts, strafrechter, beroepsverbod, ne bis in idem-beginsel, sancties gemeenschappelijk landbouwbeleid, niet strafrechtelijk van aard, geen bestraffend karakter, geen dubbele bestraffing, evenredigheidsbeginsel, belangenafweging, artikel 3:4 Awb, geen ruimte belangenafweging, gedifferentieerd sanctiestelsel, overschrijding redelijke termijn, immateriële schade, schadevergoeding
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:542: Awb, Landbouwwet; randvoorwaardenkorting, Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, terugvordering geldbedrag, NVWA, mestopslag, waterschap, lozen verontreinigd hemelwater, administratieve sanctie, op rechtsgevolg gericht, besluit, misbruik van recht, schending van abbb, Verordening 1306/2013, landbouwsteun, naleving van regels op het gebied van milieu, voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn en eisen over een goede landbouw- en milieuconditie, grondslag toepassing korting/(dwingende) bepalingen Unierecht, Unierechtelijk rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, Activiteitenregeling milieubeheer, agrarische bedrijfsstoffen, afstromen naar oppervlaktewater, verontreiniging oppervlaktewater/nitraten uit mest, huisvesting van dieren, Besluit houders van dieren, registratie gewasbeschermingsmiddelen, Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, Verordening 852/2004, kosten in bezwaar, proceskosten, overschrijding redelijke termijn, immateriële schade, schadevergoeding
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:541: Awb, Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; verdachtverklaring, verspreiding van aviaire influenza (vogelgriep), opleggen maatregelen, preventief doden pluimvee, bezwaar ongegrond, Besluit verdachte dieren, besmettelijke dierziekte, beleid, straal van 1 tot 3 km, uitbraak, modelstudie, virustype, epidemiologisch onderzoek en pluimveedichtheid in het gebied, effectieve methode, uitbraak onder controle krijgen, isoleren besmettingshaard, bemonstering, evenredigheid, overschrijding redelijke termijn, vergoeding
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:539: Awb, Landbouwwet, Kaderwet EZK- en LNV-subsidies; afwijzing verzoek terugkomen vijf besluiten, Regeling Fosfaatreductieplan 2017, bezwaar ongegrond, Wet verantwoorde groei melkveehouderij, Nitraatrichtlijn, melkveefosfaatreferentie, Meststoffenwet, fosfaatproductie, artikel 4:6 Awb, bestuurspraktijk, geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden, uitspraak rechterlijke instantie, ander regelgevend kader, niet evident onredelijk, artikel 1 EP EVRM, individuele buitensporige last, gelijkheidsbeginsel
Rechtbank Oost-Brabant 29 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5954: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, obstakels en bouwwerken, rivier de Dommel, waterschapsverordening, profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam (PVVR), beschermingszone, Regels op de kaart, artikel 7.1a Awb, overtreder, verboden handeling fysiek verricht, strafrechtelijke criteria functioneel daderschap, redelijkerwijze toerekenen, aanvaarding, overtreding, niet zichtbaar op digitale verbeelding, technische fout, omzetting legger, vlakken/informatieobject in bijlage I bij de verordening, kennelijke misslag, niet op voorhand duidelijk, controle door een mens, geen omgevingsvergunning wateractiviteit, geen concreet zicht op legalisatie, algemene regels, gelijkheidsbeginsel, gelijke gevallen, evenredigheid, hoogte dwangsommen
* Rechtbank Rotterdam 29 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11371: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, instellen twee bushaltes, aanbrengen verkeersborden en blokmarkering, bezwaar niet-ontvankelijk, termijnoverschrijding, verschoonbaarheid, artikel 6:11 Awb, verzuim, bijzondere omstandigheden, op het individuele geval gerichte, contextuele benadering, recente richtinggevende uitspraak, aanduiding locatie, tekst verkeersbesluit, melding overheid.nl, onderzoek doen, nagaan beoogde locatie, online publicatie, bijlagen/situatietekeningen, aanklikken hyperlinks, kennisnemen precieze locatie, persoonlijke omstandigheden, pro forma bezwaarschrift, beknopt bezwaarschrift, niet verschoonbaar
* Hoge Raad 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1387: BW, Onteigeningswet; artikel 81 lid 1 RO, onteigeningsrecht, eliminatieregel, concreet plan, verwachtingswaarde
# Rechtbank Oost-Brabant 26 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5912: Awb, Wro; tegemoetkomingen in planschade, provinciaal inpassingsplan, drie windturbines, waardevermindering onroerende zaak, taxatie, vergelijkingstransacties, specifieke deskundigheid taxateur, bestrijden met onderbouwd tegenrapport van onafhankelijke taxateur, TNO-rapport, geluid, geluidniveaus individueel/Activiteitenbesluit milieubeheer, gezamenlijke geluidniveaus/inpassingsplan, maximale planologische mogelijkheden, waardeontwikkeling in periode rondom de peildatum, specifieke locatie, schadefactoren, schadekwalificatiemethode, verificatie ingeschatte waardedaling, vergelijkingsmethode, gezondheidsschade, normaal maatschappelijk risico, SVIR, reeks van jaren gevoerd beleid, drempel 3%, vergoeding deskundigenkosten, dubbele redelijkheidstoets, gelegenheid herstellen gebruik, inschakelen STAB, waarde percelen bepalen na de peildatum, bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden, inbrengen nieuwe beroepsgronden niet mogelijk, goede procesorde, tussenuitspraak
* ABRvS 25 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4510: Awb, Gmw; vovo, weigering en verlening exploitatievergunning, voorschriften, spoedeisend belang, financieel belang, financiële noodsituatie, continuïteit van de bedrijfsvoering, geen spoedeisend belang (Rb Midden-Nederland 23/4414 en 23/4526)
* Rechtbank Noord-Holland 25 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10840: Awb, Hvw; vovo, handhaving, boetes, gemeentelijke huisvestingsverordening, onzelfstandige woonruimte, verhuur, zonder vereiste vergunning(en), spoedeisend belang, hoogte totale boetes, voorlopige inhoudelijke rechtmatigheidsbeoordeling, (te) restrictieve toepassing ontvankelijkheidsvereiste, grondslag besluiten, verschrijving, overtreding, constateringsrapporten, één huishouden, materiele of immateriële aangelegenheden, in betekenisvolle mate van elkaar afhankelijk, overtreder, functioneel daderschap, beschikkingsmacht, feitelijke gang van zaken/aanvaard, evenredigheidsbeginsel, matigen boete, bijzondere omstandigheid, draagkracht, afwijzing verzoek
* Rechtbank Gelderland 24 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7907: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, permanent bewonen recreatiewoning, overtreding, beginselplicht tot handhavend optreden, evenredigheid, parkeerbeheerder, concreet zicht op legalisatie, geen aanvraag, omgevingsvergunning zal niet worden verleend, krapte op de woningmarkt, geen stukken/actief zoeken woonruimte, reageren op aanbiedingen woonruimte, woningnood/geldt voor iedereen, bijzondere omstandigheid/individuele geval, met handhaving te dienen doelen, motie, in internetconsultatie gebrachte instructieregel, brief minister, voorwaarden behoeven nog verdere uitwerking, persoonlijke situatie
! Rb Den Haag 24 september 2025, SGR 22/5334: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen werking inrichting, oprichten biobrandstoffenfabriek, voorbehandelingsfabriek, omvang van het geding, ZZS, pZZS, REACH-verordening, milieutechnische beoordelingsruimte, anticipatie definitieve kwalificatie ZZS, voorzorgsbeginsel, belang van bescherming van het milieu, wetenschappelijke zekerheid, totstandkomingsgeschiedenis Wm, Europese milieurecht, richtlijnen en verordeningen, objectieve wetenschappelijke evaluatie, risico-evaluatie, generieke gelijkstelling, afvalstoffen, voorschriften, afvalstromen, aanvraag, registratie- en informatieverplichtingen, Wet milieubeheer, letterlijk of inhoudelijk overeenkomen met wettelijke bepalingen, Bor, doorkruisen, andere inhoud, opgesteld met een ander doel, Besluit melden, nota van toelichting, gehaltes ZZS, transporteur of afvalverwerker, Verordening dierlijke bijproducten, Kaderrichtlijn afvalstoffen, LAP 3, sectorplan 65, AV-beleid, AO/IC, acceptatie van afvalstoffen, concentratiegrenswaarde, Handreiking risicoanalyse Rijkswaterstaat, CAS-nummer, afvalpreventie- en afvalscheidingsonderzoek, geluid, Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999, immissiepunten, beoordelingshoogte, zonebewaking, geluidreducerend effect geluidscherm, getallenvoorbeeld, uitsluitingsonderzoek, juridische status goedkeuringsbeslissing, inhoud beslissing/rechtsgevolg, geur, maatregelenniveau
! Rb Den Haag 24 september 2025, SGR 22/2003: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen werking inrichting, oprichten biobrandstoffenfabriek, voorschriften, omvang van het geding, ZZS, pZZS, REACH-verordening, milieutechnische beoordelingsruimte, anticipatie definitieve kwalificatie ZZS, voorzorgsbeginsel, belang van bescherming van het milieu, wetenschappelijke zekerheid, totstandkomingsgeschiedenis Wm, Europese milieurecht, richtlijnen en verordeningen, objectieve wetenschappelijke evaluatie, risico-evaluatie, afvalstoffen, voorschriften, afvalstromen, openbare lijst RIVM, Wet milieubeheer, letterlijk of inhoudelijk overeenkomen met wettelijke bepalingen, Bor, doorkruisen, andere inhoud, opgesteld met een ander doel, Besluit melden, nota van toelichting, gehaltes ZZS, transporteur of afvalverwerker, registratie ZZS in af te voeren afvalstoffen, CAS-nummer, afvalpreventie- en afvalscheidingsonderzoek, LAP 3, geluid, Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999, immissiepunten, beoordelingshoogte, zonebewaking, geluidreducerend effect geluidscherm, getallenvoorbeeld, uitsluitingsonderzoek, juridische status goedkeuringsbeslissing, geur, lucht, pompen, asafdichting
! Rb Den Haag 24 september 2025, SGR 22/5918: Awb, Wabo; op verzoek gedeeltelijke intrekking milieuvergunning, ambtshalve intrekking twee voorschriften, vervangen door twee nieuwe voorschriften, geluid, losgeluid van schepen, immissiepunten, gevel woningen, Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999, Reken en meetvoorschrift geluid, equivalent geluidsniveau vanwege een industrieterrein, nadelig uitpakken bij treffen eventuele geluidreducerende maatregelen, meerwaarde, zonebewaking, representatieve woningen, 5 m hoogte
* Rechtbank Rotterdam 24 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11274: BW; lekkage petroleumcokes in Braziliaanse rivier, afvalbassins, roet, lekkage van natriumhydroxide, vissterfte, verjaring, regenwater met bauxietresidu, erkenning buitenlandse beslissingen, geenverdrag, Gazprombank-criteria Hoge Raad, waterzuiveringsinstallatie, pH-waarde, bewijslevering, omkering bewijslast, (risico)aansprakelijkheid, “indirect polluters”, Braziliaans recht, (milieu)wetgeving, rechtsliteratuur, rechtsgebied in ontwikkeling, (specifieke) zorgplicht(en), controlerend aandeelhouder, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Oost-Brabant 24 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5908: BW; verkoop perceel door gemeente, asbesthoudend materiaal, verkennend bodemonderzoek, evaluatie bodemsanering, partijkeuring, milieuhygiënische bodemkwaliteit, verklaring voor recht/toerekenbaar tekortschieten, nakoming koopovereenkomst, schadevergoeding, conformiteitsvereiste, volledig schone grond/partijen niet met elkaar overeengekomen, bouwterrein/bestemd voor woning, bouw vrijstaande woning, normaal gebruik bewoning, feitelijke staat bij levering/aanvaard, asbestplaatje, lichte concentratie, geen gebruiksbeperking, kwaliteitsklasse grond, dwaling, mededelingsplicht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6353: Awb, Ow; omgevingsvergunning aanleggen twee padelbanen op bestaande tennisbanen, bezwaar niet-ontvankelijk, belanghebbende, omgevingsvergunning Wabo, uitvoerige rechtspraak belanghebbendheid, oude recht, geen aanleiding oude lijn verlaten, bewoners en eigenaren, anderszins zakelijk of persoonlijke gerechtigden, aangrenzend perceel en daaraan gelijk te stellen, scheiden door straat, ruimtelijke afscheiding, afstand, feitelijke gevolgen, “uitgesloten”, afwezigheid moet vaststaan, ‘Handreiking Padel en Geluid’, indicatieve afstand, hulpmiddel bij vergunningverlening, geen akoestisch onderzoek of andere feitelijke beoordeling, verkeer- en parkeerbewegingen horeca, geen aanleiding rechtsgevolgen in stand laten of zelf in de zaak voorzien, nemen nieuw besluit
* Rechtbank Rotterdam 23 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11188: BW; incidentele vordering tot voeging, vereniging, volkstuinen met tuinhuisjes, beoogt koper te worden van het tuinhuis, vordering in conventie/verlenen medewerking verkoop tuinhuis, spoedeisend belang, bebouwing ingemeten, inspecteurs afdeling Bouw- en Woningtoezicht, bebouwingsnormen gemeente, aanpassing bebouwing/alvorens toestemming verlenen, metingen en bevindingen, vergunning, borstwering en luifels, strijdige situatie, handhaven, reëel risico dat de gemeente tot handhaving overgaat, afwijzing vorderingen, reconventie, teruggave sleutels, onvoldoende aannemelijk/overhandigd of in bezit heeft, afwijzing vordering
Rechtbank Noord-Holland 23 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10893: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning realiseren tijdelijke opvanglocatie asielzoekers, Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo), vergaande inhoudelijke beoordeling, belangenafweging, voorkomen mogelijke overlast, problematiek (onvoldoende opvang) in Ter Apel, realiseren extra opvangplekken noodzakelijk, algemene belang bij vergunde opvang, geen onomkeerbare situatie, afwijzing verzoek
* Rechtbank Oost-Brabant 23 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5893: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; vovo, bevel tot preventieve stillegging werkzaamheden, dakdekkersbedrijf, dakdekken en bouwen dakconstructies, boetes Arbeidsomstandighedenbesluit, toewijzing verzoek, artikel 28a Arbowet, recidive, vervallen waarschuwing, bestaan bevoegdheid, ingrijpend punt, belangenafweging valt eerder uit in voordeel verzoekster, veilige werkomgeving, meer gewicht belang verzoekster
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6369: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, bijgebouw bij een rijksmonument, dubbelbestemming, afwijkingsbevoegdheid, cultuurhistorie, adviezen, historische kadasterkaarten, parapluplan, zorgvuldige wijze tot stand gekomen, redenering begrijpelijk en conclusies sluiten hierop aan, vergewisplicht, concrete aanknopingspunten voor twijfel, adviezen deskundigen, provinciale verordening, afbreuk ruimtelijke en functionele karakteristiek landgoed, inbreuk bpl beperkt, rechtstreekse planologische mogelijkheden, belangen omwonenden, woon- en leefklimaat, bouwmogelijkheden, wegnemen zicht, afwijzing verzoek
* Rechtbank Overijssel 23 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5678: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en veranderen mijnbouwwerk, uitvoeren diepboring en daarmee samenhangende activiteiten op een mijnbouwlocatie, bodem, Nederlandse richtlijn bodembescherming, preventief bodembeleid, bodemdaling/winningsplan, 0-meting, zienswijze
* Rechtbank Noord-Nederland 23 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3861: Awb; vovo, verzoek stilleggen aanleggen speeltuin, geen besluit, geen schriftelijke beslissing die een rechtshandeling inhoudt, artikel 6:10 Awb, geen op zichzelf staande bevoegdheid om bezwaar te maken, bezwaarschrift/geen redelijke kans van slagen, handhavingsverzoek, besluit op een dergelijk verzoek, geen schriftelijke weigering nemen besluit, verzoek kennelijk ongegrond, afwijzing verzoek
* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5870: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, realiseren overdekte uitlopen aan bestaande stallen, plaatsen keermuur bij pluimveehouderij, provinciale verordening, geur, achtergrondbelasting, uitgangspunt berekening, omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), natuurvergunning, uitwerken, nota van toelichting, overgangsrecht, Invoeringswet Omgevingswet, Omgevingswet, omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, artikel 7:9 van de Awb
* Rechtbank Limburg 22 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9142: Awb, Wnb; vovo, bezwaar niet-ontvankelijk, ontheffing, belanghebbende, opzettelijk verstoren en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen verstoren van de gewone dwergvleermuis, sloop gebouw, afstand, woning, 1,5 km, ruimtelijke uitstraling, woon- en leefomgeving, besluit niet onrechtmatig, afwijzing verzoek
* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5856: Awb, Gmw; afwijzing handhavingsverzoek, APV, ernstige en herhaalde hinder, geluid, geluidmeting, geluidssterkte radio, geluidwaarden, aard, ernst, frequentie en vermijdbare karakter geluid, controlebezoeken, grasmaaien, gebruik bladblazers, normale onderhoudsactiviteit, geen bijzondere omstandigheden, opdracht nemen nieuw besluit
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6350: Awb; vovo, publicatie melding kap verschillende bomen, voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd, uitspraak zonder zitting, besluit, rechtshandeling, gemeentelijke verordening, vergunningplichtvellen monumentale houtopstand, geen omgevingsvergunning vereist, houtopstanden opnemen op lijst, nest- en schuilgelegenheid vogels en vleermuizen, publiceren melding/geen besluit, niet gericht op enig rechtsgevolg
* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5871: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu veranderen pluimveehouderij, stellen en intrekken maatwerkvoorschriften, terinzagelegging ontwerpbesluit, huisvestingssystemen, systematiek Awb, Wabo, Bor, getrapte aanvraag, rechtsonzekere situatie, fijnstof, endotoxinen, Endotoxine Toetsingskader, gezondheidsrisco’s, GGD, geluid, richtwaarde, kennelijke verschrijving, buitengebied, referentieniveau, landelijke omgeving, beoordelingsruimte, Handreiking industrielawaai, controlevoorschrift, doelvoorschriften, IPPC-installatie, controlemeting, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Limburg 22 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9141: Awb, Wnb; vovo, ontheffing opzettelijk verstoren en beschadigen of vernielen voortplantings- of rustplaatsen, gewone dwergvleermuis, sloop gebouw, beslist op bezwaar, nut, afwijzing verzoek om voorlopige voorziening
Rechtbank Oost-Brabant 19 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5800: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, strijd bpl, overtreding, bedrijfshal, rijhal, tentdoeken drogen, geen kortdurend incidenteel strijdig gebruik, overtreding, bevoegdheid handhavend optreden, evenredigheid, geschikt, noodzakelijk, evenwichtig, algemeen belang gediend met handhaving, bijzonder geval, concreet zicht op legalisatie, in stand laten rechtsgevolgen, handhavend optreden onevenredig, aard en omvang zeer gering, overlast zeer gering
* Rechtbank Oost-Brabant 19 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5801: Awb, Wabo, Ow; handhaving, dwangsom, paardenbak, paddock, bijgebouw en mestplaat met keerwanden inclusief aansluitende verharding, positieve reactie op het principeverzoek, vertrouwensbeginsel, handhaving niet evenredig, afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, legaliseren van een manegevoorziening, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, geur, geurgevoelige gebouwen, omgevingsplan, Activiteiten en milieuzonering (Handreiking) van de VNG, beoordelingsruimte, landschappelijke inpassing, Natura 2000, significante gevolgen, beoordeling bopa
* Rechtbank Overijssel 19 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5640: Awb; uitspraak zonder zitting, beroep niet-ontvankelijk, vermelden beroepsgronden, rechtspersoon, volmacht, uittreksel handelsregister, kopie statuten, geen (leesbaar) beroepschrift, geen uittreksel inschrijving handelsregister, mogelijkheid herstellen verzuim, niet gereageerd, geen verontschuldiging verzuim
Rechtbank Limburg 19 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9047: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, strijdig gebruik clubgebouw/bewoning, belanghebbende, bewoners, feitelijk op adres wonen, feitelijke woonplaats/onduidelijk, BRP, inschrijfadres, gehuurd appartement, feitelijk beschikbaar alternatief, geen spoedeisend belang, afwijzing verzoek
Rechtbank Gelderland 18 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7749: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (bouwen), bopa en (technische) bouwactiviteit, verbouwen pand tot kantoor met twee appartementen, omgevingsplan van rechtswege, tijdelijk deel, enkele gemeentelijke verordeningen, bruidsschat, Besluit kwaliteit leefomgeving, beoordelingsregels, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, beleidsruimte, motivering, artikel 3:49 Awb, advies bezwaarschriftencommissie, beoogde gebruik aangevraagde gebruik, uitsluitend of voor andere doeleinden zal worden gebruikt, ruimtelijke onderbouwing, gemeentelijk beleid, parkeren, voldoende parkeergelegenheid
