Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5417: Awb, Wro; vovo, bpl, verplaatsing landbouwbedrijf, verkeersonderzoek, afwijkende conclusie, uitzonderen landbouwvoertuigen van eenrichtingsverkeer, onvoldoende gemotiveerd
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5486: Awb, Wro; bpl, partiële herziening, gemeentelijke herindeling, wijzigingsbesluiten, maximaal toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken, omgevingsverordening, standstill-bepaling, Wnb, ontbreken passende beoordeling, vormverandering bouwvlakken, wijzigingsbevoegdheid naar bedrijfsbestemming na beëindiging agrarisch bedrijf, verruiming omvang recreatiewoningen, paardenbakken, ambulante handel, reclameborden, militaire oefenterreinen, Barro, bouwmogelijkheden maneges, begrenzing natuurnetwerk, tussenuitspraak
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5426: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning op basis van PAS, co-vergistingsinstallatie, PAS-vergunning verleend in strijd met wettelijke voorschriften, nadere motivering soort maatregel niet vereist, uitgaan van KDW, niet van DOREN-model, uitgaan van KDW voor habitat(sub)typen, niet voor vegetatietypen, (Rb Midden-Nederland 22/810 en 22/811)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5473: Awb, Wro; bpl, ontwikkelen en instandhouden ecologische verbindingszone, uitgaan van juistheid projectplan
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5421: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning afwijken bpl, bouw van twee woningen, omgevingsverordening, oppervlakte aanwezige bebouwing, onvoldoende vergewist, gelijkheidsbeginsel (Rb Midden-Nederland 22/3803)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5456: Awb; boetes, Arbeidsomstandighedenbesluit, vastgoedonderhoudsbedrijf, verwijderen asbesthoudende beglazingskit, geen passende ademhalingsapparatuur, risicoklasse, matiging boete, redelijke termijn (Rb Gelderland 21/5092)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5455: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, luchtkanaal met luchtwasser bij bestaande varkensstal, omgevingsverordening, stalderingsbewijs vereist, inpandige voorziening, validiteit stalseringsbewijs, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 21/1500)
# ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5451, ECLI:NL:RVS:2025:5454, ECLI:N:RVS2025:5452, ECL:NL:RVS:2025:5449, ECLI:NL:RVS:2025:5436, ECLI:NL:RVS:2025:5434, ECLI:NL:RVS:2025:5431, ECLI:NL:RVS:2025:5435, ECLI:NL:RVS:2025:5433, ECLI:NL:RVS:2025:5429, ECLI:NL:RVS:2025:5430, ECLI:NL:RVS:2025:5432, ECLI:NL:RVS:2025:5427, ECLI:NL:RVS:2025:5439, ECLI:N:RVS:2025:5448, ECLI:NL:RVS:2025:5437, ECLI:NL:RVS:2025:5438, ECLI:NL:RVS:2025:5450, ECLI:NL:RVS:2025:5447, ECLI:NL:RVS:2025:5424, ECLI:NL:RVS:2025:5444, ECLI:NL:RVS:2025:5423, ECLI:NL:RVS:2025:5443, ECLI:NL:RVS:2025:5442, ECLI:NL:RVS:2025:5441, ECLI:NL:RVS:2025:5440, ECLI:NL:RVS:2025:5422, ECLI:NL:RVS:2025:5428: Awb, Wro; planschade, 3 woontorens van 215, 70 en 70 m hoog, goede procesorde, totstandkoming STAB-verslag, afwijzing verzoek aanwezigheid taxateur bij taxatie, gedragscode STAB, niet geschaad in verdedigingsbelang, planvergelijking, zelfde gronden als in beroep, taxatie, waardedaling, percentage, normaal maatschappelijk risico, proceskosten, samenhangende zaken, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/146, 20/6898, 21/148, 21/3067, 21/3641, 21/3073, 21/3646, 20/6895, 21/147, 21/3076, 21/3649, 20/6897, 21/189, 20/6891, 21/144, 20/6890, 20/6894, 21/145, 21/3071, 21/3645, 21/3074, 21/3647, 21/3078, 21/3651, 21/3070, 21/3644, 21/3077, 21/3650, 21/3068, 21/3642, 20/6896, 21/151, 20/6893, 21/143, 21/3066, 21/3640, 21/3069, 21/3643, 21/6182 en 22/62, 21/3072, 21/3075, 21/3648, 20/6888, 21/142, 21/3079, 21/3652, 20/6892, 21/3080, 20/6889)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5459: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling afgebrand winkelcentrum, 119 woningen, herstelbesluit, participatie, parkeren, ruimtelijke impact,
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5490: Awb, Wro; exploitatieplan, herstelplan, exploitatieopzet, procesbelang, relativiteit, goede procesorde, wijzigingen ten opzichte van ontwerpplan, hogere exploitatiebijdrage, ten onrechte niet opnieuw toepassing gegeven aan afdeling 3.4 Awb
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5475: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, parkeren, wijziging parkeernota, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5480: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, bewoning bedrijfswoning, toezending last aan gemachtigde, overtreding, overtreder, hoogte dwangsom, financiële draagkracht, onmogelijkheid betalen niet aannemelijk gemaakt (Rb Den Haag 21/5475)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5479: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, legalisatie berging (Rb Noord-Holland 22/4063)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5500: Awb, Wro; bpl, permanente bewoning 18 recreatiewoningen, overkapping buiten aanduidingsvlak, wijziging ten opzichte van ontwerpplan, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, houtwalstructuur,
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5477: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, tijdelijke uitbreiding agrarisch kinderdagverblijf, nevenactiviteit, visie transitie buitengebied, structuurvisie, woon- en leefklimaat (Rb Oost-Brabant 22/155)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5425: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, aanleg sloot, geen advies bezwaarschriftencommissie, onzorgvuldig, geen overtreding, bpl ten tijde van aanleg sloot, misbruik van bevoegdheden (Rb Noord-Nederland 22/3112)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5484: Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, projectplan beekherstel, causaal verband voor 7,5% schade, tegenadvies, zelfde gronden als in beroep (Rb Oost-Brabant 21/2748)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5478: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, erfafscheiding voor voorgevelrooilijn terugbrengen tot 1 m, hoor en wederhoor, overtreding, gelijkheidsbeginsel, hoogte dwangsom, financiële draagkracht (Rb Limburg 22/1258)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5498: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen en uitbreiden horecavoorziening, bruto vloeroppervlakte, parkeren, natuurvergunning, relativiteit (Rb Den Haag 22/5134)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5494: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen aanbouw achterzijde, welstandsexces, definitie in welstandsnota, armoedig materiaalgebruik, onevenredig “lelijk”, evenredigheid, hoogte dwangsom (Rb Limburg 22/863)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5485: Awb, Wro; bpl, splitsing vernietigd plan in drie delen, begrenzing, beoordeling ruimtelijke aanvaardbaarheid ook bij splitsing mogelijk
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5491: Awb; evenementenvergunning, foodtruck festival, livemuziek, geluid, geluidsnormen uit beleidsregel, zelfde gronden als in beroep, vereiste omgevingsvergunning, beschermde bomen, rijksmonument, zelfde gronden als in beroep (Rb Midden-Nederland 23/454)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5461: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en reclame, uitleg planregels, definitie begrip “Horeca I” (Rb Oost-Brabant 23/1635)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5474: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, hoogte tuinhuis, geen kunstmatige ophoging terrein, rapport toezichthouders (Rb Noord-Nederland 22/3287)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5420: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting vier personen, arbeidsmigranten, wijziging beleidsregels, overgangsrecht beleidsregels, gelijkheidsbeginsel (Rb Zeeland-West-Brabant 23/2)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5460: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling kantoorpand, 9 appartementen, 2 twee-onder-een-kapwoningen, inspraak, parkeeroverlast, geluid van parkeerplaats, geluidsoverlast warmtepompen, akoestisch onderzoek, wateroverlast, privacy
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5453: Awb, Wro; planschade, planvergelijking, toegestane bouwhoogte onder oude planologische regime, zelfde gronden als in beroep (Rb Midden-Nederland 22/3414, 23/1328, 23/1329, 23/1333 en 23/1334)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5487: Awb, Wro; bpl, verwijderen beeldbepalende waardevolle groenstrook, parkeerplaatsen, onderzoek natuurwaarden, fourageergebied dwergvleermuis, noodzaak volledige compensatie parkeerplaatsen, geen onderzoek naar alternatieve locaties, aanvullende motivering onvoldoende, zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5499: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen en afwijken bpl, legalisatie, drie lichtmasten met led-lampen, omvang vergunde afwijking, niet alleen gericht op paardenbak, ruimtelijke aanvaardbaarheid (Rb Gelderland 23/1198)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5492: Awb, Wabo; handhaving, invordering, dwangsommen, bewoning door meer dan één afzonderlijk huishouden, bijzondere omstandigheden, Oekraïense vluchtelingen (Rb Noord-Holland 23/6393)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5471: Awb, Wro; planschade, inpassingsplan windpark, planvergelijking, schadefactoren, geluid, gezondheidsrisico’s, taxatie, TNO-rapport, normaal maatschappelijk risico (Rb Gelderland 24/1603)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5483: Awb, Wro; planschade, gelijkheidsbeginsel, verschil met taxatierapport bovenbuurman, normaal maatschappelijk risico (Rb Den Haag 23/5140)
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5496: Awb, Wro, Wabo, Chw; inpassingsplan, omgevingsvergunning, militair radarstation, rijkscoördinatieregeling, geen instemming Tweede Kamer, verwezenlijking nationaal ruimtelijk beleid, Afdeling niet bevoegd voor wat betreft omgevingsvergunning, tussenuitspraak
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5481: Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, (Rb Den Haag 23/6649)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:599: weigering subsidie, Regeling Behoud grasland bij afbouw derogatie 2023, geen derogatievergunning, evenredigheidsbeginsel
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:600: Awb, Meststoffenwet; boete, overschrijding gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, stikstofgebruiksnorm en fosfaatgebruiksnorm, aangroei bezinklaag, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 23/1342)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:597: Awb, Meststoffenwet; boete, intrekking derogatievergunning, overschrijding gebruiksnorm, bewijsmaatstaf, hoogte boete, redelijke termijn
* Rechtbank Midden-Nederland 10 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5853: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, bakkerij, bouwen zonder vergunning, begunstigingstermijn onvoldoende zeker, afhankelijk van beslissing op aanvraag vergunning
* Rechtbank Midden-Nederland 7 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5838: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, aanleg ontsluitingsweg, ecologie, quickscan, niet duidelijk wat getoetst, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Nederland 7 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4604: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, verwijderen houtopstand, herplantverplichting, herplanting op ander perceel, geen bijzondere omstandigheid
* ABRvS 6 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5380: Awb, Wro; vovo, bpl, 17 compacte woningen, verkeersonderzoek, water
* ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5286: Awb, Wro; vovo, bpl, afzonderlijk exploiteren pluimveebedrijf en de mestvergisting, volgens toelichting raad geen uitbreiding vergistingsactiviteiten, standpunt onvoldoende onderbouwd
* Rechtbank Overijssel 5 november 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6400: BW; civiel recht, gemeenschappelijk eigendom, regeling, percelen met woning bestaande uit twee wooneenheden en bijgebouwen, aankondiging handhaving gemeente, overschrijding toegestane oppervlakte aan bijgebouwen, vordering verwijdering bijgebouwen, verbouwing is geen gewoon onderhoud maar beheer, zonder toestemming verbouwen onrechtmatig, tussenconclusie, feitelijke verhoudingen bij aankoop betrekken uitbreidingsmogelijkheden
¶ Rechtbank Midden-Nederland 5 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5756: Awb; handhaving, last onder dwangsom, houden van meer dan vier honden, Verordening fysieke leefomgeving, Uitvoeringsbesluit, verwijzing uit APV komen te vervallen geen rechtsgrond, norm van vier honden niet gemotiveerd, belangenafweging
* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 november 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:258: twee bouwvergunningen, logeerruimte met carport, bouwen en verbouwen, Eilandelijk Ontwikkelingsplan, Bouw- en Woningverordening
* Rechtbank Gelderland 4 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9297: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, kinderdagverblijf, afwijken van facetbpl parkeren, verhuisd, schade tot op zekere hoogte aannemelijk, geluid, normen Wgh, parkeeronderzoek, telmomenten niet overeenkomstig beleidsregels, redelijke termijn
* Rechtbank Noord-Holland 3 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12828: Awb; handhaving, last onder dwangsom, drijvend clubhuis bij jachthaven, verordening fysieke leefomgeving, geen bijzonder geval
# Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7041: Awb, Wabo, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning en omgevingsvergunning milieu, afvalverwerkingsinstallatie, mestvergistingsinstallatie, artikel 5.4, lid 2, Wnb, gebiedsgerichte beoordeling, natuurdoelanalyse, beoordeling Ecologische Autoriteit, noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn, niet inzichtelijk, geurhinderniveau, geurnorm haalbaar met nog niet vergunde wijzigingen, drie jaar geen gebruik gemaakt van vergunning, samenhang met in stand blijven vergunde wijzigingen
# Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7040: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen milieu, bouwen en afwijken bpl, , wijzigingsvergunningen, mestvergistingsinstallatie, ontbreken aanhakende natuurtoestemming, m.e.r.-beoordeling ziet alleen op wijzigingen, eerdere aanvraag gebaseerd op onjuiste geurvracht, haalbaarheid geuremissiegrenswaarde onzeker, twijfel over geurverwijderingsrendement luchtwasser, geen milieu neutrale wijziging, afwijken bpl, monitoringsplan, voorlopige voorziening, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7045: Awb, Ow; handhaving, last onder bestuursdwang, in bezit hebben twee Sulawesi-jaarvogels en twee kleine paradijsvogels, legale herkomst, gefokt met ouders in gevangenschap, CITES-regelgeving, Bal, overtreding, naadloos gesloten pootring, open norm, beoordelingsruimte, vertrouwensbeginsel, evenredigheid
* Rechtbank Gelderland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9156: Awb; handhaving, last onder bestuursdwang, kostenverhaal, ernstig vervuilde woning, hoger beroep tegen verzegeling, geen toezegging hoogte kosten, geen bijzonder omstandigheden
* Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7047: Awb; afwijzing verzoek nadeelcompensatie, vestiging voorkeursrecht, alleen beoordeling schade ten gevolge van besluit, waardetaxatie door Belastingdienst, peildatum voor vestiging voorkeursrecht, niet aangetoond dat vestiging voorkeursrecht van invloed is geweest
* Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7048: Awb, Chw, Waterwet; projectplan, stabieler waterpeil, klimaatverandering, bergingsgebied, verhogen waterpeil, beroep[ veehouders en boomkwekerij, toetsingskader, gevolgen voor grondwaterniveau, rapporten over hydrologische effecten, geen belemmering werking watersysteem op percelen eisers, landbouwkundige gevolgen, referentiegewas, mitigerende maatregelen, borging individuele mitigerende maatregelen in projectplan niet noodzakelijk, borging streefpeil en peilbeheer niet noodzakelijk, nadeelcompensatie, monitoring
¶ Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7046: Awb, Ow; afwijzing verzoek handhaving, vermijdings- en reductieprogramma voor ZZS, vaststelling VRP, bestuurlijk rechtsoordeel, doel VRP, verschaffen informatie, beoordelingsruimte
* Rechtbank Den Haag 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20282: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen woonunits voor huisvesting arbeidsmigranten, vertrouwensbeginsel, begunstigingstermijn redelijk
* Rechtbank Gelderland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9167: Awb, Wnb; natuurvergunning, legalisering biogas-installatie en raffinage-installatie, intern en extern salderen, bevoegdheid, geen overeenstemming over Natura 2000-gebied in andere provincie, additionaliteit
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7293: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, herdenkingsmonument, alternatieve locaties, criteria, onderzoek college
* Rechtbank Gelderland 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9144: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, schuilstal, mogelijkheid oprichten binnen aangrenzende woonbestemming, gebruik bebouwing voor andere doeleinden
* Rechtbank Gelderland 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9141: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, bezwaar niet-ontvankelijk, geen belanghebbende, afstand 350 m, geen zicht
* Rechtbank Amsterdam 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8098: Awb, Wro; planschade, vergroten en transformeren gebouw tot woningen en kantoren, nieuwe overzichtsuitspraak, normaal maatschappelijk risico, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Limburg 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10777: Awb; vovo, evenementenvergunning, bevoegdheid, strijd met bpl, evenementenbeleid, doelredenering, geluidcategorie
¶ Rechtbank Den Haag 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19810: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, dakterras zonder vergunning, overtreding, vervanging eerder dakterras, ballustrade 20 jaar niet aanwezig, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Gelderland 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9102: BW; civiel recht, deskundige, hoor en wederhoor, niet in belangen geschaad, grond verontreinigd met asbest, non-conform
* Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2857: BW; civiel recht, overheidsaansprakelijkheid, weigering omgevingsvergunning hotel, onrechtmatig besluit, veroordeling in bedrijfsschade € 900.000,-, hoger beroep, omvang schade, uitgangspunten bij begroting schade, cash flow-methode, soll-positie, ex post-benadering, ist-positie, benoemen deskundige
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7324: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en milieu, varkensstal, geen aanhaakverplichting Wnb-vergunning
* Rechtbank Den Haag 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20334: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, legalisering dakterras
* Rechtbank Noord-Holland 20 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12839: Awb, Wnb; natuurvergunning, eerdere PAS-melding, extern salderen, uitbreiding dieraantallen en beweiden koeien, referentiesituatie, milieutoestemming, laagste toegestane emissie, geen bewijs dat Hinderwetvergunning was vervallen, motivering additionaliteitsvereiste onoldoende
* Rechtbank Amsterdam 6 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7381: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervangen van twee woonschepen door twee nieuwe woonarken, vervangingsregels uit paraplubestemmingsplan, verwijzing naar waterbeleidsregels, hart-op-hart-ligging, binnenplanse afwijking
¶ Rechtbank Amsterdam 30 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7372: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning BOPA, dichtzetten balkon, uitbouw, strijd met omgevingsplan, ETFAL, stedenbouwkundig niet gewenst, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 30 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7370: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, restaurant, Activiteitenregeling, ontgeuringsinstallatie, geurhinder, NTA 9065, gecertificeerde neuzen, controlerapport, geen onderbouwing onaanvaardbaarheid
* Rechtbank Midden-Nederland 30 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5519: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, telecommunicatiemast, omgevingsverordening, landschappelijke inpassing
* Rechtbank Noord-Nederland 26 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3975: weigering omgevingsvergunning, woning, strijd met beheersverordening, alleen gebruik eerste verdieping onder bouwovergangsrecht, motivering onvoldoende, exceptieve toets
* Rechtbank Amsterdam 22 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7373: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunningen, legalisatie, driehoeksbalkon, dakterras, strijd met bpl, privacy, ruimtelijke kwaliteit, beschermd stadsgezicht, niet onder overgangsrecht, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 19 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7375: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, bouwkundige wijzigingen, verdiepen kelder, koekoeken, twee wolfskuilen, welstand, geen monument, saneringsplan niet noodzakelijk, zorgplicht Bouwbesluit 2012 , aannemelijkheidstoets, ecologisch onderzoek, vleermuizen
* Rechtbank Amsterdam 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6143: Awb, verkeersbesluit milieuzone, ontvankelijkheid, termijnoverschrijding, niet verschoonbaar, omvang gebied, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6640: Awb; raadsinformatiebrief, bezwaar net-ontvankelijk, Verdag van Aarhus, voornemens om project- en investeringsbesluit te nemen , geen besluit
¶ Rechtbank Gelderland 20 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3860: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning BOPA, drie pipowagens, hottubs en parkeerplaatsen, ETFAL, stiltegebied, fauna
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5486: Awb, Wro; bpl, partiële herziening, gemeentelijke herindeling, wijzigingsbesluiten, maximaal toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken, omgevingsverordening, standstill-bepaling, Wnb, ontbreken passende beoordeling, vormverandering bouwvlakken, wijzigingsbevoegdheid naar bedrijfsbestemming na beëindiging agrarisch bedrijf, verruiming omvang recreatiewoningen, paardenbakken, ambulante handel, reclameborden, militaire oefenterreinen, Barro, bouwmogelijkheden maneges, begrenzing natuurnetwerk, tussenuitspraak
26.5. Uit artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb), in samenhang gelezen met artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb, volgt dat een passende beoordeling moet worden gemaakt als een plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die ten opzichte van de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, is een plan dat significante gevolgen kan hebben en dat passend beoordeeld moet worden. De feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie wordt ook wel de referentiesituatie genoemd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1371, onder 9.1). De Afdeling stelt vast dat bij de voorbereiding van het plan geen passende beoordeling is gemaakt, terwijl het plan ontwikkelruimte voor veehouderijen niet uitsluit. Dit stelt de BMF terecht. Volgens de raad was het maken van een passende beoordeling niet nodig omdat met de hiervoor onder 26.3 en 26.4 weergegeven regels van het plan van Haaren en het plan van Vught (hierna: de standstill-bepalingen) is verzekerd dat het plan niet leidt tot significante effecten voor Natura 2000-gebieden. Dit omdat veehouderijen en geiten- en paardenhouderijen in het plan alleen ontwikkelmogelijkheden worden geboden onder de “standstill” voorwaarde, zoals in deze bepalingen opgenomen. In die voorwaarde wordt evenwel uitgegaan van de depositie van stikstof vanwege een agrarisch bedrijf op Natura 2000-gebieden. Met dit uitgangspunt wordt de mogelijkheid opengelaten dat bij de toepassing van de standstill-bepalingen om significante effecten op Natura 2000-gebieden te voorkomen, gebruik wordt gemaakt van de depositieruimte van een ander bedrijf op een andere locatie, waardoor de feitelijke stikstofdepositie zoals die bestond ten tijde van de vaststelling van het plan per saldo niet toeneemt. De standstill-bepalingen laten daarmee ruimte voor extern salderen (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:999). Externe salderingsmaatregelen zijn volgens vaste rechtspraak mitigerende maatregelen, waarmee alleen in een passende beoordeling rekening mag worden gehouden. De BMF stelt terecht dat dit niet is gebeurd. Het plan van Haaren en het plan van Vught zijn daarom in strijd met artikel 2.7, eerste lid, en artikel 2.8, derde lid, van de Wnb vastgesteld.
