Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5598: Awb, Wnb; natuurvergunning, melkvee, verzoek intrekking, ontvankelijkheid, geitenhouderij, Natura 2000-gebied, gewijzigde omstandigheden, geitenstop, gezondheid, dreigende verslechtering, significante verstoring, stikstofdepositie, Habitatrichtlijn, intrekkingsgronden, aanvullende motivering passende maatregelen, in stand laten rechtsgevolgen (Rb Gelderland 20/6561)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5623: Awb, Wro; bpl, tweede woningen, recreatiewoningen, permanente bewoning, uitsterfregeling recreatieve bewoning, motivering, vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid, evenredigheidsbeginsel, overgangsrecht, definitie bestaand, herstelbesluit nav vovo, uitleg planregels, vorige bestemmingsplannen, Huisvestingswet/Huisvestingsverordening, dubbelgebruik, krappe woningmarkt, woningvoorraad, leefbaarheid, voorzieningenniveau, goede procesorde, nadrukkelijke waarschuwing inzake indiening nadere stukken, individuele situaties, gelijkheidsbeginsel, begrenzing bouwvlak, exploitatie terras, overtuin, tussenuitspraak en gedeeltelijk einduitspraak
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5622: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, gebruik, vakantieappartementen, voormalige schaapskooi, karakteristiek bijgebouw, bouwkundige eenheid, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel (Rb Noord-Nederland 21/2845)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5605: Awb; handhaving, opheffen blokkade pad, verwijderen hekwerken, herstel verharding, Wegenwet, begrip openbare weg, periode onderhoud, bewijs (Rb MiddenNederland 22/464)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5607: Awb; verordening, afwijzing aanvraag tijdelijke staanplaatsvergunning, beleidsruimte, systematiek verordening, vertrouwensbeginsel (Rb Amsterdam 21/6057 en 22/3687)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5624: Awb; handhaving, permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl, legalisatie, verbod willekeur, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, controlerapportages (Rb ZeelandWestBrabant 22/5149, 22/5150, 22/5151 en 22/5152)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5620: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, veehouderij, strijd met bpl, herstelbesluit, bouwwerk, mobiele mestscheider, geen overtreding
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5616: Awb; Verkeerswet; onttrekking voetpad, Wegenwet, beleidsruimte, belangenafweging, vertrouwensbeginsel, openbaarheid (Rb Rotterdam 21/1406 en 21/1781)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5608: Awb, TwG; veiligheidsnorm, versterkingsprogramma Nationaal Coördinator Groningen, aanvullende motivering, bedreiging deskundigen, geen verzoek beperkte kennisneming, jurisprudentielijn inzake verzoek om geheimhouding, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb NoordNederland 22/1033 en 22/1034)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5614: Awb, Wro; bpl, burgerwoning, steigerverhuurbedrijf, persoonsgebonden overgangsrecht, akoestisch onderzoek, woon- en leefklimaat
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5615: Awb, Wro; bpl, 20 grondgebonden woningen, voorbereidingsprocedure, participatie, ladder duurzame verstedelijking, behoefte, ontbreken gemeentelijke woonvisie, omgevingsverordening, beleid, bouwhoogte, woon- en leefklimaat, bezonning, landschappelijke inpassing, waterbergingssysteem, voorwaardelijke verplichting, parkeervoorzieningen, alternatieven
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5625: Awb, Wro; bpl, bouw extra woning, verbod vooringenomenheid, bouwhoogte, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, bezonning, lichte TNO-norm, waterloverlast, hemelwaterafvoer
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5613: Awb, Wro; bpl, twee bedrijfswoningen, ruimte-voor-ruimte woningen, omgevingsverordening, sanering agrarische bedrijf, ontwikkelingsrichting, betrokkenheid provincie, bebouwingscluster, omvang/situering bijgebouwen, openheid, uitzicht
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5604: Awb, Wro; bpl, woningbouw, verleende omgevingsvergunning, goede ruimtelijke ordening, motiveringsgebrek, begrenzing plangebied, bescherming oude dorpslint, beperking bouwmogelijkheden, goede ruimtelijke ordening, tussenuitspraak en gedeeltelijke einduitspraak
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5626: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, bouw 3 stallen en sleufsilo’s, intensieve veehouderij, inspraak besluit milieueffectrapport, bouwen buiten bouwvlak, bodemvervuiling, lucht, lawaai, drinkwater, gebiedsbescherming, Nbw‑vergunning (Rb Overijssel 21/1716)
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5628: Awb, Wro; bpl, één vrijstaande woning of twee woningen onder één kap, bedrijfswoning, typering bloemisterij, goede ruimtelijke ordening, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, milieucategorie, gemengd gebied, vervoersbewegingen, richtafstand, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5617: Awb, Wro; bpl, zorginstelling met 34 zorgeenheden, terras, participatie, participatieverordening, structuurvisie, uitwerking Limburgs Kwaliteitsmenu, contour, ruimtelijke afweging, kwaliteitsbijdrage, onzelfstandig wonen, maatschappelijke doeleinden, beperkingen agrarische bedrijfsvoering, geur, Wgv, Activiteitenbesluit, geluid, ladder duurzame verstedelijking, behoefte, uitbreidingslocatie, nabijgelegen festivalterrein, beperkingen festivalactiviteiten, geluidsbelasting, alternatieven, Wnb, relativiteitsvereiste
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5600: Awb, Wro, Chw; bpl, 43 woningen, ontvankelijkheid, participatie, cultuurhistorische waarden kern, landschappelijke waarden, schoolgebouw, locatie ontsluitingsweg, bouwfase, parkeren
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5621: Awb, Wro, Wgh, Chw; bpl, 125 woningen, besluit hogere waarden, verbod vooringenomenheid, aantasting leefomgeving, uitzicht, lintbebouwing, aansluiting op kern, wandelmogelijkheden, verkeersontsluiting, verkeerscapaciteit, verkeersveiligheid, ecologische beoordeling, wateroverlast, waterbalans, hittestress, beplanting, stikstof, Wnb, relativiteitsvereiste
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5612: Awb; afval, aanwijzing orac, locatie, zorgvuldigheidsbeginsel, voorlichtingstekening, overlast, richtlijnen, zwerfafval, alternatieve locatie
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5539: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, woning, recreatieve doeleinden, uitbreiding woning, herstelbesluit, overlast, groepsaccommodatie, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5602: Awb, Wro; planschade, bouw nieuwe kerk, planvergelijking, omvang gevolgen, maximale invulling, privacy, tegen taxatierapport, beoordelingscriteria, uitgangspunten, gedeeltelijke voorzienbaarheid (Rb Zeeland-WestBrabant 23/10133 en 23/10134)
* ABRvS 19 november 2025 (202503662/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, functiewijziging, bedrijfsbestemming, loonwerk- en cultuurtechnisch bedrijf, oneerlijke concurrentie, geen onomkeerbare gevolgen
* ABRvS 19 november 2025 (202504936/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, verplaatsing bestaand metaalbewerkingsbedrijf, bosperceel, rand bedrijventerrein, natuurwaarden, kapverordening, voorwaarden vergunning
* ABRvS 18 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5566: Awb, Wro; vovo, bpl, veegplan, scheuren en frezen voor graslandvernieuwing, afschaffing vergunningplicht, weidevogelgebied, Wnb, omgevingsverordening, meldplicht, gevolgen voor weidevogels, motivering, schorsing
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:613: Awb, Msw; mestboete, overschrijding gebruiksnorm dierlijke meststoffen en fosfaatgebruiksnorm, berekening mineralengehaltes, forfaitaire normen, stikstofverlies bij graasdieren, matiging boete
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:603: Awb, Msw; mestboete, aanmerking vervoerder vracht dierlijke meststoffen, controlebevoegdheden
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:610: Awb, Msw; boete, intermediaire onderneming, verantwoordingsplicht, ‘Marge-document’ vaststelling beginvoorraad, afvoer en eindvoorraad, verjaringstermijn
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:607: Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnorm dierlijke meststoffen en stikstofgebruiksnorm, geen matiging, draagkracht, redelijke termijn
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:604: Awb, Msw; boete en intrekking derogatievergunning, overschrijding gebruiksnormen, excretie verschillende koeienrassen, berekening stikstofvervluchtiging, hoogte boete
* Rechtbank Oost-Brabant 17 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7454 en Rechtbank Oost-Brabant 17 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7500: Awb, Wabo; handhaving, kamerverhuur arbeidsmigranten, strijd bpl, begrippen huishouding en wonen, Van Dale, invorderingsbesluit, hoogte dwangsom, passeren motiveringsgebrek
¶ ABRvS 14 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5527: Awb, Ow; vovo, handhaving, permanente bewoning recreatiewoning, hoofdverblijf, instructieregel minister, overtreding
(Rb Gelderland 25/3680, 25/2593, 25/3681 en 25/2771)
¶ ABRvS 13 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5516: Awb, Ow; vovo, wijziging omgevingsplan, 3 woningen, bestaande boerderij, nabijgelegen agrarisch bedrijf instemming waterschap, locatie bouwvlak, bodemvervuiling, hogere grenswaarden relativiteitsvereiste, erfdienstbaarheid, evidente privaatrechtelijke belemmering, ruime formulering, berekening sloopmeters, 18 december-uitspraak, intern salderen, onderliggend geschil
* EU HvJ 13 november 2025, ECLI:EU:C:2025:872: Verordening (EU) nr. 995/2010; art. 4 en 6, prejudiciële verwijzing, hout en houtproducten, verplichtingen marktdeelnemers, relatie moedermaatschappij, toepassing, handhaving, stelsel van zorgvuldigheidseisen
* Rechtbank Limburg 13 november 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:11246: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, kantoor, bedrijfsgebouwen, Tegelenjurisprudentie, noodzaak bedrijfswoning
* Rechtbank Noord-Holland 13 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13063: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, stallen vrachtauto’s, verhuur knijperauto’s, opslag, bpl, verkeersveiligheid, Mer-plicht, geluid, Activiteitenbesluit, stofoverlast, stikstof
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7772: BW; onrechtmatige daad jegens vissers, lozen PFOS in België, Westerschelde, bevoegdheid rechtbank, rechtsmacht Nederlandse rechter, erfolgsort, schade, watervervuiling, Kalimijnen-arrest, verwijzing naar meervoudige kamer
* Rechtbank Den Haag 12 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21169: BW; kort geding, wijziging Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk, vordering intrekking wijziging regeling, opleggen overgangstermijn, zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, onverkoopbare voorraad, haalbaarheid, vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid, evenredigheid, ontvankelijkheid, terughoudende toetsing, geen schending abbb, onderzoek vuurwerkopslag, risico massa-explosie, geen belemmering vrij verkeer van goederen, geen strijd met Pyrorichtlijn
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7726: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, opslag hooibalen, bestemming natuur, hobbymatig weiden paarden, vertrouwensbeginsel, motiveringsgebrek
* Rechtbank Noord-Holland 11 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12918: Awb, Wabo; handhaving, bouw hobbykas zonder vergunning, overtreding, concreet zicht op legalisatie, vergunning van rechtswege
* Rechtbank Noord-Holland 11 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12917: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, hobbykas, vergunningvrij bijbehorende bouwwerk, Bor, maximale benutting, strijd met bpl, goede ruimtelijke ordening, impact zichtbaarheid, motiveringsgebrek, gelijkheidsbeginsel
¶ Rechtbank Oost-Brabant 10 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7293: Awb, Ow; vovo, handhaving, mobiliteitsplan, omgevingsvergunning woningbouwcomplex, parkeerregeling, parapluplan, parkeernorm, parkeerbehoefte, motiveringsgebreken, evenredigheidsbeginsel
¶ Rechtbank Limburg 10 november 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:11066: BW; kort geding, handhaving, Ow, bewoning in strijd met omgevingsplan, vordering tot ontruiming, vooraankondiging last onder dwangsom, zienswijze huurder, begunstigingstermijn, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Overijssel 7 november 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6475: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, realisatie energiepark, windturbines, zonnepark, afstand tot woningen, gezondheid, geluid, slagschaduw, vibraties, onderzoek, gemeentelijke normen, afstandsnorm of geluidnorm
* Rechtbank Gelderland 7 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9474: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, pluimveehouderij, veranderingsvergunning, controlerapport, geen overtredingen, schadevergoeding
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7605: Awb, Ow; vovo, bouwen woning, vergevorderde werkzaamheden, belangafweging, afwijzing
* Rechtbank Gelderland 7 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9473: Awb, Wabo; veehouderij, veranderingsvergunning pluimveehouderij, aangevraagde wijzigingen, geen omgevingsvergunningplicht voor bouwen/uitvoeren werk/strijd met bpl/brandveiligheid/ flora- en fauna/natuur, Wav, Wgv, geur, fijnstof, gezondheid, milieueffectrapport, verkeersbewegingen, aan- en afvoer van pellets, motiveringsgebrek geluid, EVRM, tussenuitspraak
* Rechtbank Overijssel 7 november 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6672: Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning, pré-mantelzorgwoning
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7580: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding hotel, bedrijfswoning, nabijgelegen melkveebedrijf, noodzaak, ontbreken bouwvlak, begrip bedrijfsbebouwing
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7584: Awb; handhaving, verbod betreden woning, instortingsgevaar voorgevel, onderzoek, last onder bestuursdwang, uitvoerbaarheid last
* Rechtbank Den Haag 5 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21062: Awb; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, cryogene opslagtank voor stikstof, risico’s veiligheid/milieu, toekomstige bebouwing op nabijgelegen kantoorbestemming, geen spoed
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7543: Awb, Wabo; vovo, handhaving, verwijderen bouwwerk, overtreding, overgangsrecht, lange duur, evenredigheid, nader onderzoek
* Rechtbank Gelderland 5 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9344: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, eigenaar, strijdig gebruik recreatiewoning, evenredigheid
* Rechtbank Gelderland 5 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9301: Awb, Grondwaterwet; herhaald verzoek om gedeeltelijke intrekking watervergunning, grondwaterwinning, landgoed, bodemdaling, lopend onderzoek, nieuwe feiten en omstandigheden, droge zomers, causaal verband
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6854: BW; burenrecht, uitleg vaststellingsovereenkomst, Ow, houtwal, kapverordening, aanbrengen kijkgaten, uitleg begrip vellen, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, beoordelingskader, weigeringsgronden vergunning
¶ Rechtbank Den Haag 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21067: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, 160 huurappartementen, trillingsschade, bouwfase, Bkl, technische bouwactiviteit, naleving voorschrift, trillingsanalyse, BOPA, Bbl, ETFAL, afwijzing
* Rechtbank Midden-Nederland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5621: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, varkensvermeerderingsbedrijf, mestopslag, stalruimte varkens, veranderen/veranderen werking inrichting, terinzagelegging, uitleg planregels, archeologische onderzoek, MER, interne saldering, 18 december-uitspraak, ontbreken passende beoordeling, uitgebreide in plaats van beperkte voorbereidingsprocedure
* Rechtbank Noord-Nederland 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4662: Awb, TwG; mijnbouwschade, immateriële schade, gestandaardiseerde methode, PIA, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Oost-Brabant 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6932: Awb, Wabo, Chw; handhaving, afwijzing verzoek, omgevingsvergunning, tijdelijke woningen, opvang, begrip ontheemden, procesbelang, ladder, behoefte, alternatieve locaties, cultuurhistorische waarden, woon- en leefklimaat, verkeersveiligheid, belemmeringen bedrijfsvoering agrariërs, parkeerdruk, spuitzone, relativiteitsvereiste, geluid- en geurhinder, belangenafweging
* Rechtbank Oost-Brabant 28 oktober 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5740: Awb; vovo en kortsluiten, handhaving, niet tijdig beslissen, recreatiewoningen, bijbehorende bouwwerken, permanente bewoning, Bor, oppervlakte bebouwing, geen bevoegdheid
* Rechtbank Gelderland 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8979: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, functieverandering naar horeca, geen misbruik bevoegdheid, ruimtelijke effecten, goede ruimtelijke ordening, vertrouwensbeginsel, algemeen belang, geen schade
* Rechtbank Den Haag 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21313: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, uitstalling producten, geen detailhandel, overlast, overtreding
¶ Rechtbank Limburg 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:11070: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, units zonder vergunning, evenredigheidsbeginsel, hoogte dwangsom
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6917: BW; vergoeding aardbevingsschade, minerale bron, bottelarij, afspraken Interventieteam Vastgelopen Situaties Groningen, sloop boerderij, verzoek vernietiging vaststellingsovereenkomst, misbruik omstandigheden, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Den Haag 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21316: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, huisvesting arbeidsmigranten, geluidhinder, bpl, begrip wonen
* Rechtbank Midden-Nederland 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5611: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, slopen aanbouw/serre, aanvraag, cultuurhistorische waarde, welstandsadvies
¶ Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5608: Awb, Ow; omgevingsvergunning, afwijken, containeropstelplaats, bestaande horecabedrijven, Bkl, horecabeleid, ETFAL, voorschrift, geluidsoverlast, bruidsschat, motiveringsgebrek, aanvraag, algemene zorgplicht, tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5607: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, containeropstelplaats, horecalast, concreet zicht op legalisatie
* Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5609: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omheining om boom, bestemming tuin, containeropstelplaats, Bor, onderzoek, behoud boom, passeren gebreken
* Rechtbank Den Haag 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21331: Awb, WVW 1994; handhaving, afsluiting weg, verwijderen keerlus, plaatsen paaltjes/hek, begrip weg, APV, bpl, verkeers- of tuinbestemming, openbaarheid, vertrouwensbeginsel
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 oktober 2025, ECLI:NL:OGEABES:2025:35: BW; toezegging uitgifte recht van erfpacht, Didam-arresten, botsing vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, tijdsverloop, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Nederland 26 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4649: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, facetbpl parkeren, appartementen en supermarkt, centrumproject, gemeentelijke gebiedsontwikkeling, overeenkomsten, verkeersonderzoek, CROW-publicatie 381, belangenafweging, bijzondere omstandigheden, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Noord-Holland 25 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12950: Awb, Ow; vovo, BOPA, bouwen, beeldkwaliteitsplan, parkeerbehoefte, parkeren op eigen terrein, parkeergarage, horeca, realisering op eigen risico, belangenafweging, afwijzing
* Rechtbank Den Haag 23 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21317: Awb, Wabo; handhaving, gedeeltelijke afwijzing verzoek, permanente bewoning chalet, bedrijfsvoering, gedoogverklaring, evenredigheidsbeginsel, tijdelijke oplossing, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Den Haag 19 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21328: Awb, Wabo; handhaving, gebruik bedrijfspand, wonen, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, tijdsverloop
* Rechtbank Limburg 16 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10625: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, distributiecentrum, omgevingsdialoog, bpl, toetsingskader, bouwhoogte, woon- en leefomgeving, geurcirkel, relativiteitsvereiste, verkeersveiligheid
¶ Rechtbank Noord-Holland 11 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12951: Awb, Ow; vovo, flora- en faunactiviteit, gewone dwergvleermuis, verandering kantoorpand, afgeronde werkzaamheden, geen effect voorlopige voorziening, afwijzing
* Rechtbank Oost-Brabant 18 augustus 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4056: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, melkveebedrijf en agrarisch kinderdagverblijf, uitbreiding aantal kindplaatsen, goede ruimtelijke ordening, geen nevenactiviteit, structuurvisie, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, richtafstand, geluid, geluidgrenswaarden, Abm, verkeersbewegingen
* Rechtbank Noord-Nederland 11 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4558: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, appartementen en supermarkt, strijd met facetbpl parkeren, overschrijding bouwvlak, goede ruimtelijke ordening, afgifte vvgb, aanhaakplicht natuur, vleermuizen, Mer-beoordelingsbesluit, relativiteitsvereiste, tussenuitspraak, bestuurlijke lus
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5598: Awb, Wnb; natuurvergunning, melkvee, verzoek intrekking, ontvankelijkheid, geitenhouderij, Natura 2000-gebied, gewijzigde omstandigheden, geitenstop, gezondheid, dreigende verslechtering, significante verstoring, stikstofdepositie, Habitatrichtlijn, intrekkingsgronden, aanvullende motivering passende maatregelen, in stand laten rechtsgevolgen (Rb Gelderland 20/6561)
8.3. [partij A] en [partij B] wonen aan de locatie 2] in Doornenburg op ongeveer 1,4 km afstand van de geitenhouderij. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat, gelet op de VGO-rapporten, niet is uitgesloten dat [partij A] en [partij B] gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden van de geitenhouderij in de vorm van een verhoogd gezondheidsrisico. Hiertoe vindt de Afdeling, net als de rechtbank, steun in de VGO-rapporten waaruit volgt dat omwonenden tot 2 km van een geitenhouderij een verhoogd gezondheidsrisico hebben. Dit betekent dat [partij A] en [partij B], met de andere natuurlijke personen die in beroep zijn gegaan, belanghebbenden zijn bij het besluit strekkende tot weigering van het verzoek tot intrekken. Hieronder zal de Afdeling ingaan op de hoger beroepsgronden over het relativiteitsvereiste.
9.3. [partij A] en [partij B] wonen op ongeveer 60 m van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Gelet op deze korte afstand is sprake van verwevenheid tussen het behoud van een goede kwaliteit van de leefomgeving van [partij A] en [partij B] en de algemene belangen die de Wnb beoogt te beschermen. Dat zij op een grotere afstand wonen tot een stikstofgevoelig habitattype binnen dit Natura 2000-gebied is hierbij niet van belang, omdat het gaat om de verwevenheid van de leefomgeving van natuurlijke personen waarvan een Natura 2000-gebied onderdeel uitmaakt. Deze verwevenheid moet worden bezien ten opzichte van het Natura 2000-gebied en niet ten opzichte van individuele habitattypen. De rechtbank is terecht ook tot dit oordeel gekomen. Nu de beroepsgronden inhoudelijk zullen worden behandeld, heeft de rechtbank in het midden kunnen laten of het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het besluit, voor zover het beroepschrift is ingediend door andere natuurlijke personen dan [partij A] en [partij B].
13. Uit het wettelijk kader volgt dat de intrekkingsgrond onder artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wnb van toepassing is wanneer 1. de omstandigheden zijn gewijzigd ten opzichte van het tijdstip waarop de vergunning is verleend en 2. die gewijzigde omstandigheden, als die ten tijde van het verlenen van de vergunning hadden bestaan, ertoe hadden geleid dat de vergunning niet, niet zonder beperkingen of voorwaarden of onder andere beperkingen of voorwaarden zou zijn verleend.
13.1. Uit het bovenstaande volgt dat sprake is van een gewijzigde omstandigheid in de zin van artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wnb bij een omstandigheid die voor de verlening van de natuurvergunning relevant was of is. De geitenstop is niet een zodanige gewijzigde omstandigheid, omdat de stop op het uitbreiden en nieuw vestigen van geitenhouderijen in de provincie Gelderland is ingegeven door de mogelijke effecten op de volksgezondheid. De geitenstop biedt geen inzichten over de vraag of de gevolgen van de geitenhouderij – anders dan ten tijde van het verlenen van de natuurvergunning werd verondersteld – toch een verslechtering van de betrokken Natura 2000-gebieden met zich brengt. Gelet hierop is de intrekkingsgrond uit artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wnb niet van toepassing. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.
17.1. Anders dan de rechtbank, is de Afdeling van oordeel dat het college, met verwijzing naar de Contourennota, de Uitvoeringsagenda GMS en het beheerplan voor Rijntakken onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat het effect van deze maatregelen is op het Natura 2000-gebied Rijntakken. De rechtbank kon daarom de rechtsgevolgen van het besluit van 2 november 2020 niet in stand laten. Hiertoe overweegt de Afdeling dat in geen van deze stukken wordt aangegeven welk effect de maatregelen hebben op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Er wordt in de Uitvoeringsagenda GMS alleen per maatregel een generieke depositiereductie aangegeven, maar niet is onderbouwd welke effect dit heeft op de natuurwaarden van het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat met deze maatregelen de noodzakelijke daling van stikstofdepositie wordt gerealiseerd binnen afzienbare termijn en dat daarmee een (dreigende) verslechtering of significante verstoring wordt tegen gegaan. In de Contourennota wordt een prognose van de landelijke autonome daling van stikstofdepositie per sector aangegeven. Ook wordt aangegeven welke maatregelen uit de structurele aanpak al zijn aangevangen en wat de verwachte landelijke daling van stikstofdepositie is door deze maatregelen. Met verwijzing naar de Contourennota heeft het college echter niet onderbouwd dat de daarin genoemde maatregelen leiden tot de noodzakelijke daling van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Rijntakken en daardoor een (dreigende) verslechtering of significante verstoring wordt tegengegaan.
In het beheerplan staan diverse herstelmaatregelen, zoals het verlagen van een oeverwal, kribverlaging, het verwijderen van oeverbestorting, jaarrond begrazing en hooien of nabeweiden beschreven. Weliswaar kunnen deze maatregelen een positief effect hebben op de natuurwaarden, maar het college heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat deze maatregelen voldoende zijn om een (dreigende) verslechtering of significante verstoring door stikstofdepositie tegen te gaan. Gelet hierop slaagt het betoog van [appellant sub 3] en anderen.
* ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5626: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, bouw 3 stallen en sleufsilo’s, intensieve veehouderij, inspraak besluit milieueffectrapport, bouwen buiten bouwvlak, bodemvervuiling, lucht, lawaai, drinkwater, gebiedsbescherming, Nbw‑vergunning (Rb Overijssel 21/1716)
7.4. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2466, onder 4.5, is bij de beantwoording van de vraag of voor beroepsgronden geldt dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit omdat artikel 8:69a van de Awb hieraan in de weg staat, van belang vast te stellen of de rechtsregel strekt tot de bescherming van de belangen van de appellant. Daarbij wordt vooropgesteld dat bij de toepassing van het relativiteitsvereiste aan de procedurele normen over het recht op inspraak een zelfstandige betekenis toekomt. Zie daarvoor ook de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:606, onder 7.8. Dat betekent dat het relativiteitsvereiste niet aan vernietiging in de weg staat bij een door Stichting Animal Rights ingeroepen procedurele norm over het recht op inspraak. Dit heeft de rechtbank niet goed gedaan. De Afdeling zal de beroepsgronden onder e, g en i daarom hierna alsnog bespreken.
7.5. Zoals is overwogen in de uitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4774, onder 7.1, staat de relativiteit wel in de weg aan vernietiging van het besluit als beroep wordt gedaan op een procedurele norm die of een formeel beginsel van behoorlijk bestuur dat geen betrekking heeft op inspraak, of als wordt aangevoerd dat in strijd is met een materiële norm is gehandeld en die norm niet strekt tot bescherming van de belangen die worden behartigd.
In dit geval volgt uit de statuten van Stichting Animal Rights dat de stichting niet alleen opkomt voor de belangen van dieren die worden gehouden, maar ook voor de belangen van in (relatieve) vrijheid levende dieren. De belangen van de dieren in de omgeving van [locatie 1] en de kwaliteit van hun bestaan en natuurlijke habitat, behoren gelet hierop tot de belangen die de stichting behartigt. Omdat niet uitgesloten is dat de norm van een goede ruimtelijke ordening waarop Stichting Animal Rights zich beroept ook strekt tot bescherming van deze belangen, ziet de Afdeling anders dan de rechtbank geen aanleiding om voor de beroepsgronden onder a, b en c het relativiteitsvereiste te hanteren. De Afdeling bespreekt ook deze gronden daarom hierna alsnog inhoudelijk.
¶ ABRvS 13 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5516: Awb, Ow; vovo, wijziging omgevingsplan, 3 woningen, bestaande boerderij, nabijgelegen agrarisch bedrijf instemming waterschap, locatie bouwvlak, bodemvervuiling, hogere grenswaarden relativiteitsvereiste, erfdienstbaarheid, evidente privaatrechtelijke belemmering, ruime formulering, berekening sloopmeters, 18 december-uitspraak, intern salderen, onderliggend geschil
3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking getreden en die wet is op deze procedure van toepassing. Op 18 juli 2025 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de omgevingsplanactiviteit bouwen van de twee-onder-een-kapwoning. Anders dan voorheen bij bestemmingsplannen onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening, heeft onder de Ow het instellen van beroep tegen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan géén schorsende werking. Gelet op artikel 16.78, eerste lid, van de Ow leidt dit ertoe dat meestal 4 weken na de bekendmaking – dus vóór afloop van de beroepstermijn – het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in werking treedt en de aangevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend, ook als tijdens de beroepstermijn om een voorlopige voorziening is verzocht. Dit betekent dat er een spoedeisend belang is bij het verzoek om een voorlopige voorziening.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 10 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7293: Awb, Ow; vovo, handhaving, mobiliteitsplan, omgevingsvergunning woningbouwcomplex, parkeerregeling, parapluplan, parkeernorm, parkeerbehoefte, motiveringsgebreken, evenredigheidsbeginsel
7.3 Is dit een overtreding? Eiseres merkt terecht op dat er geen voorschrift in de omgevingsvergunning haar verplicht het ingediende mobiliteitsplan na te leven. In artikel 22.26 van het Omgevingsplan Eindhoven was bepaald dat het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Dit artikel is ten tijde van deze uitspraak geschrapt en vervangen door artikel 5.8 van het Omgevingsplan waarin het is verboden om een omgevingsplanactiviteit bouwwerken te verrichten zonder omgevingsvergunning. Een omgevingsplanactiviteit bouwwerken is inmiddels als volgt gedefinieerd in het Omgevingsplan: “omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.” De rechtbank stelt vast dat de strekking van het voormalige artikel 22.26 van het Omgevingsplan en artikel 5.8 van het Omgevingsplan hetzelfde is. In beide artikelen staat niet letterlijk dat het is verplicht om het bouwwerk te gebruiken conform de eerder verleende omgevingsvergunning. Toch brengt een redelijke uitleg van artikel 22.26 van het Omgevingsplan met zich mee dat eiseres het mobiliteitsplan niet zonder meer terzijde kan leggen. Door te handelen in afwijking van het mobiliteitsplan gebruikt eiseres het bouwwerk in afwijking van (uitgangspunten) van de daarvoor verleende omgevingsvergunning zonder daartoe verleende omgevingsvergunning en is er in beginsel sprake van een overtreding van artikel 22.26 van het Omgevingsplan Eindhoven.
7.4. Dit is een verschil met het oude recht. Het gebruik van een bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan dan wel het bouwen van een bouwwerk zonder vergunning was voorheen bij wet verboden. In artikel 22.26 van het Omgevingsplan, worden bouwactiviteiten die onder Wabo vergunningplichtig waren voor het bouwen (artikel 2.1, lid 1, onder a Wabo), onder de Omgevingswet vergunningplichtig voor de omgevingsplanactiviteit. Maar de planwetgever lijkt ook het gebruik in afwijking van een verleende omgevingsvergunning vergunningplichtig te willen maken in artikel 22.26 respectievelijk artikel 5.8 van het Omgevingsplan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze strijdigheid kan worden opgeheven zonder nieuwe omgevingsvergunning als een andere bepaling in het Omgevingsplan het afwijkende gebruik toestaat. In dat geval is geen sprake van een overtreding van artikel 5.1. eerste lid onder a, van de Omgevingswet. Een voorbeeld hiervan is de uitzondering voor vergunningsvrije bouwwerken in artikel 22.27 van het Omgevingsplan waar in een planregel een gebruik niet vergunningplichtig wordt. De voorzieningenrechter ziet echter niet in waarom het afwijkend gebruik ook worden toegestaan door andere planregels of bepalingen in het omgevingsplan. Daarom is in deze zaak van belang wat de vorige bestemmingsplannen (die nu ook deel uitmaken van het Omgevingsplan) bepalen over het parkeren.
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7580: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding hotel, bedrijfswoning, nabijgelegen melkveebedrijf, noodzaak, ontbreken bouwvlak, begrip bedrijfsbebouwing
9.2. De rechtbank overweegt dat in artikel 1 van het bestemmingsplan een bedrijfsgebouw is gedefinieerd als een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de systematiek van het bestemmingsplan en de daarin opgenomen definities dat een bedrijfswoning niet kan worden aangemerkt als bedrijfsbebouwing. Indien de bedrijfswoning in de praktijk (deels) zou worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten, is dat eventueel (ook) een kwestie voor handhaving. Het college moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend, tenzij evident is dat het bouwwerk voor een ander doel zal worden gebruikt. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
¶ Rechtbank Den Haag 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21067: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, 160 huurappartementen, trillingsschade, bouwfase, Bkl, technische bouwactiviteit, naleving voorschrift, trillingsanalyse, BOPA, Bbl, ETFAL, afwijzing
9.1 Ingevolge artikel 8.3b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt, voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit die het bouwen van een nieuw bouwwerk inhoudt, de omgevingsvergunning alleen verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels van hoofdstuk 4 van het Bbl en de maatwerkregels die op grond van artikel 4.7 van dat besluit in het omgevingsplan zijn gesteld.
10. De voorzieningenrechter stelt vast dat in hoofdstuk 4 van het Bkl geen regels over trillingshinder en -schade zijn vastgelegd. Daarnaast bevat het omgevingsplan van de [gemeente] daarover geen maatwerkregels. Hetgeen verzoekers hebben aangevoerd over de door hen gevreesde trillingsschade in de bouwfase, kan dus de rechtmatigheid van de verleende toestemming voor de technische bouwactiviteit niet aantasten.
11. Voor zover het betoog van verzoekers moet worden opgevat als gericht tegen de toestemming voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, slaagt ook dit niet. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat eventuele schade aan de woningen van verzoekers door bouwwerkzaamheden, een door het college af te wegen aspect is in het kader van deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Steun hiervoor ziet de voorzieningenrechter in de rechtspraak die is gevormd onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uit die rechtspraak volgt echter ook dat de te verwachten schade als gevolg van de uitvoering van een bouwplan slechts een rol kan spelen in de te maken belangenafweging, als op voorhand vaststaat dat de bouwwerkzaamheden onvermijdelijk tot schade aan de omgeving zullen leiden. Zoals volgt uit wat hiervoor is overwogen over de door vergunninghoudster overgelegde trillingsanalyse, doet die situatie zich in dit geval niet voor.
13.1. Verder geldt ingevolge artikel 7.18, eerste lid, van het Bbl dat trillingen veroorzaakt door het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden in een verblijfsgebied niet meer mogen bedragen dan de trillingsterkte genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006 van de Stichting Bouwresearch Rotterdam.