* Rechtbank Gelderland 18 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7767: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, appartementengebouw, geluid, geluidonderzoek, buitenunits warmtepompen, Bouwbesluit 2012, handleiding, rekentool, cumulatieve geluidbelasting, woon- en leefklimaat, zorgvuldigheidsbeginsel, welke punten in strijd met het bestemmingsplan, bouwdiepte, bestaande maten/maximale goot- en bouwhoogte, bezonning, bezonningsstudie, schaduwwerking, juiste referentiesituatie, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 18 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7759: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoeken, belanghebbende, aangrenzende percelen, belang rechtstreeks bij een besluit betrokken, aangrenzend perceel of gelijk te stellen aan aangrenzend perceel, bestemmingen, meerdere kadastrale percelen, bijlage II bij het Bor, afstand, feitelijke gevolgen van enige betekenis, herhaald verzoek, artikel 4:6 Awb, geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking op eerdere aanvraag, ingewilligd en dwangsom opgelegd, milieuovertreding, geen afwijzende beschikking
* Rechtbank Den Haag 18 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17550: Awb, Wm; handhaving, dwangsom, Activiteitenbesluit milieubeheer, geluidnormen, danscafé, versterkte muziek, meting, overtreding/niet in geschil. Beginselplicht tot handhaving, bijzondere omstandigheden, strafbeschikking, maatwerkvoorschriften, herstelsanctie, bestraffende sanctie, totstandkomingsgeschiedenis Awb, cumulatie, doel en strekking, evenredigheidsbeginsel, beleid, handhavingsstrategie, interventiematrix, overtreding/”van belang”, gedrag/”calculerend”, geluidsbegrenzer, hoogte dwangsom, invordering
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6285: Awb, Alcoholwet; slijtersvergunning, supermarkt, omgevingsvergunning strijd gebruik, geen rechtsmiddel, omgevingsvergunning staat onherroepelijk in rechte vast, beroepsgronden tegen omgevingsvergunning/buiten omvang van het geschil, gebonden bevoegdheid, geen weigeringsgronden, gelijkheidsbeginsel, ongelijke behandeling van gelijke gevallen, geen gelijke gevallen
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6283: Awb; verzoek veroordeling proceskosten, verkeersbesluit, intrekking beroep na intrekking verkeersbesluit, geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan indiener beroepschrift, volledig tegemoetgekomen, proceskosten bezwaarfase, bereikbaarheid perceel reeds aan de orde gesteld, in beroep nader geconcretiseerd en onderbouwd, hoogte bedrag proceskosten, vergoeding griffierecht/college van burgemeester en wethouders
Rechtbank Midden-Nederland 17 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4966: Awb, Ow; afwijzing verzoek om handhavend optreden, brandveiligheid, Besluit bouwwerken leefomgeving, brandonveilige scheidingsmuur, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO), brandcompartiment, ten minste 20 minuten, controle, locatie, GPS-verbinding, kleine foutmarge, rapport toezichthouder, advies deskundige, concrete aanknopingspunten voor twijfel, eigen waarnemingen, twee afgesloten brandcompartimenten, geen overtreding
* Gerechtshof Den Haag 16 september 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1685: BW; verkoop stuk gemeentegrond, zonder andere gegadigden, gelegenheid bieden meedingen openbare selectieprocedure, enige serieuze gegadigde, aanvraag gronduitgifte, aangrenzend perceel, versnippering en kantelenvorming, afgescheiden door openbare weg, eigen bestemming, Didamarresten, criteria, objectief, toetsbaar en redelijk, gelijkheidsbeginsel, geen gelijke gevallen, behoefte meer parkeerruimte, woningnood en maatschappelijke urgentie, transparantiebeginsel, publicatie voornemen, bewijsaanbod (Rb Den Haag C/09/664294 / KG ZA 24-320)
* Rechtbank Noord-Holland 16 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10442: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en uitvoeren werk, renovatiewerkzaamheden jachthaven, beslissen op de aanvraag, toekomstvisie, geen onderdeel vergunningaanvraag, geen instemming met toekomstvisie, in de toekomst aangevraagd, parkeereisen
Rechtbank Midden-Nederland 12 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4883: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, bouw- en woonrijp maken woongebied, zomer- en winterbiotoop van de hazelworm en de ringslang, onjuistheid tekst, mitigerende maatregelen, werkgebied, werkvlakken, ecologisch werkprotocol, natuurlijke verspreidingsgebied, gunstige staat van instandhouding, cumulatieve effecten, eventueel aanvullende voorschriften, verbodsbepalingen, graafwerkzaamheden, belangenafweging
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6116: Awb; vergunning APV organiseren kinderkledingbeurs, verzoek/anoniem blijven ten opzichte van vergunninghouder, artikel 8:29 Awb, anoniem procederen, geheel of gedeeltelijk geheimhouden stukken, beperking recht op gelijke proceskansen, gewichtige redenen, zeer uitzonderlijke gevallen, niet kern van het geding, concrete en zware bedreigingen, afwijzing verzoek, terugzenden niet-geanonimiseerde processtukken, identiteit verzoek ook niet bekend bij voorzieningenrechter, verzoekschrift intrekken of verlenen toestemming toezenden niet-geanonimiseerde stukken aan overige partijen, geen reactie/mogelijk niet-ontvankelijkheidverklaring
* Rechtbank Den Haag 11 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17504: Awb, Wabo; omgevingsvergunning kappen vier bomen, Verordening Fysieke Leefomgeving, waarden, beleidsruimte, belangenafweging, procedurele aspecten, goede procesorde, ontheffing Wet natuurbescherming, aanhaken, noodzaak bomenkap, bouwwerkzaamheden, natuurwaarde, broed-, rust- of verblijfplaatsen, broedseizoen, ecologische verbindingszone, advies deskundige, zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, redenering begrijpelijk, concrete aanknopingspunten voor twijfel, groendeskundige, cursussen, geen concrete en verifieerbare informatie, herplantplicht, te onbestemd en vrijblijvend, geen mogelijkheid zelf in de zaak voorzien, geen aanleiding bestuurlijke lus, geen efficiënte en doelmatige afdoeningswijze, nieuwe beslissing op bezwaar nemen
# Rechtbank Noord-Nederland 10 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3841: BW; fysieke schades, bodembeweging, gaswinning, loodsen, STAB, bouwkundige kwesties, beoordelingskader civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken, bewijswaardering, omgevingsrecht, wijze en kosten van herstel, SBR-trillingsrichtlijn A, aardbevingstrillingen, deskundigenonderzoek, begroten herstelkosten, inschakelen externe deskundigheid, ‘voorspellende’ kans, trillingssnelheden, causaal verband, meerdere schadeoorzaken, meest wetenschappelijke inzichten, maximale trillingssnelheid, actuele inzichten over het ontstaan van zettingsschade, verdichting en verweking, sloop en nieuwbouw, herbouwkosten, voorschot, onderzoek, het schriftelijk rapport
* Rechtbank Midden-Nederland 10 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4891: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, uitbreiding bedrijf, PAS-meldingen, overtreding vergunningplicht, voortoets, onafhankelijke partij, juistheid en volledigheid voortoets, project, AERIUS-berekening, emissiebronnen, stalsysteem, luchtwasser in de wachtstal, mitigerende maatregel, Eco Advocacy, inherent deel van uitmaken, standaardonderdeel project, BBT, emissiereducerende maatregelen, conclusie van A-G Kokott, emissiebeperkende werking luchtwasser, emissiemetingen, ventilatiedebiet, werkelijke emissies, natuurdoelenanalyses, KDW, cumulatietoets
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6050: Awb, Woo; openbaarmaking stukken, bergers, verantwoordelijk voor bergen schip, bedrijfs- en fabricagegegevens, restrictieve uitleg, technische bedrijfsvoering of productieproces, financiële bedrijfsvoering, weigeringsgrond, concurrentie, gelijkluidend aan andere documenten die niet openbaar zijn gemaakt, mogelijke manieren van bergen, lading aan boord en staat daarvan, moment binnenkomst haven, feitelijkheden, bedrijfsgegevens/afleiden werkwijze, verschillende dienstonderdelen minister/afzonderlijke beslissing
Rechtbank Midden-Nederland 9 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4850: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, brandveilig gebruik, Besluit bouwwerken leefomgeving, wijzigingsbesluit, overtreding, herstelmaatregelen, duidelijk en concreet, begunstigingstermijn, geen dwangsommen verbeurd, derven inkomsten, verzoek om schadevergoeding ingetrokken
* Rechtbank Midden-Nederland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4838: Awb; afwijzing verzoek herziening eerdere onherroepelijke besluiten, last onder dwangsom, invordering verbeurde dwangsommen, overtredingen bpl, kadaster, mede-eigenaar, BRP, besluiten inhoudelijk heroverwogen, overtreder, daderschap, toerekening, beschikkingsmacht, aanvaarden, vonnis strafrechter/pleger, katvanger, tekenen valse arbeidsovereenkomst en volmacht, risico aanvaard, verhullen feitelijke zeggenschap, juiste wijze van bekendmaken, dwangsom niet kunnen betalen, verzoek betalingsregeling of kwijtschelding
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 1 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1842: BW; exploitatie supermarkt, geluidhinder in bovengelegen woning, onrechtmatige hinder, aard, ernst en duur hinder, veroorzaakte schade, omstandigheden van het geval, plaatselijke omstandigheden, publiekrechtelijk vereiste vergunning, wettelijke normen, objectivering, Activiteitenbesluit milieubeheer, piekgeluiden, Bouwbesluit 2012, Vercammencurve, installatiegeluid koelcompressoren, metingen, benoemen deskundige, meetmethodiek, Handreiking meten en rekenen Industrielawaai, hoger beroep/ex nunc, situatie ten tijde van eindbeslissing doorslaggevend, dwangsommen, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, immateriële en materiële schadevergoeding (Rb Zeeland-West-Brabant C/02/400866 / HA ZA 22-438)
* Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10943: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving dwangsom, bedrijfsunit, staat van bedrijfsactiviteiten, woning, ten dienste van bedrijfsuitoefening, constateringsrapportage, omgevingsplan, geen definitie bedrijfs- of woonbestemming, woonvoorzieningen, inrichting geschikt voor ondersteunend aan bedrijfs- of kantoorfunctie, rechtbankgebouw, omstandigheden van het geval, geen bewoning, geen overtreding, niet overgaan tot handhavend optreden, zelf in de zaak voorzien, herroepen primaire besluit
* Rechtbank Den Haag 6 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10387: Awb, Wabo; intrekking bouwvergunning, bouw woonhuis, binnen 26 weken geen bouwwerkzaamheden verricht, geen verplicht/maar een bevoegdheid, beleidsruimte, belangenafweging, tijdig gebruik maken/toe te rekenen aan vergunninghouder, overname vergunninghouder, geactualiseerde bouwtekeningen, Bouwbesluit 2012, bouwtechnische aanpassingen, zonder nader overleg, ten delen toerekenbaar aan eiser, geen reden rechtsgevolgen in stand laten of zelf in de zaak voorzien, belangenafweging aan college, geen bestuurlijke lus, geen doelmatige en efficiënte manier om zaak af te doen, opdracht nemen nieuw besluit
* Rechtbank Gelderland 3 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:6557: Awb; afwijzing verzoek om nadeelcompensatie, plaatsen landbouwsluis, waardevermindering percelen, verminderde bereikbaarheid, vergoeding omrijschade, verkeersbesluit, gemotoriseerd verkeer geen doorgang meer, advies deskundige, zorgvuldige wijze totstandkomen advies, redenering begrijpelijk, conclusies daarop aansluiten, gewijzigd standpunt in beroep college, toewijzing verzoek, correct vaststellen waarde(daling), taxateur, deskundigheid, NRVT, relevante beroepsorganisatie, deskundigheidsverklaring, vergewisplicht, normaal maatschappelijk risico, drempelpercentage, verkeersmaatregel, normale maatschappelijke ontwikkeling, Wet ruimtelijke ordening/ondergrens 2%, gelijkheid voor openbare lasten, motivering hoger dan 2%, algemene beleidsmatige doelstelling, jaarrekeningen, brandstofkosten, reguliere werktijd, tussenuitspraak
* Rechtbank Oost-Brabant 23 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2408: Awb, Gmw; legesaanslag, Wabo, omgevingsvergunning voor het bouwen van een agrarische loods en het aanleggen van een kuilplaat, legesverordening, beroepszaak omgevingsvergunning, hoogte legesaanslag, bouwkosten, in behandeling nemen aanvraag/belastbare feit
* Rechtbank Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1865: Awb, Hvw; vergunning onttrekken woonruimte ten behoeve van een bed & breakfast, gemeentelijke huisvestingsverordening, rechtmatigheid samenvoeging/ligt niet voor, zelfstandige woonruimte, eigen keuken, toilet, wasgelegenheid en een eigen opgang, feitelijke situatie, definitie begrip “zelfstandige woonruimte”, totstandkomingsgeschiedenis, exclusief toekomen aan huurder, wetsgeschiedenis, inpandige trappenhuis, privé-gedeelte vergunninghouder, 40%-regel, oppervlakte, berekening, BAG, plattegrond, overgangsrecht, tussenuitspraak
* Rechtbank Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1863: Awb, Wabo; afwijzing verzoek om intrekking omgevingsvergunning, plaatsen dakkapel, plaatsen PV-panelen, wijzigen achtergevel, bouwkundig samenvoegen verdiepingen, artikel 5.19 Wabo, geen verplichting/maar een bevoegdheid, belangenafweging, gronden voor intrekking, onjuiste of onvolledige opgave, omgevingsvergunning verleend wegens onjuistheid overgelegde gegevens, Frans balkon, perceelsgrenzen, kadastrale gegevens, openbare bronnen, evident privaatrechtelijke belemmering, bestrijden inhoudelijk beoordeling aanvraag, bezwaar- en beroepsprocedure omgevingsvergunning, naleven procedureregels, bouwwerkzaamheden in strijd met de omgevingsvergunning, handhaving, Bouwbesluit, indienen intrekkingsverzoek niet de geëigende weg
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5900: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verwijderen en verwijderd houden woonvoorzieningen bijgebouw, beëindigen en beëindigd houden gebruik bijgebouw als gastenverblijf, bouwvergunning, bouwtekeningen, geen vergunning of toestemming verleend, artikel 2.3a Wabo, definitie planregels, gebruik ten dienste van hoofdgebouw, (onzelfstandig) gastenverblijf, afzien handhavend optreden, bijzondere omstandigheden, mededeling makelaar

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

# ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4649: Awb, Wro; bpl, legalisatie woonsituatie, persoonsgebonden overgangsrecht, geluid, woon- en leefklimaat, STAB-verslag, voorwaardelijke verplichting, dove gevels, Activiteitenbesluit milieubeheer, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximale geluidsniveau, geluidsspectrum, binnenniveau, zienswijzen op verslag, andere motivering, Bouwbesluit 2012, spuiventilatie, andere planregels, verzoek zelf in de zaak voorzien, ander standpunt/niet met de vereiste zorgvuldigheid, niet zelf in de zaak voorzien, nieuwe berekeningen, andere aannames, verdieping/niet meer voor verblijf gebruiken, ruimtes daarvoor wel geschikt, handhaafbaarheid planregeling, gebruik burgerwoning niet toegestaan, niet terugvallen op ontwerpplan, Omgevingswet, proceskosten, deskundigenkosten, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding, einduitspraak na tussenuitspraak
8. De Afdeling ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Nog daargelaten of de door de STAB geconstateerde fouten in het akoestisch onderzoek van ABOVO acoustics met de notitie van Tideman, waaraan nieuwe akoestische berekeningen ten grondslag liggen met andere aannames, zijn weggenomen, hebben de door de raad voorgestelde wijzigingen, tot gevolg dat de woning op de verdieping niet meer voor verblijf mag worden gebruikt, terwijl de ruimtes daarvoor wel geschikt zijn. De Afdeling is van oordeel dat de handhaafbaarheid van deze voorgestelde bestemmingsplanregeling bij voorbaat ernstig moet worden betwijfeld. Een dergelijke bestemmingsplanregeling acht de Afdeling in strijd met een goede ruimtelijke ordening en kan zij daarom niet vaststellen. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 2 oktober 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE8254, en 15 augustus 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AS1927.

# ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4657: Awb, Waterwet, Wabo; projectplan, omgevingsvergunning uitvoeren projectplan, primaire waterkering, wettelijke norm waterveiligheid, versterking dijktraject, veilige weginrichting, geluid, akoestisch onderzoek, AHN, BAG, locatie slaapkamerraam, Reken en meetvoorschrift geluid 2012, Wet geluidhinder, verkeersgegevens, passerende voertuigen, bermstrook, basaltonstroken, verkeersveiligheid, maximumsnelheid, CROW, trillingen, methode plaatsing dam/uitvoeringsaspect, SBR-richtlijn A, SBR-grenswaarde, trillingspredicties, alarm- en signaalwaarden, monitoring, bouwkundige staat woningen, overeenkomst met aannemer, werkwijze/niet vastleggen in projectplan, rechtszekerheid, schadeafhandeling, volledige schadeloosstelling, normaal maatschappelijk risico, hoogwaterveiligheidsnorm, grondoplossing, dijktalud, lichtinval, op- en afrit, parkeerhaven, voldoende parkeerruimte, grondverwerving, schade woning, grondwaterpeil, overgangslengte, buitenkruinlijn, glijvlak, macrostabiliteit, privacy, alternatieven, beroepsgrond omgevingsvergunning/artikel 1.6a Chw
14.5. (…) Het algemeen bestuur heeft op de zitting toegelicht dat in de overeenkomst met de aannemer wordt vastgelegd hoe deze moet handelen als het trillingsniveau van een gebouw de interventiewaarde bereikt. De aannemer moet in dat geval de werkzaamheden stilleggen en in overeenstemming met het hoogheemraadschap keuzes maken. Onderzocht moet dan worden waardoor het hoge trillingsniveau wordt veroorzaakt en of aanvullende of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Daarbij kan worden gedacht aan wijziging van de uitvoeringsmethode of versterking van het gebouw. Als dat niet kan, kan volgens het algemeen bestuur zeer incidenteel een grotere kans op schade worden geaccepteerd en de situatie achteraf worden opgelost. Deze werkwijze hoefde het algemeen bestuur niet in het projectplan vast te leggen. Het is in het kader van de rechtszekerheid voor belanghebbenden als [appellant sub 2] en anderen voldoende dat de mogelijke schade aan hun woningen als gevolg van de dijkversterking in het projectplan is onderkend en dat duidelijk is dat het hoogheemraadschap zich verantwoordelijk acht voor het waar mogelijk schadevoorkomend, of als het niet anders kan, schadebeperkend uitvoeren van het project. (…)

* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4651: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitvoeren werken en afwijken bpl, rijhal met paardenstalling en bijbehorende voorzieningen, omvang van het geding, welstand, beeldkwaliteit, welstandsadvies, welstandtoetsing, aanwezigheid landschapsarchitect, betonpanelen met baksteenmotief, natuurlijke materialen, teruggekomen op eerder standpunt, Bouwbesluit 2012, archeologie, relativiteitsvereiste, eerdere uitspraak, wijziging statuten, artikel 8:69a Awb, verlengde besluitvormingsprocedure, in stand laten rechtsgevolgen, beoordelingscriteria, afwegingsruimte, einduitspraak na judiciële lus
7.1. (…) In de voorgaande uitspraak van 31 juli 2019 heeft de Afdeling geoordeeld dat de archeologische waarden die artikel 5 van de planregels beoogt te beschermen niet onder de belangen van de stichting, zoals omschreven in haar statutaire doelen, vallen. Daarom heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het beroep van de stichting op artikel 5, ingevolge artikel 8:69a van de Awb niet kan leiden tot vernietiging. Op de zitting heeft de stichting toegelicht dat zij naar aanleiding van de uitspraak van 31 juli 2019 haar statuten heeft gewijzigd en dat de statutaire doelstellingen nu ook de bescherming van archeologische waarden in de regio Roermond omvatten. De Afdeling overweegt dat artikel 8:69a van de Awb zich ertegen verzet dat een vernietiging wordt uitgesproken als een partij tijdens een verlengde besluitvormingsprocedure in een judiciële lus haar statuten zodanig aanpast dat haar belangen daarna alsnog overeenkomen met de belangen die een bepaling beoogt te beschermen. De Afdeling oordeelt daarom dat het beroep van de stichting op artikel 5.3 en 5.4.3 van de planregels niet kan leiden tot vernietiging van het besluit van 24 januari 2023.

* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4661: Awb, Wro; bpl, toevoeging woning, Ruimte-voor-ruimteregeling, provinciale verordening, beleidsregel maatwerk, fosfaatrechten, omgevingskwaliteit, fysieke tegenprestatie, herstel gebrek/ook mogelijk zonder nader besluit, artikel 4:84 Awb, afwijken beleidsregel, college, bevoegdheid/bestuursorgaan, instructieregels provinciale verordening, evenredigheid, exceptieve toetsing, sloopmeters, borging kwaliteitswinst, einduitspraak na tussenuitspraak
9.2. Met het besluit van 27 mei 2025 heeft het college toepassing gegeven aan artikel 4:84 van de Awb. Daarmee heeft het college bepaald dat de raad bij het besluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34 ([locatie A])” geen toepassing hoefde te geven aan de bepalingen in de nieuwe beleidsregel. Alleen het college kan een dergelijk besluit tot afwijken van de eigen beleidsregel nemen. Het is vervolgens een afweging van de raad om al dan niet het bestemmingsplan vast te stellen met gebruikmaking van de door het college geboden mogelijkheid om van de beleidsregel af te wijken. Het betoog van de vereniging dat niet het juiste bestuursorgaan toepassing heeft gegeven aan de bevoegdheid van artikel 4:84 Awb slaagt daarom niet. De omstandigheid dat de nieuwe beleidsregel een invulling is van instructieregels in de IOV, betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat van deze beleidsregel niet mag worden afgeweken. Een dergelijke beperking van de mogelijkheid om af te wijken van beleid valt niet af te leiden uit artikel 4:84 van de Awb. Ook de overige bezwaren van de verenging slagen niet. Dat met de afwijking van de beleidsregel voor één geval een uitzondering wordt gemaakt, is in overeenstemming met het uitgangspunt dat een beleidsregel wordt toegepast, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen belangen. Dat de afwijking tot resultaat heeft dat een situatie ontstaat die in strijd is met de beleidsregel, is inherent aan de mogelijkheid om van de beleidsregel af te wijken. Tenslotte betekent het feit dat het certificaat in het besluit van het college wordt genoemd, naar het oordeel van de Afdeling niet dat de raad bij de nadere motivering niet mocht uitgaan van het besluit van het college tot afwijking van de beleidsregel. Het betoog slaagt niet.

* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4652: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitbreiden loods en wijzigen inrichting, pluimveehouderij, houtverbranding, agrarische bestemming, mestverwerking rechtstreeks toegelaten, enige activiteit, monovergister, eigen pluimveehouderij, onderdeel primaire bedrijfsvoering, nieuw product, verbranding biomassa, verbrandingsinstallatie, verwarming eigen stallen, gebiedsaanduiding, geen nevenactiviteit, openheid landschap, overschrijding bouwhoogte, aanwezige bebouwing, bouwen binnen bouwvlak, bestaande bebouwingsbeeld, nader besluit, vergunningaanvraag Wnb, niet aanhaken, doorloopt eigen procedure (Rb Zeeland-West-Brabant 21/3992 en 21/4047)
6.2. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het bestemmingplan de mestverwerking rechtstreeks toestaat. De mestverwerking vloeit namelijk voort uit de agrarische bedrijfsvoering van [partij]. [partij] heeft op de zitting toegelicht dat het houden van pluimvee de enige activiteit van de inrichting is. [partij] heeft geen gronden waarop de van de pluimveehouderij afkomstige mest kan worden uitgestrooid. Een deel van de mest wordt daarom getransporteerd naar een monovergister. Ook wordt een deel van de mest verkocht aan boomtelers. Een klein deel van de mest wordt geëxporteerd. De verwerking van mest bestaat uit het drogen en korrelen. Het vocht wordt uit de mest getrokken om het transport naar derden te vergemakkelijken. Niet in geschil is dat [partij] enkel mest afkomstig van haar eigen pluimveehouderij op deze wijze verwerkt. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de verwerking van mest op deze wijze moet worden gezien als onderdeel van de primaire bedrijfsvoering van [partij] en daarmee binnen de agrarische bestemming past. Hetgeen de Groene Koepel en anderen aanvoeren over dat de verwerking van mest leidt tot een nieuw product en daardoor niet meer binnen de agrarische bestemming past, volgt de Afdeling niet. Het enkel drogen en korrelen van de mest heeft niet tot gevolg dat er een nieuw product ontstaat. Het blijft dezelfde mest, die enkel omwille van de vergemakkelijking van het transport wordt gedroogd en gekorreld. Het betoog slaagt in zoverre niet.
6.3. Over de verbranding van biomassa is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat de verbrandingsinstallatie passend is binnen de agrarische bestemming. [partij] heeft op de zitting toegelicht dat de verbranding van biomassa uitsluitend wordt ingezet voor de verwarming van de eigen stallen. In het betoog van De Groene Koepel en anderen ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de verbrandingsinstallatie voor meer doeleinden wordt gebruikt dan voor het verwarmen van de eigen stallen. (…) Gelet op het voorgaande is de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling terecht tot de conclusie gekomen dat het bestemmingsplan de verbranding van biomassa rechtstreeks toestaat. Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

* ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4662: Awb, Wro, Wabo, Gmw; afwijzing aanvraag tegemoetkoming in planschade, planvergelijking, meest ongunstige invulling, handelen in strijd met bpl/kwestie van handhaving, goede procesorde, beroepsgrond/buiten beschouwing, afwijzing handhavingsverzoek, landschappelijke inpassing, zonnepaneelveld, hoogte zonnepanelen, toegestane bouwhoogte, gemotiveerde bespreking rechtbank, wijze van meten, inrichtingsplan, woord “maaiveld”, breedte groenstrook, Van Dale, begrip “versterken”, planregel op zichzelf niet duidelijk, samenhang met andere planregels, bedoeling planwetgever, proceskosten, op eigen naam ingediend beroepschrift, met hulp van beroepsmatige bijstand, judiciële lus (Rb Noord-Nederland 21/3747 en 22/2187)
6.3. De rechtbank heeft onder verwijzing naar Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal overwogen dat het college het begrip ‘versterken’ in bijlage 1 bij de planregels heeft mogen opvatten als het verdichten van de bestaande groenstrook en niet het verbreden van die strook. De Afdeling volgt de rechtbank niet. In bijlage 1 staat dat de bestaande beplanting moet worden gehandhaafd en daarnaast moet worden versterkt met een strook nieuwe bomen en heesters. Door aan het woord ‘versterken’ de woorden ‘met een strook’ toe te voegen, kan dit niet anders worden begrepen dan dat de bestaande beplantingstrook gelegen tussen de golfbaan en het zonnepaneelveld moet worden uitgebreid met een strook met nieuwe bomen en heesters. Dat, zoals het college in zijn schriftelijke uiteenzetting en op de zitting heeft aangegeven, bij het vaststellen van het bestemmingsplan het aanleggen van een nieuwe groenstrook aan de westzijde van het zonnepaneelveld niet nodig werd geacht, kan wellicht zo zijn, maar zo is dat in het bestemmingsplan, meer in het bijzonder in artikel 2.1.2, onder c, aanhef en onder 4, aanhef en onder g, van de planregels, gelezen in samenhang met bijlage 1 bij de planregels, niet geregeld. Pas als de planregel op zichzelf niet duidelijk is, wordt naar de samenhang met de andere planregels en de bedoeling van de planwetgever, zoals die blijkt uit de plantoelichting, gekeken. Die situatie doet zich, daargelaten dat de door het college gestelde bedoeling van de planwetgever niet uit de plantoelichting blijkt, naar het oordeel van de Afdeling hier niet voor. (…)

*
ABRvS 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4646: Awb, Hvw; handhaving, dwangsom, splitsing woning, geen woningvormingsvergunning, gemeentelijke huisvestingsverordening, overtreding, zelfstandige woning/verbouwd tot twee zelfstandige woonruimten, vertrouwensbeginsel, inhoud omgevingsvergunning, professioneel verhuurder, Haagse regelgeving huisvesting, onderzoeksplicht/navraag doen, deskundigheid, uitlating/toerekenbaar aan college, gerechtvaardigd vertrouwen, andere belangen, belangenafweging, schade, aanzienlijke investeringen, judiciële lus (Rb Den Haag 23/985)
8.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678, geldt bij handhavingsbesluiten bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel de maatstaf van de zogeheten Harderwijk-uitspraak (uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285). Daarbij geldt als uitgangspunt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhaving blijft dus voorop staan. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is. Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
8.2. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij of zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. Verder is vereist dat de toezegging, andere uitlating of gedraging afkomstig is van het bevoegde bestuursorgaan of aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden toegerekend. Van toerekening van een onbevoegde uitlating is sprake als de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht veronderstellen dat degene die de uitlating deed of de gedraging verrichtte de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte.
8.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellante] door te verwijzen naar de omgevingsvergunning van 11 augustus 2021 aannemelijk gemaakt dat van de kant van het college uitlatingen zijn gedaan waaruit zij in de gegeven omstandigheden mocht afleiden dat zij geen woningvormingsvergunning nodig had voor het splitsen van de woning op de tweede verdieping. Daarin staat namelijk het volgende: ” (…)” Dat deze uitlating in strijd is met artikel 5:2, aanhef en onder c, van de Hvv kan haar niet worden tegengeworpen. Van [appellante] mag worden verwacht dat zij als professioneel verhuurder op de hoogte is van de Haagse regelgeving op het gebied van huisvesting. Maar de Afdeling begrijpt dat het voor [appellante] in dit geval, gelet op de herschikking van de woningen in het pand, onduidelijk was of zij een woningvormingsvergunning moest aanvragen. [appellante] heeft aan haar onderzoeksplicht voldaan door navraag te doen bij het college. De Afdeling volgt [appellante] in haar betoog dat van haar niet meer deskundigheid kan worden verwacht dan van het college.
8.4. De uitlating is gedaan in een besluit van het college. De uitlating kan dus worden toegerekend aan het college.
8.5. [appellante] mocht, gelet op het voorgaande, de gerechtvaardigde verwachting hebben dat zij geen woningvormingsvergunning hoefde aan te vragen om de zelfstandige woning op de tweede verdieping te splitsen in twee woningen.
8.6. De rechtbank heeft niet onderkend dat het college gerechtvaardigd vertrouwen bij [appellante] heeft gewekt. De Afdeling zal hierna onderzoeken of de uitspraak van de rechtbank in stand kan blijven.
8.7. Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Andere belangen, zoals het algemeen belang of de belangen van derden, kunnen zwaarder wegen. Bij deze belangenafweging kan ook een rol spelen of betrokkene op basis van de gewekte verwachtingen handelingen heeft verricht of nagelaten als gevolg waarvan hij of zij schade heeft geleden of nadeel heeft ondervonden. Wanneer er andere belangen in de weg staan aan honorering van het gewekte vertrouwen kan voor het bestuursorgaan de verplichting ontstaan om de geleden schade te vergoeden als onderdeel van de besluitvorming.
8.8. (…)
8.9. Uitgangspunt is dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Hoewel handhaving voorop blijft staan, kan schending van het vertrouwensbeginsel reden zijn om van handhaving af te zien. Het college had bij de belangenafweging onder meer moeten betrekken dat [appellante] op basis van de gewekte verwachtingen investeringen heeft gedaan. Zij heeft op de zitting bij de Afdeling verklaard dat zij naar aanleiding van gesprekken met de gemeente en de omgevingsvergunningen van 22 februari 2021 en 11 augustus 2021 is begonnen met het verbouwen van de tweede en derde verdieping en dat zij de zelfstandige woning op de tweede verdieping op 25 november 2021, het moment waarop het college haar liet weten dat zij toch een woningvormingsvergunning nodig had, al had gesplitst. Gelet op het feit dat de woning in januari 2022 al werd bewoond door huurders, acht de Afdeling dit ook aannemelijk. Het college heeft zich ook op de zitting niet uitgelaten over de wijze waarop het rekening heeft gehouden met het opgewekte vertrouwen en de aanzienlijke investeringen die [appellante] als gevolg daarvan heeft gedaan. Door dit achterwege te laten, heeft het college gehandeld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Rechtbank Oost-Brabant 29 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5954: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, obstakels en bouwwerken, rivier de Dommel, waterschapsverordening, profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam (PVVR), beschermingszone, Regels op de kaart, artikel 7.1a Awb, overtreder, verboden handeling fysiek verricht, strafrechtelijke criteria functioneel daderschap, redelijkerwijze toerekenen, aanvaarding, overtreding, niet zichtbaar op digitale verbeelding, technische fout, omzetting legger, vlakken/informatieobject in bijlage I bij de verordening, kennelijke misslag, niet op voorhand duidelijk, controle door een mens, geen omgevingsvergunning wateractiviteit, geen concreet zicht op legalisatie, algemene regels, gelijkheidsbeginsel, gelijke gevallen, evenredigheid, hoogte dwangsommen
5.4. In artikel 1.2, eerste lid, van de Wsv is bepaald dat de geometrische begrenzingen van het beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de geometrische informatieobjecten in bijlage I bij deze verordening. Voor een beschermingszone bij een a-water en voor een PVVR is dit bepaald in artikel 1.2, eerste lid, onder f en g van de Wsv. In bijlage 1 is een informatieobject opgenomen voor een PVVR bij een oppervlaktewaterlichaam. Het PVVR bij een oppervlaktewaterlichaam is verder niet gedefinieerd in de Wsv.
5.5. De rechtbank is van oordeel dat voor de ligging van het PVVR bij het oppervlaktewaterlichaam de Dommel uitsluitend het informatieobject in bijlage I bij de Wsv doorslaggevend is. Dat is mede het gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze wet vervangt de Waterwet en de instrumenten in de Waterwet waaronder de Keur en de legger. De toelichting bij de Wsv doet daar niet aan af. De tekst van de Wsv is duidelijk.
5.6. In de door het waterschap aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 5 september 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2898) was sprake van een gestelde kennelijke misslag bij het omzetten van de plankaart van het voorheen geldende bestemmingsplan naar het huidige bestemmingsplan. De Afdeling overwoog dat uit het oogpunt van rechtszekerheid slechts in zeer uitzonderlijke situaties wordt aangenomen dat een bestemmingsplan een kennelijke misslag bevat. In dit geval klemt dit nog meer. Het gaat hier immers niet om de verlening of weigering van een omgevingsvergunning maar om belastende besluiten.
5.7. De rechtbank is van oordeel dat, om een kennelijke misslag aan te nemen ten aanzien van een digitale verbeelding ten behoeve van een sanctiebesluit, sprake moet zijn van een objectiveerbare kennelijkheid. Met andere woorden, eenieder die de digitale verbeelding raadpleegt (dus niet alleen de betrokken partijen) moet kunnen zien en begrijpen dat er overduidelijk een fout is gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dit hier niet aan de orde. Het is niet op voorhand duidelijk dat het waterschap in afwijking van de verbeelding in het informatieobject juist wel een PVVR op de locatie heeft willen leggen. Het waterschap heeft bovendien ter zitting aangegeven dat bij de Dommel op twee andere plekken door het waterschap bewust geen PVVR is gelegd. Daarom is het geen kennelijke misslag.
5.8. De omstandigheid dat eisers de werken hebben aangelegd en de handelingen hebben verricht op een moment dat het PVVR wel was aangewezen op de locatie en dat de door hen gevraagde watervergunning is geweigerd, leidt niet tot een ander oordeel. Ten tijde van de handhavingsbesluiten gold niet het oude recht op grond van de Waterwet, of de Keur en de Legger van het waterschap, maar gold op grond van de Omgevingswet het nieuwe recht, vastgelegd in de Wsv en het hierin genoemde informatieobject. Eisers hoeven niet uit eigen beweging op voorhand aan te nemen dat het waterschap hierbij een kennelijke fout heeft gemaakt. Het waterschap heeft hen niet op de hoogte gesteld, want het ging er zelf van uit dat er wel een PVVR was, zowel in het controlerapport bij de constatering van de feiten van 12 juni 2024 als in de vooraankondiging last onder dwangsom van 8 oktober 2024. De kennis van eisers ten tijde van het aanleggen van de werken en het verrichten van de handelingen maakt niet dat het ontbreken van een PVVR ten tijde van het opleggen van de last voor hen wel (en voor anderen niet) als een kennelijke misslag kan worden beschouwd.
5.9. Ook het belang dat het waterschap hecht aan het PVVR is geen reden om aan te nemen dat het PVVR ten tijde van de bestreden besluiten wel op de locatie lag. De rechtbank merkt hierbij op dat van het waterschap mag worden verwacht, zeker als het PVVR zo belangrijk is voor de Dommel, dat de juistheid van een informatieobject dat door een computer wordt gemaakt door een mens wordt gecontroleerd.
5.10. De rechtbank concludeert dat er geen PVVR op de locatie lag ten tijde van de bestreden besluiten. Als er geen PVVR is, dan is geen sprake van de aanwezigheid of het behoud van een werk in het PVVR en dus geen overtreding van artikel 2.2, derde lid van de Wsv. Dit brengt de rechtbank tot de volgende conclusies over de veertien vermeende overtredingen.

* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5870: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, realiseren overdekte uitlopen aan bestaande stallen, plaatsen keermuur bij pluimveehouderij, provinciale verordening, geur, achtergrondbelasting, uitgangspunt berekening, omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), natuurvergunning, uitwerken, nota van toelichting, overgangsrecht, Invoeringswet Omgevingswet, Omgevingswet, omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, artikel 7:9 van de Awb
6.4. Tot 1 januari 2013 was voor het in werking hebben van het bedrijf aan de [adres] een omgevingsvergunning (milieu) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo vereist. Het bedrijf was tot dat moment vergund in de revisievergunning van 17 mei 2005.
6.5. Na 1 januari 2013 was geen omgevingsvergunning milieu (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo) meer vereist. In artikel 2.2a, eerste lid, onder i van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald dat een OBM noodzakelijk is voor het houden van vleeskalveren in deze aantallen omdat voor het oprichten of wijzigen van een installatie voor het fokken en mesten van meer dan 1200 vleesrunderen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. In bijlage I, categorie 8 van het Bor is bepaald dat voor het houden van minder dan 1200 vleesrunderen geen vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, is vereist. Ingevolge artikel X bij het Besluit van 14 september 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (agrarische activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Stb. 2012, 441), verder Besluit) is de revisievergunning van 17 mei 2005 voor het bedrijf aan de [adres] gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo, ofwel, een OBM.
6.6. De vervolgvraag is of deze OBM kan uitwerken, met andere woorden, of die OBM nog betekenis heeft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:465) over de intrekking van een OBM het volgende overwogen naar aanleiding van een standpunt van het (in die zaak) bevoegde gezag dat een OBM is uitgewerkt als de oprichting van de veehouderij al lang geleden heeft plaatsgevonden: “De enkele omstandigheid dat vergunde activiteiten zijn uitgevoerd, sluit intrekking van de desbetreffende vergunning niet uit, mits daarvoor gronden bestaan. Zo kan bijvoorbeeld een vergunning voor het bouwen van bouwwerken ook na voltooiing van die bouwwerken worden ingetrokken (…). In de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4192) wordt naar deze uitspraak verwezen in reactie op een beroepsgrond dat niet extern kan worden gesaldeerd met een OBM omdat die zou zijn uitgewerkt na de oprichting, wijziging of uitbreiding van de inrichting. Intrekking kan leiden tot handhavend optreden tegen het zonder vergunning verrichten van deze activiteiten, aldus de Afdeling.
6.7. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen gronden voor het oordeel dat de OBM voor het bedrijf aan de [adres] is uitgewerkt of, liever gezegd, dat de OBM geen betekenis meer heeft. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de nota van toelichting bij het Besluit. Hierin staat: “(…).”
6.8. Het is duidelijk dat de wetgever met het overgangsrecht in artikel X van het Besluit de situatie voor ogen heeft gehad dat een bedrijf met een onherroepelijke milieuvergunning in werking is en activiteiten verricht. Hierbij zaten ook talloze bedrijven die al lang waren opgericht en al beschikten over stallen waarin dieren werden gehouden die al lang waren opgericht. De milieuvergunningen voor deze bedrijven zijn desondanks gelijkgesteld met een OBM. Als een OBM uitgewerkt zou kunnen raken dan wel geen enkele betekenis meer zou hebben omdat de stallen al zijn gebouwd, dan had het overgangsrecht in artikel X van het bestreden besluit geen enkele bestaansreden gehad. Dit is niet anders voor de situatie waarin het bedrijf tijdelijk geen of minder dieren houdt en later weer meer dieren houdt. Voor het opnieuw houden van dieren in een reeds opgerichte stal, is geen OBM nodig als daarvoor al een OBM was verleend (dan wel een milieuvergunning die is gelijkgesteld met een OBM). Dit is alleen anders voor de situatie waarin geen dieren zijn gehouden en de stallen zijn gesloopt. Voor het oprichten van nieuwe stallen om weer vleesrundvee te gaan houden was onder het oude recht een nieuwe OBM vereist ingevolge artikel 2.2.a, vierde lid, onder a1, van het Bor.
6.9. Uit het controlerapport blijkt dat het bedrijf leegstaat en de dierplaatsen in stallen D, E en G en een deel van stal A nog wel aanwezig zijn. Er konden dieren worden gehouden zonder dat een nieuwe OBM nodig was. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de Afdeling in de uitspraak van 10 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1363) heeft geoordeeld dat geen melding is vereist als er minder dieren worden gehouden maar er geen blijvende intentie is om minder dieren te houden.
6.10. De van rechtswege ontstane OBM was niet uitgewerkt. De OBM kan worden benut en kon ook worden ingetrokken. De OBM heeft dus nog betekenis. Op grond van artikel 4.13 IOw geldt een oude OBM onder de Ow als een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. In dit geval betreft het een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.202 van het Bal. Over deze vergunning beschikt de derde-partij dus nog. Daarom heeft het college de in de OBM vergunde aantallen dieren in beginsel bij de berekening van de achtergrondbelasting kunnen betrekken. In de toelichting op artikel 8.1.10 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400, p. 918) ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. De beroepsgrond dat de OBM is uitgewerkt, slaagt dus niet. De OBM vormt het uitgangspunt bij de berekening van de achtergrondbelasting van het bedrijf van eiseres.

* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5871: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu veranderen pluimveehouderij, stellen en intrekken maatwerkvoorschriften, terinzagelegging ontwerpbesluit, huisvestingssystemen, systematiek Awb, Wabo, Bor, getrapte aanvraag, rechtsonzekere situatie, fijnstof, endotoxinen, Endotoxine Toetsingskader, gezondheidsrisco’s, GGD, geluid, richtwaarde, kennelijke verschrijving, buitengebied, referentieniveau, landelijke omgeving, beoordelingsruimte, Handreiking industrielawaai, controlevoorschrift, doelvoorschriften, IPPC-installatie, controlemeting, zelf in de zaak voorzien
6.7. In de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2331) heeft de Afdeling overwogen dat het niet mogelijk is om twee inhoudelijk verschillende bouwplannen binnen één aanvraag getrapt beoordeeld te krijgen. De systematiek van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wabo, het Bor en de Regeling omgevingsrecht staat er aan in de weg dat een dergelijke getrapte aanvraag wordt ingediend. Hierbij acht de Afdeling van belang dat eventuele derde belanghebbenden geconfronteerd kunnen worden met een rechtsonzekere situatie. Deze rechtbank heeft hetzelfde geoordeeld in de uitspraak van 15 september 2023 (ECLI:NL:RBOBR:2023:4322).
6.8. Ook in deze kwestie is de rechtbank van oordeel dat het vergunnen van twee situaties in één vergunning in strijd is met de systematiek van de Awb, de Wabo en het Bor. Naast de door de Afdeling genoemde nadelen, is in dit geval slechts in de titel van de paragraaf van de vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften aangegeven op welke situatie de voorschriften betrekking hebben.
6.9. (…)
8.4. De rechtbank beschouwt de directe omgeving van het bedrijf niet direct als een rustige woonwijk maar eerder als een landelijke omgeving. Het college heeft echter beoordelingsruimte om af te wijken van de richtwaarde. Het college heeft de activiteiten in de directe omgeving bij de afweging mogen betrekken alsmede de normering in de eerdere vergunningen en in het Activiteitenbesluit milieubeheer (45 dB(A) in de dagperiode). De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het referentieniveau van de A73 na de laatste meting in 2002 is afgenomen en ziet hierin geen aanleiding voor een strengere norm. Gelet op de toenemende verkeersdrukte zal het referentieniveau eerder zijn gestegen en ligt het niet in de rede om een geluidgrenswaarde op te nemen die lager ligt dan het referentieniveau. Het college heeft verder in de afweging mogen betrekken dat in de oude vergunning een soepelere geluidsnormering was opgenomen en dat in het Activiteitenbesluit milieubeheer soortgelijke waarden zijn opgenomen. Daarmee heeft het college voldoende gemotiveerd waarom in dit geval wordt aangesloten bij de richtwaarde voor een rustige woonwijk en niet bij de richtwaarde van een landelijke omgeving. Deze beroepsgrond slaagt niet.
10.2. In de vergunningvoorschriften 3.1.1 t/m 3.2.3 zijn grenswaarden gesteld voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau. Deze voorschriften zijn doelvoorschriften als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van het Bor. De omgevingsvergunning heeft betrekking op een IPPC-installatie. Daarom moeten op grond van artikel 5.5, vierde lid, van het Bor geluidcontrolevoorschriften in de vergunning worden opgenomen. Nu het college heeft nagelaten om voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau controlevoorschriften op te nemen, is het bestreden besluit op dit punt in strijd met artikel 5.5, vierde lid, van het Bor. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de tussenuitspraak van de Afdeling van 16 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3862) en in de tussenuitspraak van de rechtbank van 30 december 2019 (ECLI:NL:RBOBR:2019:7440). Gelet op het feit dat de geluidgrenswaarden in voorschrift 3.2.3 nauw aansluiten bij de berekende geluidsbelasting, acht de rechtbank een controlevoorschrift in dit geval wel noodzakelijk. Overigens kan naar het oordeel van de rechtbank worden volstaan met een eenmalige controlemeting. Zij vindt hiervoor steun in de uitspraken van de Afdeling van 14 juli 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BN1108) en 26 augustus 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2719).

* Rechtbank Oost-Brabant 19 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5801: Awb, Wabo, Ow; handhaving, dwangsom, paardenbak, paddock, bijgebouw en mestplaat met keerwanden inclusief aansluitende verharding, positieve reactie op het principeverzoek, vertrouwensbeginsel, handhaving niet evenredig, afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, legaliseren van een manegevoorziening, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, geur, geurgevoelige gebouwen, omgevingsplan, Activiteiten en milieuzonering (Handreiking) van de VNG, beoordelingsruimte, landschappelijke inpassing, Natura 2000, significante gevolgen, beoordeling bopa
7.3. De rechtbank stelt vast dat de mestplaat en de stallen op meer dan 50 meter van de locatie van de derde-partij liggen. De geur door deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen is aanvaardbaar en in overeenstemming met paragraaf 22.3.6.2 van het Omgevingsplan, de Handreiking of de voorgaande circulaire. De paardenbak en de paddock zijn geen gebouwen. Het college kan, bij de toets aan artikel 5.92 van het Bkl, aan de hand van de richtafstanden van de Handreiking dan wel de voorafgaande circulaire bezien of de geur van deze activiteiten aanvaardbaar is. Het college heeft hierbij beoordelingsruimte. De rechtbank is van oordeel dat het college hierbij terecht heeft aangenomen dat ter plekke sprake is van een gemengd gebied want dat oordeelde de rechtbank eerder in de uitspraak uit 2023.
7.4. (…)
7.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college te snel aangenomen dat de geur van de manege activiteiten niet aanvaardbaar is. Er is geen enkele aanleiding voor het oordeel dat de geurbelasting van de mestplaat en de stal niet aanvaardbaar is. Gelet op de oppervlakte van de paardenbak en de afstand van de paardenbak tot het bedrijfsverzamelgebouw ziet de rechtbank niet in waarom het gebruik van de paardenbak vanwege geurhinder niet aanvaardbaar zou zijn. In het stukje paardenbak dat binnen de richtafstand ligt, zullen niet doorlopend paarden staan. Bovendien wordt er binnen de richtafstand niet gewoond. De rechtbank ziet daarom niet in waarom het college de omgevingsvergunning voor de mestplaat, de stal en de paardenbak niet heeft verleend. Dit past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat dit niet een situatie is die onlangs is ontstaan. De manege en het bedrijfsverzamelgebouw liggen al bijna 25 jaar naast elkaar en de paardenbak is al zeer geruime tijd geleden aangelegd. De rechtbank acht daarom ook niet waarschijnlijk dat de bedrijfsactiviteiten van de derde-partij mogelijk de paarden verstoren en ziet hierin geen reden voor het college om de omgevingsvergunning te weigeren.
7.6. Dat is anders voor de paddock. Slechts als het gebruik van de paddock niet verschilt van het gebruik van een weiland, zou het vergunnen van de paddock niet in strijd zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De intensiviteit van het gebruik van de paddock kan de rechtbank niet beoordelen. Het is niet duidelijk wat er gebeurt, of er met paarden wordt gereden of dat paarden alleen worden afgericht of losgelaten. Het college heeft terecht opgemerkt dat het moeilijk is om het gebruik van de paddock te reguleren met voorschriften. Als dat niet gebeurt, dan kan de paddock intensiever worden gebruikt om paarden te houden, af te richten of hier les te geven en dat kan zich minder goed verhouden met de bedrijfsvoering op de locatie van de derde-partij.
8.2. De rechtbank is van oordeel dat het college bij de omgevingsvergunning voor een Bopa niet uitputtend hoeft te beoordelen of significante gevolgen voor Natura 2000 gebieden gaan optreden. Dat is de taak van het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant (GS), niet van het college. Bovendien is er in deze zaak geen aanleiding om aan te nemen dat dergelijke gevolgen op gaan treden omdat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op meer dan 10 kilometer afstand buiten het grondgebied van de gemeente Oss is gelegen. Er is dus ook geen enkele aanleiding voor het oordeel dat het project niet uitvoerbaar is.
11.4. Hierboven heeft de rechtbank geoordeeld dat het college ten onrechte de omgevingsvergunning voor de mestplaat, de stal en de paardenbak heeft geweigerd. Dit is ook aanleiding om het handhavingsbesluit, voor zover hierin wordt opgetreden tegen de aanwezigheid van de mestplaat, de stal en de paardenbak te vernietigen. Deze drie activiteiten passen binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Handhavend optreden tegen deze drie activiteiten is niet nodig en daarmee niet evenredig.
12.2. (…)
12.3. Dat neemt niet weg dat het beter is om voorlopig de druk van de ketel te halen. Daarom ziet de rechtbank aanleiding een voorlopige voorziening te treffen met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb en te bepalen dat eiseres wordt behandeld als ware zij in het bezit van een omgevingsvergunning voor een Bopa voor de mestplaat, de stal en de paardenbak tot en met zes weken na het besluit van het college op de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De rechtbank treft een voorlopige voorziening omdat de mestplaat, de stal en de paardenbak passen binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

* Rechtbank Midden-Nederland 10 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4891: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, uitbreiding bedrijf, PAS-meldingen, overtreding vergunningplicht, voortoets, onafhankelijke partij, juistheid en volledigheid voortoets, project, AERIUS-berekening, emissiebronnen, stalsysteem, luchtwasser in de wachtstal, mitigerende maatregel, Eco Advocacy, inherent deel van uitmaken, standaardonderdeel project, BBT, emissiereducerende maatregelen, conclusie van A-G Kokott, emissiebeperkende werking luchtwasser, emissiemetingen, ventilatiedebiet, werkelijke emissies, natuurdoelenanalyses, KDW, cumulatietoets
22. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de luchtwasser inherent deel uitmaakt van de bedrijfsvoering. Gedeputeerde staten en [derde-partij] vinden dat dit het geval is. Volgens [derde-partij] is de luchtwasser als BBT-maatregel voorgeschreven. De rechtbank oordeelt dat de luchtwasser als standaardonderdeel van het project gezien moet worden en overweegt daartoe als volgt. Het gaat hier om een stal met RAV-code D3.2.15.4 en daarbij is de luchtwasser verplicht. Dat op grond van de BBT meerdere technieken mogelijk zijn om daaraan te voldoen, zoals op zitting besproken, laat onverlet dat het een verplichting is om emissiereducerende maatregelen te treffen om de emissie uit de stal te verminderen. Op de zitting heeft de gemachtigde van gedeputeerde staten toegelicht dat deze maatregel getroffen moet worden, ongeacht de afstand en de gevolgen voor een Natura 2000-gebied, waarbij verwezen is naar de conclusie van A-G Kokott van 19 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:39 (Eco Advocacy). De rechtbank kan dit volgen. De omstandigheid dat de luchtwasser ook de nadelige gevolgen op Natura 2000-gebieden beperkt, is gelet op het Eco Advocacy-arrest niet doorslaggevend. Op de zitting is met partijen gesproken over de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 februari 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:1108)waarin is geoordeeld dat het gebruik van elektrisch materieel geen standaardonderdeel bij ieder bouwproject is, omdat elektrisch materieel niet is voorgeschreven waardoor het gebruik van niet-elektrisch materieel niet is uitgesloten. Dit leidt de rechtbank in deze zaak niet tot een ander oordeel, omdat de luchtwasser bij dit stalsysteem juist wel is voorgeschreven.
24. De Afdeling heeft bij uitspraak van 4 september 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3356) kort gezegd geoordeeld dat de emissiebeperkende werking van combiluchtwassers in een varkenshouderij onvoldoende zeker is en dat niet vaststaat dat de reductie van 85% wordt gehaald. De rechtbank is echter van oordeel dat in deze zaak gelet op de bedrijfsspecifieke situatie bij [derde-partij] en de uitgevoerde metingen in de voortoets wel uitgegaan mocht worden van een emissiereductie van 85%. De rechtbank legt dat hierna uit.
30. Volgens [derde-partij] sluit de door [adviesbureau] gebruikte emissieconcentratie (< 0,2 mg/Nm3) aan bij de meting van [advies & ingenieursbureau] . [A] heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat in de rapporten van een te lage emissieconcentratie is uitgegaan. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de uitleg van [derde-partij] dat een temperatuurcorrectie is toegepast, omdat de metingen zijn gedaan bij een lagere temperatuur (23,6 ºC) dan de standaardconditie bij luchtemissies. Ook in de overige door [A] aangevoerde punten ziet de rechtbank gelet op de stukken geen aanleiding om te oordelen dat gedeputeerde staten niet van de resultaten uit de rapporten van [advies & ingenieursbureau] en [adviesbureau] hadden mogen uitgaan. Dat de metingen maar op twee dagen zijn uitgevoerd, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat deze metingen niet bruikbaar zijn. De metingen zijn indicatief bedoeld en ter ondersteuning van de AERIUS-berekening. Gelet op de ruime marge tussen de emissie zoals die uit de metingen is berekend (213 kg NH₃) en de emissie van 643,5 kg NH₃ uit de voertoets, hebben gedeputeerde staten er vanuit mogen gaan dat de werkelijke emissies van de wachtstal niet hoger zullen zijn dan waarvan in de voortoets is uitgegaan. In dit specifieke geval komt dus geen betekenis toe aan de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2024.
42. Ter onderbouwing van het standpunt dat met PAS-melders rekening gehouden had moeten worden, verwijst [eiseres 1] naar de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 april 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:1525). Daarin is geoordeeld dat in de passende beoordeling onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom de beoordeling van de cumulatieve effecten geen rekening is gehouden met de PAS-melders die zich hebben aangemeld voor het legalisatieprogramma. De rechtbank is echter van oordeel dat de deposities van de PAS-melders niet in cumulatietoets betrokken hoeven te worden, omdat deze dan dubbel zouden worden geteld. De rechtbank deelt het standpunt van gedeputeerde staten dat de activiteiten van PAS-melders immers al zijn gerealiseerd en dat de deposities daardoor bij de AERIUS-berekening in de achtgrondwaarden worden meegenomen.

* Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10943: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving dwangsom, bedrijfsunit, staat van bedrijfsactiviteiten, woning, ten dienste van bedrijfsuitoefening, constateringsrapportage, omgevingsplan, geen definitie bedrijfs- of woonbestemming, woonvoorzieningen, inrichting geschikt voor ondersteunend aan bedrijfs- of kantoorfunctie, rechtbankgebouw, omstandigheden van het geval, geen bewoning, geen overtreding, niet overgaan tot handhavend optreden, zelf in de zaak voorzien, herroepen primaire besluit
5.4 In het omgevingsplan ontbreekt een nadere definitie van bedrijfs- of woonbestemming waaruit kan worden afgeleid of de aangetroffen situatie als bedrijf of als woning moet worden aangemerkt. In het omgevingsplan staat als definitie van woning niet meer dan: een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. In de regel zal licht kunnen worden aangenomen dat sprake is van een woning als daarin woonvoorzieningen zijn aangebracht zoals een woonkamer, een slaapkamer, een badkamer, een toilet en een (volwaardige) keuken en deze inrichting het verblijf geschikt maken voor bewoning (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2012:BV3254, waarop verweerder zich beroept). Dat betekent omgekeerd niet dat altijd als sprake is van een toilet, een badgelegenheid en een kookgelegenheid sprake is van (gebruik als) een woning. Het is immers bijvoorbeeld niet ongebruikelijk dat in een bedrijfsgebouw of kantoor een toilet, een douche en ook een volwaardige keuken of kookvoorziening aanwezig zijn. De enkele aanwezigheid van die voorzieningen betekent daarom nog niet dat het in dat geval zonder meer redelijk is om te stellen dat door de aanwezigheid van al deze voorzieningen in een bedrijfsgebouw of kantoor sprake is van (gebruik als) (zelfstandige) woning. In de hiervoor aangehaalde uitspraak was niet in geschil dat in het gebouw (alleen) werd gewoond, maar was de vraag of aan die hand van die verschillende voorzieningen in meervoud kon worden geconcludeerd dat sprake van meer dan een of twee woningen. De aanwezigheid van deze voorzieningen kan immers heel goed passen bij en ondersteunend zijn aan andere functies zoals de bedrijfs- of kantoorfunctie die het pand heeft. De enkele aanwezigheid van deze voorzieningen betekent nog niet dat (een deel van) het bedrijfs- of kantoorgebouw kan worden aangemerkt als woning omdat dit gebouw hierdoor geschikt is voor bewoning. Ook in het rechtbankgebouw zijn alle genoemde voorzieningen aanwezig, maar dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat het rechtbankgebouw daardoor een woning is. De aanwezigheid van deze voorzieningen binnen het rechtbankgebouw is immers volledig ondersteunend aan (in dit geval) de kantoorfunctie en zijn daarbinnen passend. Zo kan een douche gebruikt worden door medewerkers die van verre met de racefiets komen en is de keuken voorzien van alle apparatuur om lunches te kunnen verzorgen. Kortom, er zijn situaties denkbaar waarbij de aanwezigheid van een toilet, badkamer en een (volwaardige) keuken passen bij en vallen binnen de gebruiksfunctie van het kantoor- of bedrijfsgebouw, althans een andere gebruiksfunctie dan wonen.
5.5 Niet alleen de aanwezige voorzieningen maar alle omstandigheden van het geval bepalen daarom of de conclusie gerechtvaardigd is dat een woning is gecreëerd of niet. In dit geval is niet de conclusie gerechtvaardigd dat een woning in de bedrijfsunit is gecreëerd (en als zodanig wordt gebruikt). (…)

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder