Afvalstoffen

Alles wat we gebruiken, is onderhevig aan slijtage en veroudering en belandt op een gegeven moment in het afvalstadium, doordat we ons ervan ontdoen.
Dit afval moet op de één of andere wijze verwerkt worden.
Regels rond de afvalverwerking zijn er vanaf 1976 toen de eerste, meer specifiek op afval gerichte, wet in werking trad, de Wet chemische afvalstoffen. Een jaar later trad de Afvalstoffenwet in werking. Beide wetten zijn in 1994 opgegaan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 10).

Inmiddels is het besef doorgedrongen dat de afvalproblematiek het beste door middel van een ketenbenadering kan worden aangepakt. Ketenbenadering betekent dat vanaf het productiestadium tot en met het afvalstadium bekeken wordt of het ontstaan van afvalstoffen kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt. Hiervoor zijn in de wet- en regelgeving instrumenten opgenomen.

Deze wet- en regelgeving is niet altijd even duidelijk en dan komt de rechter eraan te pas om zich uit te spreken over kwesties als “afvalstof of grondstof“. Met de introductie van de begrippen “bijproduct” en “einde-afvalstof” is het vraagstuk er niet eenvoudiger op geworden. STAB heeft de juiste kennis in huis en houdt deze consequent up-to-date om daarop desgevraagd een antwoord te kunnen geven.

STAB geeft ook advies in andere thema’s in het veld van het afvalstoffenrecht.
Het gaat dan onder meer over specifieke afvalstoffen met eigen regelgeving en/of beleid, zoals asbest, baggerspecie, bouw- en sloopafval en gevaarlijke afval (EURAL). En ook over afvalverwerkingsmethoden zoals afvalverbranding, afvalverwerking, composteren en vergisten, nuttige toepassing en verwijdering (zoals stortplaatsen) kan de STAB om advies worden gevraagd.

Tot slot staat ook de acceptatie van afvalstoffen blijvend op de agenda. Hierbij is het landelijk beleid, zoals is neergelegd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), het belangrijkste uitgangspunt, naast Europese regelgeving (Kaderrichtlijn Afvalstoffen).