Landbouw

Landbouw is een grote en alom aanwezige economische sector in Nederland. In het oog springende landbouwactiviteiten die een grote impact hebben op het milieu en de ruimtelijke ordening zijn de (intensieve) veeteelt, de glastuinbouw en het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

De milieuproblematiek van intensieve veehouderijen bestaat vooral uit geur, ammoniak (stikstof) en gevolgen voor de volksgezondheid. Veel veehouderijen zijn type B-inrichtingen en vallen voor de milieuregelgeving geheel onder het Activiteitenbesluit. Voor sommige inrichtingen is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig vanwege een m.e.r.-beoordelingsplicht of het aspect fijn stof. De grotere veehouderijen zijn type C-inrichtingen waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt en waarvoor delen van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn. Het gaat hierbij om IPPC-inrichtingen die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (RIE).

Glastuinbouw is de verzamelnaam voor een intensieve vorm van tuinbouw (groenten, snijbloemen en pot- en perkplanten). Deze vorm van gecontroleerde teelt kent vele voordelen. Glastuinbouw kent ook echter nadelen voor het milieu, zoals het hoge energieverbruik (verwarming; verlichting), lichthinder (of: lichtvervuiling) door het toepassen van zogeheten assimilatiebelichting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Er zijn tal van innovatieve ontwikkelingen in gang gezet om de milieubelasting terug te dringen.

Bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden in de land- en tuinbouw zijn een verzamelnaam voor biociden en gewasbeschermingsmiddelen (ook: pesticiden) die tot doel hebben om ongewenste (“schadelijke”) organismen, zoals ongedierte en onkruid, te bestrijden. Gebruik en opslag van bestrijdingsmiddelen is aan regels gebonden, omdat verkeerd gebruik schadelijk kan zijn voor mens, dier en milieu.

STAB adviseert met regelmaat over uiteenlopende landbouwonderwerpen en de toepassing van agrarische milieuregelgeving. Dit varieert van het beoordelen van spuitzones bij open teelten tot ondersteuning bij technisch complexe aspecten, zoals geurberekeningen en vraagstukken over staltechniek inzake intensieve veehouderijen.