* Rechtbank Midden-Nederland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5621: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, varkensvermeerderingsbedrijf, mestopslag, stalruimte varkens, veranderen/veranderen werking inrichting, terinzagelegging, uitleg planregels, archeologische onderzoek, MER, interne saldering, 18 december-uitspraak, ontbreken passende beoordeling, uitgebreide in plaats van beperkte voorbereidingsprocedure
31. Het college heeft zich in het aanvullende verweerschrift van 22 september 2025 en op de zitting op het standpunt gesteld dat hij een mogelijk gevolg van de gewijzigde rechtspraak dat het MER in deze fase van de procedure alsnog moet worden aangevuld met een passende beoordeling en alsnog de uitgebreide MER-procedure gevolgd moet worden te ver vindt gaan in relatie tot de nut en noodzaak daarvan. Volgens het college zal deze gewijzigde rechtspraak in de procedure over de natuurvergunning worden toegepast en zo zijn geborgd dat een passende beoordeling wordt gemaakt. Voor het MER geldt een minder vergaande toets. Verder zou het alsnog volgen van de uitgebreide MER-procedure volgens het college tot hetzelfde resultaat leiden, omdat het onderzoek inhoudelijk al is uitgevoerd in het MER. Ten slotte verwijst het college naar wat de Afdeling in de uitspraak van 18 december heeft overwogen over de aanhaakverplichting op grond van de Wabo. Hiervoor geldt volgens de Afdeling geen terugwerkende kracht. Volgens het college zou hetzelfde voor de procedurele eis voor het MER moeten gelden.
32. De rechtbank kan dit aanvullende verweer van het college niet volgen.
33. De Afdeling heeft in haar uitspraak overwogen dat de wijziging van de rechtspraak over intern salderen onmiddellijk in werking treedt. Dit betekent dat de rechtbank in al lopende beroepsprocedures de naar voren gebrachte beroepsgronden in het licht van het nieuwe door de Afdeling bepaalde beoordelingskader moet beoordelen. Activiteiten die op of na 1 januari 2020 fysiek zijn gestart en waarvoor op grond van de voorheen geldende rechtspraak over intern salderen geen natuurvergunning nodig was, zijn alsnog vergunningplichtig, als de activiteit nog in uitvoering is of nog wordt geëxploiteerd en significante gevolgen daarvan niet op grond van objectieve gegevens op voorhand zijn uitgesloten. Vergunninghouder heeft haar aanvraag voor de omgevingsvergunning ingediend op 19 oktober 2022 en de bouw van de staluitbreiding moet nog starten. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat hiervoor een passende beoordeling is vereist en dus de uitgebreide MER-procedure toegepast had moeten worden.
34. Wat de Afdeling in de uitspraak van 18 december overweegt over de aanhaakverplichting kan naar het oordeel van de rechtbank niet overeenkomstig worden toegepast bij de beoordeling van welke voorbereidingsprocedure op het MER van toepassing is. Welke MER-procedure bij de inhoudelijke voorbereiding van een besluit moet worden gevolgd wordt immers bepaald door artikel 7. 24, vierde lid, van de Wm. Dit betreft een ander systeem dan bij de procedurele aanhaakverplichting. Of sprake is van een aanhaakverplichting moet op grond van de wet worden bepaald ten tijde van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Nadien gewijzigde rechtspraak verandert niet het antwoord op de vraag of er ten tijde van de aanvraag een aanhaakplicht gold. Welke MER-procedure moet worden gevolgd wordt volgens de wet bepaald door of een passende beoordeling moet worden gemaakt of niet. Het moment van de aanvraag is daarbij niet bepalend. Hierdoor gaat de vergelijking tussen de twee bepalingen naar het oordeel van de rechtbank niet op.
* Rechtbank Den Haag 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21316: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, huisvesting arbeidsmigranten, geluidhinder, bpl, begrip wonen
4.4. De planregel bepaalt dat ‘wonen’ is toegestaan ‘ter plaatse van de toegestane bedrijfswoningen’. Het begrip ‘wonen’ is niet gedefinieerd in het bestemmingsplan. De uitleg van het begrip volgt ook niet uit de andere bestemmingsplanregels. Ook de toelichting bij de planregels geeft geen nadere duiding van wat de planwetgever verstaat onder ‘wonen’. De toevoeging ‘ter plaatse van de toegestane bedrijfswoningen’ betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat het begrip ‘wonen’ is beperkt tot één huishouden, zoals eiser betoogt. De planregel bepaalt voldoende duidelijk dat wonen is toegestaan op de plek van de voormalige bedrijfswoning. De verwijzing naar de bedrijfswoning betreft daarmee slechts een aanduiding van de locatie op het perceel waar wonen is toegestaan. Ook blijkt uit de planregels duidelijk dat op het perceel geen (agrarisch) bedrijf hoeft te zijn gevestigd, zodat het niet logisch is om voor de uitleg van deze bepaling aansluiting te zoeken bij de definitie van ‘bedrijfswoning’. Er is dus geen sprake van een relatie met de definitie van ‘bedrijfswoning’, zodat de definitie van het begrip ‘bedrijfswoning’ niet van betekenis is voor de uitleg van het begrip ‘wonen’. Het begrip ‘wonen’ moet daarom worden uitgelegd aan de hand van het algemeen spraakgebruik. Onder het begrip ‘wonen’ moeten volgens vaste rechtspraak over dit begrip diverse vormen van huisvesting worden begrepen. Daaronder kan ook het verhuren van een woning aan buitenlandse arbeidskrachten vallen. Wonen vereist wel een zekere duurzaamheid. Dat de verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten in dit geval het vereiste duurzame karakter ontbreekt, is niet gebleken. Dat betekent dat het verhuren van de woning aan buitenlandse werknemers in dit geval niet in strijd is met het bestemmingsplan. Er is daarmee geen sprake van een overtreding waartegen het college handhavend kon optreden. Het handhavingsverzoek van eiser kon daarom niet worden ingewilligd.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5608: Awb, Ow; omgevingsvergunning, afwijken, containeropstelplaats, bestaande horecabedrijven, Bkl, horecabeleid, ETFAL, voorschrift, geluidsoverlast, bruidsschat, motiveringsgebrek, aanvraag, algemene zorgplicht, tussenuitspraak