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5426: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning op basis van PAS, co-vergistingsinstallatie, PAS-vergunning verleend in strijd met wettelijke voorschriften, nadere motivering soort maatregel niet vereist, uitgaan van KDW, niet van DOREN-model, uitgaan van KDW voor habitat(sub)typen, niet voor vegetatietypen, (Rb Midden-Nederland 22/810 en 22/811)
22.4. Wat betreft het betoog dat in dit geval aansluiting moet worden gezocht bij de KDW voor specifieke vegetatietypes en niet bij de KDW van het habitattype, overweegt de Afdeling als volgt. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Hrl worden speciale beschermingszones genaamd Natura 2000-gebieden aangewezen en bestaan die gebieden uit de in bijlage I genoemde typen natuurlijke habitats en de in bijlage II genoemde soorten. Uit het aanwijzingsbesluit van 4 juli 2015 volgt dat het Natura 2000-gebied Kolland & Overlangbroek is aangewezen voor het habitattype H91E0, zoals ook staat in bijlage I van de Hrl. Uit het bovenstaande volgt naar het oordeel van de Afdeling dat een Natura 2000-gebied wordt aangewezen voor specifieke habitat(sub)typen en niet voor vegetatietypen of grondsoorten. Het college moet dan ook motiveren dat (dreigende) verslechtering wordt voorkomen van de habitat(sub)typen waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. In dat licht bezien mag het college de landelijke KDW die is vastgesteld per habitat(sub)type dat voorkomt in een Natura 2000-gebied als richtsnoer gebruiken. Dit betekent dat in dit geval het college aansluiting heeft mogen zoeken bij de KDW van 1857 mol/ha/jaar voor het habitattype H91E0C. Deze KDW is verdisconteerd in AERIUS Monitor 2024.
# ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5451, ECLI:NL:RVS:2025:5454, ECLI:N:RVS2025:5452, ECL:NL:RVS:2025:5449, ECLI:NL:RVS:2025:5436, ECLI:NL:RVS:2025:5434, ECLI:NL:RVS:2025:5431, ECLI:NL:RVS:2025:5435, ECLI:NL:RVS:2025:5433, ECLI:NL:RVS:2025:5429, ECLI:NL:RVS:2025:5430, ECLI:NL:RVS:2025:5432, ECLI:NL:RVS:2025:5427, ECLI:NL:RVS:2025:5439, ECLI:N:RVS:2025:5448, ECLI:NL:RVS:2025:5437, ECLI:NL:RVS:2025:5438, ECLI:NL:RVS:2025:5450, ECLI:NL:RVS:2025:5447, ECLI:NL:RVS:2025:5424, ECLI:NL:RVS:2025:5444, ECLI:NL:RVS:2025:5423, ECLI:NL:RVS:2025:5443, ECLI:NL:RVS:2025:5442, ECLI:NL:RVS:2025:5441, ECLI:NL:RVS:2025:5440, ECLI:NL:RVS:2025:5422, ECLI:NL:RVS:2025:5428: Awb, Wro; planschade, 3 woontorens van 215, 70 en 70 m hoog, goede procesorde, totstandkoming STAB-verslag, afwijzing verzoek aanwezigheid taxateur bij taxatie, gedragscode STAB, niet geschaad in verdedigingsbelang, planvergelijking, zelfde gronden als in beroep, taxatie, waardedaling, percentage, normaal maatschappelijk risico, proceskosten, samenhangende zaken, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/146, 20/6898, 21/148, 21/3067, 21/3641, 21/3073, 21/3646, 20/6895, 21/147, 21/3076, 21/3649, 20/6897, 21/189, 20/6891, 21/144, 20/6890, 20/6894, 21/145, 21/3071, 21/3645, 21/3074, 21/3647, 21/3078, 21/3651, 21/3070, 21/3644, 21/3077, 21/3650, 21/3068, 21/3642, 20/6896, 21/151, 20/6893, 21/143, 21/3066, 21/3640, 21/3069, 21/3643, 21/6182 en 22/62, 21/3072, 21/3075, 21/3648, 20/6888, 21/142, 21/3079, 21/3652, 20/6892, 21/3080, 20/6889)
8.3. Naar het oordeel van de Afdeling is Zalmhaven niet in haar verdedigingsbelang geschaad door de omstandigheid dat een door haar ingeschakelde taxateur niet bij de opnames aanwezig heeft kunnen zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de STAB een onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke deskundige is. De STAB heeft haar advies ook niet namens één van de partijen, maar op verzoek van de rechtbank opgesteld en aan de rechtbank uitgebracht. Partijen hebben kunnen reageren op een door de STAB opgesteld conceptverslag en op het door de STAB aan de rechtbank uitgebrachte verslag. Verder is niet in geschil dat De la Court zijn taxaties, onder verantwoordelijkheid van de STAB, als onafhankelijk en onpartijdig taxateur heeft verricht. Voor de aanvragers bestond ook geen verplichting om een door Zalmhaven ingeschakelde taxateur bij de opnames in hun appartementen aanwezig te laten zijn. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank het daartoe ingediende verzoek van Zalmhaven dan ook terecht afgewezen.
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5420: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting vier personen, arbeidsmigranten, wijziging beleidsregels, overgangsrecht beleidsregels, gelijkheidsbeginsel (Rb Zeeland-West-Brabant 23/2)
4.2. De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat bij een volledige heroverweging in bezwaar als uitgangspunt geldt dat bij het nemen van een besluit op bezwaar het recht wordt toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt ook voor beleidsregels. De enkele omstandigheid dat een belanghebbende door toepassing van de nieuwe beleidsregels in een ongunstigere positie komt, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. De Afdeling wijst in dit verband op haar uitspraken van 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1473, onder 5.3, en 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3594, onder 8.2. In bijzondere gevallen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken.
4.3. Dat door de toepassing van de Beleidsregels 2022 de huisvesting van vier in plaats van zes personen kon worden vergund, heeft het college – anders dan [appelante] betoogt – niet als bijzonder geval hoeven aan te merken. De rechtbank is terecht tot dit oordeel gekomen. Dat [appelante] is uitgegaan van de informatie die zij naar zeggen van de gemeente heeft ontvangen voorafgaand aan de indiening van haar aanvraag, geeft geen grond voor het oordeel dat hier wel sprake is van een bijzonder geval. Dat geldt ook niet voor de omstandigheid dat [appelante] er niet bekend mee was dat beleidsregels ten nadele van een aanvrager kunnen wijzigen.
* ABRvS 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5499: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen en afwijken bpl, legalisatie, drie lichtmasten met led-lampen, omvang vergunde afwijking, niet alleen gericht op paardenbak, ruimtelijke aanvaardbaarheid (Rb Gelderland 23/1198)
3.3. Over de omvang van de vergunde afwijking van het bestemmingsplan overweegt de Afdeling het volgende. In het besluit van 20 juli 2022 staat dat de vergunde afwijking van het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebruik van de lichtmasten voor de paardenbak. Het besluit van 24 januari 2023 vermeldt daarentegen dat de lichtmasten ten dienste staan van de paardenbak en de aangrenzende tuin. In zijn verweerschrift in beroep heeft het college gesteld dat het passend is dat de lichtmasten ook het gedeelte tussen de paardenbak en de paardenstal verlichten in verband met de loop van de stal naar de paardenbak en het zadelen en verzorgen van de paarden. De aanvraag om omgevingsvergunning bevat foto’s van de toen al gerealiseerde lichtmasten en vermeldt dat de lichtmasten worden gebruikt om de paardenbak te verlichten. Op die foto’s is duidelijk zichtbaar dat aan de bovenzijde van elke lichtmast twee ledlampen zijn gemonteerd, waarvan de ene is gericht naar het noorden, richting de paardenbak, en de andere is gericht naar het zuiden. Ook is daarop een afgerasterde doorgang zichtbaar tussen de paardenbak en het gebouw ten zuidoosten daarvan. Die doorgang is ongeveer 11 m breed en 16 m diep. Op de zitting is duidelijk geworden dat dit de doorgang is tussen de paardenstal en de paardenbak. Verder is op de foto’s te zien dat de naar het zuiden gerichte ledlampen niet alleen zijn geplaatst ter hoogte van die doorgang en dat die lampen niet naar beneden, maar in een zodanige hoek schuin omhoog zijn gericht dat niet valt uit te sluiten dat daarmee een aanzienlijk gedeelte van het perceel ten zuiden van de paardenbak kan worden verlicht. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat uit de aanvraag blijkt dat alle ledlampen een brede verlichtingshoek hebben van 120 graden. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat onvoldoende duidelijk is wat de strekking is van de vergunde afwijking van het bestemmingsplan.
In zoverre slaagt het betoog.
3.4. Over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de lichtmasten overweegt de Afdeling het volgende. Gelet op artikel 8.2.1, aanhef en onder b, van de regels van het bestemmingsplan heeft de planwetgever binnen de bestemming “Recreatie” lichtmasten tot 8 m hoog planologisch aanvaardbaar geacht. Gelet daarop heeft het college de lichtmasten, voor zover die niet dienstbaar zijn aan de bestemming “Recreatie”, maar aan de paardenbak, in beginsel ruimtelijk aanvaardbaar kunnen achten. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat in de omgevingsvergunning is voorgeschreven dat de verlichting tussen 23.00 uur en 7.00 uur uitgeschakeld moet zijn en dat de verlichting buiten die uren alleen ingeschakeld mag zijn, als er sport wordt beoefend of als onderhoud plaatsvindt. Maar in weerwil daarvan is de Afdeling, in het voetspoor van wat hiervoor onder 3.3 is overwogen, van oordeel dat het college zijn standpunt over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de vergunde afwijking van het bestemmingsplan op onzorgvuldige wijze heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Omdat onduidelijk is wat de vergunde afwijking van het bestemmingsplan inhoudt, is onduidelijk in hoeverre sprake is van nadelige gevolgen van de omgevingsvergunning. De in het kader van de ruimtelijke aanvaardbaarheid door het college gemaakte vergelijking met de richtafstand van 50 m tot sportvelden met verlichting doet in dit geval geen opgeld, alleen al omdat onduidelijk is wat de afstand is tussen het gedeelte van het perceel dat op grond van de omgevingsvergunning mag worden verlicht en de woning van [appellant]. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 5 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5756: Awb; handhaving, last onder dwangsom, houden van meer dan vier honden, Verordening fysieke leefomgeving, Uitvoeringsbesluit, verwijzing uit APV komen te vervallen geen rechtsgrond, norm van vier honden niet gemotiveerd, belangenafweging
12. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat in de APV wordt verwezen naar artikel 2:21 van de Verordening niet betekent dat de nadere regels van het Uitvoeringsbesluit daarop ook van toepassing zijn. In de Verordening is niet vastgesteld dat de nadere regels uit het Uitvoeringsbesluit voor wat betreft hinderlijke of schadelijke dieren nog steeds van toepassing zijn. De rechtbank stelt vast dat dit anders is voor andere artikelen die voorheen in de APV waren opgenomen en die inmiddels zijn opgenomen in de Verordening. In de toelichting bij de Verordening is voor een aantal andere artikelen namelijk wel expliciet vermeld dat in het Uitvoeringsbesluit nadere regels zijn opgenomen en dat die nog steeds van toepassing zijn.4 Tijdens de zitting heeft het college niet kunnen toelichten waarom dit voor het vervallen artikel 2:60 van de APV niet is gedaan.
(…)
18. De rechtbank overweegt dat het mensen in beginsel vrij staat om een onbeperkt aantal huisdieren te houden. De gemeente kan regelgeving maken om te voorkomen dat er overlast ontstaat. De gemeente moet daarbij wel enige terughoudendheid toepassen om niet te ver in te grijpen in de privésfeer. De bedoeling van de regelgeving is om te kunnen optreden tegen mensen die door het houden van dieren geluidsoverlast, stank of andere hinder of schade veroorzaken. De rechtbank begrijpt dat het college vanuit het oogpunt van rechtszekerheid heeft gekozen voor een concrete norm, te weten een maximum van vier honden. Het college moet daarbij wel goed motiveren hoe het tot die norm is gekomen. Daarnaast zal het college bij het handhaven van die norm (zoals in dit geval in de vorm van een last onder dwangsom) steeds moeten beoordelen of het handhaven van die norm ook leidt tot het beoogde doel (in dit geval het voorkomen of beëindigen van hinder) en of handhaving evenredig is.
19. De rechtbank oordeelt dat het college niet concreet heeft toegelicht op welke manier de norm van maximaal vier honden is vastgesteld. Het college heeft niet concreet toegelicht waarom er bij het houden van meer dan vier honden sprake is van overlast. Daarbij heeft het college een norm van vier honden gesteld zonder er rekening mee te houden dat verschillende omstandigheden van invloed kunnen zijn op de vraag of de honden overlast veroorzaken, zoals de manier waarop de honden worden gehuisvest, of de woning in de bebouwde kom of daarbuiten ligt, hoeveel buren er in de omgeving wonen en hoe ver die uit elkaar wonen. Ook is geen rekening gehouden met het soort woning, of het gaat om een portiekflat of een vrijstaande woning, of met de grootte van de woning. Dit zijn allemaal omstandigheden die een rol zouden kunnen spelen bij het vaststellen van een dergelijke norm. De rechtbank overweegt dat de norm is vastgesteld met het doel om overlast te voorkomen, maar het college heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat de norm van vier honden daarvoor passend en geboden is. Tijdens de zitting heeft het college ook niet kunnen toelichten hoe de norm van vier honden is vastgesteld en waarom er bij meer dan vier honden sprake zou zijn van overlast.
# Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7041: Awb, Wabo, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning en omgevingsvergunning milieu, afvalverwerkingsinstallatie, mestvergistingsinstallatie, artikel 5.4, lid 2, Wnb, gebiedsgerichte beoordeling, natuurdoelanalyse, beoordeling Ecologische Autoriteit, noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn, niet inzichtelijk, geurhinderniveau, geurnorm haalbaar met nog niet vergunde wijzigingen, drie jaar geen gebruik gemaakt van vergunning, samenhang met in stand blijven vergunde wijzigingen
7.1. In rechtsoverweging 25 van de uitspraak van 18 december 2024 geeft de Afdeling het beoordelingskader weer voor het daar aan de orde zijnde verzoek om intrekking van een natuurvergunning met toepassing van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb. De rechtbank neemt het beoordelingskader in de uitspraak van 18 december 2024 integraal over.
Dit beoordelingskader is gebaseerd op het beoordelingskader van de uitspraak van 20 januari 2021 dat is bevestigd in de uitspraak van 2 juli 2025. Een grond voor intrekking of wijziging van een natuurvergunning is aanwezig als sprake is van een – dreigende – verslechtering of verstoring met significante gevolgen voor een habitattype of soort waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen en de activiteit waarvoor de natuurvergunning is verleend effecten heeft op die natuurwaarden (zie de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, rechtsoverweging 25.2). Deze beoordeling vergt een gebiedsgerichte beoordeling. Het college moet niet alleen de te treffen maatregelen in beeld brengen, maar moet ook onderbouwen welke daling van stikstofdepositie naar het oordeel van het college noodzakelijk is, en binnen welke termijn deze daling van stikstofdepositie kan worden gerealiseerd. Aangezien deze onderbouwing per Natura 2000-gebied moet worden gegeven, hoeft het college daarbij niet noodzakelijkerwijs aan te sluiten bij de generieke omgevingswaarden die in art. 1.12a van de Wnb zijn opgenomen en het bijbehorende tijdpad, maar kan het college voor het betreffende Natura 2000-gebied een gebiedsspecifieke onderbouwing hanteren. Het college zal vervolgens moeten motiveren waarom de daling van stikstofdepositie door de voorgestelde maatregelen voldoende is om verslechtering tegen te gaan. Daarbij kan helpend zijn dat het college inzichtelijk maakt wat de kenmerken zijn van het gebied en wat op basis daarvan nodig en mogelijk is voor het betreffende Natura 2000-gebied om invulling te geven aan artikel 6, tweede lid, van de Hrl. De passende maatregelen moeten vervolgens zijn gericht op het tegengaan van de (dreigende) verslechtering (zie rechtsoverweging 10.7 van de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025). Het college heeft in het bestreden besluit verzuimd om deze beoordeling te verrichten en heeft ter zitting aangegeven dat het bestreden besluit achterhaald is. Alleen al daarom komt het bestreden besluit in aanmerking voor vernietiging.
(…)
7.5. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat met de passende maatregelen die zijn genoemd tot en met de zitting van 10 juli 2025, wordt voorzien in de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van 18 december 2024 van de Afdeling en de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025, ook al worden daar de passende maatregelen voor een ander Natura 2000-gebied (Kempenland-West) besproken. De in die uitspraak genoemde passende maatregelen zijn nagenoeg identiek aan de passende maatregelen die het college heeft aangevoerd in deze zaak. De mate van verslechtering van diverse habitattypen in het gebied Kempenland-West door stikstofdepositie verschilt niet van de mate van verslechtering van diverse habitattypen in het gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (beide gebieden hebben habitattypen met een conclusie ‘Nee tenzij’, zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 14 mei 2025).
# Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7040: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen milieu, wijzigingsvergunningen, mestvergistingsinstallatie, ontbreken aanhakende natuurtoestemming, m.e.r.-beoordeling ziet alleen op wijzigingen, eerdere aanvraag gebaseerd op onjuiste geurvracht, haalbaarheid geuremissiegrenswaarde onzeker, twijfel over geurverwijderingsrendement luchtwasser, geen milieu neutrale wijziging, afwijken bpl, monitoringsplan, voorlopige voorziening, tussenuitspraak
7.3. De StAB heeft in haar verslag in de procedures SHE 22/3171 en SHE 22/3200, waarbij ook de zaken SHE 23/745 en SHE 23/751 zijn betrokken, het volgende geconcludeerd (voor zover van belang voor de beoordeling van dit onderdeel van het bestreden besluit):
– Omdat het geurrapport van 2017 onderdeel uitmaakt van de vergunning neemt de StAB aan dat de verwijzing naar een oude tabel met onjuiste gegevens in de vergunning van 2018 onjuist was en gaat de StAB uit van een vergunningseis van 32.111 ouE/s.
– De StAB volgt de herberekeningen van het college van de prognose van geuremissie op basis van de in 2017 gebruikte kengetallen van Ecoson en van twee andere bedrijven. StAB komt tot een totale verwachte ongereinigde geurvracht van de installatie van 108,2 MouE/ton, dat is 1,82 keer hoger dan waarvan in de aanvraag 2018 is uitgegaan (59,6 MouE/ton). Als het Ecoson kengetal worstcase met twee zou moeten worden vermenigvuldigd, bedraagt de totale verwachte ongereinigde geurvracht 130,3 MouE/ton. Dat is 2,19 keer hoger dan waarvan in de aanvraag 2018 is uitgegaan.
– Bij een worst-case benadering zou de ongereinigde geurvracht moeten worden behandeld in een geurverwijderingsinstallatie met een reinigingsrendement van 91% (1% hoger dan waar het college van uitgaat) om te voldoen aan de vergunningseis van 32.111 ouE/s.
StAB kan niet vaststellen dat de geurvracht van de drooglucht van digestaat op basis van de referentie Ecoson van 66 MouE/ton onjuist is.
Gezien alle onzekerheden dient met de nodige terughoudendheid te worden bezien of het geurreinigingsrendement van 80% naar 90% kan worden opgehoogd door middel van verbeteringen aan de drievoudige gaswassing en zou met het oog op een verdere rendementsverhoging een aanvullende techniek in beschouwing moeten worden genomen.
(…)
7.7. De rechtbank gaat er, gelet op het advies van de StAB, ook van uit dat de ongereinigde geurvracht fors hoger is dan de geurvracht waarvan is uitgegaan bij de aanvraag voor deze omgevingsvergunning. Om de daaruit voortvloeiende geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken moet de luchtwasser een fors hoger geurverwijderingsrendement van 89 tot 91% behalen. Het is onzeker of dat rendement kan worden behaald met de installatie zoals deze is vergund in de omgevingsvergunning 2022. Weliswaar is de omgevingsvergunning 2018 onherroepelijk, maar dit geldt niet voor het geurrapport dat daaraan ten grondslag ligt. De verwijzing in voorschrift 3.1.1 van de omgevingsvergunning 2018 naar een tabel in bijlage 2 met geur emissiebronnen en de opmerking dat het geurrapport onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning 2018 voor zover hiervan niet anders wordt bepaald in de voorschriften en beperkingen leidt niet tot een ander oordeel. Ofschoon de vergunde wijzigingen in de omgevingsvergunning 2022 op zichzelf niet zullen leiden tot een toename van de geurbelasting, staat niet vast of de installatie zoals die na de gevraagde wijziging in werking zal zijn, kan voldoen aan de geldende emissiegrenswaarde (ook na correctie van de kennelijke verschrijving). Naar het oordeel van de rechtbank is dit onvoldoende zeker. Het college is er ten onrechte van uitgegaan dat sprake is van een milieu neutrale wijziging en heeft de omgevingsvergunning 2022 ten onrechte voorbereid met een reguliere voorbereidingsprocedure.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7046: afwijzing verzoek handhaving, vermijdings- en reductieprogramma voor ZZS, vaststelling VRP, bestuurlijk rechtsoordeel, doel VRP, verschaffen informatie, beoordelingsruimte
12.2. Op grond van artikel 5.24, tweede lid, van het Bal moet bij een VRP een overzicht worden verschaft van de mogelijkheden om het gebruik van zzs te vermijden of te reduceren. Verder moet het informatie bevatten over de bedrijfszekerheid en de kosten van technieken en informatie over afwenteleffecten. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het VRP alleen tot doel heeft om hem informatie te verschaffen over de vermijding en reductie van zzs. Artikel 5.24, tweede lid, van het Bal verplicht er niet toe om verslag te doen van wat een bedrijf in het verleden of tijdens een afgelopen rapportageperiode van vijf jaar aan vermijding of reductie heeft gedaan. Ook volgt er geen verplichting uit tot minimalisatie. Die verplichting volgt uit artikel 2.11 van het Bal maar niet uit artikel 5.24, tweede lid, van het Bal. [eiseres] heeft artikel 2.11 van het Bal niet ten grondslag gelegd aan haar handhavingsverzoek. Met het artikel 5.24 van het Bal kunnen tot slot geen nieuwe technieken binnen een bepaalde termijn worden afgedwongen om de emissies van zzs te vermijden of te reduceren.
12.3 Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het alleen moet beoordelen of voldoende informatie wordt overgelegd over het doel van het voorkomen van emissies van zzs en, indien niet mogelijk, het zoveel mogelijk vermijden van zzs-emissies naar de leefomgeving. Daarbij komt het college enige beoordelingsruimte toe. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college de door [naam] met het VRP 2024 aangeleverde informatie als voldoende heeft kunnen beschouwen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [naam] heeft laten weten dat wat betreft de door [eiseres] aangehaalde stoffen, volgens de huidige stand van de techniek nog geen vervangende stoffen beschikbaar zijn, of geen technieken beschikbaar zijn om de emissies verder te reduceren. Voor de zzs waar dat wel mogelijk was, heeft [naam] de afgelopen jaren het gebruik van zzs weten te vermijden of te reduceren. Onderzoek naar nieuwe technieken, ook onderzoek van [naam], gaat door, maar wijst op dit moment voor de bedoelde stoffen nog niet in een concrete richting. Daarom heeft [naam] in het VRP 2024 volstaan met de mededeling dat onderzoek naar vervanging of reductie van de door [eiseres] zzs nog gaande is. [eiseres] heeft deze standpunten van [naam] niet of zeer beperkt tegengesproken. [eiseres] heeft in dit verband gesteld dat [naam] behoorde aan te tonen dat meer acties dan voortzetting van bestaand onderzoek niet nodig zijn. De verplichting om een VRP te maken is er echter in de eerste plaats op gericht om het college inzicht te verschaffen in wat en hoe [naam] aan reductie en vermijding van zzs doet en niet een verplichting om aan te tonen dat het niet nog meer zou kunnen doen of inzicht te verschaffen in alle denkbare mogelijkheden voor vermijding of reductie van zzs. In wat [eiseres] heeft aangevoerd, en gegeven de beoordelingsruimte die het college heeft, ziet de rechtbank daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het college de aangeleverde informatie als onvoldoende heeft kunnen beschouwen. De rechtbank benadrukt voor de goede orde dat dit oordeel [naam] niet van de verplichting ontheft om de emissie van zzs naar de lucht te minimaliseren.
* Rechtbank Gelderland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9167: Awb, Wnb; natuurvergunning, legalisering biogas-installatie en raffinage-installatie, intern en extern salderen, bevoegdheid, geen overeenstemming over Natura 2000-gebied in andere provincie, additionaliteit
6.9. De rechtbank is van oordeel dat de provincie niet bevoegd was om deze natuurvergunning te verlenen, omdat vast is komen te staan dat er geen overeenstemming is met gedeputeerde staten van Overijssel. Deze overeenstemming was op grond van artikel 1.3, derde lid, van de Wnb wel vereist voordat gedeputeerde staten van Gelderland de vergunning konden verlenen.
6.10. Dat de provincie Gelderland zich op het standpunt stelt dat de effecten op de Overijsselse gebieden op basis van hun additionaliteitsonderbouwing gemitigeerd kunnen worden, maakt dat niet anders omdat niet gedeputeerde staten van Gelderland, maar gedeputeerde staten van Overijssel het bevoegde gezag zijn om zich over (het mitigeren van) (de effecten op) de Overijsselse Natura 2000-gebieden uit te laten. In deze zaak is op basis van de stukken en de verklaringen van de provincie op de zitting vast komen te staan dat gedeputeerde staten van Overijssel zich hierover in het kader van de natuurvergunning voor dit project – anders dan het eerdere besluit om niet in te stemmen – niet hebben uitgelaten en dat er dus geen overeenstemming bestaat.
