De voorzieningenrechter verbiedt een lelieteler op basis van het voorzorgsbeginsel om bepaalde gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, ook al zijn deze wel toegelaten door het Ctgb.
Casus
Omwonenden van een akker vragen de civiele rechter in kort geding om een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de lelieteelt. Zij zijn bang voor gezondheidsschade. Het gaat om gewasbeschermingsmiddelen die door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) zijn goedgekeurd en toegelaten op de Nederlandse markt en die allen stoffen bevatten die door de European Food Safety Authority (EFSA) zijn goedgekeurd.
Rechtsvragen
1. Kan de voorzieningenrechter in kort geding het gebruik van al toegelaten gewasbeschermingsmiddelen verbieden?
2. Is het feit dat de gewasbeschermingsmiddelen zijn toegelaten door de EFSA en het Ctgb voldoende om aan te nemen dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan?
Uitspraak
1. De voorzieningenrechter is met de omwonenden van oordeel dat niet alleen voor de overheid maar ook voor de voorzieningenrechter in kort geding ruimte bestaat om op grond van het voorzorgsbeginsel het gebruik van al toegelaten gewasbeschermingsmiddelen in bepaalde gevallen en onder bepaalde omstandigheden te verbieden of te beperken. Voor dit oordeel wordt steun gevonden in het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6083), dat net als deze zaak ging over de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voor de lelieteelt in de buurt van woningen. Het moet namelijk mogelijk zijn om snel maatregelen te nemen wanneer een gegronde vrees bestaat dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in bepaalde omstandigheden het risico oplevert van ernstige gezondheidsschade bij mensen. Dan kunnen procedures bij nationale of Europese autoriteiten niet worden afgewacht.
2. De omwonenden hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat testen en analyses die zijn voorgeschreven in de Europese toelatingsprocedure niet voldoende geschikt zijn om een goed beeld te geven van mogelijke schadelijke gevolgen voor het zenuwstelsel en de hersenen van mensen op de langere termijn nadat zij in aanraking zijn gekomen met de gewasbeschermingsmiddelen. Bij de testen wordt geen onderzoek gedaan naar de neurologische gevolgen van blootstelling op de langere termijn. De testen zijn daarvoor over het algemeen van te korte duur. Ook wordt bij de testen geen onderzoek gedaan naar ontwikkelingsstoornissen van kinderen en ongeboren kinderen.
Dat de testen en analyses voor toelating niet afdoende zijn, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Nederland op Europees niveau heeft aangedrongen om bij het testen van gewasbeschermingsmiddelen de risico’s op neurologische ziekten te betrekken en voortaan ook cocktails van gewasbeschermingsmiddelen te testen. Dit gebeurt nu niet. Zowel het Ctgb als de EFSA maken zich zorgen over het verband tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson en vinden dat hiernaar meer onderzoek moet worden gedaan. De Gezondheidsraad wijst in haar advies uit 2020 erop dat bij de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen een aantal risico’s onvoldoende worden afgedekt. De Gezondheidsraad noemt met name het risico op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson en risico’s op ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen. Het RIVM heeft in haar rapport van 2021 geconcludeerd dat de relatie tussen blootstelling aan chemische stoffen, inclusief gewasbeschermingsmiddelen, en neurodegeneratieve ziektes plausibel is en dat de huidige toelatingsprocedure tekort schiet waar het gaat om de beoordeling van neurotoxische effecten.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het feit dat de gewasbeschermingsmiddelen zijn toegelaten door de EFSA en het Ctgb dan ook onvoldoende om aan te nemen dat er geen risico op neurodegeneratieve ziektes voor omwonenden of ontwikkelingsstoornissen bij hun kinderen bestaat. Het standpunt van de teler dat de middelen zijn toegelaten en dus veilig zijn, gaat niet op.
De omwonenden hebben een groot aantal publicaties/onderzoeken genoemd waarin een verband wordt gelegd tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en een verhoogde kans op neurodegeneratieve ziektes. Ook de Gezondheidsraad en het RIVM zien dat verband. Verder volgt uit een door de omwonenden overgelegde verklaring van dr. M. van den Berg, emeritus professor in de Toxicologie, dat blootstelling aan de specifieke gewasbeschermingsmiddelen die de teler wil gaan gebruiken een reële kans geeft op neurotoxiciteit en op neurotoxicologische ontwikkelingseffecten. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de omwonenden de reële kans op gezondheidsschade voldoende aannemelijk hebben gemaakt.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Limburg
Datum Uitspraak : 08-05-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBLIM:2024:2330
Jelle van de Poel