7.4 In dit verband heeft eiseres terecht gewezen op artikel 22.63 van de bruidsschat uit het omgevingsplan. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder zijn in deze bepaling maximaal toelaatbare waarden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw (zoals de woning van eiseres) gesteld. Afdeling 22.3, waar artikel 22.63 in is opgenomen, is van toepassing op milieubelastende activiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Ow. In de bijlage bij de Ow is de milieubelastende activiteit omschreven als een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. De opslag van bedrijfsafval in containers is aan te merken als een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Anders dan het college ziet de rechtbank niet in waarom artikel 22.63 niet van toepassing zou zijn op het geluid dat wordt veroorzaakt door het gebruik van de afvalcontainers. Als het college met de omgevingsvergunning ook een afwijking van artikel 22.63 van de bruidsschat had willen toestaan, had dat expliciet in de omgevingsvergunning moeten worden vermeld. Ook had in dat geval inzichtelijk moeten zijn uitgewerkt in de daaraan ten grondslag gelegde afweging van belangen waarom een afwijking van deze grenswaarden voor geluid het woon- en leefklimaat van onder meer eiseres niet onaanvaardbaar zou aantasten. Nu dit niet is gebeurd leest de rechtbank de omgevingsvergunning zo dat de waarden voor geluid uit artikel 22.63 van de bruidsschat onverminderd van toepassing zijn. Nu het voorschrift dat aan de omgevingsvergunning is verbonden uitdrukkelijk toestaat dat afval (waaronder het glaswerk en lege flessen) ook na 19.00 uur in de containers kan worden gedeponeerd, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe dit zich verhoudt tot de grenswaarden voor geluid uit artikel 22.63 van de bruidsschat. In zoverre slaagt het betoog van eiseres.
(…)
9.1. De algemene zorgplichten uit artikel 1.6 en 1.7 van de Ow richten zich primair tot degene die een activiteit verricht. In dit geval is dat dus vergunninghouder. De zorgplichten richten zich niet tot het bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn bestuurlijke taak om aan de hand van de voor de betrokken activiteit geldende beoordelingsregels besluiten te nemen op aanvragen om een omgevingsvergunning. De zorgplichten hebben een rechtstreekse werking en kunnen niet als beoordelingsregel betrokken worden bij de vraag of een omgevingsvergunning kan worden verleend. Deze beroepsgrond slaagt niet.
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 oktober 2025, ECLI:NL:OGEABES:2025:35: BW; toezegging uitgifte recht van erfpacht, Didam-arresten, botsing vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, tijdsverloop, belangenafweging
4.20 CSC heeft onweersproken een groot belang bij de verkrijging van het recht op erfpacht. Zij wacht al meer dan 13 jaar op een nieuw terrein voor haar bedrijf. Daar komt bij dat dat haar huidige bedrijfslocatie van CSC enkele jaren geleden is afgebrand en de onderneming sindsdien wordt gevoerd vanuit de woning van de bestuurder van CSC; zij is er door de overheid op aangesproken dat dit niet is toegestaan. Het belang van OLB dat zij zich op basis van het Didam-arrest gehouden acht ruimte te bieden aan alle potentieel gegadigden, is daartegenover onvoldoende. Dit temeer nu OLB niet heeft onderbouwd dat er daadwerkelijk andere gegadigden zijn voor het betreffende perceel die al langer dan CSC op toewijzing van een verzoek wachten. De belangenafweging valt dus uit in het voordeel van CSC; in deze zaak prevaleert het vertrouwensbeginsel boven het gelijkheidsbeginsel.
* Rechtbank Den Haag 23 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21317: Awb, Wabo; handhaving, gedeeltelijke afwijzing verzoek, permanente bewoning chalet, bedrijfsvoering, gedoogverklaring, evenredigheidsbeginsel, tijdelijke oplossing, vertrouwensbeginsel
9.3. Wat betreft het betoog dat het college niet ambtshalve een beroep mag doen op bijzondere omstandigheden, verwijst de rechtbank naar de conclusie van de Staatsraad Advocaat-Generaal Wattel van 4 april 2018. Als omstandigheden in het toerekengebied van het bestuursorgaan liggen, dient het bestuursorgaan ambtshalve te onderzoeken of sprake is van bijzondere omstandigheden. Het bestuursorgaan moet de relevante omstandigheden die hem bekend zijn onderzoeken en afwegen, zoals zijn eventuele eigen nalatigheid of onduidelijkheid en zijn eigen toezeggingen. De rechtbank kan zich vinden in deze lijn. In de email van 19 oktober 2022 heeft de Specialist vergunningverlening en handhaving ondubbelzinnig akkoord gegeven om het nieuwe chalet te bouwen overeenkomst de ingediende plannen. De rechtbank overweegt dat sprake is van een toezegging jegens [naam] die aan het college kan worden toegerekend. Nu [naam] het chalet heeft gebouwd conform de ingediende plannen mocht hij erop vertrouwen dat niet tot invordering van de aan de bouwstop verbonden dwangsom zou worden overgegaan. Het college mag doorslaggevende betekenis toekennen aan de toezegging en op grond daarvan een bijzondere omstandigheid aannemen om van invordering af te zien, tenzij belangen van derden zwaarder wegen. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is. Uit het beroepschrift en hetgeen ter zitting is besproken kan worden afgeleid dat eisers belang hebben bij de invordering vanwege de voorgeschiedenis en het gebrek aan vertrouwen dat het college over zal gaan tot handhavend optreden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers hiermee niet concreet gemaakt welke belangen worden geschaad door het achterwege laten van de invordering. Het enkele feit dat zij geen vertrouwen hebben in het college, is onvoldoende om ondanks de jegens [naam] gedane toezegging toch tot invordering over te gaan. Eisers hebben ook niet onderbouwd gesteld dat zij schade lijden als gevolg van het achterwege laten van de invordering van de dwangsom.