Dat de provincie Gelderland op de zitting verklaarde dat zij anders te weinig tijd zou hebben gehad om van gedeputeerde staten van Overijssel een formeel besluit te krijgen over de aanvullende onderbouwing van (het mitigeren van) de effecten op de gebieden in Overijssel, doet aan het ontbreken van de overeenstemming niet af. Daarbij komt dat ook niet is gebleken of er inspanningen zijn verricht om die overeenstemming alsnog te krijgen en waarom dat niet gelukt is. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat uit de omstandigheid dat de provincie Overijssel zelf niet procedeert tegen de vergunning die Gelderland heeft verleend, niet kan worden afgeleid dat zij (impliciet) met de verleende vergunning heeft ingestemd en dat dus toch overeenstemming als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, van de Wnb bestaat.
* Rechtbank Amsterdam 30 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7370: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, restaurant, Activiteitenregeling, ontgeuringsinstallatie, geurhinder, NTA 9065, gecertificeerde neuzen, controlerapport, geen onderbouwing onaanvaardbaarheid
6.6 [eiseres] voert verder aan dat de incidentele geurconstatering van 13 oktober 2023 niet voldoende is om vast te stellen dat [eiseres] een overtreding heeft begaan. Daarvoor is noodzakelijk dat “onaanvaardbare geurhinder” is vastgesteld en dat blijkt niet uit het constateringsrapport. Om daarvan te kunnen spreken, is meer nodig dan een enkele waarneming van geur én ook meer dan klachten van omwonenden.
6.7. De rechtbank geeft [eiseres] op dit punt gelijk. In het controlerapport staat:
“Als eerst zijn wij langs de zaak gelopen. Wij zagen dat de deuren en zij deuren open stonden, wij roken een kookgeur op straat. Wij zijn vervolgens doorgelopen en hebben aangebeld bij de melder. De melder liet ons binnen en wij zijn vervolgens in de woonkamer bij het raam wezen ruiken. Wij roken beide dezelfde kook lucht die wij ook bij de ingang van [eiseres] roken. Vervolgens zijn wij een etage hoger gelopen in de woning van de melder, en in de slaapkamer was ook de kookgeur goed te ruiken. Vervolgens zijn wij richting de [eiseres] gelopen en zijn wij aldaar naar binnen gegaan. Bij binnenkomst is meteen de keuken zichtbaar en ook hier was dezelfde kookgeur nog sterker waarneembaar. Links in de keuken heeft de [eiseres] een grill gedeelte, wij zagen dat er blauwe rook vanaf kwam en toen ik [de persoon 1] dichter bij de grillplaat ging staan werd de lucht nog sterker. Op dinsdag 3 oktober 2023 heb ik ook een controle uitgevoerd, toen kwam er geen rook bij het grill gedeelte vandaan. Ook de extreme kookgeur was toen niet te ruiken.
Hieruit kan ik concluderen dat de geur van [eiseres] afkomstig is. Ik [de persoon 1] legitimeerde mij vervolgens als toezichthouder van de gemeente Amsterdam en vroeg naar een leidinggevende. Vervolgens werd de chef geroepen genaamd [naam] en met hem liepen wij naar het kantoortje waar de afvoer te zien is. [naam] opende het raam en ook toen roken wij dezelfde koolachtige geur die bij de melder en in de zaak aanwezig was. [eiseres] heeft een ontgeuringsinstallatie , maar doordat de geur nu extreem goed te ruiken was , is of de installatie niet voldoende qua capaciteit ,of er is iets anders aan de hand. (…)”
6.8. Het voorgaande komt erop neer dat de toezichthouders dezelfde geur hebben geroken bij de melders als bij [eiseres]. Uit het rapport kan daarom worden geconcludeerd dat de geur afkomstig is van [eiseres]. De geur wordt omschreven als ‘een kookgeur’ en een ‘koolachtige geur’. Het rapport maakt echter niet inzichtelijk waarom de waargenomen geur onaanvaardbaar zou zijn.
6.9. Ook de e-mail van 19 december 2023 is daarvoor onvoldoende. Een medewerker van het college vraagt aan de toezichthouder: “Je kwalificeert de geroken geur niet. Kan je nog aangeven of de geroken geur wel/niet onaanvaardbaar is?” Daarop antwoordt de toezichthouder: “Het is een onaanvaardbare geur, de melders kunnen niet hun raam open zetten zonder last te hebben van een kooklucht in huis.” Ook wordt aan de toezichthouder gevraagd: “Op 3 oktober 2023 de extreme kookgeur niet te ruiken was. Hier heb je het over een extreme kookgeur die er blijkbaar was op 13 oktober 2023 (pagina 2 de eerste en tweede alinea). Maar was die extreem in [eiseres] zelf of slaat extreme kookgeur op de geur die in de woning geroken hebt?” Daarop antwoordt de toezichthouder: “Op 13 oktober stond het blauw en was ook de kookgeur/grill achtige lucht enorm sterk aanwezig, en ook dezelfde lucht was te ruiken bij de melders in de slaapkamer.” Daarnaast heeft de toezichthouder op de hoorzitting van 4 april 2024 aangegeven: “De omschrijving hebben we koolachtig genoemd, verwijzend naar de barbecuelucht.”
6.10. In de antwoorden van de toezichthouders is niet onderbouwd waarom de geur onaanvaardbaar zou zijn. De omstandigheid dat de melders hun raam niet open kunnen zetten zonder last te hebben van een kooklucht en dat dit alleen al maakt dat sprake is van onaanvaardbare geurhinder, zoals door de gemachtigde van het college en de toezichthouder op de zitting is gesteld, is daarvoor onvoldoende.
6.11. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat [eiseres] niet voldeed aan het bepaalde in art. 3.103, eerste lid, onder b, van de Activiteitenregeling en er sprake was van onaanvaardbare geurhinder. Gebleken is dat de toezichthouders weliswaar een bepaalde geur hebben waargenomen, maar zij hebben niet onderbouwd waarom die geur onaanvaardbaar is en waar die onaanvaardbaarheid dan uit bestaat. Het bestaan van klachten van omwonenden alleen is onvoldoende grond voor het opleggen van een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 3.103, eerste lid, onder b, van Activiteitenregeling. Het college moet ook zelf vaststellen dat sprake is van een overtreding van die bepaling.
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Jan-Eelco Dijk, advocaat bij Vos & Vennoten Advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5096). In deze uitspraak maakt de Afdeling een uitzondering op de zogenoemde “Brummenlijn”. In de annotatie wordt ingegaan op de totstandkoming en de betekenis van deze lijn en de reden dat de Afdeling in dit geval een uitzondering maakt.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 29 oktober 2025 Omgevingsvergunning bouwen, gestapelde woningen zijn aan te merken als aaneen gebouwde woningen
Rb Limburg 24 oktober 2025 Handhaving, voorlopige voorziening, voorgevelrooilijn, vergunningvrij
Rb Overijssel 13 oktober 2025 Maatwerkvoorschriften, de artikelen 2.7, tiende lid, en 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit vormen geen kaderstellend plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn