Strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan, waardoor sprake is van een omgevingsplanactiviteit. Deze omgevingsplanactiviteit is niet vergunningsvrij op grond van artikel 2.27, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, omdat deze bepaling vergunningsvrije regels bevat voor bouwactiviteiten en niet voor omgevingsplanactiviteiten.

Casus

Op 15 maart 2024 heeft de derde-partij een verzoek om handhaving ingediend. Het verzoek is ingediend voor de loods op het perceel. De derde-partij woont op een aangrenzend perceel. Volgens de derde-partij is de loods in strijd met artikel 14.2.1, aanhef en onder d, en artikel 14.2.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ en is hiervoor geen omgevingsvergunning verleend. Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (verweerder) heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek op 23 april 2024 een controle gehouden op het perceel. Van deze controle is een rapport opgemaakt.

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van de loods. Volgens verweerder is de loods namelijk in strijd met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (Ow). Dit omdat de loods volgens verweerder in strijd is met artikel 14.2.1, aanhef en onder d en artikel 14.2.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’, oftewel het tijdelijk deel van het omgevingsplan van verweerder. Hierdoor is sprake van een omgevingsplanactiviteit terwijl hiervoor geen omgevingsvergunning is verleend. Verder is de loods volgens verweerder ook geen vergunningsvrije omgevingsplanactiviteit op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waardoor sprake is van een overtreding. Volgens verweerder is er geen sprake van concreet zicht op legalisatie, omdat de diverse door verzoekster ingediende aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de loods niet hebben geleid tot legalisatie van de loods. Daarnaast zijn er volgens verweerder geen bijzondere omstandigheden die maken dat handhavend optreden onevenredig is. Verzoekster dient de overtreding vóór 15 juli 2024 te beëindigen. Dit kan zij doen door bijvoorbeeld de loods te verwijderen en verwijderd te houden of deze terug te brengen naar de situatie zoals die vergund is met de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een overkapping van 4 oktober 2018. Als verzoekster niet voor het verstrijken van de begunstigingstermijn op 15 juli 2024 de overtreding van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow heeft beëindigd, verbeurt zij een dwangsom van € 2.000 per week, met een maximum van € 10.000.

Verzoekster is het niet eens met de last onder dwangsom en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Rechtsvraag

Is de omgevingsplanactiviteit vergunningvrij op grond van artikel 2.27, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit bouwwerken leefomgeving?

Uitspraak

De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat in de Ow een onderscheid wordt gemaakt tussen een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow) en een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow). Voor de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gelden de ruimtelijke regels uit het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan, terwijl voor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit de technische regels gelden uit voornamelijk het Bbl. De voorzieningenrechter stelt vast dat in dit geval sprake is van strijdigheid met artikel 14.2.1, aanhef en onder d, en artikel 14.2.2 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, waardoor sprake is van een omgevingsplanactiviteit. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat de vergunningsvrije regels uit artikel 2.27, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbl zien op bouwactiviteiten en niet op omgevingsplanactiviteiten. Nog daargelaten of er voor de loods op grond van artikel 2.27, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbl wellicht geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit vereist is, maakt dit niet dat hiermee geen omgevingsvergunning voor de loods voor een omgevingsplanactiviteit vereist is. Deze omgevingsvergunning is er voor de geconstateerde strijdigheden met het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet omdat de omgevingsvergunning van 4 oktober 2018, in tegenstelling tot waar verzoekster van uitgaat, niet is verleend voor een bedrijfsgebouw.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Limburg
Datum Uitspraak : 13-08-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBLIM:2024:5562
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder