Uit het systeem van de Wabo en het Bor volgt dat een verklaring van geen bedenkingen voor een concreet bouwplan wordt afgegeven, waarbij de gemeenteraad beoordeelt of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. De afgifte van een algemene verklaring van geen bedenkingen ongeacht de locatie van het nog te ontwikkelen bouwplan verhoudt zich daar niet mee.
Casus
Op 6 december 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag ziet op het realiseren van twaalf tijdelijke woningen, een gezamenlijke berging en lichtmasten voor de duur van 15 jaar. De aanvraag ziet ook op het realiseren van een weg, twaalf parkeerplaatsen, looppaden rondom de woningen, twee wadi’s, een bosplantsoen, diverse bomen, blokhagen, een gazon en dwa- en rwa-riool inclusief huisaansluitingen. Deze aanvraag is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’, omdat het gebruik van de gronden voor wonen, niet zijnde in een bedrijfswoning, niet past binnen de gebruiksregels van dit bestemmingsplan. Ook is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan, omdat de bebouwing niet binnen het bouwvlak wordt gebouwd en de bebouwing niet ten dienste van de bestemming is.
Bij besluit van 4 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen (het college of verweerder) omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De woning van verzoekers ligt in de omgeving van het bouwplan. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoekers stellen onder meer dat de afgegeven verklaring van geen bedenkingen niet voldoet aan artikel 2.27 van de Wabo in samenhang met artikel 6.5, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Volgens verzoekers ligt aan de afgegeven verklaring van geen bedenkingen geen aanvraag voor een concreet project ten grondslag, terwijl dat wel is vereist. De verklaring van geen bedenkingen is te ruim geformuleerd. Ook getuigt de verklaring van geen bedenkingen volgens hen niet van een ruimtelijke afweging.
Rechtsvraag
Is de door de raad afgegeven verklaring van geen bedenkingen in overeenstemming met (de systematiek van) de Wabo en het Bor?
Uitspraak
Tussen partijen is niet in geschil dat voor het bouwplan een verklaring van geen bedenkingen is vereist. Verder is in het bestreden besluit vermeld dat de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen een verklaring van geen bedenkingen genaamd ‘Tijdelijke huisvesting Roerdalen’ op 14 december 2022 heeft afgegeven in de zin van artikel 2.27 van de Wabo in samenhang met artikel 6.5, eerste lid, van het Bor. Daarin staat het volgende:
‘De raad van de gemeente Roerdalen heeft;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 november 2022,
het volgende besluit genomen:
Besluit:
Een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de realisatie van maximaal 72 tijdelijke woningen in Roerdalen in het kader van het project “Tijdelijke woningen Roerdalen”.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 december 2022.’
In het verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat het besluit van de gemeenteraad moet worden gezien als een categorie van gevallen waarin een verklaring niet is vereist zoals bepaald in artikel 6.5, derde lid, van het Bor. In de verklaring geeft de gemeenteraad volgens verweerder aan geen bedenkingen te hebben tegen het project tijdelijke woningen Roerdalen, waar het bestreden besluit onder valt.
De voorzieningenrechter overweegt dat in artikel 2.27, eerste lid, eerste volzin, van de Wabo is bepaald dat in bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen een omgevingsvergunning niet wordt verleend, dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft.
In artikel 6.5, eerste lid, van het Bor is bepaald dat voor zover een aanvraag betrekking heeft op planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo), de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, niet wordt verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij sprake is van een tweetal uitzonderingen.
In artikel 6.5, tweede lid, van het Bor is bepaald dat de verklaring slechts kan worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
In artikel 6.5, derde lid, van het Bor is bepaald dat de gemeenteraad categorieën gevallen kan aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat als de gemeenteraad met het besluit heeft beoogd om – zoals verweerder aanvankelijk in het bestreden besluit heeft aangegeven – een verklaring van geen bedenkingen af te geven als bedoeld in het eerste lid van artikel 6.5 van het Bor, dit niet is gebeurd in overeenstemming met de Wabo en het Bor. Uit het systeem van de Wabo en het Bor volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat een verklaring van geen bedenkingen voor een concreet bouwplan wordt afgegeven, waarbij de gemeenteraad beoordeelt of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. De afgifte van een algemene verklaring van geen bedenkingen ongeacht de locatie van het nog te ontwikkelen bouwplan verhoudt zich daar niet mee. Uit het besluit van de gemeenteraad blijkt niet dat het ziet op dit specifieke bouwplan. Dit heeft verweerder op zitting ook erkend.
Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat de redactie van het besluit van de gemeenteraad niet wijst op toepassing van het derde lid van artikel 6.5 van het Bor, zoals verweerder bij nader inzien in het verweerschrift en ter zitting wel heeft betoogd. In het besluit heeft de gemeenteraad immers niet aangegeven dat voor een bepaalde categorie van gevallen een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist, maar juist dat wel een verklaring voor het project ‘Tijdelijke huisvesting Roerdalen’ wordt afgegeven. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat bovendien volgens de artikelen 6 en 8 van de Bekendmakingswet is vereist dat een aanwijzing van categorieën gevallen waarin een verklaring niet is vereist in het Gemeenteblad moet worden gepubliceerd voordat die in werking kan treden. De voorzieningenrechter is niet gebleken van een dergelijke publicatie.
Nu niet is gebleken dat het bouwplan behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor, en het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2022 geen verklaring van geen bedenkingen is als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, van het Bor, is het bestreden besluit in strijd met laatstgenoemde bepaling. Omdat geen verklaring van geen bedenkingen is verleend, was verweerder niet bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van de gronden in strijd met het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo). Gelet hierop mocht verweerder ook geen omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van het bouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, in samenhang met artikel 2.10 van de Wabo). Deze grond slaagt.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Limburg
Datum Uitspraak : 13-09-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBLIM:2024:6234
Ruud Veenhof