Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit en bouwactiviteit crisisnoodopvang. Bindend advies gemeenteraad en instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) over geluid, geur en trillingen.

Casus

De gemeente heeft op 10 juni 2024 bij het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen (het college) een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een tijdelijke crisisnoodopvang (CNO) op het perceel, namelijk door het omvormen van de bedrijfslocatie op het perceel naar een tijdelijke opvang voor asielzoekers. Bij besluit van 18 juni 2024 (bestreden besluit) heeft het college de omgevingsvergunning verleend. In het bestreden besluit heeft het college de omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘bouwactiviteit omgevingsplan’, ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ en ‘bouwactiviteit technisch’. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en hebben op dezelfde dag een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

Rechtsvragen

1. Had bindend advies moeten worden ingewonnen bij de gemeenteraad?
2. Is de CNO een geluidgevoelig gebouw in de zin van artikel 3.21, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)?
3. Welke instructieregels uit het Bkl over geur en trillingen zijn in dit geval van belang?

Uitspraak

1. Artikel 16.15a, sub b, onder 1̊, van de Omgevingswet (Ow) bepaalt dat de gemeenteraad – bij een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning – als adviseur aangewezen moet worden in de door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeenteraad heeft hiertoe het Delegatiebesluit Omgevingsrecht (Delegatiebesluit) genomen. In artikel 5.1 van het Delegatiebesluit is bepaald dat de gemeenteraad bij het realiseren van specifieke maatschappelijke voorzieningen gebruik wenst te maken van zijn adviesbevoegdheid. Uit de toelichting bij dit artikel uit het Delegatiebesluit volgt dat hieronder maatschappelijke voorzieningen worden verstaan, die normaal gesproken niet zonder meer overal in de woonomgeving of in het overwegend agrarische buitengebied passen, gelet op specifieke eisen ten aanzien van het gebruik, situering en bereikbaarheid. Het college stelt dat de CNO niet aan deze voorwaarden voldoet, omdat het niet in de woonomgeving of het overwegend agrarische buitengebied wordt gerealiseerd en er geen sprake is van een openbaar toegankelijke voorziening. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college artikel 5.1 van het Delegatiebesluit te beperkt geïnterpreteerd. Een CNO is bij uitstek een maatschappelijke voorziening die normaal gesproken niet zonder meer in de woonomgeving of het buitengebied past. In deze zaak gaat het om een CNO die op een industrieterrein wordt gerealiseerd, wat het vorenstaande bevestigt. Bovendien volgt uit het Delegatiebesluit niet dat dat openbare toegankelijkheid een criterium is voor het al dan niet inwinnen van bindend advies bij de gemeenteraad. De grond van verzoekers slaagt. De voorzieningenrechter volgt verzoekers overigens niet in de grond dat dit een gebrek is dat niet meer in de beslissing op bezwaar hersteld kan worden. Uit artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat in bezwaar een volledige heroverweging plaatsvindt. Dat geldt dan dus ook voor de beoordeling van de gehonoreerde aanvraag en dus kan dit gebrek in bezwaar hersteld worden.

2. Voor wat betreft de grond uit het verzoekschrift dat de omgevingsvergunning verleend had moeten worden voor ‘wonen’ in plaats van ‘logies’ verwijst de voorzieningenrechter naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 14 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2443). Hoewel in deze uitspraak het recht van vóór 1 januari 2024 voorlag, kan hier wel uit worden afgeleid dat volgens de ABRvS het begrip opvang van asielzoekers breed moet worden uitgelegd. Dat betekent dat hier niet alleen sec de opvang valt, maar ook bijbehorende voorzieningen. Gelet op het voornoemde beoordelingskader vat de voorzieningenrechter de CNO op als het tijdelijk onderdak bieden overeenkomstig de definitie van logiesfunctie en logiesverblijf uit bijlage I, onderdeel B, van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit sluit ook aan bij wat ter zitting door het college is toegelicht, namelijk dat de CNO een tijdelijke voorziening is, van waaruit asielzoekers doorstromen naar andere locaties dan wel naar familie. De CNO is geen asielzoekerscentrum. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er door de aard van logiesfunctie geen sprake van wonen en kan de CNO evenmin als een geluidsgevoelig gebouw in de zin van artikel 3.21, eerste lid, sub a, van het Bkl worden gekwalificeerd. De grond, dat bij de omgevingsvergunning van ‘wonen’ had moeten worden uitgegaan, slaagt dus niet.

3. De kwalificatie dat de CNO geen geluidsgevoelig gebouw is, werkt ook door in de beoordeling van de gronden over geluids-, trillings- en geuroverlast. Uit de kwalificatie volgt dat de in acht te nemen normen minder stringent zijn dan in geval van een woning. Artikel 3.18, vierde lid, van het Bkl bepaalt dat een geluidsgevoelig gebouw – dat op grond van onder meer een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar – niet in aanmerking wordt genomen. Het college heeft aan de ruimtelijke onderbouwing onder meer een akoestisch onderzoek ten grondslag gelegd. In het rapport is het college geadviseerd om voor de geluidwering door de gevels uit te gaan van voldoende isolatie op basis van de gezamenlijke geluidswaarde op het bedrijventerrein en de geluidswaarde door wegen. Voor de slaapkamers wordt geadviseerd om te streven naar een binnenwaarde van maximaal 45 dB(A). In het akoestisch onderzoek zijn alle bedrijven opgenomen die binnen een straal van 50 meter van het perceel afliggen. In het akoestisch rapport is geadviseerd om aan te sluiten bij de geluidswaarden voor rijks- en gemeentewegen in geval van een permanente wijziging van de gebruiksfunctie. Deze waarden kennen een standaard- en grenswaarde. Voor het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten zijn geen regels in het omgevingsplan opgenomen. De normen uit het voormalige Activiteitenbesluit zijn van toepassing. In het rapport is bij de diverse bedrijven aangegeven dat er in nagenoeg alle bedrijven sprake is van een situatie dat de feitelijke geluidsproductie onder het vergunde niveau ligt. Weliswaar is de CNO geen geluidsgevoelig gebouw, maar desalniettemin heeft het college, zoals ter zitting is besproken, nadere geluidsmaatregelen met de aannemer afgesproken. De grond over de geluidsoverlast slaagt niet, waarbij de voorzieningenrechter er overigens van uitgaat dat het college in de bezwaarprocedure gemotiveerd zal reageren op het tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure overgelegde contra-advies van verzoekers voor wat betreft de geluidsoverlast.
Voor wat betreft de gronden over geur- en trillingsoverlast verwijst de voorzieningenrechter naar respectievelijk artikel 5.90, tweede lid, en artikel 5.79, tweede lid, sub b, van het Bkl. De hiervoor aangehaalde artikelen bepalen voor zowel geur- als trillingsoverlast dat de respectievelijke paragrafen uit het Bkl (5.1.4.6.1 en 5.1.4.4) grotendeels niet van toepassing zijn als het gaat om de geur dan wel trilling door een activiteit op een geur- dan wel trillingsgevoelig gebouw, mits het gebouw op basis van onder meer een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van niet meer dan tien jaar is toegelaten. Voor geuroverlast stelt artikel 5.92, tweede lid, van het Bkl alleen de eis dat een omgevingsplan erin moet voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Het college verwijst in de ruimtelijke onderbouwing naar de activiteiten van [bedrijf] ([adres 2]) en [verzoeker 8] scheidt metaalafval. Voor beide bedrijven stelt het college dat waargenomen is dat er heel weinig geur bij de productie vrijkomt. Verzoekers hebben die stelling niet geobjectiveerd weerlegd. Voor trillingsoverlast geldt dat enkel de artikelen 5.82 en 5.83 van het Bkl van toepassing zijn. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat artikel 5.83, tweede lid, Bkl vergelijkbaar is met artikel 5.92, tweede lid, Bkl (maar dan ziet op trillingen). Een omgevingsplan voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Het beroep van verzoekers op artikel 5.87 van het Bkl slaagt niet, omdat dit artikel hier niet van toepassing is. Op grond van artikel 5.82 van het Bkl worden in het kader van trillingen activiteiten soms als één activiteit beschouwd. Het moet dan gaan om een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of, bij andere activiteiten, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het college meerdere bedrijfsbezoeken heeft gebracht. Daarbij is geconstateerd dat de activiteiten bij verzoeksters 8 en 10 nauwelijks trillingen veroorzaken. De voorzieningenrechter kan de overwegingen van het college ten aanzien van artikel 5.83, tweede lid, van het Bkl dan ook volgen. Dat geldt ook voor de beoordeling van het college voor wat betreft artikel 5.82 van het Bkl. Op het industrieterrein is sprake van een verzameling van verschillende soorten bedrijven. Voor zover de voorzieningenrechter kan overzien, is hierbij geen sprake van activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal. Verder is er geen sprake van andere activiteiten die op dezelfde locatie worden verricht en die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum Uitspraak : 21-08-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBZWB:2024:5780
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder