Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2097: Awb, Wnb; ontheffing doden wilde zwijnen, nulstandbeleid, kader, begrip “ernstige schade”, noodzaak ontheffing, belang van het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, Afrikaanse varkenspest (Rb Midden-Nederland 21/1911)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2081: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, handelen in strijd met voorschriften revisievergunning, eendenslachterij, procesbelang, verkoop woning, schade, strijd met bpl, gasleiding, concreet zicht op legalisatie, zes nieuwe lasten, ten onrechte niet voor luchtwasser, schoorsteen, verenlaadplaats en bloed- en sliptank, aanleg houtsingel, werktijden, zicht op legalisatie, belangenafweging, verkeersbewegingen, aantal te slachten eenden, verlengen begunstigingstermijn (Rb Gelderland 20/750)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2054: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verplaatsing supermarkt, welstand (Rb Midden-Nederland 21/2081)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2088: Awb, Wro; bpl, 88 woningen, aansluiting straat op plangebied, begrenzingen bpl, beleidsruimte, ladder voor duurzame verstedelijking, kwantitatieve behoefte, kwalitatieve behoefte, bestaand stedelijk gebied, aanvullende motivering, alternatieve locaties, omgevingsverordening, gebiedsbescherming, relativiteit, borging afsluiting van straat, verkeer, parkeren, publicatie CROW, woon- en leefklimaat, privacy, verlies vrij uitzicht
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2061: Awb, Chw, Wabo, Wro; bpl, ontgrondingenvergunning, omgevingsvergunning milieu, watervergunning, herinrichting polder, zand- en kleiwinningsproject, relativiteit, stichting, werkzaamheden vrijwel volledig voeren van juridische procedures, geen bundeling individuele belangen, geluidzone, relativiteit, afwijken van richtwaarde geluid
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2077: Awb, Wro; bpl, positief bestemmen loonwerk- en grondverzetbedrijf, uitbreiding, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, ladder voor duurzame verstedelijking, redelijke termijn
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2069: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dichtmaken opening in dak en plaatsen ramen in bestaande kozijnen, bijgebouw, oud schoolgebouw, toevoeging dak, vergroting bijgebouw, strijd met bpl (Rb Den Haag 21/1529 en 21/1530)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2068: Awb, Wm; goedkeuring acceptatieprotocol baggerdepot voor niet-toepasbare baggerspecie op Maasvlakte, PFAS, beroep concurrent, beroep niet-ontvankelijk, geen verschoonbare termijnoverschrijding (Rb Den Haag 21/5739)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2070: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, verbouw dak en buitenzijde, dakgoot, geen overtreding, overhangende dakgoot vergund (Rb Zeeland-West-Brabant 21/4576)
# ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2057: Awb, Chw, Wro; bpl, deelplan, 343 woningen, nieuwe beroepsgronden, détournement de pouvoir, ladder voor duurzame verstedelijking, geluid, beperking bedrijfsvoering, vleeshandelsbedrijf, VNG-brochure, geluidbeperkende maatregelen, geluidsschermen, representatieve bedrijfssituatie, stikstof, relativiteit, waterhuishoudkundig plan, voorwaardelijke verplichting, verkeer, uitvoerbaarheid, soortenbescherming, financieel,
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2084: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, dakopbouw, herstelbesluit, welstand, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2056: Awb, Chw, Wro; bpl, verbouwing kloostergebouw tot wooneenheden voor senioren, woningbehoefte, eerder bpl, gewijzigd inzicht, volume nieuwbouw, bezonning, voorwaardelijke verplichtingen, erfbeplantingsplan, parkeren, gebruik recreatieruimte, openbaar karakter, aanbevelingen CROW, verkeerssituatie, geluidhinder, lichthinder, Didam-arrest
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2091: Awb, Wro; bpl, woon-werklocaties, autowasserij, belangenafweging, detailhandel, geluidhinder, lichthinder, behoud woonbuurt
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2083: Awb, Wro; bpl, multifunctionele sportaccommodatie, uitbreiding bestaand sportcomplex, goede procesorde, nieuwe beroepsgronden en nieuwe argumenten ter zitting, alternatieve plaats, geluidsoverlast, bronvermogen, tuinen
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2082: Awb, Chw, Wro; bpl, 40 appartementen met parkeergarage, planbegrenzing, m.e.r.-beoordeling, milieuzonering, richtafstand VNG-brochure
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2080: Awb, Wet beheer rijkswaterstaatwerken; vergunning, shop/wachtvoorziening bij energielaadpunt, aanvullende voorziening, wijziging aanvraag en vergunning, geen belanghebbende bij aanvraag, aannemelijk dat aanvraag niet kan worden uitgevoerd, nieuwe aanvraag, geen onderdeel van procedure, Ow van toepassing, beperkingengebiedactiviteit (Rb Zeeland-West-Brabant 24/439)
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2079: Awb, Chw, Wro; bpl, 51 appartementen met parkeergarage, planbegrenzing, m.e.r.-beoordeling, milieuzonering, richtafstand VNG-brochure, ten onrechte uitgegaan van feitelijke situatie, tussenuitspraak
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2078: Awb, Chw, Wro; bpl, 81 appartementen met parkeergarage, sloop bestaande bebouwing, beperking gebruiksmogelijkheden, planbegrenzing, m.e.r.-beoordeling, milieuzonering, richtafstand VNG-brochure, ten onrechte uitgegaan van feitelijke situatie, tussenuitspraak
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2087: Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, woning en woning met melkveebedrijf wegbestemd, goede ruimtelijke ordening, nieuwe planologische inzichten, structuurvisie, ontwikkelingsvisie, voldoende financiële middelen voor grondverwerving
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2055: Awb, Wro; bpl, 70 woningen, beperking bedrijfsvoering, ontmoetingsplaats in voedselbos, aanvaardbaar woon- en leefklimaat, geluid, melding, overeenkomst, shredder planologisch toegestaan, noodzakelijk geluidscherm van 6 m niet vergunningvrij, onvoldoende onderzoek, geen representatieve invulling bestaande situatie, VNG-brochure, in stand laten rechtsgevolgen
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2076: Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, melkveehouderij, referentiesituatie, milieutoestemming, nieuw rapport, goede procesorde, artikel 15 en 16 EU-handvest, artikel 8 EVRM (Rb Noord-Nederland 22/3211)
¶ ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2092: Awb, Ow; wijziging omgevingsplan, transformatie stationsgebied, 2.500 m² commerciële voorzieningen, 600 woningen, woon- en leefklimaat bewoners woon-/zorgcentrum, ETFAL, wijziging van ondergeschikte aard, geluidsoverlast, geluidnorm installatie warmte- of koudeopwekking, Bbl, privacy, lichtinval, alternatieve opstelling, verkeer, parkeren, berekening parkeerbehoefte, deelmobiliteit, voorzien in parkeergelegenheid, P+R-locatie, beoogde uitbreiding onvoldoende zeker, terugdringing gebruik NS-bezoekers onzeker, akoestische gevolgen nieuwe woning, instructieregels Bkl, geluidaandachtsgebied Omgevingsregeling, bronmaatregel, toename van minder dan 1,5 dB, tussenuitspraak
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1899: Awb, Wro; bpl, beroep niet-ontvankelijk, geen gronden, niet verschenen op zitting
¶ Rechtbank Midden-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1516: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning BOPA, tijdelijke noodopvanglocatie COA, parkeren, verkeer, geluid, belangenafweging
¶ Rechtbank Overijssel 13 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2008: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, verhogen erfafscheiding, verkeersonveilig, binnenplanse afwijking, ETFAL, onjuiste vergelijking
* Rechtbank Midden-Nederland 13 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1460: Awb, Wet beheer rijkswaterstaatwerken; vergunning voor wachtruimte/shop als aanvullende voorziening bij energielaadpunt op verzorgingsplaats, geen basisvoorziening, criterium uniforme en sobere opzet, geen afbreuk aan basisvoorziening, geen negatieve gevolgen verkeersveiligheid, criterium groenvoorzieningen
* Rechtbank Overijssel 10 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1947: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning eerste fase, afwijken bpl en uitvoeren werk, zonnepark, grondslag aanvraag, instructieregels provincie, beleidsregels zonne-energie, lokaal eigendom, goede ruimtelijke ordening, belangenafweging, handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden, versie AERIUS-calculator, relativiteit
¶ Rechtbank Oost-Brabant 9 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2266: Aw, Ow; omgevingsvergunningen Natura 2000-activiteiten, jacht, beheer en schadebestrijding, passende beoordeling, verstorende activiteiten, inzet jachthonden, geluidsoverlast, verstoringsafstanden, uitwijkmogelijkheden, negatieve effecten soorten
* Rechtbank Noord-Nederland 8 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1161: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, uitrit en kappen, 139 appartementen, bevoegdheid, vvgb, categorieënlijst, goede ruimtelijke ordening, gebiedsvisie, parkeren, beleidsregels, niet onverbindend, berekende parkeerbehoefte, verkeer, berekening verkeersgeneratie, CROW-publicatie, lichthinder, groenvoorziening, afwijken advies commissie ruimtelijk kwaliteit, stedenbouwkundige aspecten, niet wettelijk verplicht, participatie|
* Rechtbank Den Haag 7 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8207: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, hotel met 86 kamers en ondersteunende functies, parkeren, parkeernorm categorie één ster, hotelsterren.nl, wijziging aantal sterren mogelijk zonder vergunning, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Gelderland 3 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2577: Awb, Wabo; verzoek handhaving niet-ontvankelijk, verhuur recreatiewoning voor permanente bewoning, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, verpaupering bospark, gemeenschappelijk eigendom, 250 m afstand, geen zicht, bezwaar ten onrechte ontvankelijk
¶ Rechtbank Gelderland 3 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2578: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, verplaatsen voordeur, plaatsen raamkozijn, geen ruimte voor belangenafweging
* Rechtbank Gelderland 3 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2567: Awb, Wabo; omgevingsvergunning binnenplanse afwijking, bedrijfsverzamelgebouw, bouwverordening, verontreinigde bodem, saneringsplan, verkeer
# Rechtbank Noord-Nederland 2 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1178: Awb, Wabo; wijziging omgevingsvergunning milieu, maatwerkvoorschriften, productie siliciumcarbide, SiC-vezels, regels in BREF, niet bevoegd maatwerkvoorschrift, ZZS, minimalisatieverplichting, inpandig uitvoeren breek-, vermaal- en zeefactiviteiten, veiligheid werknemers, onderzoeksverplichtingen, immissienorm SiC-vezels, onzekerheid methode, geen meet- en rekenprotocol
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2489: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, weiden van paarden binnen bestemming “Natuur”, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, belang “Natuur” te weinig meegewogen, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7538: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, overtredingen revisievergunning, stapelen containers, gevaarlijkste containers in buitenste rij, PGS 15, lege containers na vervoer, omvang restlading, gronden tegen praktische uitvoerbaarheid niet onderbouwd
¶ Rechtbank Noord-Holland 30 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3816: Awb, Ow; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, twee tijdelijke bedrijfswoningen, handel in stoffen in meubels, ETFAL, omgevingsverordening, noodzakelijkheidsvereiste, gelijkheidsbeginsel, in stand laten rechtsgevolgen
¶ Rechtbank Den Haag 30 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7364: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, overschrijding aantal toegestane kampeermiddelen, overtreding, gelijkheidsbeginsel
¶ Rechtbank Noord-Nederland 30 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1207: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, vellen van drie bomen, motivering onvoldoende, beleidsregels, criterium “dringende redenen”, tuinontwerp, rendementsverlies beoogde zonnepanelen, criterium “kwaliteit”, criterium “overlast”
¶ Rechtbank Gelderland 27 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2405: Awb, Wabo; omgevingsvergunning BOPA, gebruik twee klaslokalen voor buitenschoolse opvang, voorwaarde in vergunning, geen strijd met omgevingsplan, vergunning ten onrechte verleend
* Rechtbank Gelderland 27 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2403: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning afwijken bpl, units voor kinderopvang op terrein school, geen wijziging van ondergeschikte aard, niet geïnformeerd, passeren gebrek, tijdelijkheid, oppervlakte bouwperceel, gebruik niet in strijd met bestemmingsplan, bouwlocatie wel in strijd met bpl, geluidsoverlast, parkeeronderzoek, Bouwbesluit
* Rechtbank Noord-Nederland 27 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:999: Awb, TwG; mijnbouwschade, contra-expertise, onpartijdigheid door verweerder ingeschakelde deskundige, bewijsvermoeden, onvoldoende weerlegd, onduidelijk beeld, wisselende elementen, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Den Haag 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6885: Awb; Wegenverkeerswet 1994; verkeersbesluit, nul-emissiezone binnenstad, bedrijfs- en vrachtauto’s, participatie, beoogde doelen, artikel 2, lid 1 en 2, Wegenverkeerswet 1994, vermindering stikstofdioxide en fijnstof in de lucht, belang ondernemers, laadpunten
¶ Rechtbank Den Haag 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7185: Awb, Ow; verzoek handhaving, schuur op enkele centimeters van zijgevel, vochtoverlast, bouwkundig rapport, vergunningvrij, geen strijd met Bbl, specifieke zorgplicht artikel 3.5 Bbl, algemene zorgplicht artikel 1.7 Ow, vangnetkarakter, onmiskenbare strijd, motivering, in stand laten rechtsgevolgen
* Rechtbank Den Haag 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6659: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsommen, beëindigen gebruik perceel voor exploitatie, verwijderen stacaravans, containers, douche- en wc-unit, overtreding, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, financiële draagkracht
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2397: Awb, wao; handhaving, last onder dwangsom, invordering, drie bijgebouwen zonder vergunning, bestemming “Natuur”, concreet zicht op legalisatie, civielrechtelijke overeenkomst
¶ Rechtbank Rotterdam 26 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3177: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning BOPA, slopen, rijksmonumentenactiviteit en technische bouwactiviteit, dakpark op rijksmonument, geen spoedeisend belang, voorlopig oordeel, ETFAL, geen strijd met omgevingsplan
* Rechtbank Den Haag 25 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7400: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, windscherm rondom terras, niet vergunningvrij, aanvraag betreft windscherm, geen zonwering, voor zover rolluik buiten scheidingsconstructie, strijd met bpl, strijd met goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Rotterdam 25 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:4085: Awb, Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie; afwijzing verzoek nadeelcompensatie, Besluit nadeelcompensatie productiebeperking kolencentrales, extra onderhoudswerkzaamheden, opheffen productiebeperkingsmaatregel met terugwerkende kracht, keuze niet tegen te werpen, verlenging periode extra onderhoudswerkzaamheden ook niet tegen te werpen, inkomstenverlies, causaal verband
* Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2120: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitbreiding bedrijfshal met opslaghal, naastgelegen veehouderij, strijd met voorwaardelijke verplichtingen bpl, landschappelijk inpassingsplan, noodzakelijke maatregelen nog niet getroffen, geen onderdeel van aanvraag
¶ Rechtbank Midden-Nederland 13 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1156: Awb, Ow; omgevingsvergunning uitweg, apv, exceptieve toetsing, verwijderen openbare parkeerplaats, parkeerdrukonderzoek, in stand laten rechtsgevolgen
* Rechtbank Noord-Nederland 5 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1197: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, donkerte belevingsplek, omvang bouwplan, geen extensief dagrecreatief medegebruik
¶ Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1303: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, realisatie dwarsmuur in kelder, geen misbruik van recht, overtreding, geen constructieve functie, geen vergunningplicht
¶ Rechtbank Gelderland 12 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1353: Awb, Ow; omgevingsvergunning, plagwerkzaamheden in natuurgebied, bezwaar niet-ontvankelijk, hydrologische analyse, geen effect op grondwaterstand, geen belanghebbende, 1 km afstand
¶ Rechtbank Den Haag 10 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7545: Awb, Ow; handhaving, geluidsopnamestudio, drumactiviteiten, gebruik als muziekschool, overgangsrecht, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 4 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7134: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik loods voor opslag van auto’s, containers en goederen, strijd met agrarische bestemming, evenredigheid, gebruik overeenkomstig bestemming mogelijk, bollengrond
¶ Rechtbank Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7128: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, afdak op tweede verdieping woning, beslistermijn ten onrechte niet verlengd, ontvangst e-mail, strijd met Bouwbesluit 2012 niet toegelicht, welstand, niet verzocht om aanvullende gegevens
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8534: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, woongebouw met 19 appartementen en twee commerciële ruimten, behoefteonderzoek, structuurvisie, parkeren, situering voorgevel, peil, bijbehorend bouwwerk, tussenuitspraak
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2097: Awb, Wnb; ontheffing doden wilde zwijnen, nulstandbeleid, kader, begrip “ernstige schade”, noodzaak ontheffing, belang van het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, Afrikaanse varkenspest (Rb Midden-Nederland 21/1911)
6.2. Het wilde zwijn is geen diersoort die op grond van bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet worden beschermd. Het wilde zwijn wordt wel genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Daarom geldt op grond van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, een verbod om in het wild levende wilde zwijnen opzettelijk te doden of te vangen. Het Rijk heeft in het verleden met de provincies afspraken gemaakt over het beheer van het wilde zwijn in Nederland. Er zijn drie leefgebieden van het wilde zwijn aangewezen, daarbuiten wordt een nulstandbeleid voorgestaan.
Populatiebeheer van wilde zwijnen mag op grond van artikel 3.17, eerste lid, aanhef en onder c, onderdeel 1o van de Wnb, ook om redenen genoemd onder b worden toegestaan, indien – onder meer – nodig ter bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats en ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen of bossen. Deze gronden volgen uit artikel 16, eerste lid, van de Habitatrichtlijn.
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2081: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, handelen in strijd met voorschriften revisievergunning, eendenslachterij, procesbelang, verkoop woning, schade, strijd met bpl, gasleiding, concreet zicht op legalisatie, zes nieuwe lasten, ten onrechte niet voor luchtwasser, schoorsteen, verenlaadplaats en bloed- en sliptank, aanleg houtsingel, werktijden, zicht op legalisatie, belangenafweging, verkeersbewegingen, aantal te slachten eenden, verlengen begunstigingstermijn (Rb Gelderland 20/750)
19.5. De Afdeling is evenals de voorzieningenrechter in de uitspraak van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1680, onder 8.4, van oordeel dat het college op basis van deze verrichte belangenafweging heeft kunnen besluiten om last 5 op te leggen. De vraag of het college toereikend heeft gemotiveerd dat [appellante sub 1] zich niet heeft gehouden aan de werktijden in de ontwerp-omgevingsvergunning van 30 oktober 2019, kan daarbij in het midden blijven. Het college was namelijk ook in het geval dat concreet zicht op legalisatie bestond, niet zonder meer verplicht om af te zien van handhavend optreden. Het college heeft uitdrukkelijk stilgestaan bij de verschillende belangen en heeft aan de hand van het evenredigheidsbeginsel beoordeeld of het van handhavend optreden moest afzien. Het college mocht daarbij doorslaggevend gewicht toekennen aan het belang van omwonenden bij beëindiging van de overtredingen, omdat zij als gevolg van de illegale activiteiten al jaren overlast ervaren. In het bijzonder heeft het college in aanmerking kunnen nemen dat [appellante sub 1] er zelf voor heeft gekozen om zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning haar bedrijfsactiviteiten uit te breiden en dat zij daarvan ook jarenlang heeft geprofiteerd. Daarbij komt dat [appellante sub 1] de overtreding van de vergunde werktijden en verkeersbewegingen onverminderd heeft voortgezet, terwijl zij er na de eerste, maar zeker na de tweede uitspraak van de rechtbank rekening mee had moeten houden dat de handhavingsprocedure mogelijk niet in haar voordeel zou uitvallen. De Afdeling ziet daarom ook geen aanleiding voor het oordeel dat het college haar eerst had moeten waarschuwen. Tot slot heeft [appellante sub 1] niet aannemelijk gemaakt dat het welzijn van de eenden in gevaar komt als alleen geslacht kan worden tijdens de vergunde werktijden.
(…)
42.1 Zoals hiervoor is overwogen onder 22.1 is de begunstigingstermijn bedoeld om de overtreder in de gelegenheid te stellen de last uit te voeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Door het college zijn geen argumenten aangedragen waarom ondanks de eerder gegeven termijn in het besluit van 19 december 2023 van zes maanden het voor [appellante sub 1] niet mogelijk was om binnen die termijn aan de overtredingen een einde te maken. De omstandigheid dat er toen het besluit van 13 juni 2024 werd genomen een aanvraag lag van [appellante sub 1] voor een omgevingsvergunning ter legalisatie van de transport- en opslagactiviteiten op de percelen [locatie 2] en [locatie 3] en voor het wijzigen van de inrichting ter legalisatie van de gehele bedrijfsvoering, maakt dit oordeel niet anders, alleen al omdat al vóór 13 juni 2024 duidelijk was dat die aanvraag onvolledig was.
¶ ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2092: Awb, Ow; wijziging omgevingsplan, transformatie stationsgebied, 2.500 m² commerciële voorzieningen, 600 woningen, woon- en leefklimaat bewoners verzorgingshuis, ETFAL, wijziging van ondergeschikte aard, geluidsoverlast, geluidnorm installatie warmte- of koudeopwekking, Bbl, privacy, lichtinval, alternatieve opstelling, verkeer, parkeren, berekening parkeerbehoefte, deelmobiliteit, voorzien in parkeergelegenheid, P+R-locatie, beoogde uitbreiding onvoldoende zeker, terugdringing gebruik NS-bezoekers onzeker, akoestische gevolgen nieuwe woning, instructieregels Bkl, geluidaandachtsgebied Omgevingsregeling, bronmaatregel, toename van minder dan 1,5 dB, tussenuitspraak
30.1. Artikel 5.78af van het Bkl staat in hoofdstuk 5, onder afdeling 5.1 van het Bkl. Dat hoofdstuk heeft betrekking op omgevingsplannen en afdeling 5.1 bevat instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
(…)
Artikel 5.78af van het Bkl luidt, voor zover van belang:
“1. Een omgevingsplan dat een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op een weg of spoorweg voorziet erin dat het geluid door die weg of spoorweg op geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 1,5 dB toeneemt als gevolg van die toename van de verkeersintensiteit.
(…)
30.3. De Afdeling overweegt dat paragraaf 4.3 van de motivering bij het tweede besluit tot wijziging een toelichting bevat op de akoestische gevolgen vanwege de ontwikkeling, waarin is verwezen naar het rapport van Econsultancy. In het rapport is onderzoek gedaan naar de indirecte akoestische effecten van de voorgenomen ontwikkeling. Uit het rapport van Econsultancy blijkt dat de wegen waar het in dit geval om gaat, dus de Stationsstraat en de Molenstraat, gemeentewegen zijn waarop het geluidaandachtsgebied uit artikel 17.5, eerste lid, van de Omgevingsregeling van toepassing is. Het perceel van [appellant sub 1] aan de [locatie B] en de woning die hij daarop wil bouwen, liggen binnen een afstand van 100 m van zowel de Molenstraat als de Stationsstraat.
