De geluidshinder van de dakventilatoren kwalificeert als onrechtmatig. De geluidsproductie mag niet hoger zijn dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ambitiewaarden uit gemeentelijk beleid gelden echter niet als wettelijke plicht.
Casus
Eiser woont sinds 2016 in de woning nabij een pand waarin gedaagden een bakkerij exploiteren. Eiser heeft in april 2020 een akoestisch onderzoek laten uitvoeren. De bevindingen zijn verwerkt in een geluidsrapport. In het rapport is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
‘(…) Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de nabij gelegen woning 49 dB(A) bedraagt in alle periodes. De grenswaarde van 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode wordt ter plaatse van de woning overschreden. (…)’
Eiser heeft meermaals contact gehad met gedaagden om de geluidshinder te laten beëindigen. Gedaagden hebben ook geluidswerende maatregelen getroffen, zoals het (laten) plaatsen van een scherm, omkastingen en geluidswerend schuim.
Eiser heeft in september 2023 controlemetingen laten uitvoeren, waaruit blijkt dat ‘de grenswaarde in de avondperiode met 1 dB(A) wordt overschreden en in de nachtperiode met zelfs 6 dB(A) wordt overschreden ter hoogte van de woning.’ In het rapport van de controlemeting staan diverse maatregelen beschreven.
De gemachtigde van eiser heeft gedaagden in oktober2023 gesommeerd maatregelen te treffen om de geluidshinder te beëindigen. Gedaagden zijn hiertoe niet overgegaan. Eiser vordert om de onrechtmatige geluidshinder ten opzichte van eiser te beëindigen en beëindigd te houden, primair in de zin dat de geluidsproductie op enig moment niet hoger mag zijn dan de ambitiewaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid Hof van Twente 2013-2020, en secundair in de zin dat de geluidsproductie op enig moment niet hoger mag zijn dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, althans de volgende waarden niet zullen overschrijden: 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.
Rechtsvragen
Veroorzaken gedaagden onrechtmatige geluidshinder? En moet in dat geval – ter voorkoming van onrechtmatige geluidshinder – voldaan worden aan de ambitiewaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid dan wel de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer?
Uitspraak
Ingevolge artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek (BW) mag de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is, aan de eigenaars van andere erven hinder toebrengen. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, afhankelijk is van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden.
De rechtbank stelt voorop dat de ratio van grenswaarden ter zake van geluidshinder is dat zij geluidshinder (kunnen) objectiveren en dat zij mede tot doel hebben te komen tot beperking van geluidshinder voor buren.
De normen hebben dus ook een civielrechtelijke strekking. Dat betekent dat geluiden die buiten de normen vallen, civielrechtelijk als onrechtmatig kunnen worden gekwalificeerd. Als de normen worden overschreden, is in dat geval in beginsel sprake van handelen in strijd met een wettelijke plicht, wat de geluidshinder als onrechtmatig kwalificeert. Het is dus zo dat gedaagden sowieso binnen deze normen dienen te blijven, nu zij anders in strijd handelen met publiekrechtelijke regelgeving.
Uit het rapport van september 2023 volgt dat de huidige stand van zaken is dat de gemeten waarden de grenswaarden voor de avond- en nachtperiode overschrijden, ook nadat gedaagden geluidswerende maatregelen hebben getroffen. Van de zijde van gedaagden is niet aannemelijk gemaakt dat andere geluidsbronnen de hinder die eiser ervaart veroorzaken. Vaststaat dat op de meetmomenten is geconstateerd dat de geluidsnormen overschreden werden en dat eiser op die momenten geluidsoverlast heeft ervaren (die ervaart hij naar eigen zeggen constant). Geluidsoverlast hoeft niet continu aanwezig te zijn om als onrechtmatig te kunnen worden aangemerkt.
Gedaagden hebben ook geen metingen overgelegd waaruit blijkt dat het geluid van de dakventilatoren binnen de geluidsnormen uit de Activiteitenbesluit blijft.
Met het voorgaande is dan ook vast komen te staan dat gedaagden geluidshinder veroorzaken die de grenswaarden overschrijden. Door het overschrijden van deze normen handelen gedaagden in strijd met een wettelijke plicht. Eiser ervaart al gedurende lange tijd geluidsoverlast op diverse momenten van de dag. De geluidshinder kwalificeert met het oog hierop dan ook als onrechtmatig.
Gedaagden dienen deze onrechtmatige hinder te beëindigen. Uit paragraaf 2.2 van de gemeentelijke ambitiewaarden volgt dat de waarden door de gemeente Hof van Twente zijn opgesteld om burgers, bedrijven en de gemeente Hof van Twente te bewegen geluidshinder zoveel mogelijk te beperken. De rechtbank acht de ratio achter deze ambitiewaarden onvoldoende om te kwalificeren als een wettelijke plicht. Dit leidt ertoe dat overschrijding van die gemeentelijke ambitiewaarden niet zonder meer kwalificeert als onrechtmatige geluidshinder, zodat de primaire vordering zal worden afgewezen.
Het overschrijden van de normen uit het Activiteitenbesluit kwalificeert naar het oordeel van de rechtbank in het licht van de gegeven omstandigheden wel als handelen in strijd met een wettelijke plicht. Dit betekent dat de rechtbank de subsidiaire vordering van eiser zal toewijzen, waarbij zal worden bepaald dat gedaagden de geluidshinder dienen te beëindigen door in ieder geval de normen uit het Activiteitenbesluit niet te overschrijden, op straffe van een dwangsom.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Overijssel
Datum Uitspraak : 22-12-2023
Eclinummer : ECLI:NL:RBOVE:2023:5303
Kees-Jan Mensinga