30.4. In het rapport van Econsultancy staat dat uit het verkeersonderzoek dat aan het besluit ten grondslag ligt, blijkt dat de verkeersintensiteiten op de Stationsstraat tot 42% toeneemt, en op de Molenstraat tot 33%. Bij een procentuele toename van circa 37,5% als gevolg van een ontwikkeling is er sprake van een relevante toename van 1,5 dB. De in dit geval relevante toename van 1,52 dB wordt veroorzaakt door de verkeerstoename op de Stationsstraat. Uit het rapport van Econsultancy blijkt dus dat als gevolg van een toename van de verkeersintensiteit het geluid op wegen afkomstig daarvan op geluidgevoelige gebouwen met meer dan 1,5 dB, namelijk 1,52 dB, toeneemt. De Afdeling wijst er daarbij op dat uit artikel 3.8, tweede lid, van de Omgevingsregeling volgt dat deze waarde van 1,52 dB niet (op hele getallen) mag worden afgerond. Uit het rapport blijkt echter ook dat geluidbeperkende maatregelen in de vorm van een bronmaatregel kunnen worden genomen die de toename van meer dan 1,5 dB voorkomt. Als bronmaatregel is namelijk voorgesteld om zowel de Molenstraat als een gedeelte van de Stationsstraat af te waarderen tot een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze bronmaatregel is meegenomen in het akoestisch onderzoek. Geconstateerd is dat met het treffen van deze bronmaatregel er geen sprake meer zal zijn van een toename van meer dan 1,5 dB op geluidgevoelige gebouwen. De Afdeling ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie uit het akoestisch rapport dat vanwege de bronmaatregel er geen toename van meer dan 1,5 dB zal zijn op geluidgevoelige gebouwen. Uit het aanvullend verweerschrift volgt dat het de bedoeling is dat deze bronmaatregel wordt doorgevoerd. De Afdeling volgt de raad daarom in zijn standpunt dat de wijziging van het omgevingsplan geen toename van meer dan 1,5 dB op geluidgevoelige gebouwen veroorzaakt. De raad heeft er overigens op gewezen dat inmiddels, met een verkeersbesluit van 10 oktober 2025, de bronmaatregel is doorgevoerd en de maximumsnelheid op de Molenstaat en een gedeelte van de Stationsstraat is verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur.
* ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2055: Awb, Wro; bpl, 70 woningen, beperking bedrijfsvoering, ontmoetingsplaats in voedselbos, aanvaardbaar woon- en leefklimaat, geluid, melding, overeenkomst, shredder planologisch toegestaan, noodzakelijk geluidscherm van 6 m niet vergunningvrij, onvoldoende onderzoek, geen representatieve invulling bestaande situatie, VNG-brochure, in stand laten rechtsgevolgen
4.11. Gelet op hetgeen onder 4.6, 4.9 en 4.10 is overwogen, is het planologisch niet toegestaan om een bijbehorend bouwwerk van 6 m hoog te realiseren op de zuidoostelijke hoek van het perceel waar geen bouwvlak ligt. Dit betekent dat de realisering van een shredder evenmin mogelijk is, nu het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is om bij gebruik van de shredder te voldoen aan de geluidgrenswaarden ter plaatse van de bestaande woningen. De realisering van een shredder en een gebouw van 6 m hoog zijn daarom geen representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Gelet hierop hoeft de vraag of de in het verleden gesloten overeenkomsten in de weg staan aan de realisering van een shredder, niet te worden beantwoord.
* Rechtbank Den Haag 7 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8207: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, hotel met 86 kamers en ondersteunende functies, parkeren, parkeernorm categorie één ster, hotelsterren.nl, wijziging aantal sterren mogelijk zonder vergunning, tussenuitspraak
6.4. De rechtbank volgt eisers wel in het betoog dat niet is verzekerd dat voor het bouwplan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Daartoe overweegt de rechtbank dat het bestemmingsplan vestiging van een hotel mogelijk maakt, zonder dat een onderscheid wordt gemaakt naar de sterrencategorie. Anders dan het college heeft aangenomen, is geen omgevingsvergunning nodig wanneer het hotel zou worden gewijzigd van een hotel in de categorie één ster naar een hogere sterrencategorie. Dat gebruik is rechtstreeks toegelaten op grond van het bestemmingsplan en mogelijk zonder vergunningplichtige bouwkundige ingrepen. Voor zover het college zich op het standpunt stelt dat bij een vergunningvrije functiewijziging naar een hogere sterrencategorie moet worden getoetst aan het parkeerbeleid, wijst de rechtbank op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waaruit volgt dat het veranderen van een binnen de bestemming passende functie in beginsel niet afhankelijk is van op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening vastgestelde beleidsregels. Eisers wijzen er daarom terecht op dat een relatief kleine vergunningvrije wijziging – zoals het toevoegen van leeslampjes op de kamer – ertoe kan leiden dat sprake wordt van een hotel met een hogere sterrenclassificatie, zonder dat de op grond van het bestemmingsplan daarvoor benodigde parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd.
6.5. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat sprake is van een onderzoeks- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
¶ Rechtbank Gelderland 3 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2577: Awb, Wabo; verzoek handhaving niet-ontvankelijk, verhuur recreatiewoning voor permanente bewoning, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, verpaupering bospark, gemeenschappelijk eigendom, 250 m afstand, geen zicht
5.2. [eiseres 1] is voor 1/114e deel eigenaar van de gemeenschappelijke gronden op het bospark waarop de recreatiewoning is gelegen. Dit maakt haar in beginsel belanghebbende bij het handhavingsverzoek van 29 juli 2024. In dit geval is de rechtbank echter van oordeel dat de eventuele gevolgen die [eiseres 1] ondervindt, zodanig beperkt zijn dat dit geen belanghebbendheid oplevert. De rechtbank vindt steun voor dat oordeel in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 23 augustus 2023. Uit deze uitspraak volgt dat bij mandelig of gezamenlijk eigendom betekenis toekomt aan de rechtspraak over de gevolgen van enige betekenis. In dit geval is het aandeel van [eiseres 1] 1/114e deel als eigenaresse van de gemeenschappelijke gronden te beperkt om aan te kunnen nemen dat zij daadwerkelijk gevolgen ondervindt van de in deze zaak gestelde overtreding bestaande uit het permanent bewonen van een recreatiewoning op het bospark. Daarbij vindt de rechtbank van doorslaggevend belang dat de recreatiewoning van [eiseres 1] op ongeveer 250 meter afstand ligt van de recreatiewoning waarop het handhavingsverzoek ziet. Ook heeft [eiseres 1] vanuit haar recreatiewoning geen zicht op die recreatiewoning. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat [eiseres 1] daadwerkelijk gevolgen van enige betekenis ondervindt van de permante bewoning van de recreatiewoning. Dat als gevolg van de permanente bewoning van één recreatiewoning het bospark verpaupert, het bospark aantrekkelijk wordt gemaakt voor criminele activiteiten en deze bewoning grote gevolgen heeft voor de planologische uitstraling van het bospark is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt. Daarbij merkt de rechtbank op dat de aangevoerde omstandigheden algemeen van aard zijn en dit algemene belang [eiseres 1] niet voldoende onderscheidt van anderen. Dit voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiseres 1] door de permante bewoning van de recreatiewoning geen gevolgen van enige betekenis ondervindt. Dat volgens eisers in de verzekeringsvoorwaarden is opgenomen dat gebruik in strijd met het bestemmingsplan een reden is om eventuele schade niet te vergoeden, maakt [eiseres 1] evenmin belanghebbende. De rechtbank acht daartoe van belang dat de opstalverzekering op naam staat van de vereniging van eigenaren van het bospark en daarmee [eiseres 1] als lid van de vereniging van eigenaren een zogenoemd afgeleid belang heeft. Het door eisers aangedragen belang, de hoofdelijke aansprakelijkheid als lid van de vereniging van eigenaren wanneer de dekking van de opstalverzekering vervalt, berust op een privaatrechtelijke rechtsverhouding tussen [eiseres 1] en de vereniging van eigenaren.
¶ Rechtbank Den Haag 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7185: Awb, Ow; verzoek handhaving, schuur op enkele centimeters van zijgevel, vochtoverlast, bouwkundig rapport, vergunningvrij, geen strijd met Bbl, specifieke zorgplicht artikel 3.5 Bbl, algemene zorgplicht 1.7 Ow, vangnetkarakter, onmiskenbare strijd, motivering, in stand laten rechtsgevolgen
9.1. De rechtbank overweegt verder dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de schuur geen strijd oplevert met artikel 3.5 van het Bbl. In dit artikel is een specifieke zorgplicht voor bestaande bouwwerken opgenomen. Uit de formulering van artikel 3.5 van het Bbl volgt dat deze zorgplicht uitsluitend ziet op de bouwkundige staat van het bouwwerk en niet op de positionering ervan. Nu niet in geschil is dat de bouwkundige staat van de schuur in orde is, is geen sprake van een overtreding van artikel 3.5 van het Bbl.
9.2. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een overtreding van het Bbl waartegen het college handhavend had moeten optreden.
Is sprake van een overtreding van de algemene zorgplicht?
10. Op grond van artikel 1.6 van de Omgevingswet draagt een ieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Artikel 1.7 van de Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht voor iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Zoals volgt uit artikel 1.8 van de Omgevingswet en de geschiedenis van de totstandkoming van die wet, hebben de zorgplichten uit artikel 1.6 en artikel 1.7 van de Omgevingswet een vangnetfunctie en zijn deze met name van belang bij activiteiten die niet nader zijn gereguleerd. Uit artikel 1.8, eerste lid, van de Omgevingswet volgt dat indien voor een activiteit wel specifieke regels zijn gesteld en deze worden nageleefd, daarmee eveneens wordt voldaan aan de zorgplichten uit artikel 1.6 en artikel 1.7 van de Omgevingswet.
10.1. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat er specifieke regels zijn vastgesteld ter voorkoming van vochtschade bij derden als gevolg van de positionering van de schuur. Dat betekent dat de situatie waarop artikel 1.8, eerste lid, van de Omgevingswet betrekking heeft, zich hier niet voordoet.
10.2. Uit de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet blijkt dat de algemene zorgplichten in de Omgevingswet voortbouwen op algemene zorgplichten die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet in diverse wetten waren opgenomen. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat handhavend optreden op grond van dergelijke zorgplichten in beginsel slechts aan de orde kwam bij onmiskenbare strijd met de zorgplicht. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat deze rechtspraak niet zou gelden ten aanzien van de algemene zorgplichten die zijn opgenomen in artikel 1.6 en artikel 1.7 van de Omgevingswet.
10.3. Het college heeft ter zitting erkend dat het niet heeft onderzocht of wordt voldaan aan de algemene zorgplichten uit de Omgevingswet, omdat het deze zorgplichten te algemeen acht als grondslag voor handhavend optreden. De rechtbank deelt dit standpunt van het college niet. Zoals hiervoor is overwogen kan bij het ontbreken van een meer specifieke regel en als sprake is van onmiskenbare strijd met een algemene zorgplicht, op grondslag van die algemene zorgplicht handhavend worden opgetreden. Nu het college niet heeft onderzocht of die situatie zich in dit geval voordoet, is het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust dit niet op een draagkrachtige motivering. Het hiertegen gerichte betoog van eiser slaagt. Het beroep is daarom gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank ziet evenwel aanleiding de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten. Daartoe wordt als volgt overwogen.
10.4. Hiervoor is overwogen dat het vangnetkarakter van een algemene zorgplicht met zich meebrengt dat handhaving hiervan alleen aan de orde is bij handelen dat onmiskenbaar in strijd met de zorgplicht is. Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke onmiskenbare strijd in dit geval niet gebleken. De enkele omstandigheid dat uit het door eiser overgelegde bouwkundig rapport volgt dat de beperkte afstand tussen de schuur en de gevel van de woning van eiser leidt tot onvoldoende natuurlijke ventilatie en dat hierdoor onder meer een verhoogd risico op vochtbelasting ontstaat, is hiervoor onvoldoende. Of de aanwezigheid van de schuur daadwerkelijk tot schade aan de woning van eiser heeft geleid of zal leiden, vergt nader onderzoek. Reeds daarom is van een onmiskenbare strijd met de algemene zorgplichten uit de Omgevingswet geen sprake.
* Rechtbank Gelderland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2120: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitbreiding bedrijfshal met opslaghal, naastgelegen veehouderij, strijd met voorwaardelijke verplichtingen bpl, landschappelijk inpassingsplan, noodzakelijke maatregelen nog niet getroffen, geen onderdeel van aanvraag
5.4. Gelet op het voorgaande kan de rechtbank het college niet volgen in zijn betoog dat niet eerder dan ten tijde van de start van de bouwwerkzaamheden sprake kan zijn van met het bestemmingsplan strijdig gebruik van gronden of bouwwerken. Bij de beantwoording van de vraag of de voorgenomen ontwikkeling (vertaald in het bouwplan) in strijd zal zijn met de bestemming, dienen namelijk ook de gebruiksregels bij de beoordeling te worden betrokken. De noodzakelijke landschapsmaatregelen zien op een strook van vijf meter breed, die bestaat uit een groenstrook met gespecifieerde beplanting van in totaal vier meter breed en een sloot van één meter breed. Het bij de aanvraag ingediende bouwplan betreft een opslagloods ten behoeve van de bestemming bedrijventerrein, meer specifiek een aannemersbedrijf. Dat is in overeenstemming met de bestemming van het perceel. De groenstrook en de sloot maken echter geen onderdeel uit van de aanvraag. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college daarom geen vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ kunnen verlenen op grond van artikel 2.10 van de Wabo, althans niet zonder de benodigde afwijking te beoordelen op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo. Het voorgenomen gebruik van de te realiseren bedrijfshal voor opslag, is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met artikel 3.4.2 onder a van de planregels, omdat de noodzakelijke landschapsmaatregelen ten tijde van het primaire besluit nog niet zijn aangelegd en ook geen onderdeel uitmaken van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. In het bouwplan is daarnaast ook niet duidelijk zichtbaar of en hoe invulling zal worden gegeven aan de te treffen landschapsmaatregelen. Ten tijde van de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning heeft het college dus niet kunnen beoordelen of de ingediende aanvraag op alle relevante punten in lijn was met de planregels van het bestemmingsplan. Het bouwplan had daarom ook opgevat moeten worden als een aanvraag om een afwijking van het bestemmingsplan. Het college heeft dit niet onderkend en daarmee ten onrechte alleen een vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ verleend.